- We zijn sterfelijk en kwetsbaar. Waar we ons eerst, als we rijk en onbezorgd in Nederland leefden, nergens druk om maakten, vrezen we nu voor ziekte en voor ons leven. We zien dat onze medische wetenschap niet altijd kan helpen. Behandelingen helpen niet en wetenschap weet het antwoord niet op alles.
- Er is alleen troost in het geloof in Jezus. De pandemie zorgt voor verdriet, angst en frustratie. Een naturalistisch wereldbeeld 'werkt' als alles voorspoedig gaat, maar bij onzekerheid en ziekte biedt het weinig of geen troost. Ook een oppervlakkig geloof in God biedt weinig troost. Pas in het gezicht van de lijdende Zoon van God, Jezus Christus, is er troost in deze moelijke tijd. Hij zal in een wereld van ziekte en dood en onmacht het Vrederijk brengen, wanneer Hij terugkomt op de wolken van de hemel.
- Spreken over God is taboe. Wat opvalt is dat terwijl iedereen geschokt is in zijn vertrouwen in de menselijke macht over de natuur, dat er toch met geen woord over God gerept wordt. Premier en koning roepen vooral op om het vertrouwen in de menselijke macht over de natuur terug te vinden. Er is geen ruimte voor twijfel, geen ruimte voor geloof behalve het geloof in jezelf.
Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen
vrijdag 18 december 2020
COVID-19 en troost
We bevinden ons in een tweede golf van de COVID-19 pandemie. Wat doet het met ons? Wat ervaren en leren we in deze tijd van de daden van God?
vrijdag 3 november 2017
Effectief christen-zijn
Eerder schreef ik over een christelijk perspectief op de drie eerste principes uit het boek 'The seven habits of highly effective people' van Stephen R. Covey. Het tweede deel van het boek van Covey gaat over hoe je met anderen goed samenwerkt om iets te bereiken. Hoe moet je daar als christen tegen aankijken?
De principes van Covey voor samenwerken zijn:
Welke principes uit de Bijbel en uit het onderwijs van Jezus hebben hiermee te maken?
Allereerst is het opvallend dat er een verschil is tussen hoe God tot ons sprak vóór de komst van Jezus, en daarna. Vóór de komst van Jezus sprak God tot enkele personen (zoals Mozes, of David, of Elia) die Zijn boodschap doorgaven aan de rest. Er was minder sprake van samenwerken dan van leiden, leiderschap die van Gods Geest kwam.
Ná de komst van Jezus staat er dat de leiding van Gods Geest aan iedereen wordt gegeven: aan jong en oud, aan alle posities in de samenleving (Joël 2, 28). Dat betekent niet dat er aan leiderschap een einde komt, maar wel dat het minder voorop staat. Jezus zelf gaf het voorbeeld van dienend leiderschap: Hij die Gods Zoon is, de Schepper die naar Zijn schepping kwam om die te verlossen, liet ons zien hoe we elkaar moeten dienen. Bij de laatste maaltijd voordat Hij zou sterven aan het kruis, stond Jezus op van de tafel om de voeten van zijn discipelen te wassen.
De principes van samenwerking die Jezus ons toont zijn heel gevoelig (benoemen existentiëlere aspecten van samenwerken dan Covey):
Het is belangrijk te beseffen dat echte ruimte voor het liefhebben van je naaste er pas is als je God boven alles liefhebt. Anders blijf je toch maar op je eigen dingen gericht. Dat kun je leren uit het antwoord van Jezus op de vraag: "Wat is het grootste gebod?":
De principes van Covey voor samenwerken zijn:
- "Denk win-win": zoek naar de motivatie van anderen en combineer die met die van jezelf.
- "Zorg ervoor dat je eerst begrijpt, daarna om begrepen te worden": luister eerst goed naar de ander voordat je met je advies of oordeel komt.
- "Zoek synergie": wees open voor nieuwe mogelijkheden die ontstaan bij de samenwerking met anderen.
Welke principes uit de Bijbel en uit het onderwijs van Jezus hebben hiermee te maken?
Allereerst is het opvallend dat er een verschil is tussen hoe God tot ons sprak vóór de komst van Jezus, en daarna. Vóór de komst van Jezus sprak God tot enkele personen (zoals Mozes, of David, of Elia) die Zijn boodschap doorgaven aan de rest. Er was minder sprake van samenwerken dan van leiden, leiderschap die van Gods Geest kwam.
Ná de komst van Jezus staat er dat de leiding van Gods Geest aan iedereen wordt gegeven: aan jong en oud, aan alle posities in de samenleving (Joël 2, 28). Dat betekent niet dat er aan leiderschap een einde komt, maar wel dat het minder voorop staat. Jezus zelf gaf het voorbeeld van dienend leiderschap: Hij die Gods Zoon is, de Schepper die naar Zijn schepping kwam om die te verlossen, liet ons zien hoe we elkaar moeten dienen. Bij de laatste maaltijd voordat Hij zou sterven aan het kruis, stond Jezus op van de tafel om de voeten van zijn discipelen te wassen.
"Ziet u in wat Ik aan u gedaan heb? U noemt Mij Meester en Heere, en u zegt het terecht, want Ik ben het. Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, moet ook u elkaars voeten wassen. Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u zult doen zoals Ik voor u heb gedaan. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Een dienaar is niet meer dan zijn heer, en een gezant niet meer dan hij die hem gezonden heeft. Als u deze dingen weet, zalig bent u als u ze doet." (Johannes, 13)
De principes van samenwerking die Jezus ons toont zijn heel gevoelig (benoemen existentiëlere aspecten van samenwerken dan Covey):
- Laat zien hoe groot God is in je leven: wees volmaakt, wees geduldig, zoek rechtvaardigheid, wees vreedzaam, wees rein van hart, wees barmhartig
- Wees nederig en dien de ander; veroordeel eerst jezelf voordat je anderen veroordeelt
- Heb je naaste lief als jezelf, zelfs mensen die je minder liggen of zelfs vijandig gezind zijn, zoals ook God de zon laat opgaan over goede en slechte mensen; vergeef zoals God jouw vergeven heeft
- Wees (als volgelingen van Jezus) ondanks alle verschillen en imperfecties één met God en één met elkaar
- Vertel alle mensen het evangelie van Jezus
Het is belangrijk te beseffen dat echte ruimte voor het liefhebben van je naaste er pas is als je God boven alles liefhebt. Anders blijf je toch maar op je eigen dingen gericht. Dat kun je leren uit het antwoord van Jezus op de vraag: "Wat is het grootste gebod?":
Een wetgeleerde vroeg om Hem te verzoeken: Meester, wat is het grote gebod in de wet?
Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. (Mattheüs, 22, 35-39)
Labels:
leven,
samenleving,
Stephen Covey
vrijdag 15 september 2017
De drie eerste principes van christen-zijn
Het boek 'The seven habits of highly effective people' van Stephen R. Covey is een invloedrijk boek geweest op het gebied van leiderschap en zelfmanagement. Het boek begint met een belangrijk principe: "Inside-out", ofwel: de wereld verbeteren begint bij jezelf. Voor een christelijke levenshouding vind ik het relevant om te kijken hoe bepaalde principes zich tot het christelijk geloof verhouden. Hoewel Covey lid was van de Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen, zijn de zeven principes seculier geformuleerd.
De zeven principes zijn:
Zoals al gezegd zijn deze principes seculier geformuleerd. Hoe verhoudt dat zich tot principes van leven die God ons in de Bijbel leert? Ik vind het mooi om het te vergelijken met het onderwijs van Jezus in de toespraak op de berg (evangelie van Mattheüs, 5-7). Dat gaat vooral over de eerste 3 principes, dus degenen die Covey onder "private victory" schaart.
Deze toespraak van Jezus begint met het tweede principe, namelijk het doel voor ogen. Dat doel is het Rijk van God, dus dat principe is: Zoek eerst het Rijk van God. De eerste uitspraken van Jezus beginnen met "Gelukkig ben je als ..." (5, 1-12). Deze uitspraken gaan erover om alles opzij te zetten voor het Rijk van God. Als christen heb je een opdracht om de wereld anders te maken door naar de geboden van God te leven. Je hebt een missie. "Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken" (5, 13-16). Een derde onderdeel van dit doel voor ogen is dat we ons verdiepen in de Bijbel die God heeft gegeven om ons doel aan te wijzen. Lees de Bijbel en houd Gods geboden. (5, 17-19)
Het tweede deel van de toespraak van Jezus gaat over het in praktijk brengen van dat doel (5, 20-6, 34), wat overeenkomt met het tweede en derde principe. Er zijn verschillende aspecten te noemen, bijvoorbeeld: Ga niet automatisch met de traditie of met de algemene opinie mee. (5, 20) Handel nu meteen. (5, 25) Zet alles opzij voor het belangrijkste. (5, 29-30) Wees volmaakt. (5, 48) Leef niet om door anderen gezien te worden. (6, 1-18) Dien geen twee heren. (6, 19-24) Wees niet bezorgd. (6, 25-34)
Het derde deel gaat over proactief zijn, het eerste principe. Eerst wordt genoemd dat het oordelen van anderen ook het oordelen van onszelf is. Oordeel niet. (7, 1-6) Het tweede aspect van proactief zijn is bidden tot God. We moeten vertrouwen dat God ons geeft wat we vragen. Bid, en u zal gegeven worden. (7, 7-11) Het derde aspect van proactief zijn is dat we strijden om in het Rijk van God binnen te gaan. We moeten de woorden van God niet alleen horen, maar ook doen. We moeten horen en doen. (7, 13-27)
Samenvattend zijn deze principes dus:
In het centrum van de toespraak van Jezus staat het gebed dat hij aan ons geleerd heeft, en dat dit alles bevat (6, 9-13):
P.S. Op de vier laatste principes van Covey hoop ik een andere keer terug te komen.
De zeven principes zijn:
- "Wees proactief": laat je niet leiden door omstandigheden of door anderen, maar wees ervan bewust dat je aan de meeste dingen iets kunt doen.
- "Begin met het doel voor ogen": denk er goed over na wat je nu eigenlijk wilt.
- "Zet het belangrijkste voorop": breng wat je wilt ook in praktijk door je leven te organiseren.
- "Denk win-win": zoek naar de motivatie van anderen en combineer die met die van jezelf.
- "Zorg ervoor dat je eerst begrijpt, daarna om begrepen te worden": luister eerst goed naar de ander voordat je met je advies of oordeel komt.
- "Zoek synergie": wees open voor nieuwe mogelijkheden die ontstaan bij de samenwerking met anderen.
- "Houd de zaag scherp": zorg ervoor dat je zelf in conditie blijft, zowel fysiek als mentaal, emotioneel en spiritueel.
Zoals al gezegd zijn deze principes seculier geformuleerd. Hoe verhoudt dat zich tot principes van leven die God ons in de Bijbel leert? Ik vind het mooi om het te vergelijken met het onderwijs van Jezus in de toespraak op de berg (evangelie van Mattheüs, 5-7). Dat gaat vooral over de eerste 3 principes, dus degenen die Covey onder "private victory" schaart.
