Posts tonen met het label christendom. Alle posts tonen
Posts tonen met het label christendom. Alle posts tonen

vrijdag 26 juni 2020

Exclusief geloof

Waarom is het geloof in Christus zo exclusief? Dat wil zeggen: waarom sluit het geloof in Christus het geloof in andere goden zoals de hindoestaanse goden of andere profeten zoals Mohammed uit? Waarom denken en zeggen christenen dat het geloof in Christus het enige ware geloof is, en proberen ze er anderen ook toe over te halen?

Om te beginnen, exclusief geloof betekent niet geweld en dwang. Hoewel de Heere Jezus geweld tegen niet-gelovigen verbiedt (Hij zegt zelfs: heb je vijanden lief, zegen wie je vervloeken, bid voor degenen die je geweld doen, Luk. 6) zijn er in de naam van Christus andersgelovigen vervolgd en gedood. Dat is een houding die absoluut niets met het geloof in Jezus te maken heeft. Wie in Jezus gelooft, moet doen wat Hij zegt. Ieder die geweld in de Naam van God verafschuwt, heeft gelijk. Jezus gebiedt iedere gelovige geen geweld te gebruiken tegen de vijanden van christenen, maar het eindoordeel van God af te wachten.

Maar ook zonder dat christenen geweld gebruiken, kan het als vervelend ervaren worden dat christenen anderen willen getuigen over Jezus, dat ze te pas en te onpas over Hem vertellen, dat ze zeggen dat een ander geloof een leugengeloof is waarmee je niet in het rijk van God kunt komen. Wat geeft ze het recht? Sterker nog: waarom voelen ze zich ertoe verplicht?

Er zijn volgens mij twee aspecten van 'exclusief geloof':
  1. Het eerste is het geloof dat er maar één God is: Jehova, en Jezus de Christus, Gods Zoon.
  2. Het tweede is dat christenen ervan overtuigd zijn dat ze dit heel zeker weten, dat het niet 'misschien zo is' en dat andere mensen het ook wel bij het rechte eind zouden kunnen hebben. Ik weet het zeker en heb geen twijfel, of liever: als ik twijfel heb, belijd ik nog steeds Gods Naam en zeg ik: U kent mij!
Je zou het eerste een 'ontologisch' aspect kunnen noemen, hoe de dingen zijn, en het tweede een 'epistomologisch' aspect, hoe we de dingen kennen.

Als je niet eens bent met dat christenen van Jezus getuigen als de enige Weg, kan dat dus om twee redenen zijn:
  1. Òf je denkt dat er niet één God is, maar dat er meerdere zijn, of dat Jezus Christus niet Zijn enige Zoon is en onze Verlosser;
  2. Òf je vindt dat niemand kan zeggen dat ze iets zeker weten over God. Niemand mag zeggen: ik weet het zeker, iedereen moet zeggen: ik geloof het, maar ik zou het mis kunnen hebben.

Zoals je ziet zijn deze twee tegenargumenten tegen 'exclusief geloof' ook maar meningen. Maar ik wil me er niet zó makkelijk van af maken dat ik zou zeggen: dus mag niemand klagen als een christen zegt dat Jezus de enige Weg is. Want je zou de klacht kunnen inbrengen dat het geloof dat niemand iets met zekerheid over God kan zeggen, meer bescheiden en minder vriendelijk is dan dat je zegt: Ik weet dat Jezus de Zoon van God is. Je zou kunnen zeggen: "De mening van een christen die zegt dat Jezus de enige Weg is, is onbescheidener en minder vriendelijk dan mijn mening dat je het niet zeker kunt weten, dus deze onbescheiden en ongemakkelijke, minder onvriendelijke mening moet je veranderen." Het is ironisch dat er ook in deze gedachte een soort bekeringszin zit: je wilt getuigende christenen bekeren zodat ze Jezus niet meer belijden als de enige Weg.

Maar er is meer onderbouwing mogelijk voor het getuigen van Jezus als de enige Weg, en het belijden dat je dat zeker weet. Als christen geloof je in Jezus als de enige Weg, de Waarheid en het Leven omdat Jezus dat zelf zegt (Joh. 14)! En we belijden dat er één God is en dat je geen andere goden tegelijk kunt dienen omdat God Zelf zegt: Je zult je geen andere goden voor Mij hebben (Ex. 20). Of denk aan de andere woorden van God: "Wend je naar Mij toe, word behouden, alle einden van de aarde, want Ik ben God en niemand anders" (Jes. 45).

