Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen

maandag 4 februari 2013

Fabel 1: Vreemd land

Sommige dingen kunnen het best in indirecte, beeldende taal worden uitgedrukt. Dat weten we al heel lang. Daarom ook op deze blog een serie van fabels in de stijl van Phaedrus, die de fabels van Aesopus opschreef en er de zijne aan toevoegde. De inhoud is een hedendaagse weergave van christelijk perspectief op het leven, de menselijke conditie, en God. Vandaag fabel 1: "Vreemd land".

Een christelijke koning overwon een vijand uit een vreemd land. De koning trok met zijn legermacht de hoofdstad binnen om zijn regering te funderen.

Een raadsheer sprak tot hem: “Zal de huidige religie hier totaal vervangen moeten worden?” De koning zweeg. De raadsheer sprak: “Maar moet men het dan anders bij het oude houden?”

De koning sprak: “Maak dat de mensen van alle ware hoop bewust worden gemaakt, als ze die hebben. Leer die te koesteren. Maar leer hen ook met zorg de valse hoop van ware onderscheiden. Leer die te vervangen.”

Deze fabel leert hoe men elk gebied, ook filosofie, met wijsheid en liefde moet regeren.

woensdag 15 juni 2011

Iets nieuws & m'n scriptie

Ik beschouw mezelf als creatief: dat wil zeggen, heb soms een onweerstaanbare neiging om iets nieuws te maken. In de filosofie wordt originaliteit als merites gezien. Als je niets nieuws zegt maar alleen bestaande filosofie interpreteert, word je niet beroemd. Veel filosofen beginnen hun boek ook met een samenvatting van alle voorgaande filosofen: wat hebben zij gezegd, en waarom voegt het mijne iets toe (soms met een neiging al het voorgaande als waardeloos af te doen). Net alsof de eis van toegevoegde waarde precies zoals bij wetenschap bestaat in het ontdekken of beschrijven van iets nieuws.

Zo vermeldt ook Lukas als hij van het bezoek van Paulus aan Athene schrijft: "Die van Athene nu allen, en de vreemdelingen, die zich daar onthielden, besteedden hun tijd tot niets anders dan om wat nieuws te zeggen en te horen" (Handelingen van de apostelen, hoofdstuk 17).

Iets nieuws willen zeggen is de neiging om iets toe te willen voegen aan het bestaande, met het gedachte dat de mens anders betekenisloos blijft. Ik denk dat die gedachte genuanceerd moet worden. Ieder mens voegt al onherroepelijk iets toe aan de wereld door te leven. Een mens wordt nooit gelijk aan datgene wat hij maakt of produceert (vergelijk ook Heidegger, die dat het alledaagse 'vervallen' noemt, het verliezen van zichzelf, de eigen zijnsmogelijkheden, in de omringende wereld).

Ik denk dat het beter is als het filosofie te doen is om gewoon de waarheid te spreken, ongeacht of die nieuw is of niet. Maar, zou iemand kunnen tegenwerpen, is dat niet al een te stellige uitspraak, omdat alle filosofie waarheid bevat maar slechts verschilt in perspectief? Ik ben het ermee eens dat als je filosofische waarheden gaat verzamelen, je veel verschillende perspectieven zult bezoeken; maar ik ben er ook van overtuigd dat er dan nog verschil blijft tussen ware en onware of vervormende, verbergende uitspraken. Misschien is dat een mooie inleiding op mijn bachelorscriptie voor mijn studie filosofie over waarheid.

vrijdag 8 april 2011

Filosofie: wat word je er wijzer van?

Van filosofie word je ongetwijfeld wijzer in een bepaald opzicht. Maar dan eerder in theoretisch dan in praktisch opzicht. Vraag maar aan je familie die geen filosofie studeert.

In een discussie met een vriend van mij stelde ik dat het praktische aspect van filosofie voor mij het belangrijkste was: filosofie om te leven zoals we moeten leven. Zijn tegenwerping was dat filosofie geen praktijk kan leren, en integendeel altijd mijlenver daarvan af staat.

Hij had een punt. Ook Aristoteles stelde al (anders dan Plato) dat levenswijsheid (φρόνησις) wat anders was dan theoretische kennis.

Toch was ik van mening dat theoretische waarheid en leugen onze levenspraktijk kan beïnvloeden. Bedrieglijke retoriek kan mensen moraal onverschillig of immoreel maken, waarheid kan mensen inzichten in het leven geven. Een voorbeeld van de leugen: de toespraak van Goebbels aan de Duitse troepen om gevoelens te leren negeren bij het optreden tegen Joden. Mijn voorbeeld van de waarheid: een preek van Augustinus over de tien geboden. Deze twee voorbeelden zijn beiden geen voorbeelden van theoretische filosofie (hoewel ze zeker wel filosofie bevatten), maar hetzelfde kan gelden voor theoretische filosofie.

