Posts tonen met het label Gods wraak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gods wraak. Alle posts tonen

zaterdag 19 april 2025

De wraak over Judas

Sommige delen van de Bijbel zijn moeilijk te begrijpen. Voor mij geldt dat voor veel van de psalmen. Er staan gebeden om wraak in die moeilijk te rijmen zijn met het gebod van Jezus: "Heb uw vijanden lief". Deze psalmen kunnen we dus niet als leidraad nemen voor ons eigen leven. Jezus gebiedt ons om te zegenen wie ons vervloeken, te bidden voor wie ons vervolgen.

Dit lie me nadenken over wat het betekent als we zeggen dat heel de Bijbel Gods Woord is. Zijn de psalmen misschien uitzondering op die regel? Of bevatten de psalmen persoonlijke klachten van David die God heeft getolereerd, maar die nu rechtgezet zijn door de woorden van Jezus? Betekent het dat God onvolmaaktheid in de Bijbel toelaat, en dat alleen delen ervan (zoals bijvoorbeeld de woorden van Jezus, Gods Zoon en de hoogste Profeet) de volle waarheid zijn?

Laten we een stapje terugdoen en nadenken over wat het betekent dat de Bijbel Gods Woord is. Allereerst betekent dat: het is Gods openbaring, Gods brief aan jou en mij, waardoor God ons tot Hem leidt en ons leert Wie Hij is. Het betekent dat de Bijbel betrouwbaar is. Het is geen bedenksel van mensen, maar het gezaghebbende gebod van God.

Als we beginnen bij Genesis, betekent dat dat het geen mythe is over het ontstaan van de aarde, zoals er zoveel zijn buiten de Bijbel. Het is de waarheid. Het betekent dat de straf van God voor Adam en Eva en Zijn beloften om het nageslacht van Eva te bevrijden van het nageslacht van de slang, nog steeds geldt en waar en betrouwbaar is. Wij waren er niet bij toen God de hemel en aarde maakte, maar we geloven in wat we niet gezien hebben, op Zijn Woord (Hebreeën 11). Wij geloven ook dat de beschrijving van de levens van Noach, Abraham, Izak en Jakob waarheidsgetrouw en eerlijk is, en niet verdraaid en anders gemaakt dan het was, zoals bij de meeste buitenbijbelse "historiën". We geloven dat God inderdaad tot hen gesproken heeft, en dat zij een waarheidsgetrouw voorbeeld zijn voor ons en geen onmogelijke mythe. De Bijbel geeft ons ook alle aanleiding om dat te doen, omdat ze zowel de sterke als de zwakke momenten van deze voorvaderen weergeeft - eigenlijk vooral de kracht van God door hun zwakheid. We geloven dat God de profeten de woorden in de mond gaf als ze spraken: "Dit zegt de HEERE". We geloven dat de evangeliën waarheidsgetrouwe ooggetuigenverslagen zijn van wat Jezus heeft gezegd en gedaan. We geloven dat de apostelen met de Heilige Geest zijn gezalfd om de gemeenten van Christus te onderwijzen door hun brieven.

De volgende Bijbelteksten geven ons inzicht in deze waarheid:

"Heel de Schrift is door God ingegeven" (Gr.: πασα γραφη θεοπνευστος, door God geademd) (2 Tim. 3:16)
"Dit moet u allereerst weten, dat geen enkele profetie (Gr. πασα προφητεια) van de Schrift een eigenmachtige uitleg (Gr. ιδιας επιλυσεως) toelaat. Want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar door de Heilige Geest gedreven heilige mensen van God hebben ze gesproken" (Gr. πνευματος αγιου φερομενοι, door de Heilige Geest vervoerd) (2 Petr. 1:20-21)
"Want wij zijn geen kunstig verdichte fabelen nagevolgd" (Gr. σεσοφισμενοις μυθοις, wijze mythen) (2 Petr. 1:16)

