Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen

zaterdag 30 november 2024

God is barmhartig

In Exodus (34:6) spreekt God tot Mozes Zijn eigen Naam uit. Deze Naam van God wordt door heel de Bijbel herhaald. Zijn eigen Naam is:

"HEERE, HEERE, God,

barmhartig en genadig,

geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw,

Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden,

Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft,

maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht."

Gods Naam is dus:

  • HEERE: De eigennaam van God, Jehova, die betekent: "Ik zal zijn" of "Ik ben"
  • God: Jehova is de enige God en machtige
  • barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw: Dit zijn Gods belangrijkste eigenschappen die iedereen moet weten.
  • Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht.: Zo regeert God de wereld. Allereerst door goed te doen aan duizenden. Als tweede door heel veel te vergeven. Als laatste door te oordelen. (Tussen haakjes: De zonde van de vaders wordt niet aan de kinderen aangerekend, maar het gaat er hier over dat als de kinderen en kleinkinderen ongerechtigheid blijven doen tegen Gods wet in, ze net als hun vaders geoordeeld zullen worden. In Exodus 20 staat er "aan de derde en vierde generatie die Mij haten".)

In deze blog wil ik stil gaan staan bij de eigenschappen van God, om te beginnen met barmhartig.

Voor moslims moet dit trouwens ook een bekend woord zijn want het staat met twee woorden in soera 1 van de Koran: "ٱلرَّحۡمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ", "alrachmaan alracheem", twee keer een variant van dezelfde stam "racham".

Wat leren we in de Bijbel over Gods barmhartigheid? Ik wil een paar dingen delen die mij opvielen toen ik zocht op het Hebreeuwse woord voor "barmhartig" in Exodus 34:6, רחום "rachum".

  • Het woord wordt vaak gebruikt voor Gods vasthoudende liefde voor wie zich van God heeft afgekeerd of tegen Hem heeft gezondigd, maar terugkeert tot Hem. Het wordt ook vaak gebruikt in combinatie met "genadig", חנון "channun". (Een selectie van teksten: Deut. 4:31, 2 Kon. 13:23, Neh. 9:31, Ps. 51:1, Jes. 30:18, Jona 4:2, Zach. 1:12.)
  • Bij "barmhartig" denk ik aan "de barmhartige Samaritaan", dus aan iemand die iemand anders helpt. Toch gaat het woord "racham" daar niet per se over. Het woord wordt ook gebruikt voor de liefde van een moeder voor haar kind (Jesaja 49:15) en voor een vader voor zijn kinderen (Psalm 103:13), maar ook voor de liefde van Jozef voor zijn jongere broer Benjamin als hij die weer ziet na jaren (Genesis 43:30).
  • Veelzeggend is dat het Hebreeuwse woord "rechem" "baarmoeder" betekent. Ook "racham" wordt een aantal keer gebruikt om de baarmoeder aan te duiden. Dus de liefde van een moeder voor haar kind in haar heeft iets te maken met het Hebreeuwse woord wat wij met "barmhartig" vertalen.
  • Je zou denken dat er bij "barmhartigheid" sprake is van een relatie tussen een meerdere (God) en een mindere (de mens). Toch is dat niet zo, want hetzelfde woord wordt gebruikt door David voor zijn liefde voor God (Psalm 18:2). Daar is het vertaald met "Ik heb U hartelijk lief, HEERE".

Daarom denk ik dat "God is barmhartig" misschien nog wel beter vertaald zou kunnen worden met "God is liefde"! (Zo wordt het in Romeinen 9:25 ook vertaald met ἀγαπάω, liefhebben.)

God heeft niet alleen degenen lief die Hem willen gehoorzamen. In het bijbelboek Jona, wat elke Jom Kippoer (de feestdag van verzoening) nog in de synagoge gelezen wordt, staat het bijzondere voorbeeld dat God barmhartig is over Ninevé. Ninevé was de hoofdstad van Assyrië, een staat die Gods volk Israël telkens vijandig is geweest. Jona wil eerst niet naar Ninevé om te prediken dat God haar zal oordelen, want hij weet dat God barmhartig en genadig is! Hij reist een andere richting op naar Tarsis per schip. Maar God laat dat schip bijna vergaan in een storm en Jona weet dat het door hem komt. Daarom zegt hij: Gooi mij maar overboord. God beschikt een grote vis die Jona opslokt en weer op het strand uitspuwt. Als Jona dan naar Gods bevel in Ninevé predikt over Gods komende oordeel, gaan de mensen van Ninevé massaal vasten en bidden en kondigt de koning nationale rouw af. God ziet dat ze zich bekeren van hun verkeerde weg en God laat het oordeel niet komen. "En God kreeg berouw over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet."