Oh ja, en iedereen kan het altijd goed gebruiken om herinnerd te worden aan de belangrijke en minder belangrijke (of schadelijke) dingen in het leven. Vooral in de ontwikkelde en misschien wel technocratische samenleving van nu.

Maar OK, ik geef toe dat goed leven niet uit theoretische kennis alleen komt. Wat dat betreft ben ik absoluut tegenstander het Socratisch intellectualisme: dat wie het goede kent, het goede zou doen &mdash tenzij Socrates met kennen veel meer bedoelt dan de theoretische kennis. Een voorbeeld van kennen en niet doen is wat mij betreft de Duitse filosoof Martin Heidegger die zich inliet met de leugen van het nationaal socialisme terwijl zijn filosofie over de waarheid toch echt zo dicht bij de werkelijkheid kan staan als welke andere filosofie ook.

Hoe leren we dan het goede te doen? Gewoontes?

Christelijke filosofie zegt dat God het ons moet leren. Of beter gezegd: dat we pas echt goed kunnen leven (hoewel met onze tekortkomingen) als ons leven deel is van het leven van Christus. Want Christus zegt (Evangelie van Johannes, hoofdstuk 15):
Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven.

zaterdag 12 maart 2011

Catastrofe en de tuin

Er zijn dingen die de mens die 'denkt om het denken', zoals Aristoteles de filosofie beschrijft, noodzaken te erkennen dat er iets indringenders is dan dat. Rampen doen dat, zoals de ramp in Japan. Het redeneren moet daar stil van worden. Helemaal als men beseft hoe zorgeloos het eigen leven is en doorgaat.

Leibniz' wiskundige 'deze wereld is de beste van alle mogelijke werelden' faalt op zo'n moment. Maar dat maakt de spot van Voltaire nog steeds misplaatst: die lijkt erg lichtzinnig na de ramp van de aardbeving en tsunami in Lissabon. Voltaire's conclusie van de Candide dat 'men de tuin maar moet cultiveren' (geïnterpreteerd: dat wij mensen moeten zorgen dat het op aarde maar enigszins in orde komt) is geen beschrijving hoe we rampen kunnen verwerken.

Wellicht was het standpunt van Voltaire dat we rampen maar gelaten over ons heen moeten laten komen. Als christen geloof ik dat rampen ons meer te zeggen hebben. Maar dan dringt de vraag zich op: Waarom staat God rampen toe?

Een beter antwoord dan dat van Leibniz is dat rampen in de wereld een deel zijn van een menselijke conditie die catastrofisch is geworden. En die verklaring kunnen christenen vinden in het begin van de Bijbel: bij het wegsturen van Adam en Eva uit het paradijs nadat ze beiden Gods gebod overtraden. Aan de menselijke conditie was dit toegevoegd: de mens zou sterven.

Leibniz zelf noemt in zijn voorwoord van de Théodicée een bezwaar hiertegen: die overtreding van Adam en Eva moet toch ook een oorzaak hebben? En als het antwoord is: die oorzaak is de vrije wil van de mens die ook voor het kwade kon kiezen, is het bezwaar: maar waarom gaf God de mens dan een vrije wil? Leibniz formuleert meteen ook bezwaren tegen andere eigenschappen van de menselijke conditie: dat niet alle mensen die van God afgekeerd zijn verlost zijn door het Evangelie, en dat deze menselijke conditie geldt voor ieder mens terwijl men niet persoonlijk schuldig is aan de overtreding van Adam en Eva.

Het probleem is mijns inziens de wiskundige berekenendheid van deze stellingen van Leibniz. Die manier van redeneren is onmogelijk toepasbaar op catastrofes; niet op een ramp in Lissabon, maar ook niet op een catastrofale menselijke conditie. Niet dat er geen redelijke antwoorden zijn op redelijke vragen — maar die redelijke vragen en antwoorden hebben uit zichzelf al een leegte.

woensdag 9 maart 2011

De geschiedenis van kennis tot informatie

Gisteren schreef ik een bericht over de centraliteit van het idee 'informatie' voor ons. Nu is voor elke beweerde verandering in de tijd een bewijs nodig — vaak zijn veranderingen overdreven en een projecterend onderscheid met het verleden. Daarom zal ik proberen hier een schets van een historisch bewijs te geven. Een schets gebaseerd op technische veranderingen en in het oog lopende conceptuele veranderingen. Als voetnoot bij het vorige bericht dus.