Dat geeft genoeg grond voor de eerste overtuiging, dat Jezus de enige Weg is. Maar welke onderbouwing is er voor de tweede overtuiging: Dat je dit als christen zeker weet, en geen ruimte laat voor twijfel? Zegt Jezus of God in de Bijbel ons hier ook iets over? Ja, luister maar: "Je zult Jehova, je God, liefhebben met heel je hart, heel je ziel, en heel je verstand" (Mat. 22). Liefhebben met heel je hart en ziel en verstand laat geen ruimte voor twijfel. "Maar houd het dan toch alsjeblieft voor jezelf!" zul je misschien zeggen. Dat zou kunnen als Jezus er niet op laat volgen: "Je zult je medemens liefhebben als jezelf". Als je een man op een afgrond af ziet lopen, waarschuw je hem toch en schreeuw je naar hem dat hij zo meteen inde diepte stort als hij niet stopt? Zo beleeft een christen het ook. Zo zegt Jezus het ook: "Opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat" (Joh. 3). Ja, ieder die niet in Jezus gelooft gaat verloren! Een christen moet daarbij geen beschuldigende, veroordelende houding hebben, maar gericht op redding: "God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden" (Joh. 3).

Andere woorden die over zekerheid gaan en aansporen tot getuigen:
  • "In Zijn Naam moet onder alle volken bekering en vergeving van zonden gepredikt worden" (Luk. 24)
  • Jezus noemt zelfs de verdeeldheid die het getuigenis over Hem zal oproepen (Luk. 12)
  • "Wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal verloochend worden voor de engelen van God" (Luk. 12)
Het belijden dat Jezus dé Weg is niet maar een detail. Het is een gevecht op leven en dood voor ieder mens die op de wereld is.

Je zegt misschien: "Maar dat is allemaal een cirkelredenering. Je baseert je mening over de zekerheid van de Bijbel op de Bijbel zelf." Dat klopt. We geloven dat Jezus echt geleefd heeft, dat de woorden van God tot ons zijn gekomen. Niet onredelijk trouwens: we geloven het met veel getuigen en niet in strijd met de bewijzen die we hebben. Maar het is inderdaad een overtuiging, een mening zo je wilt. Toch maakt dat het geloof niet ongeldig of onredelijk. Elke overtuiging is uiteindelijk gebaseerd op andere, en we proberen niemand op enkel en alleen redelijke gronden te overtuigen van het geloof in Jezus. Geloven in God is geen droge optelsom. Geloof in je Schepper en Verlosser is een levensverandering.

Dus als je een christen tegenkomt die zegt: "Ik weet het niet zo zeker, misschien zijn er wel meer goden, misschien is de God van de Bijbel hetzelfde als de hindoestaanse goden, misschien bedoelen Mohammed en Jezus hetzelfde", dan is dat geen volgeling van Jezus en hoort hij niet bij Jezus. Zo iemand is volgens Jezus op een rampzalige weg beland.

Misschien zeg je: "Wat een vreselijk geloof is dat. Zo'n overtuiging is een ramp voor de mensheid. Het zou beter nooit bestaan kunnen hebben." Maar lieve medemens, dat is precies waar de duivel je van overtuigen wil. Maar het is een overtuiging die je regelrecht de afgrond in laat lopen - onder vriendelijk gezang dat alle geloven gelijk zijn. Het is geen vriendelijke overtuiging, maar een moordende overtuiging.

Een laatste punt: het 'exclusieve' geloof in Jezus als de Weg is alleen 'exclusief' in het uitsluiten van andere geloven, maar het is niet 'exclusief' in de zin dat er mensen uitgesloten worden om tot Jezus te komen. Daarin is het juist 'inclusief': God sluit geen mensen uit, hoogstens kunnen mensen zichzelf uitsluiten door God te verwerpen. Dus 'exclusief geloof' betekent voor het christelijk geloof dat het andere geloven uitsluit, maar niet mensen uitsluit.