Deze toespraak van Jezus begint met het tweede principe, namelijk het doel voor ogen. Dat doel is het Rijk van God, dus dat principe is: Zoek eerst het Rijk van God. De eerste uitspraken van Jezus beginnen met "Gelukkig ben je als ..." (5, 1-12). Deze uitspraken gaan erover om alles opzij te zetten voor het Rijk van God. Als christen heb je een opdracht om de wereld anders te maken door naar de geboden van God te leven. Je hebt een missie. "Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken" (5, 13-16). Een derde onderdeel van dit doel voor ogen is dat we ons verdiepen in de Bijbel die God heeft gegeven om ons doel aan te wijzen. Lees de Bijbel en houd Gods geboden. (5, 17-19)
Het tweede deel van de toespraak van Jezus gaat over het in praktijk brengen van dat doel (5, 20-6, 34), wat overeenkomt met het tweede en derde principe. Er zijn verschillende aspecten te noemen, bijvoorbeeld: Ga niet automatisch met de traditie of met de algemene opinie mee. (5, 20) Handel nu meteen. (5, 25) Zet alles opzij voor het belangrijkste. (5, 29-30) Wees volmaakt. (5, 48) Leef niet om door anderen gezien te worden. (6, 1-18) Dien geen twee heren. (6, 19-24) Wees niet bezorgd. (6, 25-34)
Het derde deel gaat over proactief zijn, het eerste principe. Eerst wordt genoemd dat het oordelen van anderen ook het oordelen van onszelf is. Oordeel niet. (7, 1-6) Het tweede aspect van proactief zijn is bidden tot God. We moeten vertrouwen dat God ons geeft wat we vragen. Bid, en u zal gegeven worden. (7, 7-11) Het derde aspect van proactief zijn is dat we strijden om in het Rijk van God binnen te gaan. We moeten de woorden van God niet alleen horen, maar ook doen. We moeten horen en doen. (7, 13-27)
Samenvattend zijn deze principes dus:
- Zoek eerst het Rijk van God; je hebt een missie.
- Zet alles nu opzij voor het belangrijkste, wees volmaakt en niet bezorgd.
- We moeten horen en doen.
In het centrum van de toespraak van Jezus staat het gebed dat hij aan ons geleerd heeft, en dat dit alles bevat (6, 9-13):
Onze Vader, Die in de hemelen zijt.
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde.
Geef ons vandaag ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.
P.S. Op de vier laatste principes van Covey hoop ik een andere keer terug te komen.
Labels:
gebed,
leven,
management,
Stephen Covey
woensdag 18 mei 2016
Psalm 1 - Vreugde in de wet van God
Vorige en deze week schreef ik twee keer over Psalm 1, over de inhoud en de vergelijking met de filosofen Aristoteles en Epicurus. Deze keer wil ik de inhoud meer toepassen op het alledaagse leven.
Wat centraal staat in de psalm is het vinden van de vreugde in Gods wet:
"Gods wet" kun je hier best breed opvatten:
Waar komt die vreugde vandaan? Als je de psalm heel letterlijk leest zou je bijna denken dat er staat "door het dag en nacht bestuderen van de wet van God in de Bijbel". Een 'theoretische studievreugde' sluit echter bij weinig mensen aan. In plaats van theorie willen we doen! In plaats van het zoeken van God door studie van letters willen we God persoonlijk in ons hart ervaren!
De zo letterlijke manier van lezen is ook onjuist. Het gaat hier niet om het overdenken van het theoretische "reinen Vernunft", maar juist van het "praktischen Vernunft", om eens een onderscheid van Immanuel Kant te gebruiken. Dat zie je terug in de contekst waar het staat tegenover verkeerd leven. In psalm 1 gaat het om overdenken om het doen en niet om het denken zelf.
Het gaat dus wel degelijk om doen. Gaat het ook om God in ons hart ervaren? Ik meen van wel. Maar het is niet op de manier die je bij lifestylebladen vindt: zelf doen, zelf ervaren, waarbij iedereen zijn eigen god of God ontdekt. Het verschil is dat in Gods wet God aanwijst hoe we Hem kunnen ervaren, en dat God aanwijst wat we moeten doen om gelukkig te worden.
Het ervaren staat aangewezen in de godsdienstige feesten (en stond aangewezen in de offers die op het enige offer van Jezus Christus, Gods Zoon, wezen), en wijst Jezus zelf later aan in de sacramenten van doop en avondmaal. Het doen staat in de praktische wetten aan Israël maar ook in de brieven van de apostelen. En als we die volgen, vinden we niet alleen vreugde in wat we doen en navolgen maar ook in de uitkomst ervan.
Wat centraal staat in de psalm is het vinden van de vreugde in Gods wet:
Welzalig de man
(...) die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt.
"Gods wet" kun je hier best breed opvatten:
- De wetten van het dienen van God: feesten, offerdienst;
- Praktische wetten voor hygiëne, medische regels en spijswetten;
- De ethische wet van God in de tien geboden om God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf;
- Maar ook alle woorden die van God waren opgeschreven of door profeten worden uitgesproken.
Waar komt die vreugde vandaan? Als je de psalm heel letterlijk leest zou je bijna denken dat er staat "door het dag en nacht bestuderen van de wet van God in de Bijbel". Een 'theoretische studievreugde' sluit echter bij weinig mensen aan. In plaats van theorie willen we doen! In plaats van het zoeken van God door studie van letters willen we God persoonlijk in ons hart ervaren!
De zo letterlijke manier van lezen is ook onjuist. Het gaat hier niet om het overdenken van het theoretische "reinen Vernunft", maar juist van het "praktischen Vernunft", om eens een onderscheid van Immanuel Kant te gebruiken. Dat zie je terug in de contekst waar het staat tegenover verkeerd leven. In psalm 1 gaat het om overdenken om het doen en niet om het denken zelf.
Het gaat dus wel degelijk om doen. Gaat het ook om God in ons hart ervaren? Ik meen van wel. Maar het is niet op de manier die je bij lifestylebladen vindt: zelf doen, zelf ervaren, waarbij iedereen zijn eigen god of God ontdekt. Het verschil is dat in Gods wet God aanwijst hoe we Hem kunnen ervaren, en dat God aanwijst wat we moeten doen om gelukkig te worden.
Het ervaren staat aangewezen in de godsdienstige feesten (en stond aangewezen in de offers die op het enige offer van Jezus Christus, Gods Zoon, wezen), en wijst Jezus zelf later aan in de sacramenten van doop en avondmaal. Het doen staat in de praktische wetten aan Israël maar ook in de brieven van de apostelen. En als we die volgen, vinden we niet alleen vreugde in wat we doen en navolgen maar ook in de uitkomst ervan.
Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken,
die zijn vrucht geeft op zijn tijd,
waarvan het blad niet afvalt;
al wat hij doet, zal goed gelukken.
vrijdag 15 mei 2015
Hemelvaart - Verandering van dimensies
Voor een christen, iemand die Jezus Christus als Zoon van God en Verlosser erkent, is het leven verwarrend anders. Dat wordt niet altijd zo ervaren, maar zou eigenlijk wel moeten. Op de dag van hemelvaart (gisteren 15 mei), waarin herdacht word dat Jezus bij Zijn Vader in de hemel is opgenomen na Zijn opstanding, wordt dat meest duidelijk.
Op zich is het te verwachten dat dingen anders zijn als je gelooft en erkent dat Jezus Christus de Verlosser en Zoon van God is, van God de Vader die de Schepper van heel de aarde en jezelf is. Toch is het goed om te realiseren:
Deze dingen komen terug in de laatste woorden van Jezus aan zijn discipelen:
Op zich is het te verwachten dat dingen anders zijn als je gelooft en erkent dat Jezus Christus de Verlosser en Zoon van God is, van God de Vader die de Schepper van heel de aarde en jezelf is. Toch is het goed om te realiseren:
- Tijd is anders. Voor God zijn een dag als duizend jaren en duizend jaren als een dag (tweede brief van de apostel Petrus, 3:8). Elk ogenblik omvat alles. Maar ook wat wij als lange tijd rekenen is relatief ten opzichte van de eeuwige tijd van God. Daarom is de wederkomst van Christus niet over lange tijd, maar 'morgen', en kan er elk ogenblik, elke dag, met verwachting naar worden uitgezien die niet beschaamd zal worden.
- Plaats is anders. God is elk moment dichtbij, zoals de hemel de aarde bedekt (zie ook deze eerdere blog 'Waar is de hemel?').
- Relaties zijn anders: voor een christen is er een band met de onzichtbare (maar wel gekende) God en Vader. Maar ook met Jezus Christus hun Heer en Koning, die ze niet hebben gezien maar van Wie ze wel de daden en woorden weten. Er is ook kennis van de Geest van God die alleen gekend kan worden uit het resultaat van Zijn werk, namelijk verandering van het leven van een mens. Van daaruit is er ook een band met de medechristenen die broeders en zusters genoemd worden als handen en voeten van één lichaam van Christus.
Deze dingen komen terug in de laatste woorden van Jezus aan zijn discipelen:
"Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld." (evangelie van Mattheüs, 28, 18-20)Amen!
Labels:
christendom,
Christus,
hemel,
leven,
tijd
woensdag 21 mei 2014
Lekker eten
Eten hoort bij genieten. Het enige probleem is dat net als bij wijn, we niet vanzelfsprekend met weinig tevreden zijn. Wat dat betreft kunnen we nog wel wat leren van Epicurus, die genoot van een glas water.
In het Bijbelboek Spreuken staat een prachtige spreuk over dronkenschap (23, 29-35):
Maar ook met eten moet je matig zijn. In hetzelfde Bijbelboek Spreuken staat (23, 2):
De Bijbel bevat ook leefregels over wat gezond voedsel is. De Joden houden een overstrenge interpretatie van deze leefregels wat ze 'kosher' noemen. Deze zijn bij het christendom buiten Israël nooit echt nagevolgd, omdat ze niet werden verplicht. Het is mooi en bijzonder dat deze leefregels door het voortschrijdend inzicht over welk voedsel schadelijk kan zijn opnieuw in de aandacht zijn gekomen bij christenen. Tessler. Toch krijgt deze opleving soms het karakter van een hype die selectieve pseudowetenschap combineert met een selectief lezen van de Bijbel. Daarom wil ik bij deze een samenvatting geven van de Bijbelse inzichten. Ik heb enkele van deze inzichten geleerd uit het boek 'Het Genesisdieet' van dr. Gordon S. Tessler en 'Wetenschap in de Bijbel' van dr. Ben Hobrink, hoewel ik enkele meningen uit het eerste boek ook wil tegenspreken en aanvullen.
Allereerst is er de schepping. God geeft de mensen alle zaden en vruchten van bomen en planten, de dieren al het groene gewas (Genesis 1, 29-30). Zaden en vruchten betekent dus ook graan!
Na de overtreding van Adam en Eva tegen God werd alles anders. Ze werden weggestuurd uit het paradijs en de aarde werd vervloekt (Genesis, 3, 17). Dat betekent dat vruchten en zaden wellicht niet meer dezelfde waarde hadden als daarvoor! Het is ook opmerkelijk dat Abel, de tweede zoon van Adam en Eva, veeherder wordt (naast Kaïn die landbouwer werd). Abel bracht God een offer van het beste van zijn vee (zoals Kaïn van de opbrengsten van de aarde), waaruit je kunt opmerken dat er toen al vlees gegeten werd!