De hypothese is: het idee van kennis begon bij tastbaar vertrouwd zijn, en is uitgekomen op losgemaakt, transporteerbaar kennen: informatie. En inderdaad was kennis vroeger een privilege dat de status van iemand bepaalde. Een goede boer kende zijn vee, een smid kende de hamer en het ijzer. Meer kennis dan dat was uitzonderlijk: veel gereisd hebben maakte je een rariteit of een orakel van de gemeenschap. Verhalen kwamen, maar van mond tot mond.

Maar was er dan geen losgemaakte, niet-tastbare kennis? Als ik me dat afvraag denk ik aan de uitvinding / het gebruik van het schrift. Het schrift maakt een voorstelling van onpersoonlijke, transporteerbare kennis mogelijk. Maar: het bezit van dat schrift was niet voor iedereen: het was voor de priester, voor de vorst, een boek van voorgeschiedenis, verbondenheid met gezag en traditie.

Ik denk vervolgens ook aan de Griekse filosofie: die filosofie had immers iets van een universaliteit die haar losmaakte van de directe vertrouwdheid? Inderdaad: met de geboorte van de Griekse filosofie, in een milieu waar er tijd over was, een stad met een cultureel centrum was, kwam er de mogelijkheid van losgemaakte kennis. Maar de losmaking van de filosofie van de filosoof is heel geleidelijk gegaan. Wij lachen wel eens om de kosmoloog of ontoloog die schreef alsof hij het zelf had meegemaakt en die beweerde dat zijn kennis geprivilegeerd was, maar dat komt omdat wij in een informatie-tijd leven, waarin kennis los verkrijgbaar is. Die ontwikkeling is geleidelijk gegaan: lang bleef de filosoof bepalend voor zijn werk, bleef hij in zijn werk; pas vrij recent is die koppeling losgeraakt en wordt filosofie als informatie gepresenteerd.

De sofisten waren een nieuwe revolutie na de kosmologen of ontologen. Die toonden aan dat kennis inwisselbaar was voor andere kennis: dat er zoiets kon bestaan als manusje-van-alles op het gebied van kennis! Het was een spotten met de eerdere idee van kennis als vertrouwdheid; maar de kennisbeheersing van de sofisten bleef nog steeds een status, een persoonlijkheidseigendom.

Ergens bij het begin van de moderne tijd werd kennis op steeds grotere schaal reproduceerbaar; met als belangrijk moment de uitvinding van de boekdrukkunst. Opeens was het afgelopen met de privilege van kennis: wie een boek kon kopen en lezen, had kennis, en dat waren steeds meer mensen, in plaats van alleen de eenzame geleerde. Scholen werden groter en dus onpersoonlijker. Wat scheidt deze opvatting van kennis nog met onze opvatting van informatie? Hierin: deze kennis was nog steeds met strengen verbonden aan haar onderwerp.

Als Descartes een universele methode voor de wetenschap ontwerpt, worden die strengen doorgeknipt, maar blijft nog iets anders: de directe verbondenheid van die kennis met de geest van wie helder en onderscheiden kent.

De modernste tijd. Er komt een einde aan de grote verhalen. Het kennen van de Verlichting wordt kennen zonder voorbehoud, zonder engagement — of liever, engagement wordt een romantische keuze, een emotioneel extra dat als predicaat aan een tele-kennis verbonden is.

Dat is een schets van de geschiedenis van het idee 'informatie'. We kunnen kennis onpersoonlijk, transporteerbaar voorstellen door het schrift, universeel door de wetenschap, inwisselbaar door de sofisten, voor ieder beschikbaar door de boekdrukkunst en de grote scholen (en het internet), methodisch door Descartes, voorbehoudsloos door de modernste tijd. En door de ontwikkeling van de wetenschappen ook overal toepasbaar. De tastbare kennis is folklore, een soort van 'inzicht' dat een entiteit 'veronderstelt' die helemaal 'niet nodig' is voor 'ons informatietijdperk' en 'het leven' alleen maar nodeloos 'ingewikkeld' maakt. Waarbij ik aanteken dat al die aanhalingstekens uitdrukking zijn van kennis die gebaseerd is op dat idee 'informatie'.

Ik bedoel hiermee niet dat wij totaal vervreemd zijn van de eerste betekenis van kennis; wel dat we moeten oppassen dat we dat niet worden, of zelfs blijven. Dat wil dus zeggen: niet gewoon doorleven voor kennis in de laatste betekenis. Want: "Wie op de beloning gesteld is, moet de strijd niet afwijzen" (Augustinus, Over de zaligsprekingen).

vrijdag 21 januari 2011

'Belangrijke filosofen'

Wegens mijn studie filosofie leek het me handig een overzicht van filosofen en stromingen te maken. Download hier een voorlopig resultaat. Een "Philosophers' Map'. Qua hedendaagse filosofen is 'ie nog niet echt compleet, maar voor de ontwikkelingen daarvoor lijkt het mij een gemakkelijk overzicht. Suggesties voor vergeten filosofen of verbeteringen zijn welkom.