Maar hoe zit dat dan met de gebeden van wraak in de psalmen? Werden die ook door Gods Geest gedragen? Is het misschien zoals een theoloog erover schrijft:

"Het is belangrijk om te beseffen dat vóór de eerste komst van Christus de enige tastbare manier waardoor de waarheid van de Schrift aangetoond kon worden aan menselijke waarnemers was door de praktische test van ongeluk dat degenen overkwam die dwaalden, en verlossing die toebedeeld werd aan degenen die zich aan de waarheid hielden. Zolang als de kwaden bleven triomferen, leek hun voorspoed de heiligheid en soevereiniteit van de God van Israël te ontkennen. Een Joods gelovige in het Oude Testament kon alleen zuchten in diepe aanvechting van de ziel zolang die situatie voortduurde. Zichzelf volledig identificerend met Gods zaak, kon hij niet anders dan Gods vijanden als zijn eigen zien. Hij moest God bidden om Zijn eigen eer hoog te houden en Zijn eigen rechtvaardigheid te verdedigen door een vernietigende verwoesting te gebieden op degenen die of met hun gedachten of met hun daden Zijn soevereiniteit en wet ontkenden." (citaat van Gleason L. Archer in Jensen's Survey of the Old Testament)

Als dat zo is, lezen we de psalmen verkeerd als we ze lezen als ik-gerichte gebeden om wraak. Dan zijn ze gericht op Gods eer. Hoe zouden we het onderscheid kunnen zien? Natuurlijk kunnen we David (de dichter van de meeste psalmen) niet in zijn hart kijken. Maar we kunnen letten op wat David zegt.

Als David om wraak bidt gericht op het bewijzen van Gods macht en rechtvaardigheid, verwacht je deze symptomen:

  1. Het noemen van Gods eigenschappen (Zijn macht, rechtvaardigheid, ...)
  2. Het benoemen van onrecht
  3. Gebed om openbaar herstel

Als David daarentegen op persoonlijke wraak is gericht en door haat wordt gedreven, zijn dit de tegensymptomen:

  1. God overhalen door beloften te doen
  2. Benoemen van haat en van uitsluiting ("zij horen niet bij U")
  3. Onbedwongen haatgedachten en woorden, zoals gebed om langdurige pijn, of om een verachtelijke dood

Wat zien we bij de psalmen? Laten we beginnen met psalm 109. Deze psalm is speciaal omdat er zoveel gebeden om wraak in staan, maar ook omdat er expliciet naar word verwezen in Handelingen 1:20 als het gaat over het lot van Judas, die Jezus verried. De apostel Petrus zegt letterlijk dat de Heilige Geest deze woorden sprak bij monde van David (Handelingen 1:16)!

Psalm 109

We vinden de volgende symptomen:

  • Symptoom 1: David noemt Gods eigenschappen als motief: "omwille van Uw Naam, want Uw goedertierenheid is groot". Het God overhalen door beloften te doen is afwezig, David beroept zich helemaal op Gods goedertierenheid. De enige belofte staat aan het eind: "Ik zal de HEERE met mijn mond op luide toon loven, te midden van velen zal ik Hem prijzen". Maar dat is meer een lofzang en belijdenis.
  • Symptoom 2: Benoemen van "mond van bedrog", zonder reden bestreden, voor liefde aangeklaagd (vs. 1-5), de arme vervolgd (vs. 16)
  • Symptoom 3: Gebed om openbare veroordeling, uit het ambt zetten, armoede in zijn familie, vergeten worden (vs. 6-15). David bidt nergens om pijn. De gebeden om wraak gaan wel heel ver: uitroeien van de nakomelingen van en de herinnering aan iemand is nogal wat! Bidden om geen genade voor wezen ook! Ik denk dat dit gebed gericht is op het einde van het kwaad, dat anders voortgezet zou kunnen worden. Dit is verbonden met het vaste geloof dat God de nakomelingen van de oprechten zal uitbreiden op aarde (psalm 112:2) en de rechtvaardige voor altijd in herinnering zal laten blijven (psalm 112:6).