Duidelijker is verandering te lezen bij Noach, waarvan we in de Bijbel kunnen lezen van een nieuw verbond nadat God de goddeloze mensen heeft gestraft. God spreekt tegen Noach (Genesis, 9, 3-4):
Wat er onder het groene gewas allemaal verstaan kan worden is verder niet duidelijk. God geeft geen onderscheid aan in de wetten aan Israël, dus lijkt het eten van paddestoelen of aardappelen niet meteen ongezond te zijn. Tegelijkertijd zijn groenten niet de ingrediënten die genoemd worden als er genoemd wordt wat de beste vruchten van de aarde voor de mens zijn; dan zijn graan, olie, wijn, honing en melk.
Een verder onderscheid tussen welke soorten vlees gezond zijn en welke niet vinden we in de wet aan Israël (Leviticus 11, Deuteronomium 14). Rund, geit, schaap zijn rein, dat wil zeggen mogen gegeten worden; varken en paard zijn onder anderen onrein. De vuistregel die God geeft is: alles wat een gespleten hoef heeft en herkauwt is rein. Deze vuistregel zorgt ervoor dat er geen roofdieren worden gegeten (die hebben geen gespleten hoeven) en geen alleseters (die herkauwen niet)! Voor de vogels is er een vergelijkbare verdeling dat er geen roofvogels of aaseters gegeten mogen worden. Voor de vissen is er een andere vuistregel: alleen vissen met schubben en vinnen mogen gegeten worden. Vis die dat niet heeft zoals garnalen of paling houdt zich vaak op in de bodem van het water en is dus meer voor afvalverwerking bestemd. Insecten zijn niet eetbaar behalve de sprinkhaan.
Het deel van het vlees wat eetbaar is vinden we ook beschreven. Men mag geen vet eten (Leviticus 7, 23). Bij het offeren was het vet ook 'voor de HEERE bestemd' (Leviticus, 3, 16). Het staat nader beschreven als de staart, het vet dat de ingewanden bedekt en het vet dat daaraan vastzit. Verder werden de kwab aan de lever, de beide nieren en de kop niet gegeten (Leviticus 3, 9-10; 1, 8).
Melk en melkproducten zijn natuurlijk ook zo oud als de geschiedenis. Isaï geeft David bijvoorbeeld kazen mee als geschenk voor de bevelhebber van het leger (1 Samuël 17, 18). David krijgt terwijl hij op de vlucht was honing, boter, vlees en kazen van koeienmelk (2 Samuël 17, 29). Geitenmelk was er natuurlijk ook (Deuteronomium, 32, 14). Als de vruchtbaarheid van het land Kanaän wordt geroemd wordt het een land genoemd dat "overvloeit van melk en honing" (Exodus, 3, 8). Zowel melk als honing zijn geschenken van God!
In Het Genesisdieet heeft dr. Tessler geen goed woord over voor melk en kaas, dat combinerend met de nodige pseudowetenschappelijke uitspraken. Tessler suggereert verder dat koemelk ongezonder zou zijn, en dat in de bijbelse tijd van alle koemelk kaas en boter gemaakt werd en alleen geitenmelk gedronken. Omdat God er geen aanwijzing voor geeft ga ik ervan uit dat het matig drinken van koemelk echt geen gezondheidsprobleem hoeft op te leveren.
Ethische regels voor het omgaan met dieren staan er ook in de Bijbel. Deze regels zijn spaarzaam maar casuïstiek, dat wil zeggen, ze geven één voorbeeld en de algemene regel moet je eruit afleiden. Allereerst is er een regel tegen overbelasting van de natuur. Als je een nest met vogels vindt, moet je of de moeder of de jongen laten gaan (Deuteronomium, 22, 6-7). Dan is er een regel tegen wreedheid. Een geitenbokje mag je niet koken in de melk van zijn moeder (Exodus, 23, 19).
Honing is een andere gave van God. Salomo vergelijkt het met de wijsheid, dus met het beste wat er is!
In het Bijbelboek Spreuken staat een prachtige spreuk over dronkenschap (23, 29-35):
Bij wie is ach, bij wie is wee? Bij wie is geruzie? Bij wie geklaag? Bij wie zijn er wonden zonder oorzaak? Bij wie wazige ogen?Tegelijk staat er in de Bijbel genoeg over genieten van (met mate gedronken) wijn:
Bij hen die lang doorgaan bij de wijn, bij hen die komen om gemengde drank te proeven. Kijk niet naar de wijn, wanneer hij rood kleurt,
als hij fonkelt in de beker, al glijdt hij gemakkelijk naar binnen. Uiteindelijk bijt hij als een slang, spuwt hij gif als een adder. Je ogen zullen naar vreemde vrouwen kijken, en je hart zal verderfelijke dingen spreken. Je zult zijn als iemand die ligt te slapen in het hart van de zee, en als iemand die in de top van de mast ligt te slapen.
Men heeft mij geslagen, ik ben niet ziek geworden, men heeft op mij ingebeukt, maar ik heb het niet gevoeld. Wanneer zal ik ontwaken? Ik ga weer op zoek naar wijn!
Ga uw weg, eet uw brood met blijdschap, drink uw wijn met een vrolijk hart, want God schept al behagen in uw werken. Laat uw kleding te allen tijde wit zijn en laat op uw hoofd geen olie ontbreken. Geniet van het leven met de vrouw die u liefhebt, al de dagen van uw vluchtige leven die Hij u gegeven heeft onder de zon, al uw vluchtige dagen. Want dit is uw deel in het leven en bij uw zwoegen waarmee u zwoegt onder de zon. (Bijbelboek Prediker, 9, 7-9)
Maar ook met eten moet je matig zijn. In hetzelfde Bijbelboek Spreuken staat (23, 2):
Zet een mes op uw keel, als u een gulzig mens bent.Dat staat in de contekst van het bezoek aan de rijkgedekte tafel van een heerser. Het is niet zo gek dat eraan toegevoegd wordt:
Wees niet belust op zijn smakelijke gerechten, want het is bedrieglijk voedsel.Luxe voedsel is namelijk vaak geen gezond voedsel, omdat er ingespeeld wordt op de begeerte van de mens in plaats van de behoefte.
De Bijbel bevat ook leefregels over wat gezond voedsel is. De Joden houden een overstrenge interpretatie van deze leefregels wat ze 'kosher' noemen. Deze zijn bij het christendom buiten Israël nooit echt nagevolgd, omdat ze niet werden verplicht. Het is mooi en bijzonder dat deze leefregels door het voortschrijdend inzicht over welk voedsel schadelijk kan zijn opnieuw in de aandacht zijn gekomen bij christenen. Tessler. Toch krijgt deze opleving soms het karakter van een hype die selectieve pseudowetenschap combineert met een selectief lezen van de Bijbel. Daarom wil ik bij deze een samenvatting geven van de Bijbelse inzichten. Ik heb enkele van deze inzichten geleerd uit het boek 'Het Genesisdieet' van dr. Gordon S. Tessler en 'Wetenschap in de Bijbel' van dr. Ben Hobrink, hoewel ik enkele meningen uit het eerste boek ook wil tegenspreken en aanvullen.
Allereerst is er de schepping. God geeft de mensen alle zaden en vruchten van bomen en planten, de dieren al het groene gewas (Genesis 1, 29-30). Zaden en vruchten betekent dus ook graan!
Na de overtreding van Adam en Eva tegen God werd alles anders. Ze werden weggestuurd uit het paradijs en de aarde werd vervloekt (Genesis, 3, 17). Dat betekent dat vruchten en zaden wellicht niet meer dezelfde waarde hadden als daarvoor! Het is ook opmerkelijk dat Abel, de tweede zoon van Adam en Eva, veeherder wordt (naast Kaïn die landbouwer werd). Abel bracht God een offer van het beste van zijn vee (zoals Kaïn van de opbrengsten van de aarde), waaruit je kunt opmerken dat er toen al vlees gegeten werd!
Duidelijker is verandering te lezen bij Noach, waarvan we in de Bijbel kunnen lezen van een nieuw verbond nadat God de goddeloze mensen heeft gestraft. God spreekt tegen Noach (Genesis, 9, 3-4):
Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas. Maar vlees met zijn leven, zijn bloed, er nog in mag u niet eten.Dus niet alleen vlees maar ook het groene gewas, dat eerst voor de dieren bestemd was, gaf God aan de mens in het nieuwe verbond dat duidelijk wordt bij Noach. Het bloed is dus verboden.
Wat er onder het groene gewas allemaal verstaan kan worden is verder niet duidelijk. God geeft geen onderscheid aan in de wetten aan Israël, dus lijkt het eten van paddestoelen of aardappelen niet meteen ongezond te zijn. Tegelijkertijd zijn groenten niet de ingrediënten die genoemd worden als er genoemd wordt wat de beste vruchten van de aarde voor de mens zijn; dan zijn graan, olie, wijn, honing en melk.
Een verder onderscheid tussen welke soorten vlees gezond zijn en welke niet vinden we in de wet aan Israël (Leviticus 11, Deuteronomium 14). Rund, geit, schaap zijn rein, dat wil zeggen mogen gegeten worden; varken en paard zijn onder anderen onrein. De vuistregel die God geeft is: alles wat een gespleten hoef heeft en herkauwt is rein. Deze vuistregel zorgt ervoor dat er geen roofdieren worden gegeten (die hebben geen gespleten hoeven) en geen alleseters (die herkauwen niet)! Voor de vogels is er een vergelijkbare verdeling dat er geen roofvogels of aaseters gegeten mogen worden. Voor de vissen is er een andere vuistregel: alleen vissen met schubben en vinnen mogen gegeten worden. Vis die dat niet heeft zoals garnalen of paling houdt zich vaak op in de bodem van het water en is dus meer voor afvalverwerking bestemd. Insecten zijn niet eetbaar behalve de sprinkhaan.
Het deel van het vlees wat eetbaar is vinden we ook beschreven. Men mag geen vet eten (Leviticus 7, 23). Bij het offeren was het vet ook 'voor de HEERE bestemd' (Leviticus, 3, 16). Het staat nader beschreven als de staart, het vet dat de ingewanden bedekt en het vet dat daaraan vastzit. Verder werden de kwab aan de lever, de beide nieren en de kop niet gegeten (Leviticus 3, 9-10; 1, 8).
Melk en melkproducten zijn natuurlijk ook zo oud als de geschiedenis. Isaï geeft David bijvoorbeeld kazen mee als geschenk voor de bevelhebber van het leger (1 Samuël 17, 18). David krijgt terwijl hij op de vlucht was honing, boter, vlees en kazen van koeienmelk (2 Samuël 17, 29). Geitenmelk was er natuurlijk ook (Deuteronomium, 32, 14). Als de vruchtbaarheid van het land Kanaän wordt geroemd wordt het een land genoemd dat "overvloeit van melk en honing" (Exodus, 3, 8). Zowel melk als honing zijn geschenken van God!
In Het Genesisdieet heeft dr. Tessler geen goed woord over voor melk en kaas, dat combinerend met de nodige pseudowetenschappelijke uitspraken. Tessler suggereert verder dat koemelk ongezonder zou zijn, en dat in de bijbelse tijd van alle koemelk kaas en boter gemaakt werd en alleen geitenmelk gedronken. Omdat God er geen aanwijzing voor geeft ga ik ervan uit dat het matig drinken van koemelk echt geen gezondheidsprobleem hoeft op te leveren.