Laten we luisteren naar wat Jezus zegt: "Bekeer je, want het Koninkrijk van de hemel is dichtbij!" (Mat. 4) En met Gods woorden door de profeten: "Wend je naar Mij toe, word behouden, alle einden van de aarde, want Ik ben God en niemand anders" (Jes. 45)

vrijdag 15 mei 2015

Hemelvaart - Verandering van dimensies

Voor een christen, iemand die Jezus Christus als Zoon van God en Verlosser erkent, is het leven verwarrend anders. Dat wordt niet altijd zo ervaren, maar zou eigenlijk wel moeten. Op de dag van hemelvaart (gisteren 15 mei), waarin herdacht word dat Jezus bij Zijn Vader in de hemel is opgenomen na Zijn opstanding, wordt dat meest duidelijk.

Op zich is het te verwachten dat dingen anders zijn als je gelooft en erkent dat Jezus Christus de Verlosser en Zoon van God is, van God de Vader die de Schepper van heel de aarde en jezelf is. Toch is het goed om te realiseren:
  • Tijd is anders. Voor God zijn een dag als duizend jaren en duizend jaren als een dag (tweede brief van de apostel Petrus, 3:8). Elk ogenblik omvat alles. Maar ook wat wij als lange tijd rekenen is relatief ten opzichte van de eeuwige tijd van God. Daarom is de wederkomst van Christus niet over lange tijd, maar 'morgen', en kan er elk ogenblik, elke dag, met verwachting naar worden uitgezien die niet beschaamd zal worden.
  • Plaats is anders. God is elk moment dichtbij, zoals de hemel de aarde bedekt (zie ook deze eerdere blog 'Waar is de hemel?').
  • Relaties zijn anders: voor een christen is er een band met de onzichtbare (maar wel gekende) God en Vader. Maar ook met Jezus Christus hun Heer en Koning, die ze niet hebben gezien maar van Wie ze wel de daden en woorden weten. Er is ook kennis van de Geest van God die alleen gekend kan worden uit het resultaat van Zijn werk, namelijk verandering van het leven van een mens. Van daaruit is er ook een band met de medechristenen die broeders en zusters genoemd worden als handen en voeten van één lichaam van Christus.

Deze dingen komen terug in de laatste woorden van Jezus aan zijn discipelen:
"Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld." (evangelie van Mattheüs, 28, 18-20)
Amen!

zaterdag 20 juli 2013

Iedere ketter heeft zijn letter

De naam van Christus wordt misschien aangetast omdat er zoveel mensen zijn die zich 'christen' noemen die elk andere opvattingen over het leven hebben. Vandaar ook het spreekwoord: "Iedere ketter heeft zijn letter", met andere woorden: "Alle verschillende gelovigen beroepen zich op een woord uit de Bijbel". Dat roept de vraag op: wanneer ben je echt christen?

Ik zal uit de woorden van Christus proberen aan te wijzen wat noodzakelijk is om echt christen te zijn:
  1. Je moet de woorden van God niet alleen horen maar ook doen. Dat betekent: zich bekeren, en het Evangelie geloven. Als we de leefregel die God zelf heeft gegeven niet houden (namelijk God als onze Vader boven alles lief te hebben en onze medemens lief te hebben als onszelf), zal er een onbarmhartig oordeel over ons komen als we Gods wil geweten hebben maar niet gedaan.
  2. Je moet niet zelfingenomen zijn. Jezus Christus vertelt aan zijn volgelingen het verhaal van de farizeeër en de tollenaar. De farizeeër staat in de tempel en dankt God dat hij niet is zoals andere mensen, maar veel beter. De tollenaar belijdt echter zijn zonden voor God, en gaat daarom rechtvaardiger naar huis terug. We moeten niet denken dat onze goede daden de hemel verdienen, maar onze verlossing in het lijden en de opstanding van Christus zoeken.
  3. Je moet bij de kern van het Evangelie blijven en geen dingen erbij verzinnen. In de brieven van de apostelen blijkt dat er bij de eerste gemeentes die het Evangelie van Christus aannamen al heel wat mensen waren die het Evangelie naar hun eigen smaak veranderden of er dingen aan toevoegden. In de loop van de tijd zijn dat er niet minder geworden, dus wees op je hoede dat je er zelf niet een van bent.
  4. Je moet het rijk van God verwachten. Jezus Christus roept op om als het ware niet te slapen maar wakker te blijven in het verwachten van de toekomst van het rijk van God. Begeerte naar geld of andere dingen kunnen makkelijk de verwachting van het rijk van God verstoren.
  5. Je moet God niet dienen alleen uit vrees maar ook uit liefde. Christus wilde dat zijn volgelingen God hun Vader leerden noemen, zoals Christus als Zoon van God tot Zijn Vader bad. Geloven en leven zoals God het wil is leeg als de liefde ontbreekt. Er kunnen nog zoveel verschillende gaven zijn om God te dienen, als de liefde ontbreekt, ben je niets, schrijft de apostel Paulus. En hoe zouden we onze medegelovigen liefhebben als we God niet liefhebben?