Wat houdt het in belangrijk filosoof te zijn? Vanuit christelijk perspectief niet veel. De grondlegger van de historische methode, Leopold von Ranke, zei al: "Elk tijdvak is gelijk voor God":
"Ich aber behaupte, jede Epoche ist unmittelbar zu Gott, und ihr Wert beruht gar nicht auf dem, was aus ihr hervorgeht, sondern in ihrer Existenz selbst, in ihrem eigenen Selbst" (Lezingen aan koning Maximiliaan van Beieren, 1854)
Daar is aan toe te voegen: "Elke filosoof is onmiddelijk voor God, zijn waarde als mens berust niet in zijn theorieën, maar in zijn bestaan zelf, in zijn eigen 'zelf'."

vrijdag 14 januari 2011

Joodse filosofie

Zojuist een examen Joodse filosofie afgelegd. Eigenlijk, zo schreef mijn docent Prof. Dr. Luc Anckaert in de cursustekst, is Joodse filosofie een ontmoeting van het uitgangspunt van de joodse religie en het uitgangspunt van de filosofie. Waar de filosofie bestaat in begrippen, in denken, in het formuleren van abstracte, tijdloze waarheden, bestaat de joodse (of ook christelijke) religie in ervaringen, in traditie, in het luisteren naar dingen die op de man af (particulier) zijn. Wat gebeurt er eigenlijk als religieuze uitgangspunten worden vertaald naar filosofie? Worden ze niet uit hun betekeniscontekst gerukt? Desondanks zijn er Joodse filosofen.

Maar sommige dingen zijn nu eenmaal niet redelijk te begrijpen. In de joodse filosofie is een voorbeeld de Shoah. De ervaring van catastrofe maakt filosofie onmachtig. En ook andere dingen blijken onbegrijpelijk.

Dat maakt dat sommige dingen beter in verhalen (betekenisvol spreken) te vatten zijn dan in begrippen. En betekenis van dat spreken is dan niet het vatten in begrippen, maar het persoonlijk ervaren ervan. Een mooi voorbeeld zijn de commentaren van Emmanuel Levinas (1906-1995) op de Talmoedcommentaren (de Talmoed is in de joodse traditie de mondelinge overlevering van de Torah). Bij zijn interpretatie van de Talmoedcommentaren gaat het niet om kijken en herhalen, maar om luisteren en uit jezelf spreken. De eigen interpretatie wekt de tekst tot leven.

Zo wordt Levinas' commentaar op de Berakhot met de titel 'Et Dieu créa la femme' een rijke bespreking van de thema's van de menselijke conditie: animaliteit versus rationaliteit, geweten (Gods opdracht) versus vrijheid (en neigingen), de onbedektheid voor God en het dragen van de ander (ethiek). Die bespreking gaat dan onweerstaanbaar verder over de schepping van man en vrouw. Het seksuele is niet primair en bepalend voor het zijn, stelt Levinas, maar het mens-zijn is voor zowel de man als de vrouw bepalend. Voor beiden geldt het appèl van de naaste (de 'ander'). Centraal staat ook het thema van de zoon, wat staat voor de toekomst, in het bijzonder de toekomst van de Messias -- tegenover de catastrofe van het bestaan.

zaterdag 8 januari 2011

De waarde van filosofie

Wat is christelijke filosofie? Voor mij is het (besef ik na wat filosofische reflectie) woorden zo dicht mogelijk verbinden met het Evangelie.

Filosofie redeneert over bepaalde vragen, en gebruikt daarom een bepaalde verzameling woorden (die door de eeuwen heen soms wat aangevuld, soms wat verminderd wordt) om die vragen uit te drukken en te beantwoorden. Zonder filosofie zou er een stukje van de totaliteit van de werkelijkheid die de mens beleeft ontbreken, want de woorden van de filosofie zijn niet betekenisloos. Wij voelen of beseffen iets wat die woorden proberen te zeggen.

Goed, in dit domein van woorden probeer ik waarheden uit te drukken, en dat kan door vast te stellen wat de woorden betekenen, of mee te voelen wat die woorden betekenen. Woorden zijn allereerst altijd verbonden met hun contekst. De contekst maakt ze meer of minder betekenisvol. En daarnaast, hoewel waarheid niet relatief is, is het wel relatief hoe belangrijk een waarheid is en of ze op het juiste moment en in de juiste situatie wordt uitgesproken. Want we weten dat we ook doorleven, en alle uitgedrukte woorden worden zo uiteindelijk ook gewogen in de praktijk.