Ethische regels voor het omgaan met dieren staan er ook in de Bijbel. Deze regels zijn spaarzaam maar casuïstiek, dat wil zeggen, ze geven één voorbeeld en de algemene regel moet je eruit afleiden. Allereerst is er een regel tegen overbelasting van de natuur. Als je een nest met vogels vindt, moet je of de moeder of de jongen laten gaan (Deuteronomium, 22, 6-7). Dan is er een regel tegen wreedheid. Een geitenbokje mag je niet koken in de melk van zijn moeder (Exodus, 23, 19).
Honing is een andere gave van God. Salomo vergelijkt het met de wijsheid, dus met het beste wat er is!
Eet honing, mijn zoon, want dat is goed, en honingzeem is zoet voor je gehemelte. Evenzo is het kennen van wijsheid voor je ziel: als je haar vindt, dan is er toekomst, en wordt je hoop niet afgesneden. (Spreuken, 24, 13-14)Maar juist met het beste wat moet je ook matig zijn! Want even later lezen we:
Hebt u honing gevonden, eet dan tot u genoeg hebt, anders raakt u er oververzadigd door en spuwt u het uit. (Spreuken, 25, 16)
maandag 21 april 2014
Van elkaar houden
Eenheid in het geloof lijkt een van de zwakke punten van de christelijke gemeenten te zijn (in Nederland tenminste). Verschillen in opvatting worden zo uitvergroot dat men zegt dat de verlossing er van af hangt. Hoe zit dat? Hebben de apostelen in al hun brieven niet aangedrongen, bevolen tot liefde onderling?
Vroeger snapte ik die woorden over elkaar liefhebben niet goed. Als ik de apostelen niet als predikers van Gods woord had beschouwd, had ik de woorden over liefde als overdreven beschouwd. Ik kwam toen niet veel verder dan een theoretisch, geestelijk idee van liefde.
Maar elkaar liefhebben is heel praktisch. Het is heel makkelijk om geloof en opvattingen over het geloof te wantrouwen, heel moeilijk om elkaar ondanks verschillen lief te hebben. Daarom wil ik met hulp van God nadenken over wat praktische regels uit de woorden van de apostel Paulus in de eerste brief aan de gemeente van Korinthe (13:4-7):
Met welke motivatie kunnen we dit doen? Hiermee:
Vroeger snapte ik die woorden over elkaar liefhebben niet goed. Als ik de apostelen niet als predikers van Gods woord had beschouwd, had ik de woorden over liefde als overdreven beschouwd. Ik kwam toen niet veel verder dan een theoretisch, geestelijk idee van liefde.
Maar elkaar liefhebben is heel praktisch. Het is heel makkelijk om geloof en opvattingen over het geloof te wantrouwen, heel moeilijk om elkaar ondanks verschillen lief te hebben. Daarom wil ik met hulp van God nadenken over wat praktische regels uit de woorden van de apostel Paulus in de eerste brief aan de gemeente van Korinthe (13:4-7):
- De liefde is geduldig, zij is vriendelijk. We treden elkaar tegemoet met een vriendelijk gezicht. We hebben geduld als dat niet meteen beantwoord wordt!
- De liefde is niet afgunstig, de liefde pronkt niet, zij doet niet gewichtig, zij handelt niet ongepast, zij zoekt niet haar eigen belang. We leven ons in in de ander in plaats van in het eigen straatje te denken en te denken: "Wij zijn beter dan hen".
- De liefde wordt niet verbitterd, ze denkt geen kwaad. In plaats van te kijken naar verschillen denken we aan overeenkomsten. Als we overeenstemmen over het feit dat de verlossing in Christus alleen is, zijn er dan nog belangrijker punten van overeenstemming dan deze? Veel onheil komt uit het denken van kwaad: als iemand helemaal met het Evangelie van God instemt, kunnen we zijn belijdenis nóg wantrouwen om het gevoel dat bij ons opkomt. Dat is het denken van kwaad! Als we over iemands belijdenis twijfelen, laten we dan erover in gesprek gaan door vragen te stellen, in plaats van te zwijgen en onze twijfels te houden.
- De liefde verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar ze verheugt zich in de waarheid. Ze bedekt alle dingen. Als we iemands belijdenis niet kunnen tegenspreken, zijn we verheugd als het gepaard gaat met een heilig leven. Als we kwaad denken van iemand kan dat maar al te gauw bevestigd worden als we ons verblijden in een misstap die iemand begaat, in plaats van iemand dan te helpen en die misstap te bedekken.
- De liefde gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen. Als iemand een belijdenis van zijn geloof doet, zijn we niet wantrouwig, maar geloven we en hopen we dat het oprecht is. We kunnen anderen natuurlijk wel vanuit dit principe nog steeds zachtmoedig proberen te onderwijzen in het geloof, maar dat is wat anders dan een afwachtende houding "We zullen wel zien of het uitkomt" of een wantrouwige houding "Ik geloof er niets van". Dat is geen eenheid in het geloof!
- De liefde verdraagt alle dingen. Ook als de liefde van een kant lijkt te komen en dus niet beantwoord wordt zoals het zou horen, vergeven we dat en bidden voor onze broeders en zusters.
Met welke motivatie kunnen we dit doen? Hiermee:
Hieraan leerden wij de liefde kennen, dat Hij [Jezus Christus] voor ons Zijn leven heeft gegeven. Ook wij moeten voor de broeders het leven geven. (eerste brief van de apostel Johannes, 3:16)
zondag 1 december 2013
Het christelijk geloof in 6 punten
Deze blog gaat over christelijke filosofie. Maar wat omvat eigenlijk het christelijk geloof? Ik zal proberen in verschillende punten een samenvatting te geven. Dat doe ik omdat je, vooral als je geen christen bent, het overzicht makkelijk verliest en alles in een beperkt perspectief kunt gaan zien.
Het christelijk geloof is:
Zie ook mijn eerdere bericht over het credo.
Het christelijk geloof is:
- Een theorie over het ontstaan van de wereld en de menselijke conditie. De wereld is gemaakt door God, maar wij mensen hebben God verlaten waardoor we het kwaad en het lijden over onszelf hebben gebracht. Het geeft antwoord op de vraag: Waar komen we vandaan?
- De manier om God te kennen. Het geeft antwoord op de vraag: Is er een God? Hoe leer ik God kennen?
- Een ethiek. De woorden van Christus, maar ook de opgeschreven wet van God geven antwoord op de vraag: Hoe leef ik goed?
- Een beschrijving van hoe God zich eerder aan mensen heeft laten zien. Daarmee bedoel ik dat God zich eerder heeft verbonden aan bepaalde mensen, niet omdat ze beter waren, maar omdat God zijn genade wilde tonen: aan Abraham, Izaäk, en Israël. Het geeft antwoord op de vraag: Wie is God? Wat betekent geloven?
- Het evangelie van hoe we tot God kunnen komen door Christus, Gods Zoon. De woorden van Jezus en de beschrijving van zijn leven, zijn dood aan het kruis laten ons zien dat Jezus de Zoon van God is. We moeten in Jezus de Christus geloven om God te kennen. Het geeft alweer antwoord op de vraag: Wie is God? maar ook op de vraag: Hoe moet ik veranderen om God te kennen?
- De beschrijving van hoe degenen die God kennen uiteindelijk bij God zullen zijn en hoe deze wereld zal veranderen. Dat geeft antwoord op de vraag: Waar gaan we heen?
Zie ook mijn eerdere bericht over het credo.
zaterdag 20 juli 2013
Iedere ketter heeft zijn letter
De naam van Christus wordt misschien aangetast omdat er zoveel mensen zijn die zich 'christen' noemen die elk andere opvattingen over het leven hebben. Vandaar ook het spreekwoord: "Iedere ketter heeft zijn letter", met andere woorden: "Alle verschillende gelovigen beroepen zich op een woord uit de Bijbel". Dat roept de vraag op: wanneer ben je echt christen?
Ik zal uit de woorden van Christus proberen aan te wijzen wat noodzakelijk is om echt christen te zijn:
Nu moet u niet denken dat ik probeer met deze voorwaarden een groep mensen te selecteren die het best bij me past. Zoals gezegd gaat het om wat Christus tot ons heeft gezegd. En het is niet zo dat deze voorwaarden alleen maar op één soort christenen toe te passen zijn. Door de genade van God en door Zijn Heilige Geest is het mogelijk om te leven met God, van welke afkomst je ook bent. Daarom alleen God de eer!
Ik zal uit de woorden van Christus proberen aan te wijzen wat noodzakelijk is om echt christen te zijn:
- Je moet de woorden van God niet alleen horen maar ook doen. Dat betekent: zich bekeren, en het Evangelie geloven. Als we de leefregel die God zelf heeft gegeven niet houden (namelijk God als onze Vader boven alles lief te hebben en onze medemens lief te hebben als onszelf), zal er een onbarmhartig oordeel over ons komen als we Gods wil geweten hebben maar niet gedaan.
- Je moet niet zelfingenomen zijn. Jezus Christus vertelt aan zijn volgelingen het verhaal van de farizeeër en de tollenaar. De farizeeër staat in de tempel en dankt God dat hij niet is zoals andere mensen, maar veel beter. De tollenaar belijdt echter zijn zonden voor God, en gaat daarom rechtvaardiger naar huis terug. We moeten niet denken dat onze goede daden de hemel verdienen, maar onze verlossing in het lijden en de opstanding van Christus zoeken.
- Je moet bij de kern van het Evangelie blijven en geen dingen erbij verzinnen. In de brieven van de apostelen blijkt dat er bij de eerste gemeentes die het Evangelie van Christus aannamen al heel wat mensen waren die het Evangelie naar hun eigen smaak veranderden of er dingen aan toevoegden. In de loop van de tijd zijn dat er niet minder geworden, dus wees op je hoede dat je er zelf niet een van bent.
- Je moet het rijk van God verwachten. Jezus Christus roept op om als het ware niet te slapen maar wakker te blijven in het verwachten van de toekomst van het rijk van God. Begeerte naar geld of andere dingen kunnen makkelijk de verwachting van het rijk van God verstoren.
- Je moet God niet dienen alleen uit vrees maar ook uit liefde. Christus wilde dat zijn volgelingen God hun Vader leerden noemen, zoals Christus als Zoon van God tot Zijn Vader bad. Geloven en leven zoals God het wil is leeg als de liefde ontbreekt. Er kunnen nog zoveel verschillende gaven zijn om God te dienen, als de liefde ontbreekt, ben je niets, schrijft de apostel Paulus. En hoe zouden we onze medegelovigen liefhebben als we God niet liefhebben?
Nu moet u niet denken dat ik probeer met deze voorwaarden een groep mensen te selecteren die het best bij me past. Zoals gezegd gaat het om wat Christus tot ons heeft gezegd. En het is niet zo dat deze voorwaarden alleen maar op één soort christenen toe te passen zijn. Door de genade van God en door Zijn Heilige Geest is het mogelijk om te leven met God, van welke afkomst je ook bent. Daarom alleen God de eer!
Labels:
Bijbel,
christendom,
Christus,
leven
zaterdag 23 maart 2013
Twee dingen waar we het meest bang voor zijn
In het gedachtegoed van de Duitse filosoof Heidegger neemt angst een centrale plaats in. Heidegger onderscheidt 'angst' van 'vrees': 'vrees' is bang zijn voor iets wat we kennen, 'angst' is bang zijn voor iets onbepaalds. Zo komt Heidegger uit op de gedachte dat moed om angst voor het niets uit te staan een van de meest existentiële manieren van leven is.