Psalm 69 wordt ook geciteerd in Handelingen 1:20. Laten we die psalm op dezelfde manier beoordelen.

Psalm 69

  • Symptoom 1: David beroept zich op Gods goedertierenheid en trouw (vs. 14, 17), barmhartigheid (vs. 17). David belooft niets als hij om wraak bidt. Hij belijdt aan het eind zelfs dit: Dat hij God zal loven en danken, en dat dit de HEERE aangenamer is dan offergaven. Dat betekent: U hoeft niet omgekocht te worden, U wilt dat we Uw Naam eren.
  • Symptoom 2: Benoemt onrecht: zonder reden haten, willen ombrengen, om valse redenen vijand, "wat ik niet geroofd heb, moet ik toch teruggeven" (vs. 5), bespot terwijl hij treurde (vs. 11-13), gal als voedsel en zure wijn gegeven in dorst (vs. 22)
  • Symptoom 3: Gebed om verwoesting van hun woonplaats (vs. 26) en om hun val (vs. 23). Een vorm van het tegensymptoom (dus een motief van persoonlijke haat en wraak) zou kunnen zijn dat David bidt om de blind en het kreupel maken van degenen die hem onrecht doen (vs. 22-23). Maar het is goed om daarbij te beseffen dat blindheid en kreupelheid als openbare straf op de zonde werden gezien, dus juist als een openbare veroordeling bij uitstek. David bidt om de veroordeling van hun onrecht (vs. 28-29). "Voeg misdaad bij hun misdaad, laat hen niet komen tot Uw gerechtigheid" kan beter vertaald worden als "Stapel bij hen schuld op schuld, laat ze in Uw rechtvaardiging niet komen" (Naardense Bijbel). Het is ver van de bedoeling om hier bij God te pleiten om onrecht en om een scheef oordeel, maar juist om een rechtvaardig oordeel van volledig herstel.

We kunnen dus constateren dat de gebeden van David gelovig zijn in hun vorm, omdat ze uitzien naar de eer van God. Het is voor ons gemakkelijk ze te lezen als persoonlijk gemotiveerde wraak, maar de bewijzen zijn er dat dit niet zo is. In geloof mogen we dus zeggen, zonder door de feiten tegengesproken te worden: David heeft deze woorden op een heilige manier, door de Heilige Geest gesproken.

Het is bijna Pasen 2025. In het lijden van Jezus, de enige volmaakt Rechtvaardige, voor onze zonden (ook voor die van David!) worden alle aspecten van het lijden van David vervuld. Jezus' opstanding heeft gemaakt dat het lijden van de rechtvaardige niet meer de aantasting van Gods eer is, maar de uitbreiding ervan. We mogen daarom vrijmoedig getuigen dat Zijn Koninkrijk er al is, binnen in ons, en dat Hem alle macht gegeven is in de hemel en op de aarde, ook al lijden we. Als we nu lijden, zullen we ons later des te meer mogen verheugen bij de wederkomst van Jezus Christus. Daarom kunnen de gebeden om wraak nu al ophouden, omdat we vooruit mogen zien naar de tijd dat God alle dingen nieuw zal maken. Ze mogen worden ingewisseld door een verlangend bidden om de wederkomst van onze Koning, Christus Jezus, de Zoon van God, onze Verlosser. Hij zal de levenden en de doden oordelen en een eeuwig rijk van vrede brengen.

zaterdag 5 maart 2016

De God van wraak of de God van vergeving

Ten tijde van Socrates waren er zogenaamde 'sofisten' die zich beschikbaar stelden om een zaak te bepleiten. Ze waren er goed in om beide kanten van een zaak te verdedigen en waren daar trots op. Je ziet hetzelfde soms terug in opinieartikelen in de krant: het artikel vóór klinkt al even overtuigend als het artikel tégen.