En nu komt er iets onverwachts: Jona is boos op God, omdat Hij het oordeel niet liet komen. Hij zegt: "Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad" (Jona 4:2). Jona weet dat God barmhartig is (en ook Zijn andere eigenschappen uit Exodus 34:6), en Jona vluchtte omdat hij het wist dat God zelfs Zijn vijanden zou vergeven.

Later zal Jezus dat bevestigen: "Heb uw vijanden lief" (Mattheüs 5:44). Ook staan de barmhartigen in een van de negen zaligsprekingen: "Zalig zijn de barmhartigen, want aan hen zal barmhartigheid bewezen worden." (Mattheüs 5:7). Hier gaat het om de Griekse woordstam ελεος ("eleos") (in 1 Petrus 2:10 een vertaling van "rachum"). (Hetzelfde woord "eleos" wordt bebruikt om het woord "genadig" ("channun") en "goedertieren" ("chesed") te vertalen trouwens: bijv. Rom. 9:5, Matt. 9:13. Ook het woord οἰκτος "oiktos" wordt gebruikt als vertaling voor "rachum", Rom. 9:15.)

In de Bijbel staat ook de ontstellende boodschap dat God Zijn barmhartigheid wegneemt van Israël. In Hosea 1:6 moet de profeet Hosea zijn dochter "Lo-ruchama" noemen, wat betekent "Niet barmhartig". Welke hoop is er nog voor ons, als God Zijn barmhartigheid wegneemt? Hosea mag echter ook aan Israël beloven dat God zal terugkeren naar Zijn volk Israël en mag zijn dochter "Ruchama" noemen. Ik geloof dat wij dat in onze tijd vervuld gaan zien. (Zie ook Jeremia 16:5 en 16:14.)

Misschien denk je: ik geloof niet dat God barmhartig is. Hoe kan er anders zoveel onmenselijk lijden in de wereld zijn?

Lijden is er zeker. Maar het komt niet voort uit een onbarmhartig God. De dood is de ontstellende straf op en het gevolg van het verlaten van God. Als we in het lijden op God zien, weten we dat Hij alle tranen van onze ogen zal afwissen (Openbaring 21).

Integendeel, we kunnen zeggen dat Gods barmhartigheid elke dag weer te zien is, op zoveel momenten van die dag, en voor zoveel mensen. God laat de zon opkomen over goede en slechte mensen. God geeft ons voedsel, kleding, en zoveel meer zegeningen. Het lijden is de ontstellende uitzondering op deze regel. Gods barmhartigheid is het grote "normaal" wat wij zo vaak negeren, omdat we het gewend zijn. We kunnen daarom echt zeggen: God omringt ons, God kroont ons als het ware met barmhartigheid (Psalm 103:4). Gods barmhartigheid is over al Zijn werken (Psalm 145:9).

Een voetnoot over het Nederlandse woord "barmhartig". Het komt van hetzelfde woord als "ontfermen". Je zou het niet zeggen misschien, maar "bi + arm + hartig" maakt "barmhartig" en "af + armen" maakt "ontfermen". Dus "barmhartig" is hetzelfde als "een ontfermend hart" (vergelijk ook het woord "erbarmen").

zaterdag 31 oktober 2015

God kennen

Eerder schreef ik hoe God voor alles bestaat en geen oorzaak of reden heeft. Hij zelf is oorzaak en reden van alles, maar boven God bestaat er geen wezen of om God heen is er geen wereld die het wezen van God bepaalt. God heeft geen vader, Hij is een Vader. God heeft geen oorzaak, maar is oorzaak van onze wereld.

Waar komt rechtvaardigheid vandaan? Rechtvaardigheid betekent in onze wereld dat we elkaar behandelen zonder elkaar te benadelen. Vanuit God betekent rechtvaardigheid dus Zijn schepping behandelen zonder die te benadelen en er het goede voor te zoeken, en het kwaad straffen. Hoe komt het dat God rechtvaardig is? Dat is uit zorg en liefde voor Zijn schepping.