Eerder gaf ik al een christelijk alternatief voor de visie van Heidegger op de dood waar hoop in de plaats van angst komt. In dit bericht wil ik juist ingaan op angst om te leven.
Wat zijn de dingen waar we het meest bang voor zijn? De twee dingen waar we volgens mij het meest bang voor zijn zijn de volgende:
Laat ik eerst wat algemene dingen hierover zeggen en dan een visie geven vanuit een christelijke filosofie.
Wat het eerste, zinvolheid, betreft, "zin" is nog best subjectief. Als wij ons leven zinvol vinden is het al genoeg. Anderzijds zoeken we vaak objectieve bevestiging of grond voor ons gevoel van "zin". Ik zal op beiden proberen in te gaan.
Wat het tweede, uniekheid, betreft, dat gaat eigenlijk om de verhouding tussen algemene dingen en individuele dingen. (Vergelijk de universalia-strijd in de Middeleeuwse filosofie: wat is belangrijker, het algemene begrip (universalium) of het individuele ding (res)?) Verder is "uniek zijn" relatief ten opzichte van een vergelijkingspunt: wat betreft moleculaire samenstelling zijn we allemaal uniek, maar wat betreft namen niet, bijvoorbeeld: grote kans dat er iemand anders op deze wereld bestaat met dezelfde roepnaam als jij.
Voor deze twee dingen zijn we best bang. Heeft mijn leven wel zin? Los ik niet op in de massa?
Vanuit een christelijke visie is zinvolheid in eerste instantie vanuit Gods schepping vanzelfsprekend omdat God ons gemaakt heeft:
Vanuit een christelijke visie is uniekheid verzekerd omdat God een persoonlijke God wil zijn die iedereen afzonderlijk ("bij naam") kent. Dat is duidelijk als God zegt dat hij de God van Abraham, van Izak en van Jakob is. In het bijbelboek Openbaring wordt de nieuwe stad van God genoemd: daarin staan de twaalf namen van de stammen van Israël apart geschreven, en de namen van de twaalf apostelen. Dat beeldt uit dat God niet vergeet maar ieder persoonlijk kent. Anderzijds is het niet zo dat we belangrijker zijn dan anderen: Christus laat zien hoe we de ander moeten dienen.
Over beide aspecten van zin en uniekheid kunnen we bijvoorbeeld lezen in de profetie van Jesaja (40:26-31):
Eerder gaf ik al een christelijk alternatief voor de visie van Heidegger op de dood waar hoop in de plaats van angst komt. In dit bericht wil ik juist ingaan op angst om te leven.
Wat zijn de dingen waar we het meest bang voor zijn? De twee dingen waar we volgens mij het meest bang voor zijn zijn de volgende:
- een zinloos leven;
- het verliezen van onze uniekheid.
Laat ik eerst wat algemene dingen hierover zeggen en dan een visie geven vanuit een christelijke filosofie.
Wat het eerste, zinvolheid, betreft, "zin" is nog best subjectief. Als wij ons leven zinvol vinden is het al genoeg. Anderzijds zoeken we vaak objectieve bevestiging of grond voor ons gevoel van "zin". Ik zal op beiden proberen in te gaan.
Wat het tweede, uniekheid, betreft, dat gaat eigenlijk om de verhouding tussen algemene dingen en individuele dingen. (Vergelijk de universalia-strijd in de Middeleeuwse filosofie: wat is belangrijker, het algemene begrip (universalium) of het individuele ding (res)?) Verder is "uniek zijn" relatief ten opzichte van een vergelijkingspunt: wat betreft moleculaire samenstelling zijn we allemaal uniek, maar wat betreft namen niet, bijvoorbeeld: grote kans dat er iemand anders op deze wereld bestaat met dezelfde roepnaam als jij.
Voor deze twee dingen zijn we best bang. Heeft mijn leven wel zin? Los ik niet op in de massa?
Vanuit een christelijke visie is zinvolheid in eerste instantie vanuit Gods schepping vanzelfsprekend omdat God ons gemaakt heeft:
- God heeft de mens in een betekenisvolle wereld gezet;
- God wil voor mensen zorgen.
- Er is niets nieuws te bedenken: alles is hiervoor al bedacht en geweest.
- Wijsheid en kennis heeft geen zin: het brengt vooral verdriet en je kunt het niet gebruiken na je dood.
- Alles wat je doet heeft geen zin, omdat het na je dood weer vergaat of in verkeerde handen valt.
Vanuit een christelijke visie is uniekheid verzekerd omdat God een persoonlijke God wil zijn die iedereen afzonderlijk ("bij naam") kent. Dat is duidelijk als God zegt dat hij de God van Abraham, van Izak en van Jakob is. In het bijbelboek Openbaring wordt de nieuwe stad van God genoemd: daarin staan de twaalf namen van de stammen van Israël apart geschreven, en de namen van de twaalf apostelen. Dat beeldt uit dat God niet vergeet maar ieder persoonlijk kent. Anderzijds is het niet zo dat we belangrijker zijn dan anderen: Christus laat zien hoe we de ander moeten dienen.
Over beide aspecten van zin en uniekheid kunnen we bijvoorbeeld lezen in de profetie van Jesaja (40:26-31):
Sla uw ogen op naar omhoog,
en zie Wie deze dingen geschapen heeft;
Hij is het Die hun leger voltallig tevoorschijn brengt,
ze alle bij name roept
door Zijn grote vermogen en Zijn sterke kracht;
er ontbreekt er niet één.
Waarom zegt u dan, Jakob,
en spreekt u, Israël:
Mijn weg is voor de HEERE verborgen
en mijn recht gaat aan mijn God voorbij?
Weet u het niet?
Hebt u het niet gehoord?
De eeuwige God, de HEERE,
de Schepper van de einden der aarde,
wordt niet moe en niet afgemat.
Er is geen doorgronding van Zijn inzicht.
Hij geeft de vermoeide kracht
en Hij vermeerdert de sterkte van wie geen krachten heeft.
Jongeren zullen moe en afgemat worden,
jonge mannen zullen zeker struikelen;
maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen,
zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden,
zij zullen snel lopen en niet afgemat worden,
zij zullen lopen en niet moe worden.
vrijdag 8 maart 2013
Geven of nemen
Een verkeerd beeld dat er van God kan bestaan is dat God een eisend God is. Dat zodra Adam en Eva op de wereld waren gezet, God perfecte gehoorzaamheid van hen eiste en dat het eigenlijk onmogelijk was dat te houden. Dat zodra jij en ik op de wereld zijn gekomen we onder Gods vloek liggen omdat God hetzelfde van ons eist terwijl we dat niet meer doen kunnen.
Dat beeld klopt niet, want het woord "eisen" komt bijna niet voor in de Bijbel. Als God Adam en Eva maakt stelt hij ze niet een eis maar geeft God een zegen: "En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!" (Genesis, 1:28). En zou God nu van een zegenend God in een eisend God veranderd zijn? Nee, want Jezus zegt:
God gebiedt wel dat wij de tien geboden houden, maar doet dat om ons bestwil. Wie de wet niet houdt doet in de eerste plaats zichzelf schade aan. Daarom is het een lichtere last om de wet van Jezus te houden dan om die te overtreden!
De catechismus van Heidelberg, een van de geloofsbelijdenissen (die dit jaar 450 jaar bestaat) van de kerk in Nederland, heeft het wel over "wat God van ons eist" (erfordert). Maar die geloofsbelijdenis heeft geen andere insteek. Met de vraag naar de eis van God gaat ze namelijk in tegen een al verkeerd Godsbeeld, namelijk dat we God met goede daden tevreden moeten stellen. "Wie dat denkt, komt erachter dat de wet van God nooit meer door ons gehouden zal kunnen worden zonder de grootste genade van God", zegt deze catechismus. "Wie God tevreden denkt te kunnen stellen snapt niet wat Gods rechtvaardigheid (dat wil zeggen: het hoogste goed) vereist." Dat is dus de les van het christelijke geloof: om het goede van God te krijgen, moeten we niet denken dat we dat zelf kunnen geven.
Dat beeld klopt niet, want het woord "eisen" komt bijna niet voor in de Bijbel. Als God Adam en Eva maakt stelt hij ze niet een eis maar geeft God een zegen: "En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!" (Genesis, 1:28). En zou God nu van een zegenend God in een eisend God veranderd zijn? Nee, want Jezus zegt:
"Laat de kinderen bij Mij komen en verhinder hen niet, want voor zulke mensen is het Koninkrijk van God" (evangelie van Markus, 10:14)en:
"Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht" (evangelie van Mattheüs, 11:28-30).
God gebiedt wel dat wij de tien geboden houden, maar doet dat om ons bestwil. Wie de wet niet houdt doet in de eerste plaats zichzelf schade aan. Daarom is het een lichtere last om de wet van Jezus te houden dan om die te overtreden!
De catechismus van Heidelberg, een van de geloofsbelijdenissen (die dit jaar 450 jaar bestaat) van de kerk in Nederland, heeft het wel over "wat God van ons eist" (erfordert). Maar die geloofsbelijdenis heeft geen andere insteek. Met de vraag naar de eis van God gaat ze namelijk in tegen een al verkeerd Godsbeeld, namelijk dat we God met goede daden tevreden moeten stellen. "Wie dat denkt, komt erachter dat de wet van God nooit meer door ons gehouden zal kunnen worden zonder de grootste genade van God", zegt deze catechismus. "Wie God tevreden denkt te kunnen stellen snapt niet wat Gods rechtvaardigheid (dat wil zeggen: het hoogste goed) vereist." Dat is dus de les van het christelijke geloof: om het goede van God te krijgen, moeten we niet denken dat we dat zelf kunnen geven.
Labels:
God,
leven,
rechtvaardigheid,
schepping,
wet
donderdag 14 februari 2013
Zorg versus geloof
Het bestaan heeft altijd onzekere factoren. Er zijn drie mogelijke reacties:
Als meerdere onzekere factoren samenvloeien kunnen we moedig zijn in specifieke gevallen maar toch bezorgd over het geheel. Bezorgd wil zeggen dat het je belast, ook al ben je er niet bewust mee bezig.
Bezorgdheid belemmert het geluk. Jezus zegt dat we niet bezorgd moeten zijn. Geloof is de oplossing voor de vage bezorgdheid. Zorg en geloof kunnen niet samen gaan. We kunnen daarover lezen:
- angst,
- voorzichtigheid en moed, of
- onverschilligheid en overmoed.
Als meerdere onzekere factoren samenvloeien kunnen we moedig zijn in specifieke gevallen maar toch bezorgd over het geheel. Bezorgd wil zeggen dat het je belast, ook al ben je er niet bewust mee bezig.