En daarom worden we gedreven om in het zoeken van die waarheden te komen tot de meest betekenisvolle kern van het leven, de meest dringende woorden, die -- omdat God het wil -- ook de meest eenvoudige zijn: die van het Evangelie, waaruit een Christen leeft.

Jezus Christus zegt: "Ik ben de weg, en de waarheid, en het leven" (Johannes 14:6). Door Hem, Gods Zoon, de Verlosser, is er genade van God, kennis van Wie God is, en de mogelijkheid om te leven in de verwachting van een hemels Koninkrijk.

dinsdag 18 mei 2010

Paradoxen

Vandaag las ik een interessant denkbeeld in een column over "de tweeheid van de mens: zijn grootheid en ellende". Deze column verwees naar de Amerikaanse schrijver en filosoof Peter Kreeft, en zijn theorie van "paradoxalisten", verdedigers van het christelijk geloof die een paradox of dubbelzinnigheid niet uit de weg gaan, ofwel "met twee open ogen naar de mens kijken".
Dat is, aldus Kreeft in zijn ”Christianity for Modern Pagans: Pascal’s Pensees” (1993) "huiveringwekkend en fascinerend, als de rit in een achtbaan. Het levert een intens gevoel van diepte op, een derde dimensie, net als twee fysieke ogen doen. In vergelijking daarmee zijn de meeste filosofen plat en eendimensionaal, omdat ze één oog bedekken. Het zijn optimisten of pessimisten, rationalisten of empiristen, spiritualisten of materialisten."

Als christendenkers die onder 'paradoxalisten' kunnen worden geschaard worden Paulus, Augustinus, Pascal, Kierkegaard en Dostojevski genoemd.

Deze analyse kunnen we dankbaar zijn voor een ding dat ze aanwijst: dat christelijke filosofen er in ieder geval niet voor terugschrikken twee tegenovergestelde kanten van een zaak te belichten zonder er een overkoepelend antwoord op te kunnen of willen geven.

Soms worden tegenstellingen gewoon gebruikt als contrasten (die wel te verenigen zijn omdat ze over verschillende aspecten handelen). Niet alle paradoxen hebben echter een verklaarde oplossing. Het aanwezig zijn van zulke onopgeloste tegenstellingen in een theorie is voor sommigen een reden om die theorie 'inconsistent' te noemen, of een theorie die 'problemen ontvlucht in mystiek'. Is het niet zo dat het gebruik van paradoxen door een uitgeschakeld verstand de geest een soort vrije val laat, zodat er niets meer dan 'spirituele belevenis' overblijft? Is dat geen bezwaar tegen het gebruik van paradoxen in filosofie?

Maar dat is te snel geoordeeld, denk ik. Waarom gebruikt men tegenstellingen zonder die in duidelijke bewoordingen te duiden? Dat moet wel zijn omdat de duidelijke bewoordingen daarvoor missen of niet voldoen. Dat men een antwoord niet kan of wil formuleren, wil zeggen dat men zaken niet in menselijke begrippen kan of wil uitdrukken, omdat die tekortschieten, of omdat menselijke waardeoordelen over die begrippen tekortschieten om aan de zaken recht te doen.

Maar, zijn er wel onderwerpen waarvoor geldt dat ze niet in menselijke bewoordingen of gedachten te duiden zijn, of daar minder geschikt voor zijn? Daarop moet onze beoordeling van het gebruik van tegenstellingen gegrond zijn. Zeker zijn die onderwerpen er wel --- vooral geldt dat voor de basiscategorieën die zoals de filosoof Immanuel Kant voorstelde, het vertrekpunt van ons denken zijn; onderwerpen als tijd, eindigheid en oneindigheid, goed en kwaad, maar ook wie wijzelf zijn (het besef van een 'ik') en vooral Wie God is.

Het gebruik van tegenstellingen of paradoxen schakelt het verstand niet helemaal uit, want het betrekt de betekenis van verschillende begrippen om samen bij te dragen aan een nieuw begrip. Maar het blijft een soort stamelen om te verstaan.

zaterdag 29 augustus 2009

Christelijk filosofisch ideaal

Wat heeft Jeruzalem met Athene van doen? Theologie kan niet apart van tijd en plaats worden gearticuleerd, schrijft David Hill Scott in het artikel "A Vision of Veritas". Intellectuele isolatie is geen deugd. Stellingen over de waarheid moeten geformuleerd worden. Verliest het Christelijke standpunt daarmee iets van zijn vastheid, als deze stellingen aan kritiek worden onderworpen? Juist niet, stelt Scott, de formulering van deze standpunten is de enige mogelijkheid voor de ontwikkeling ervan, en de ontwikkeling van standpunten zal ze juist sterker maken. Bovendien doet het ontbreken van een formulering het Christelijke standpunt afbreuk: "an intentional lack of Christian formulation is, in fact, a formulation. No philosophy is, de facto, a philosophy—albeit a very unpersuasive one."

