maandag 21 maart 2011

Kritische maatschappijtheorie

De traditie van Marx, de Duitse filosoof die zulke uitgesproken ideeën had over filosofie en de samenleving, leeft nog steeds. Filosofen die zijn gedachtegoed hebben voortgezet zijn bijvoorbeeld de Frankfurter Schule (Horkheimer, Adorno) en Foucault. Die traditie is gebaseerd op verzet tegen de huidige samenleving, tegen vormen van macht, tegen het uitbuiten van menselijke arbeid (vergelijk Kant: het gebruiken van mensen als middel in plaats van ook als doel), tegen ongelijke verdeling van middelen, en tegen allerlei vormen van cultuur of maatschappij die impliciet een vorm van kwaad in zich hebben.

Deze traditie van filosofie confronteert met de misstanden in de samenleving. Soms denk ik dat achter een kritiek op bepaalde aangewezen denkbeelden in de samenleving diepere behoeften schuilen.

Als voorbeeld noem ik de kritiek op het neoliberalisme, een doortrekken van het idee van de vrije markt naar alle gebieden in de samenleving: het invoeren van competitie op terreinen van bijvoorbeeld educatie en zorg, het terechtkomen van bijvoorbeeld kunst en politiek in doelgerichte strategieën die de eigenlijke betekenis vergeten, en het beschouwen van de capaciteiten van het individu als te besteden middelen ['The Condition of Neoliberalism', Rudi Laermans]. Deze kritiek op de samenleving treft doel: inderdaad mist er iets aan een samenleving die zo functioneert. Mijns inziens zijn er deze diepere behoeften die spelen:
  • behoefte aan waardering van moeizaam verkregen kwaliteit (in plaats van overspoeling daarvan door de markt);
  • behoefte aan vrede (in plaats van noodzakelijke competitie);
  • behoefte aan waarheid en schoonheid (in plaats van slechts winstgerichtheid);
  • behoefte aan waardering van een individu los van zijn kwaliteiten (in plaats van het moeten vechten om de beste te zijn);
  • behoefte aan intermenselijke relaties (in plaats van het globaliserende overal-en-nergens);
  • behoefte aan geluk (in plaats van het ontbreken van de nodige middelen en het moeten opgeven van andere behoeften om te kunnen leven).


Deze diep-menselijke behoeften zijn een uitdrukking van het (soms wanhopige) verlangen naar een samenleving waarin vrede en recht, en dan in de meest uitgesproken zin van die beide woorden, is. Een verlangen naar het koninkrijk van God dus, waar Gods profeten en apostelen al zo lang geleden over hebben gesproken. Maar met begrip voor de dubbele betekenis van het koninkrijk van God: er is een toekomstig koninkrijk van God, maar ook een manifestatie van dat koninkrijk van God nu, onder ons, begonnen met de woorden en daden van Jezus Christus en voort te zetten door wie in Hem gelooft.

2 opmerkingen:

Dima zei

Ik veronderstel dat men, zoals ik, geheel met deze gedachtegang in kan stemmen zonder de slotalinea te beamen of daar in mee te geen.
Dat ligt voor een agnost, als mijzelf, namelijk wat moeilijk.

mvg Dick

Aris zei

@Dick Kruithof: Dat kan. Maar ik heb het natuurlijk geschreven om juist het verband tussen kritische maatschappijtheorie en de hoop op God te laten zien...