Bezorgdheid belemmert het geluk. Jezus zegt dat we niet bezorgd moeten zijn. Geloof is de oplossing voor de vage bezorgdheid. Zorg en geloof kunnen niet samen gaan. We kunnen daarover lezen:
"En Hij zei tegen Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Wees niet bezorgd over uw leven: over wat u eten zult, of over uw lichaam: waarmee u zich kleden zult. Het leven is meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding. Let op de raven: zij zaaien niet en maaien niet, zij hebben geen voorraadkamer en geen schuur, en God voedt hen. Hoe ver gaat u de vogels te boven? Wie toch van u kan met bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen? Als u dan ook het minste niet kunt, waarom bent u over de andere dingen bezorgd? Let op de lelies, hoe zij groeien. Ze werken niet en spinnen niet, en Ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet gekleed ging als één van deze. Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, hoeveel te meer u, kleingelovigen! En u, vraag niet wat u eten of wat u drinken zult, en wees niet verontrust. Want naar al deze dingen zoeken de volken van de wereld. Uw Vader echter weet dat u deze dingen nodig hebt. Maar zoek het Koninkrijk van God en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Wees niet bevreesd, kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven. Verkoop uw bezittingen en geef de opbrengst weg als liefdegave. Maak voor uzelf beurzen die niet verslijten, een schat die niet opraakt, in de hemelen, waar de dief niet bij komt en die door de mot niet aangetast wordt. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. " (evangelie van Lukas, 12:22-34)
Labels:
angst,
dapperheid,
geloof,
leven,
voorzienigheid
dinsdag 5 februari 2013
Fabel 2: Afleiding
Een hond had er de gewoonte van gemaakt zijn eigen staart te achtervolgen. Toen een andere hond hem zo bezig zag, riep hij: “Vriend, wat doe je? Dat is toch nutteloos?” De hond antwoordde: “Ik voel me hier niet thuis, en daarom zoek ik afleiding.” De ander zei: “Maar brengt die afleiding uitkomst? Voel je je beter nadat je in je staart hebt kunnen bijten?” De hond antwoordde: “Nee. Ik doe mezelf pijn, en voel me slechter dan tevoren.” De ander sprak: “Kijk dan liever naar de wolken, het water, of de sterren als je je niet thuis voelt. Dat brengt je zeker meer en zal je niet verwonden.”
Deze fabel leert dat dwaze uitvluchten nooit belonen, en er altijd andere mogelijkheden zijn.
woensdag 16 januari 2013
Morgen en avond
Van het bijbelboek Prediker kunnen we iets leren over het leven ten opzichte van God. Er staat bijvoorbeeld:
Hetzelfde zien we in het gebed dat Christus leerde (evangelie van Mattheüs, 6:5-15). Er staat niet "Leer me hoe ik kan bijdragen aan uw Koninkrijk" maar "Uw Koninkrijk kome" en "Uw wil geschiede". Er staat niet "Leer me wat hoe ik het best mijn brood kan verdienen het komende jaar" maar "Geef ons vandaag ons dagelijks brood". Dus geen uitgestippelde paden of kant-en-klaaroplossingen.
Maar leeft een gelovige dan hetzelfde als een ongelovige? Nee: een gelovige leeft in afhankelijkheid van God. Dat betekent: erkennen dat al het goede van God komt, en ook al het kwade; dat God de aarde en jezelf heeft gemaakt, de geschiedenis en jouw leven bestuurt, dat de Bijbel het Woord en de Wet van God is.
Als je om iets speciaals bidt, moet je niet denken dat bidden altijd "werkt". Bidden "werkt" alleen als het uit het geloof is dat wat God doet goed is, en als God ook goed vindt wat je vraagt. "Goed" betekent hier niet "ethisch goed", maar omvat veel meer. In het bijbelboek Prediker (of het bijbelboek Job) is goed te zien dat het leven niet langs simpele lijnen loopt.
De Prediker gebruikt een beeld om te laten zien dat we niet moeten denken dat we kunnen begrijpen wat Gods speciale wil in ons leven is. Voor de voorbeelden die hij geeft hebben we wel natuurwetenschappen, maar voor de wil van God niet:
"Zaai uw zaad in de morgen en trek uw hand in de avond niet terug. U weet immers niet of dit zal slagen of dat, of dat het allebei goed zal zijn." (11:6)Waarom staat er niet: "Bid tot God wat de beste tijd is" of "Kijk welke manier God het meest wil zegenen"? Blijkbaar moet een gelovige geen paden uitwerken volgens speciale wil van God, maar de normale middelen gebruiken om een zegen van God te krijgen.
Hetzelfde zien we in het gebed dat Christus leerde (evangelie van Mattheüs, 6:5-15). Er staat niet "Leer me hoe ik kan bijdragen aan uw Koninkrijk" maar "Uw Koninkrijk kome" en "Uw wil geschiede". Er staat niet "Leer me wat hoe ik het best mijn brood kan verdienen het komende jaar" maar "Geef ons vandaag ons dagelijks brood". Dus geen uitgestippelde paden of kant-en-klaaroplossingen.
Maar leeft een gelovige dan hetzelfde als een ongelovige? Nee: een gelovige leeft in afhankelijkheid van God. Dat betekent: erkennen dat al het goede van God komt, en ook al het kwade; dat God de aarde en jezelf heeft gemaakt, de geschiedenis en jouw leven bestuurt, dat de Bijbel het Woord en de Wet van God is.
Als je om iets speciaals bidt, moet je niet denken dat bidden altijd "werkt". Bidden "werkt" alleen als het uit het geloof is dat wat God doet goed is, en als God ook goed vindt wat je vraagt. "Goed" betekent hier niet "ethisch goed", maar omvat veel meer. In het bijbelboek Prediker (of het bijbelboek Job) is goed te zien dat het leven niet langs simpele lijnen loopt.
De Prediker gebruikt een beeld om te laten zien dat we niet moeten denken dat we kunnen begrijpen wat Gods speciale wil in ons leven is. Voor de voorbeelden die hij geeft hebben we wel natuurwetenschappen, maar voor de wil van God niet:
"Evenmin als u weet wat de richting van de wind is, of hoe het gaat met de beenderen in de buik van een zwangere vrouw, evenmin kent u het werk van God, Die alles maakt." (11:5)
Labels:
bidden,
Gods wil,
leven,
Prediker,
zin van het leven
donderdag 3 januari 2013
Vijandig of verzoend
Vandaag las ik de historische roman 'Oorlog en vrede' van de Russische schrijver Lev Tolstoj uit. De roman is een historische weergave van de oorlog van Rusland met Frankrijk onder Napoleon. Tolstoj doet daarbij echter langzaam maar zeker heel wat uitspraken over het leven.
In het begin dacht ik dat Tolstoj een realistisch schrijver wilde zijn die het leven wil beschrijven zoals het echt is, ontdaan van ideologie. Zijn verslagen van de veldslagen zijn dat zeker. Tolstoj was goed op de hoogte van de praktijk van oorlog omdat hij zelf in het Russische leger heeft gevochten in de Kaukasus. De karakters doen realistisch aan omdat ze fouten maken en herstellen en tijdens hun leven veranderen. Maar wie goed leest merkt dat de karakters in 'Oorlog en vrede' bijna allemaal stuk voor stuk eenzijdig zijn.
Zo is er de hoofdpersoon van Peter Besoekow die schranderheid en later in zekere mate wijsheid bezit. Hij mist echter zelfbeheersing en daadkracht. Het karakter van Andreas Bolkonsky heeft inzicht, maar mist vergevingsgezindheid. Het karakter van Maria Bolkonsky heeft vergevingsgezindheid en geloof, maar mist juist weer moed. Natasja Rostow: ze heeft hoop, maar mist wijsheid. Nicolaas Rostow: hij bezit dapperheid, maar geen zelfbeheersing. Zijn vader, graaf Rostow, heeft liefde voor zijn gezin maar geen inzicht. De vader van Andreas, graaf Bolkonsky, heeft kennis maar geen rechtvaardigheid en liefde.
Het is wel waar dat in het echte leven ook zwakke en sterke punten bij mensen te benoemen zijn. Maar de karakters in 'Oorlog en vrede' geven geen enkele aanwijzing dat er ook een combinatie van de genoemde deugden kan en moet zijn. De karakters van Tolstoj zijn allemaal 'onvolwassen', wat bij mij een mistroostige indruk achterlaat na het lezen. Ik vind in ieder geval dat de christelijke lezer moet bedenken dat als hij of zij zo leeft als een van de hoofdpersonen van Tolstoj, het niet het leven is dat het christelijke geloof vereist. Oorlog en vrede geven heel wat aanleiding tot filosofische bespiegelingen, maar dat moet niet in mysticisme of fatalisme eindigen maar in het eenvoudige gebed en in een praktisch rechtvaardig leven. Dat is wat Jezus Christus ons zegt:
In het begin dacht ik dat Tolstoj een realistisch schrijver wilde zijn die het leven wil beschrijven zoals het echt is, ontdaan van ideologie. Zijn verslagen van de veldslagen zijn dat zeker. Tolstoj was goed op de hoogte van de praktijk van oorlog omdat hij zelf in het Russische leger heeft gevochten in de Kaukasus. De karakters doen realistisch aan omdat ze fouten maken en herstellen en tijdens hun leven veranderen. Maar wie goed leest merkt dat de karakters in 'Oorlog en vrede' bijna allemaal stuk voor stuk eenzijdig zijn.
Zo is er de hoofdpersoon van Peter Besoekow die schranderheid en later in zekere mate wijsheid bezit. Hij mist echter zelfbeheersing en daadkracht. Het karakter van Andreas Bolkonsky heeft inzicht, maar mist vergevingsgezindheid. Het karakter van Maria Bolkonsky heeft vergevingsgezindheid en geloof, maar mist juist weer moed. Natasja Rostow: ze heeft hoop, maar mist wijsheid. Nicolaas Rostow: hij bezit dapperheid, maar geen zelfbeheersing. Zijn vader, graaf Rostow, heeft liefde voor zijn gezin maar geen inzicht. De vader van Andreas, graaf Bolkonsky, heeft kennis maar geen rechtvaardigheid en liefde.
Het is wel waar dat in het echte leven ook zwakke en sterke punten bij mensen te benoemen zijn. Maar de karakters in 'Oorlog en vrede' geven geen enkele aanwijzing dat er ook een combinatie van de genoemde deugden kan en moet zijn. De karakters van Tolstoj zijn allemaal 'onvolwassen', wat bij mij een mistroostige indruk achterlaat na het lezen. Ik vind in ieder geval dat de christelijke lezer moet bedenken dat als hij of zij zo leeft als een van de hoofdpersonen van Tolstoj, het niet het leven is dat het christelijke geloof vereist. Oorlog en vrede geven heel wat aanleiding tot filosofische bespiegelingen, maar dat moet niet in mysticisme of fatalisme eindigen maar in het eenvoudige gebed en in een praktisch rechtvaardig leven. Dat is wat Jezus Christus ons zegt:
"Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is." (evangelie van Mattheüs, 5:17-18)En rechtvaardig voor die wet worden we alleen door het geloof, door de genade van God:
"God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij behouden worden door Zijn leven, omdat wij verzoend zijn." (brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Rome, 5:8-10)
Labels:
dapperheid,
dood,
geloof,
hoop,
kennis,
Lev Tolstoj,
leven,
liefde,
literatuur,
opoffering,
wijsheid
woensdag 7 december 2011
Eenzaam geloven
(N.a.v. Metabletica, prof. dr. J.H. van den Berg (1956) over veranderingen in zichtbaarheid en sociale cohesie.)