De taak van Christelijke filosofie is het bieden van "an alternative to the anarchy of the modern mind". Christelijke filosofie moet zich onderscheiden door eenheid, 'synthesis', tegenover de onsamenhangendheid ('intellectual disarray') van het anti-supernaturalistische denken van de seculiere filosofie. Deze idealen werden vertolkt door de 'integrationistische' beweging onder het Puritanisme in Engeland in de zeventiende en achttiende eeuw, beschrijft Scott:
"This unified view of the academy had no bifurcation of rationality and spirituality, no separation of science and ethics, nor the isolation of learning from life endemic to education today."


Christelijke filosofie kan niet zomaar meedoen met de trends van de seculiere filosofie. Een christelijke filosoof moet onafhankelijk, integer en moedig zijn. Alvin Plantinga in het artikel "Advice to Christian Philosophers" (1984), schrijft:
"[M]y plea is for the Christian philosopher, the Christian philosophical community, to display, first, more independence and autonomy: we needn't take as our research projects just those projects that currently enjoy widespread popularity; we have our own questions to think about. Secondly, we must display more integrity. We must not automatically assimilate what is current or fashionable or popular by way of philosophical opinion and procedures; for much of it comports ill with Christian ways of thinking. And finally, we must display more Christian self-confidence or courage or boldness. We have a perfect right to our pre-philosophical views: why, therefore, should we be intimidated by what the rest of the philosophical world thinks plausible or implausible?"


Ook Plantinga beschrijft de taak van Christelijke filosofie als niet enkel bevattend een verdediging van standpunten en weerlegging van aanvallen op het Christelijk geloof, maar ook juist gericht op een rijker gedachtegoed dan wat de seculiere agenda bevat.
"[T]he Christian philosophical community need not devote all of its efforts to attempting to refute opposing claims and or to arguing for its own claims, in each case from premises accepted by the bulk of the philosophical community at large. It ought to do this, indeed, but it ought to do more. For if it does only this, it will neglect a pressing philosophical task: systematizing, deepening, clarifying Christian thought on these topics."


Ook filosofie is een 'goddelijk beroep'. Scott verzucht in zijn artikel:
"Today occupational depression is at epidemic levels today even among Christians. I never cease to hear other Christian lay men and women discouraging reflect that they wish they could spend their working hours doing something of real "eternal significance" such as "the ministry.""
Juist filosofie kan de veronderstelde dichotomie van geloof en weten doorbreken, en daarin de integrationele boodschap overbrengen voor het Christelijke leven. Dat is dus wat Athene met Jeruzalem van doen heeft.

zaterdag 25 juli 2009

Wittgenstein

Van de beroemde filosoof en logicus Ludwig Wittgenstein (hij leefde 1889 tot 1951) is bekend dat hij moeilijk te interpreteren was. Zijn 'Tractatus Logico-Philosophicus' legt scherp de grens tussen wat filosofie wel en niet kan zeggen. Overigens is 'zeggen' hier een technische term. Maar betekent dat dat Wittgenstein niet zo aan ethiek hechtte? Wittgensteins werk had in zijn tijd een warm onthaal bij de 'logisch positivisten', een stroming die positief stelde dat de filosofie geholpen is als zij zich beperkt tot wat met zintuiglijke waarneming vast te stellen is --- en ethiek, metafysica en religie buitensluit. Maar het is de vraag of Wittgenstein het met die visie eens was.

Het bekendste citaat uit de Tractatus is het "Waarvan men niet spreken kan, daarvan moet men zwijgen". Wittgenstein vond dat hij met het schrijven van de Tractatus wel genoeg had laten zien, en is consequent uit de filosofie gestapt (zijn terugkeer was enkele jaren later).
"De meeste stellingen en vragen die je kunt vinden in filosofische werken zijn niet onwaar maar onzin. Logischerwijs kunnen we geen antwoord geven op vragen van deze soort, maar alleen vaststellen dat ze onzin zijn. De meeste stellingen en vragen van filosofen komen voort uit ons falen om de logica van onze taal te begrijpen. (...) En het is niet verwonderlijk dat de diepste problemen eigenlijk helemaal geen problemen zijn." (stelling 4.003)
Deze Wittgenstein was ervan overtuigd dat zijn Tractatus de grenzen stelde van wat er filosofisch te zeggen viel.