Hoe komt dat? Mijns inziens omdat de 'scope' of reikwijdte van de argumenten vóór en tegen verschillend is: het ene argument vertrekt vanuit een ander perspectief als het andere, of het ene argument betreft een deel en het andere argument betreft een ander deel van het geheel.

Het is wel interessant om na te gaan welke verschillende perspectieven er kunnen gelden en hoe die tot verwarring kunnen leiden. Deze blog wil ik dat doen voor de ethiek. De ethiek, dus de wetenschap van goed en kwaad, kent meerdere perspectieven. In de christelijke ethiek zijn dat de volgende:
  1. Het handhaven van recht (rechtvaardigheid), dat wil zeggen dat iets correspondeert met de orde en manier waarop het bedoeld is;
  2. Daartegenover het geduld (lankmoedigheid) tegenover degene die het recht nog niet (volledig) nakomt;
  3. De vergelding (retributie of wraak) van onrecht, dus van de verstoring van de orde en bedoeling;
  4. Daartegenover de vergeving van onrecht.
Een interessant boekje die deze ethische perspectieven belicht zowel in het spreken van de Bijbel over God als in het spreken over de mens is het boekje 'Wie is als Gij?' van dr. H.G.L. Peels.

Een voorbeeld is de wet rondom de 'bloedwreker', beschreven in de eerste bijbelboeken (o.a. Numeri, 35). Als iemand zijn naaste had gedood, en het was niet zeker of er opzet in het spel was, dan trad deze wet in werking. (Bij opzettelijk doden volgde daarentegen meteen de doodstraf.) De dichtstbijzijnde bloedverwant van degene die gedood was (met of zonder opzet) had het recht om de dader te achtervolgen en te doden. Daarom kon deze dader vluchten naar één van de zes vrijsteden in het land om aan de dood te ontkomen. Daar was hij veilig. Daarnaast was er mogelijkheid tot terugkeer, namelijk bij de dood van de hogepriester: dan mocht de dader de vrijstad weer verlaten en naar zijn bezittingen terugkeren.

We zien in dit voorbeeld twee perspectieven terugkomen:
  • De vergelding of wraak is aan de orde om de dood van de verwante, die tegen de orde van de natuur en bedoeling van het mensenleven ingaat, te wreken. Op symbolische wijze staat de dood van de dader tegenover de onterechte dood van de ander. Er was bloed gevloeid en dat moet gewroken (rechtgezet) worden (vandaar de naam 'bloedwreker').
  • Daartegenover staat de vergeving die moet gelden als de dader de vrijstad bereikt, of daaruit terugkeert na de dood van de hogepriester.

In de oudtestamentische wet komt het perspectief van recht en vergelding voluit aan de orde (zoals ook van een wet praktisch verwacht mag worden). De mogelijkheid tot geduld en vergeven zal op individueel niveau misschien wel aan de orde geweest zijn, maar is niet uitgebreid beschreven. Wel is er geen plaats voor handelen uit woede; vergelding moet het recht herstellen, niet de woede bevredigen.

Wat wel uitgebreid beschreven is is het geduld van God met ons en de vergeving van God van ons. Er is dus meer dan alleen de wet die de overheid kan handhaven; boven de wet staat de Geest van God die het hart oordeelt.

Een radicale verandering vindt plaats in de woorden van Jezus, wanneer hij de wet meteen doortrekt naar het hart. Alle geboden hebben ook een geestelijke component (evangelie van Mattheüs, 5, 21-35). Maar het blijft niet bij het benoemen van de geestelijke component van de geboden; heel het principe van de wet wordt in een veel groter geestelijk perspectief gezet:
U hebt gehoord dat er gezegd is: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand moet u haten. Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen; zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want als u hen liefhebt die u liefhebben, wat voor loon hebt u dan? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? En als u alleen uw broeders groet, wat doet u meer dan anderen? Doen ook de tollenaars niet zo? Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is. (evangelie van Mattheüs, 5, 43-48)