Veel dingen zijn tegenwoordig minder gemeenschappelijk dan vroeger. We internetten alleen. Ik zit hier vanavond met mijn laptop op schoot in de huiskamer, en vermijd teveel interactie met mijn huisgenoten omdat ik anders niet gemakkelijk kan schrijven. Maar het gaat niet alleen om bloggen, ook om dingen opzoeken, communiceren (sociale media), post lezen (e-mail), nieuws lezen. Ondertussen sterft elke verhaalvertelling een stille dood. Ik denk dat een weggedoken houding achter een opengeslagen krant meer interactie met de omgeving mogelijk maakt dan het surfen van nieuws achter een PC. Maar er is nog meer. We werken vaker alleen. De schimmige groep van mensen die je alleen kent van het moment dat ze naar hun kantoor gaan en terug komen (file) wordt steeds groter. We reizen alleen. Hoe efficiënter het vervoer, des te afstandelijker worden de passagiers.
Alsof dit nog niet genoeg is om een leven van eenzame activiteiten te regisseren, denk ik dat er ook wel aan toegevoegd kan worden: we geloven alleen. Daarmee bedoel ik niet alleen maar dat je van iemand niet meteen kunt zeggen of hij of zij atheïst, agnost of christen is. Ook het geloof zelf is vereenzaamd en verinnerlijkt. Vroeger baden mensen hardop. De priester Eli die de vrouw Hannah geluidloos zag bidden (alleen haar lippen bewogen) dacht dat ze dronken was (bijbelboek Samuël). Vroeger lazen mensen trouwens ook hardop. Toen Augustinus (in 387) de bisschop van Milaan, Ambrosius, stil zag lezen, dacht hij eerst dat die ziek was (zie de Confessiones van Augustinus, VI, 3). Mogelijk kunnen we daarbij voegen dat anderen het ook nogal godslasterlijk en duivels zouden hebben gevonden om Gods Woord op die manier te lezen, ware het niet dat het de bisschop was die zo las. Augustinus vindt het nodig om eraan toe te voegen: "Maar met welke bedoeling hij dit ook deed, ongetwijfeld deed hij het met een goede bedoeling."
Niet alleen bidden en lezen zijn vereenzaamd; het geloof is ook gewoon particulierder geworden door de grotere onbekendheid van gemeenteleden (die op elke dag van de week hun eigen eenzamige leven leiden, mogelijk op heel andere plekken). Als er een gesprek gevoerd wordt 's zondags kun je eerst wel een half uur informatie uitwisselen over wat er die week gebeurd is. Moet je elkaar voor het delen van geloof niet beter kennen dan dat?
Mogelijk zijn er christenen en kerken in Nederland die de eenzaamheid van geloven beter tegen weten te gaan, maar het lijkt erop dat het ook op het terrein van geloof onmogelijk is te ontkomen aan de overheersende cultuur van eenzaamheid. En dat wil ik graag via deze blog met iedereen delen.
Wat nog hoop kan geven, is dat de Geest van God ook in stilte werkt.
Veel dingen zijn tegenwoordig minder gemeenschappelijk dan vroeger. We internetten alleen. Ik zit hier vanavond met mijn laptop op schoot in de huiskamer, en vermijd teveel interactie met mijn huisgenoten omdat ik anders niet gemakkelijk kan schrijven. Maar het gaat niet alleen om bloggen, ook om dingen opzoeken, communiceren (sociale media), post lezen (e-mail), nieuws lezen. Ondertussen sterft elke verhaalvertelling een stille dood. Ik denk dat een weggedoken houding achter een opengeslagen krant meer interactie met de omgeving mogelijk maakt dan het surfen van nieuws achter een PC. Maar er is nog meer. We werken vaker alleen. De schimmige groep van mensen die je alleen kent van het moment dat ze naar hun kantoor gaan en terug komen (file) wordt steeds groter. We reizen alleen. Hoe efficiënter het vervoer, des te afstandelijker worden de passagiers.
Alsof dit nog niet genoeg is om een leven van eenzame activiteiten te regisseren, denk ik dat er ook wel aan toegevoegd kan worden: we geloven alleen. Daarmee bedoel ik niet alleen maar dat je van iemand niet meteen kunt zeggen of hij of zij atheïst, agnost of christen is. Ook het geloof zelf is vereenzaamd en verinnerlijkt. Vroeger baden mensen hardop. De priester Eli die de vrouw Hannah geluidloos zag bidden (alleen haar lippen bewogen) dacht dat ze dronken was (bijbelboek Samuël). Vroeger lazen mensen trouwens ook hardop. Toen Augustinus (in 387) de bisschop van Milaan, Ambrosius, stil zag lezen, dacht hij eerst dat die ziek was (zie de Confessiones van Augustinus, VI, 3). Mogelijk kunnen we daarbij voegen dat anderen het ook nogal godslasterlijk en duivels zouden hebben gevonden om Gods Woord op die manier te lezen, ware het niet dat het de bisschop was die zo las. Augustinus vindt het nodig om eraan toe te voegen: "Maar met welke bedoeling hij dit ook deed, ongetwijfeld deed hij het met een goede bedoeling."
Niet alleen bidden en lezen zijn vereenzaamd; het geloof is ook gewoon particulierder geworden door de grotere onbekendheid van gemeenteleden (die op elke dag van de week hun eigen eenzamige leven leiden, mogelijk op heel andere plekken). Als er een gesprek gevoerd wordt 's zondags kun je eerst wel een half uur informatie uitwisselen over wat er die week gebeurd is. Moet je elkaar voor het delen van geloof niet beter kennen dan dat?
Mogelijk zijn er christenen en kerken in Nederland die de eenzaamheid van geloven beter tegen weten te gaan, maar het lijkt erop dat het ook op het terrein van geloof onmogelijk is te ontkomen aan de overheersende cultuur van eenzaamheid. En dat wil ik graag via deze blog met iedereen delen.
Wat nog hoop kan geven, is dat de Geest van God ook in stilte werkt.
"De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is" (Evangelie van Johannes, hoofdstuk 3).
maandag 10 oktober 2011
Nieuwe geboorte
In het evangelie van Johannes, hoofdstuk 3, wordt beschreven hoe een theoloog bij Jezus op bezoek komt. De theoloog begint het gesprek als volgt: "We weten dat u van God komt. Want anders zou u deze wonderen niet kunnen doen." Jezus antwoordt hem echter: "Niemand kan het Koninkrijk van God zien, tenzij hij opnieuw geboren wordt."
Hoe?, vraagt de theoloog. Jezus antwoordt: Als iemand niet opnieuw geboren wordt uit Gods Geest, kan hij Gods rijk niet ingaan. Ieder die geboren wordt is 'lichamelijk', als het ware op niets anders dan op het lichamelijke gericht. Maar wat uit Gods Geest geboren is, is in staat op het Koninkrijk van God gericht te zijn. U moet zich niet verwonderen dat er hier over een "geboorte uit Gods Geest" wordt gesproken: die geboorte en die Geest is als het blazen van de wind: als u het geluid hoort hoeft u nog geen idee te hebben waar die vandaan komt of heen blaast.
De theoloog vraagt weer: Maar hoe kan dat dan? Jezus antwoordt hem: Weet u dat niet eens? Als u de dingen die voor het oog zijn niet gelooft, hoe zult u geloven als ik u de hemelse dingen zou vertellen? Maar ik kan ze u vertellen omdat ik weet wat ik spreek en het gezien heb.
Niet dat er iemand in de hemel zou kunnen opklimmen en daarvan vertellen: niemand weet de hemelse dingen dan wie uit de hemel afkomstig is, de zoon uit de mensen. En zoals Mozes de slang van koper ophief (die hij op Gods bevel gemaakt had, en die het enige middel wat om genezen te worden van de beten van de giftige slangen waarmee God Israël gestraft had), zo moet de zoon uit de mensen verhoogd worden, zodat ieder die in hem gelooft niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft.
Zoveel heeft God de wereld liefgehad, dat hij zijn enige zoon daarvoor gegeven heeft. Voor wie in hem gelooft is er behoud. Maar wie niet in hem gelooft is veroordeeld omdat hij de enige zoon van God niet geloofd heeft. Hierom is die veroordeling: dat het licht aan de wereld gegeven is, maar dat men de duisternis liever heeft gehad dan het licht.
Want ieder die hier een hekel aan heeft, haat dat licht omdat het zijn verkeerde daden laat zien. Maar wie het goede doet, komt naar dat licht, en dan blijkt dat zijn goede daden in God verricht zijn.
Hoe?, vraagt de theoloog. Jezus antwoordt: Als iemand niet opnieuw geboren wordt uit Gods Geest, kan hij Gods rijk niet ingaan. Ieder die geboren wordt is 'lichamelijk', als het ware op niets anders dan op het lichamelijke gericht. Maar wat uit Gods Geest geboren is, is in staat op het Koninkrijk van God gericht te zijn. U moet zich niet verwonderen dat er hier over een "geboorte uit Gods Geest" wordt gesproken: die geboorte en die Geest is als het blazen van de wind: als u het geluid hoort hoeft u nog geen idee te hebben waar die vandaan komt of heen blaast.
De theoloog vraagt weer: Maar hoe kan dat dan? Jezus antwoordt hem: Weet u dat niet eens? Als u de dingen die voor het oog zijn niet gelooft, hoe zult u geloven als ik u de hemelse dingen zou vertellen? Maar ik kan ze u vertellen omdat ik weet wat ik spreek en het gezien heb.
Niet dat er iemand in de hemel zou kunnen opklimmen en daarvan vertellen: niemand weet de hemelse dingen dan wie uit de hemel afkomstig is, de zoon uit de mensen. En zoals Mozes de slang van koper ophief (die hij op Gods bevel gemaakt had, en die het enige middel wat om genezen te worden van de beten van de giftige slangen waarmee God Israël gestraft had), zo moet de zoon uit de mensen verhoogd worden, zodat ieder die in hem gelooft niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft.
Zoveel heeft God de wereld liefgehad, dat hij zijn enige zoon daarvoor gegeven heeft. Voor wie in hem gelooft is er behoud. Maar wie niet in hem gelooft is veroordeeld omdat hij de enige zoon van God niet geloofd heeft. Hierom is die veroordeling: dat het licht aan de wereld gegeven is, maar dat men de duisternis liever heeft gehad dan het licht.
Want ieder die hier een hekel aan heeft, haat dat licht omdat het zijn verkeerde daden laat zien. Maar wie het goede doet, komt naar dat licht, en dan blijkt dat zijn goede daden in God verricht zijn.
zaterdag 10 september 2011
Tijdelijk en eeuwig brood
"En Jezus zei tegen hen: Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben." (Evangelie van Johannes, hoofdstuk 6)
Er is tijdelijk brood en eeuwig brood. Het lijkt erop dat als we hier genoeg te eten hebben, we ook minder honger naar het eeuwige brood hebben. Het is dwaas als ik me meer laat fascineren door het tijdelijke dan tijd te nemen voor het eeuwige. Een compleet leven moet zoeken naar de gift van allebei.
Er is tijdelijk brood en eeuwig brood. Het lijkt erop dat als we hier genoeg te eten hebben, we ook minder honger naar het eeuwige brood hebben. Het is dwaas als ik me meer laat fascineren door het tijdelijke dan tijd te nemen voor het eeuwige. Een compleet leven moet zoeken naar de gift van allebei.
Labels:
leven,
tijd,
zin van het leven
vrijdag 24 juni 2011
Het verhaal vs. het leven
Doorgaans heeft het nadenken over levens van anderen, of over fictieve verhalen, het volgende nadeel: dat een ander levensverhaal meestal de actualiteit en de onbeslotenheid van je eigen leven verzwijgt. Met actualiteit bedoel ik: dat je nu kunt en moet handelen. Het begrip onbeslotenheid heb ik eerder geïntroduceerd.