In een artikel dat ik las (in Fundamenteel, verenigingsblad van Solidamentum) citeert de schrijver (prof. dr. ir. C. Roos) een aantal interessante gedeelten rond de Tractatus. Bijvoorbeeld stelling 6.52:
"Wij voelen dat zelfs als alle mogelijke wetenschappelijke vragen beantwoord zijn, onze levensproblemen nog helemaal niet zijn aangeroerd. Er blijft dan weliswaar geen vraag meer over; en juist dat is het antwoord."
De schrijver stelt: "De eerste zin in deze stelling is mijns inziens een kernzin in [Wittgensteins] werk. Naast het deel van de werkelijkheid waarmee de wetenschap zich bezighoudt is er nog een ander deel."

Had Wittgenstein werkelijk oog voor dat "andere deel" toen hij de Tractatus schreef? Een artikel in 'The Philosopher', deel LXXXIX maakte voor mij duidelijk dat Wittgenstein inderdaad heel andere banden met ethiek had dan de logisch positivisten wilden. Het gaat in het bijzonder over de invloed van de Russische schrijver Leo Tolstoy op Wittgenstein. Tolstoy had echter wel heel andere ideeën over God dan de christelijke.

donderdag 23 april 2009

Leven

De grootste vergissing van de filosofie is het leven te willen begrijpen buiten wat het is: ijdelheid, zoals de Prediker zegt. De zoektocht naar de zin van het leven -- op z'n breedst opgevat, dus de eigenlijke filosofie -- is bij voorbaat al verloren door de mens. Als wij God niet meer kennen zijn we immers doelmissers geworden.

Uiteindelijk is het (gelukkig) niet de mens die een levensdoel geeft, de schepping onderhoudt, regeert en begrijpt, maar God. Dat komt ook tot uitdrukking in het gebed: Gods Naam, Gods koninkrijk en Gods wil, Gods onderhouding en Gods vergeving en verlossing staan centraal.

vrijdag 6 maart 2009

Filosofisch inzicht

Filosofie en inzicht hebben alles met elkaar te maken. De vraag "wat doet er werkelijk toe?" begint met een concept voor "er toe doen", de vraag "wat weten we?" gaat over ons concept voor "kennis". Het is moeilijk om te zeggen of onze concepten voor "er toe doen" en "kennis" er werkelijk toe doen, en op ware kennis berusten. Hoewel we goed, dat is niet onwetend of onbekwaam tot het goede, maar in "ware kennis, gerechtigheid en heiligheid" (Heidelbergse catechismus) gemaakt zijn --- maar na de zondeval kennen we God niet meer.

Zonder een zeker 'Decartiaans' vertrouwen dat onze 'zintuigen' ons niet doorlopend bedriegen, omdat ze door een goede God gemaakt zijn, kan filosofie niet bestaan. Zonder gegeven inzicht is àlle filosofie een betekenisloze stroom woorden. Het goede rust niet in handen van de filosoof -- gelukkig niet --, maar in Gods hand. Bij christelijke filosofie past dus bescheidenheid.

vrijdag 19 september 2008

Kritiek

Kan filosofie te kritisch zijn? Het kritische (onderscheidende) karakter van filosofie is juist zo noodzakelijk omdat de empirie niet altijd scherprechter kan zijn, zoals bij de natuurwetenschap. Maar christelijke filosofie kent wel principes, beginselen. Juist het ontwikkelen van filosofische stellingen rust op een gedegen onderzoek van de principes.

In de praktijk levert de kritische benadering een scala aan filosofische stelsels op, niet één stelsel. Filosofie heeft nu eenmaal een ander ontwikkelingspatroon als natuurwetenschap, wiskunde of taalkunde, hoewel ook zij een beschrijvend karakter dient te hebben.

maandag 1 september 2008

Zijnsaspecten

De vraag wat 'is' is een belangrijk onderwerp van filosofie: ontologie.

De Nederlandse filosoof Dooyeweerd schetste in zijn "Wijsbegeerte der Wetsidee" (1935) deel twee een heel aantal "zijnsaspecten" van de Schepping: fysisch, biotisch, perceptief en sensitief (psychisch), spiritueel. Al deze aspecten zouden niet alleen subjectief, maar ook objectief 'zijn'. Hiermee kan onderscheid gemaakt worden tussen levenloze (geen objectief biotisch aspect) en levende dingen, tussen dieren (met een objectief psychisch aspect) en andere organismen zoals planten, tussen de geest van de mens (met een objectief spiritueel aspect) en het dier. Alle zijnsaspecten zijn overigens in objectieve zin vervlochten: de lagere structuren 'gaan op in' de hogere, enkapsis.

De huidige empirische natuurwetenschap beperkt zich echter tot het fysische. Het aannemen van zijnsaspecten boven de empirische zal zich filosofisch dan ook goed moeten laten beargumenteren.