Nadat dus in de oudtestamentische wet duidelijk werd gemaakt wat het recht was door de wet en de overheid, wordt in het evangelie het recht maar ook geduld en vergeving duidelijk gemaakt door God Zelf en Zijn Zoon. Het gebod in het evangelie is het gebod van de liefde, niet van het handhaven van het recht. Het meest duidelijk is dit in het lijden en de dood van Jezus Christus, die niet het recht liet gelden om zijn vijanden te straffen, maar zich liet binden en wegvoeren terwijl hij voor zijn vijanden bad. Het bloed van Jezus roept niet om wraak, maar getuigt van Gods vergeving!

zondag 27 december 2015

De hel

Afgelopen weken kwam in mijn gesprekken met niet-gelovigen het onderwerp 'de hel' twee keer ter sprake. Reden dus om er bijbelstudie naar te doen en over te bloggen. Zie ook de eerdere berichten over dit onderwerp.

Het woord voor 'hel' als eeuwige bestemming in het Nieuwe Testament van de Bijbel verwijst naar het dal van Hinnom. (Er is ook een tweede woord wat soms met 'hel' vertaald wordt dat verwijst naar het 'graf' of de tijdelijke bestemming van de mens na de dood tot de dag van de opwekking van de doden door Jezus Christus.) Het dal van Hinnom was een dal buiten Jeruzalem waar men het afval ingooide en verbrandde en waarvan men dus altijd de vuren en de rook kon zien. De beelden voor de hel als eeuwige bestemming komen daar dus vandaan: het is buiten de plaats waar God is ('Jeruzalem'), de duivel en de tegenstanders van het Koninkrijk van God worden erin 'geworpen', er brandt een blijvend 'vuur' van vernietiging.

Wat zegt de Bijbel precies over de hel? Aangezien we belijden dat Jezus de Zoon van God is en Hij dus de waarheid sprak en de profeten de woorden van God hebben bekendgemaakt moet dat onze bron zijn. Het zijn geen gemakkelijke dingen:
  • Jezus spreekt over "onuitblusbaar vuur" van de hel (evangelie van Markus, 9, 43). "Vuur en zwavel" wordt het in de Openbaringen aan de apostel Johannes genoemd (bijv. 14, 10). Zwavel en teer werden gebruikt om een vuur te maken dat bleef branden en niets meer overliet. Er wordt ook van gesproken bij de vernietiging van Sodom en Gomorra door het oordeel van God (Genesis 19, 24). Je kunt niet spreken van een vuur van zuivering zoals vuur ook gebruikt kan worden om zilver te zuiveren. Het is een vernietigend vuur, geen zuiverend vuur.
  • Het is niet alleen bedoeld voor de duivel en voor mensen met uiterst slechte daden. Niet alleen de duivel en zijn engelen, maar ook degenen die de woorden van Jezus niet hebben opgevolgd zullen in de hel worden geworpen (evangelie van Mattheüs, 25, 41; Openbaringen, 14, 11). De zonde heeft catastrofale gevolgen van vijandschap tegen God, ook de 'kleinste' zonde gaat niet samen met het dienen van God.
  • De hel is eeuwig, niet tijdelijk. Jezus stelt het tegenover het eeuwige leven (evangelie van Mattheüs, 25, 46); in Openbaringen wordt gezegd dat het "in de eeuwen der eeuwen" zal branden (14, 11). In de Bijbel wordt "eeuwigheid" wel eens gebruikt voor een onafzienbare tijd, echter, de uitdrukking in Openbaringen is sterker en staat voor een meest onafzienbare tijd.
  • Het is een pijniging of kwelling, niet gewoon maar een vernietiging. Jezus spreekt van een eeuwige pijn (evangelie van Mattheüs, 25, 46) en van tekenen van wroeging (evangelie van Mattheüs, 25, 30).

Hoe kan zoiets samengaan met de boodschap van verlossing? God gaf zelfs Zijn Zoon over om gedood te worden uit liefde voor de wereld, hoe kan de hel bestaan met de onpeilbare genade van God?