Nu moet u niet denken dat ik probeer met deze voorwaarden een groep mensen te selecteren die het best bij me past. Zoals gezegd gaat het om wat Christus tot ons heeft gezegd. En het is niet zo dat deze voorwaarden alleen maar op één soort christenen toe te passen zijn. Door de genade van God en door Zijn Heilige Geest is het mogelijk om te leven met God, van welke afkomst je ook bent. Daarom alleen God de eer!

dinsdag 1 maart 2011

Geloof, behoeften, en atheïsme

Soms kom ik argumenten tegen voor atheïsme die ongeveer zo gaan:
  1. Geloof voldoet een bepaalde menselijke behoefte;
  2. Die menselijke behoefte wordt zonder geloof niet voldaan;
  3. Dus is het geloof (niet meer dan) het ingaan op een bepaalde behoefte, terwijl zonder geloof die behoefte terecht wordt tegengestaan.
Natuurlijk is dit geen logische redenering: de vooronderstelling is al dat geloof (of die behoefte) niet klopt of minderwaardig is. Maar dat tegenstaan van een bepaalde behoefte geeft het atheïsme een bepaalde heroïsme, een bepaalde hoogstaandheid. Voor het ingaan op een behoefte is namelijk geen rationaliteit nodig, voor het weigeren van een behoefte is wel rationaliteit nodig. (Ik hoef dus niet te zeggen dat dit tegenargument me keer op keer enigszins uit het veld slaat...)

Voorbeelden van die behoeften die geloof voldoet zijn:
  • de behoefte aan een universele waarheid, een moreel niet-relatief fundament (zie bijv. dit artikel in Trouw voor de suggestie);
  • de behoefte aan iets wat niet wijzigt met de tijd, iets wat vast staat (tegenover de altijd wijzigende omstandigheden van de tijd);
  • de behoefte aan een almachtige God;
  • etc. etc.
En inderdaad, een gelovige voelt het geloof als een vervulling van deze dingen.

In tegenstelling tot atheïsten zijn gelovigen dus niet zo rationeel heroïsch dat ze al deze behoeften tegenstaan.
Echter, een gelovige zal zeggen: de behoefte naar het bestaan van God is juist het enige redelijke (in contrast met rationele) wat de mens nog over heeft. Als we geloven dat God bestaat en de mens heeft gemaakt, is die behoefte gegrond in een waarheid: dat de mens zichzelf niet kan handhaven.

Maar hoe kan een gelovige deze suggestie nog meer tegenspreken? Stellen dat er in het christelijke geloof geloofszaken zijn die tegen menselijke behoeften en wil ingaan? Kierkegaard heeft geschetst hoe bij een echt christelijk geloof een totale omwenteling van normale menselijke behoeften nodig is: het Evangelie is geen verhaal dat voldoet aan menselijke verwachting en behoeften (zie mijn eerdere bericht daarover).
Of stellen dat het atheïsme ook behoeften voldoet, bijvoorbeeld de behoefte dat er geen God is aan wie we onderworpen zijn?

Liever denk ik fundamenteler vanuit de ene premisse die ik in het begin noemde: de verdediging van het atheïsme als rationeel superieur is niet anders dan een rechtvaardiging van het atheïsme dat al een vooronderstelling is. Iedereen, zowel gelovigen als niet-gelovigen, ontwerpen rationele rechtvaardigingen van hun standpunt. Het argument tegen geloof als niet rationeel superieur komt voort uit niet hebben geloofd dat God waarheid is. En stel dat de barmhartige, rechtvaardige en eeuwige God van het christendom bestaat, dan is dat atheïsme verschrikkelijk. Aanleiding voor een gelovige om te vragen of God die harten wil veranderen.

woensdag 29 september 2010

Procul o procul este profani

Dit motto ("weg, weg, onreinen"), ontleend aan Vergilius' Aeneis, staat boven het boekje 'Oefening in christendom' wat 'Anti-climacus', in de geschiedenis bekend als Søren Kierkegaard, in 1848 schreef. Ik weet niet of Kierkegaard het spottend bedoelde (dat het gevestigde christendom net als het heidendom zo mensen op afstand houdt) of juist als motto: bij het echt spreken over God moet het profane ophouden!