Wat betreft het verschil tussen ziel (geest) en lichaam bestaat er een argumentatie vanuit het christelijke mensbeeld: de ziel van de mens is onsterfelijk; de mens heeft een `ik', een vrije wil die verantwoording af zal moeten leggen. Het fysische en het geestelijke móet wel objectief van elkaar gescheiden zijn: de fysische wetmatigheden gelden niet voor het geestelijke, en vice versa; de geestelijke dingen zijn niet te reduceren tot de fysische. Wat mij betreft is dat het enige ontologische onderscheid dat noodzakelijk gemaakt moet worden; de andere zijnsaspecten zijn wat mij betreft te rekenen tot het subjectieve: hoe wij de dingen (kunnen) ervaren.

In de Bijbel worden de begrippen `ziel' / `geest' en `lichaam' toch ook vooral aanverwant gebruikt. (In het boek "Psychologie, een christelijke kijk op het mentale leven" door dr. W.J. Ouweneel staat een mooie uiteenzetting over zijnsaspecten, inclusief een analyse van de Bijbelse begrippen (p.58-59).) De ziel is niet zomaar een mechaniek dat los staat van het lichaam. Gevoelens zijn zaak van zowel `ziel' als `lichaam' (zie bijv. Ps.63:2,84:3,107:9).

Maar het `lichaam' sterft, de `geest' van de mens is onsterfelijk. Dat roept meteen de vraag op: hoe zit het met dieren? Ook bij dieren gaat het om een `levende ziel': dieren zijn echt, bewegen, leven. Ze zijn even bijzonder als ons lichaam, wat echt een deel van ons is.

Treffend is hoe Prediker 3:16 t/m 21 schrijft over de onsterfelijke ziel. De mens kan zonder God en gerechtigheid niet uitnemender zijn dan een dier dat geboren wordt, leeft, sterft. Wie merkt dat de adem van de mensen naar boven gaat?

Verder heb ik ook gezien onder de zon, ter plaatse des gerichts, aldaar was goddeloosheid; en ter plaatse der gerechtigheid, aldaar was goddeloosheid.

Ik zeide in mijn hart: God zal den rechtvaardige en den goddeloze oordelen; want aldaar is de tijd voor alle voornemen, en over alle werk.

Ik zeide in mijn hart van de gelegenheid der mensenkinderen, dat God hen zal verklaren, en dat zij zullen zien, dat zij als de beesten zijn aan zichzelven.

Want wat den kinderen der mensen wedervaart, dat wedervaart ook den beesten; en enerlei wedervaart hun beiden; gelijk die sterft, alzo sterft deze, en zij allen hebben enerlei adem, en de uitnemendheid der mensen boven de beesten is geen; want allen zijn zij ijdelheid.

Zij gaan allen naar een plaats; zij zijn allen uit het stof, en zij keren allen weder tot het stof.

Wie merkt, dat de adem van de kinderen der mensen opvaart naar boven, en de adem der beesten nederwaarts vaart in de aarde?

dinsdag 26 augustus 2008

Verlichting

Christelijke filosofen zoeken net als elke filosoof naar antwoorden op vragen. Maar christenen zijn beducht voor hoogmoed --- het 'als God willen zijn', de zonde van Adam in het paradijs --- en eigenwaan. Dat bepaalt hoe we de antwoorden van ons mondige verstand -- volgens Kant: "Aufklärung ist der Ausgang des Menschen aus seiner selbst verschuldeten Unmündigkeit" -- een plaats geven.

Antwoorden op vragen brengen een bepaalde zekerheid met zich mee. Dat is een gave; het toont de vermogens van de menselijke geest en kennis. Van zo'n gave van de Schepper mag de mens genieten.

Genuanceerd genieten. Want onze kennis is niet volmaakt, en daarom niet het laatste rustpunt. (Dat ligt in het geloof in Christus.)

Soms wordt de stelling aangescherpt: 'Alleen geloof biedt zekerheid', met een zekere scepsis ten opzichte van elke aanspraak op kennis. Daar sta ik nogal kritisch tegenover, omdat het de filosofie -- en daarmee de gaven van kennis -- zowat veracht. Laten we het zeker over grondslagen hebben --- later, maar eerst respect voor stralende antwoorden.

dinsdag 19 augustus 2008

Filosofie

Filosofie: liefde om te weten, wijsbegeerte. Het leven van een doorsnee lezer van deze blog (schat ik) is voor een groot deel gewijd aan wetenschap; daar waar filosofie mee begon (maar mijns inziens ook doorgaat).

Wetenschap

Sinds we weten dat geluid uit trillingen bestaat
en elk beeld uit licht,
en we die kunnen namaken en opvangen
zijn we verzamelaars geworden van
de schaduwen van de dingen.

We zijn stappentellers geworden,
niet meer hardlopers, want we weten niet waarheen,
waarom we gaan.

Sinds we weten wat het goed en wat het kwaad is. Ons
ontbreekt nog net het eeuwig leven.