Ik zeg 'meestal verzwijgt', want dat hoeft natuurlijk niet altijd. Maar meestal is een fictief verhaal een 'plot', een aaneenschakeling van gebeurtenissen die één bepaald iets wil duidelijk maken. Een beschrijving van een ander leven selecteert óók meestal gericht met een bedoeling. Het zijn dan vertelde ideeën, niet onbepaald maar bepaald, niet actueel maar universeel of gewoon anders. Er zijn natuurlijk ook andere voorbeelden; het kan zijn dat een verhaal een duidelijke levenshouding laat zien die je in staat stelt de afstand tot het verhaal te overbruggen en een directe verbinding te maken met het eigen actuele en onbepaalde leven. Ik denk bijvoorbeeld aan de verhalen in de Bijbel. Maar teksten die dat doen zijn confronterend, terwijl teksten die dat niet doen een soort vluchtmogelijkheid geven, een afstand die bijvoorbeeld bewondering of afschuw van iets anders mogelijk maakt. Een zelfde afstand is mogelijk bij het bewonderen van de natuur, maar die is toch vaak minder geestelijk en meer verbonden met een fysieke en actuele verbondenheid.
Is deze 'vlucht' in of verberging van de actualiteit en onbeslotenheid verkeerd? Altijd verkeerd, of alleen verkeerd als het een totale en aanhoudende houding wordt?
Volgens mij is vanuit een christelijke levensbeschouwing het laatste in ieder geval waar. Als je eigen leven niet meer in z'n actualiteit en onbepaaldheid beleefd wordt, wordt de mogelijkheid van het einde van het leven en de toekomst van Gods Koninkrijk niet meer beleefd. Hoe kan iemand die als 'buitenstaander' of toeschouwer leeft bezorgd zijn om zijn eigen ziel en leven en zoeken naar verlossing die persoonlijk is? Vooral bij de toename van mogelijkheden om andere verhalen te lezen of te zien (door de massamedia, het internet (surfen, Facebook), enz.) is het gemakkelijk om de actualiteit en onbeslotenheid van het leven vaker en vaker te vergeten.
Maar of die 'vlucht' of verberging altijd verkeerd is, vind ik een moeilijke vraag. Opvallend is dat Gods woord, de teksten van de Bijbel, niet zomaar een vlucht toelaat of iets van het leven verbergt. Het kunnen laten liggen van de actualiteit en onbepaaldheid van het leven is in ieder geval afhankelijk van geloof in God. Want zonder verlossing en geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn (zie de brief aan de Hebreeën, hoofdstuk 11). Uiteindelijk gaat het hierom: dat men alle dingen met het zicht op God liefheeft, zoals Augustinus schrijft. Het lijkt echter dat men snel afgeleid is van het hoogste goed en gemakkelijk zich verliest in de beschouwing van wat voor ogen is. Dat lijkt me wat de Bijbel een 'verduisterd verstand' noemt: we hebben het licht van Gods Geest nodig om te kunnen zien.
Ik zeg 'meestal verzwijgt', want dat hoeft natuurlijk niet altijd. Maar meestal is een fictief verhaal een 'plot', een aaneenschakeling van gebeurtenissen die één bepaald iets wil duidelijk maken. Een beschrijving van een ander leven selecteert óók meestal gericht met een bedoeling. Het zijn dan vertelde ideeën, niet onbepaald maar bepaald, niet actueel maar universeel of gewoon anders. Er zijn natuurlijk ook andere voorbeelden; het kan zijn dat een verhaal een duidelijke levenshouding laat zien die je in staat stelt de afstand tot het verhaal te overbruggen en een directe verbinding te maken met het eigen actuele en onbepaalde leven. Ik denk bijvoorbeeld aan de verhalen in de Bijbel. Maar teksten die dat doen zijn confronterend, terwijl teksten die dat niet doen een soort vluchtmogelijkheid geven, een afstand die bijvoorbeeld bewondering of afschuw van iets anders mogelijk maakt. Een zelfde afstand is mogelijk bij het bewonderen van de natuur, maar die is toch vaak minder geestelijk en meer verbonden met een fysieke en actuele verbondenheid.
Is deze 'vlucht' in of verberging van de actualiteit en onbeslotenheid verkeerd? Altijd verkeerd, of alleen verkeerd als het een totale en aanhoudende houding wordt?
Volgens mij is vanuit een christelijke levensbeschouwing het laatste in ieder geval waar. Als je eigen leven niet meer in z'n actualiteit en onbepaaldheid beleefd wordt, wordt de mogelijkheid van het einde van het leven en de toekomst van Gods Koninkrijk niet meer beleefd. Hoe kan iemand die als 'buitenstaander' of toeschouwer leeft bezorgd zijn om zijn eigen ziel en leven en zoeken naar verlossing die persoonlijk is? Vooral bij de toename van mogelijkheden om andere verhalen te lezen of te zien (door de massamedia, het internet (surfen, Facebook), enz.) is het gemakkelijk om de actualiteit en onbeslotenheid van het leven vaker en vaker te vergeten.
Maar of die 'vlucht' of verberging altijd verkeerd is, vind ik een moeilijke vraag. Opvallend is dat Gods woord, de teksten van de Bijbel, niet zomaar een vlucht toelaat of iets van het leven verbergt. Het kunnen laten liggen van de actualiteit en onbepaaldheid van het leven is in ieder geval afhankelijk van geloof in God. Want zonder verlossing en geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn (zie de brief aan de Hebreeën, hoofdstuk 11). Uiteindelijk gaat het hierom: dat men alle dingen met het zicht op God liefheeft, zoals Augustinus schrijft. Het lijkt echter dat men snel afgeleid is van het hoogste goed en gemakkelijk zich verliest in de beschouwing van wat voor ogen is. Dat lijkt me wat de Bijbel een 'verduisterd verstand' noemt: we hebben het licht van Gods Geest nodig om te kunnen zien.
Labels:
Aurelius Augustinus,
fictie,
leven,
natuur
maandag 20 juni 2011
Zoeken naar leven
In 'Sein und Zeit' beschrijft de Duitse filosoof Martin Heidegger hoe een 'eigenlijk' 'heel-zijn' van het menselijk leven mogelijk is door de verhouding tot de dood. Laat ik een christelijke variant op Heideggers idee van de dood geven in de zoektocht naar wat leven eigenlijk betekent. Heidegger stelt terecht dat de dood oereigen, betrekkingloos (anderen kunnen het niet afnemen), onoverschrijdbaar, wel zeker, maar onbepaald wanneer is. De onoverschrijdbaarheid moet volgens Heidegger onder ogen gezien kunnen worden door alles wat in ons leven komt als mogelijkheid en niet als al in bezit te beschouwen: daardoor geeft de onoverschrijdbaarheid een eigenlijk kunnen-zijn, een 'vrij zijn voor de dood'. De onbepaaldheid wanneer wordt volgens Heidegger onder ogen gezien door de angst, waarvoor men 'de moed moet opbrengen' om het niets, de begrenzing van het bestaan, onder ogen te zien.
Als christen geloof ik dat de gedachte "dat het bestaan door niets wordt begrensd" veranderd kan worden. In plaats van een vooruitlopen op de dood is het leven van een christen een vooruitlopen op Gods Koninkrijk; in plaats van de angst komt de hoop.
Maar dat de dood nog steeds vrees kan opwekken komt door nog andere eigenschappen.
Wat dat laatste betreft kunnen we dat ook als eigenschap van het leven beschrijven: de onbeslotenheid van het leven. Er is geen mooi einde, geen 'happy end' in ons leven: we moeten altijd weer verder leven. Er is geen levensdoel dat als we het bereikt hebben zegt: het is genoeg, dit is geluk, er is niets waar we 'voor kunnen leven'. Wel kunnen we gelovig vertrouwen op God dat Hij ons leven kan zegenen, en kan bepalen; en dat er gaven van God zijn om van te genieten.
Maar het 'happily ever after' van sprookjes is dus een retorische truc, want het leven is onbesloten: in werkelijkheid kan er nooit zoiets bestaan. Of liever, het is een heimwee naar geluk waarvan een christen gelooft dat we dat alleen van God kunnen ontvangen. Hoe kun je van eeuwig geluk verzekerd zijn? Als de Eeuwige God dat belooft. In de Bijbel wordt de metafoor gebruikt van een rivier met zuiver helder water dat altijd blijft stromen, en van een boom die iedere maand zijn vrucht geeft, en genezend is (Openbaringen, hoofdstuk 22).
Sommige mensen zouden kunnen denken dat een leven met hoop afbreuk doet aan het leven zelf. Tegengeworpen kan worden dat leven zonder hoop nog meer afbreuk kan doen aan het leven, en dat de christelijke hoop niet samen kan (of mag) gaan met slecht leven.
Als christen geloof ik dat de gedachte "dat het bestaan door niets wordt begrensd" veranderd kan worden. In plaats van een vooruitlopen op de dood is het leven van een christen een vooruitlopen op Gods Koninkrijk; in plaats van de angst komt de hoop.
Maar dat de dood nog steeds vrees kan opwekken komt door nog andere eigenschappen.
- Ten eerste: de dood is onbekend (nog nooit ervaren). Het leven is ook wel min of meer onbekend, maar er zijn altijd bekende elementen. Een totaal onbekend leven zou afschuwelijker zijn dan de dood.
- Ten tweede: de dood laat het leven niet heel. Heidegger zegt wel dat het leven zich geen dingen moet toe-eigenen en alles als mogelijk moet laten, maar dat is simpelweg niet hoe leven is en ook niet hoe leven op z'n mooist is. Liefde is niet iets wat simpel bestaat in mogelijkheid, maar in het smeden van een band. De dood is een straf voor de mens.
Wat dat laatste betreft kunnen we dat ook als eigenschap van het leven beschrijven: de onbeslotenheid van het leven. Er is geen mooi einde, geen 'happy end' in ons leven: we moeten altijd weer verder leven. Er is geen levensdoel dat als we het bereikt hebben zegt: het is genoeg, dit is geluk, er is niets waar we 'voor kunnen leven'. Wel kunnen we gelovig vertrouwen op God dat Hij ons leven kan zegenen, en kan bepalen; en dat er gaven van God zijn om van te genieten.
Maar het 'happily ever after' van sprookjes is dus een retorische truc, want het leven is onbesloten: in werkelijkheid kan er nooit zoiets bestaan. Of liever, het is een heimwee naar geluk waarvan een christen gelooft dat we dat alleen van God kunnen ontvangen. Hoe kun je van eeuwig geluk verzekerd zijn? Als de Eeuwige God dat belooft. In de Bijbel wordt de metafoor gebruikt van een rivier met zuiver helder water dat altijd blijft stromen, en van een boom die iedere maand zijn vrucht geeft, en genezend is (Openbaringen, hoofdstuk 22).
Sommige mensen zouden kunnen denken dat een leven met hoop afbreuk doet aan het leven zelf. Tegengeworpen kan worden dat leven zonder hoop nog meer afbreuk kan doen aan het leven, en dat de christelijke hoop niet samen kan (of mag) gaan met slecht leven.
Labels:
dood,
geluk,
hoop,
leven,
Martin Heidegger
Abonneren op:
Posts (Atom)