Net als we Kant kennen van zijn kenkritische waarde kennen we Kierkegaard als degene die het hegeliaanse gedachtegoed bespotte en het graag over paradoxen had. Tenminste, dat was mijn vooroordeel. Inmiddels ben ik in Kierkegaard een scherpe en eerlijke schrijver gaan waarderen, die ook wel eens tussendoor spot met hegeliaanse ideeën, en dat soms door een paradox te gebruiken, maar die toch vooral zijn lezers confronteert met de levensvragen. En bij 'Oefening in christendom' gaat het om de kern van christelijke filosofie: Jezus Christus, Gods Zoon, en toch vernederd mens. Ik wil iedereen die vragen heeft bij het christendom als: Hoe komt het christendom erbij Jezus God te noemen? aanbevelen toch in ieder geval 'Oefening in christendom' nr. I te lezen.

Het gaat Kierkegaard er niet zozeer om wijsgerige denkbeelden aan te vechten of te construeren, het gaat hem er vooral om de mens wakker te schudden uit de valse rust waarin hij -- hetzij filosofisch, hetzij religieus, hetzij sociaal -- zich bevindt. Daarbij begint hij met de uitnodiging van Jezus: "Komt tot mij, allen die vermoeid en belast zijn, en ik zal u rust geven" (Mattheüs 11:28).

Kierkegaard wijst aan dat de meeste mensen Jezus' leven als historische passage zien, en rekenen vanuit de gevolgen. Allen die uit de ontwikkeling van de eeuwen na Christus willen afleiden dat hij God is, zijn op het verkeerde spoor. Die historische beschouwing doet totaal onrecht aan elk geloof dat Christus God is, en schept een steriele afstand tot de realiteit van Zijn leven. Kierkegaard schrijft dus (uit 'Oefening in christendom', vertaald door drs. P.Th. Van Reenen, uitgeverij Bijleveld, Utrecht):

"Dus laat ons over Hem praten, zoals gelijktijdigen over een gelijktijdige praten. Ik weet wel wat ik doe; en geloof me, de aangeleerde, door dressuur verkregen, doezelige wereldhistorische waan, krachtens welke men zo steeds met een zekere eerbied over Christus spreekt, daar men immers uit de geschiedenis zo te weten is gekomen en zoveel ervaan gehoord heeft, dat Hij toch zo iets groots geweest moet zijn -- die eerbied is geen duit waard, ze is gedachteloosheid en schijnheiligheid, en in zoverre godslastering. Want het is godslastering, gedachteloze eerbied te hebben voor Hem, in wie men of geloven moet, of aan wie men zich moet ergeren." (p.39)


Voor meerdere dergelijke perspectieven op Jezus als mens raad ik aan het boek te lezen. Kierkegaard laat duidelijk zien op wat voor gronden mensen Jezus als God zullen verwerpen. Daarmee geeft hij wel één kant van de zaak weer: de kant van de overtuiging, de bekering, het geloof in Jezus laat hij buiten beschouwing. Dat maakt dat 'Oefening in christendom' heel anders leest dan de Bijbelse evangeliën: op een andere manier confronterend, meer als een antiboodschap dan als een goede boodschap. Maar dat is al zichtbaar aan de naam van de schrijver: 'Anti-climacus'.

Bij Kierkegaard is 'menselijk' een vies woord wat gevestigde klasse, honoreren van rijkdom en eer, gewoontes die de kloof tussen rijk en arm niet doorbreken inhoudt. Jezus' leven was radicaal anders: niet met oog op eigen toekomst, maar medelijdend (in de goede zin van het woord) midden tussen degenen die zijn hulp echt nodig hadden.

Kierkegaard sluit zijn eerste deel van 'Oefening in christendom' af met een kenschets van het Evangelie als het Absolute:

Met de uitnodiging aan allen, 'die vermoeid en belast zijn', is het christendom niet, zoals de dominee het snikkend en onwaar bij de mensen introduceert, in de wereld gekomen als een pracht-exemplaar van milde troostgronden -- maar als het Absolute. Het is uit liefde dat God zo wil, maar het is ook God die wil, en Hij wil wat Hij wil. Hij wil niet door de mensen veranderd worden en een lieve - menselijke God zijn: Hij wil de mensen veranderen, en dat uit liefde.