God is namelijk barmhartig en wil niet het kwade, en Hij is rechtvaardig en zal niet meer straffen dan rechtvaardig is. En hoe zou God onze Schepper anders willen dan het behoud van Zijn schepping? Heel de geschiedenis door heeft God zich niet als onverzoenlijk getoond. Een voorbeeld is de oordeelsprofetie van Jona aan Ninevé: God wendde het oordeel af toen de mensen van Ninevé zich bekeerden, hoewel Jona probeerde zijn taak te ontvluchten zodat God Ninevé, de vijand van Israël, zou vernietigen (bijbelboek Jona). Een ander voorbeeld zijn de straffen over Israël: die waren niet als genoegdoening, maar bedoeld om Israël terug te brengen, en God zal zich dan ook ontfermen, zoals bijvoorbeeld in het bijbelboek Deuteronomium en in profetieën van Ezechiël te lezen is (maar ook in alle profetieën). Waar het gaat over Gods 'wraak' in de Bijbel gaat het over het herstel van recht, niet over wraakzucht en haatdragendheid (zie 'Wie is als Gij?', dr. H.G.L. Peels, 2007).

Ook is het opmerkelijk dat er in Openbaringen, als er gesproken wordt van genoegdoening aan de vijanden van de kinderen van God, gesproken wordt van een gelijke vergelding (13, 10) of dubbele vergelding (18, 6), dus niet van een 'oneindige vergelding'. Deze vergelding staat dus niet gelijk aan de eeuwige pijn. De uitoefening van de toorn van God wordt genoemd in zeven plagen die voorafgaan aan het oordeel van de hel (Openbaringen, 15). Het is dus de vraag of je de hel de toorn van God kunt noemen. De eeuwige pijn wordt een 'oordeel' (Gr. δίκη, κρίσις) genoemd, niet een 'vergelding' (Gr. ἀποδίδωμι) of 'toorn' (Gr. θυμος). De hel is dus niet een eeuwige vergelding voor wat anderen misdaan is.

Het is om deze redenen niet gek dat Origenes geloofde dat de hel tijdelijk was (een opvatting die als onbijbels werd veroordeeld). In de woorden van God in de Bijbel lezen we het echter anders, zoals hierboven aangetoond: de hel is wél eeuwig. Hoe kunnen we deze twee dingen met elkaar rijmen?

Er zijn twee mogelijkheden waar we aan kunnen denken:
  1. De zonde, overtreding tegen het goede en tegen God onze Schepper, is zó groot dat er niet anders dan een eeuwige straf tegenover kan staan.
  2. Er is geen mogelijkheid van terugkeer uit de hel. De onmogelijkheid van verzoening ligt dan niet aan de kant van God maar aan de kant van de mens.

Daarnaast kunnen we het vuur van de hel zien als dat wat er overblijft als God Zijn goedheid wegneemt. Er lijken maar twee mogelijkheden te zijn: het kwaad te vernietigen of het kwaad voort te laten bestaan. De wereld zoals we die nu kennen, blijft bestaan door Gods genade, maar gaat diep gebogen onder het oordeel van het kwaad en de verwachting van Gods Koninkrijk (brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Rome, 8, 22). Het is onmogelijk om te leven zonder Gods genade, dus hoe zou er iets verkwikkends kunnen zijn in de hel, tenzij God een nieuwe wereld vol onrecht zou scheppen?

Voor christenen wordt het ook duidelijk dat als God hun zonden niet had vergeven, zij zelf ook eeuwig van God verlaten zouden hebben moeten worden. "Als U, HEERE, op de ongerechtigheden let, Heere, wie zal bestaan?" (Psalm 130)

Omdat wij mensen met een beperkt begrip zijn, is het moeilijk te beoordelen welke opvattingen er juist zijn. Het is ook niet nodig; voor mij en u geldt dat we ons moeten haasten om met God verzoend te worden! Die verzoening is mogelijk door de onuitsprekelijke genade van God:
Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. (evangelie van Johannes, 3, 16-18)