Waar komt rationaliteit vandaan? Rationaliteit betekent voor ons dat we volgens de regels van kennis of regels van hoe de natuur in elkaar zit handelen. Vanuit God betekent rationaliteit dus dat Hij Zijn schepping kent en volgens Zijn regels behandelt. En wat God zelf heeft gemaakt, kent Hij door en door.

Op dezelfde manier kunnen we meer eigenschappen van God herleiden tot de liefde van God en oorsprong in God, zoals ook Augustinus of middeleeuwse filosofen gedaan hebben. Deze liefde van God en oorsprong in God kennen we door niet alleen om ons heen te kijken naar de hoe bijzonder de wereld om ons heen is, maar ook door de woorden van God zoals opgeschreven in de Bijbel, en in het bijzonder in de woorden van Jezus, Gods Zoon.

Het enige wat lastig te definiëren is, is wat 'goed' betekent of wat 'liefde' is. De definitie van 'liefde' is dat je het goede voor iets zoekt. De definitie van 'goed' zou kunnen zijn: 'behandelen zonder dat het nadeel oplevert'. Maar wat is dan 'nadeel'? Misschien 'wat niet aan het doel van iets beantwoordt'? Maar dan blijft de vraag: Hoe weet je of dat doel dan goed is? Dus komen we weer uit bij het woord 'goed'.

'Goed' en 'liefde' zijn dus zaken die zich niet echt laten definiëren, maar zijn zaken die we misschien wel het kunnen kennen uit ervaring en verwachting.

Allereerst uit ervaring omdat we ons gelukkig of ongelukkig voelen, of omdat we ons verwonderd en bewogen voelen of het tegenovergestelde, of omdat we ervaren dat iets passend en volmaakt is of het tegenovergestelde. Maar meer nog kennen we het goed uit ervaring doordat Gods Geest getuigt in ons hart, door de meest persoonlijke openbaring van God in Jezus Christus, Zoon van God, die voor ons stierf en de dood heeft overwonnen.

Maar daarnaast ook uit verwachting omdat we geloven dat er een opstanding uit de dood zal zijn, dat ons geluk in God blijvend is, dat Gods rijk meer ervan zal brengen en alle tranen zal afwissen, en dat we God zullen kennen zoals we gekend zijn.

vrijdag 22 augustus 2014

Het lied der liederen

De Bijbel bevat ook een dichterlijk boek dat in het Hebreeuws 'Het lied der liederen' ofwel het meest mooie lied wordt genoemd. De Bijbelvertalers vertaalden deze overtreffende trap van 'lied' met 'Het hooglied'. Het hooglied is een allegorie, het maakt gebruik van de vergelijking van de liefde tussen man en vrouw om de liefde tussen God en Zijn kinderen uit te drukken. Het is daarmee een heel intieme beschrijving, maar aan de andere kant, de liefde die in deze woorden is uitgedrukt kan worden gedeeld door elk Christen die Christus als zijn of haar Verlosser mag kennen.

Het is te uitgebreid om alles in het hooglied te beschrijven, we kunnen wel enkele aspecten benoemen. Het hooglied beschrijft allereerst het zoeken van God en de Messias als het zoeken van een bruid naar haar Liefste. Het beschrijft ook de rijkdom en macht van de bruidegom (God) en de armoede maar ook de schoonheid van de bruid (de gelovige) die zij bij haar man krijgt. Het beschrijft tenslotte de toekomstverwachting naar het volgende ontmoetingsmoment van de bruid met de bruidegom.

Niet alleen het beeld van bruid en bruidegom is aanwezig, ook het beeld van Koning en bezittingsloze. De schrijver is de koning Salomo zelf. Hij gebruikt het beeld van zijn koninkrijk om de heerlijkheid van het Koninkrijk van God te beschrijven. Er waren geen koningen voor Salomo die God had gezegend met zoveel rijkdom en vrede als Salomo zelf, wiens naam 'vrede' betekent.

Door het voorkomen van de naam van Salomo in het hooglied en doordat de naam van God niet expliciet genoemd wordt in hooglied zijn sommigen gaan denken dat het hier om een letterlijke liefdesgeschiedenis gaat. Dat is precies hetzelfde als de klassieke fout van iemand die nog nooit gedichten heeft gelezen en niets met poëzie heeft: de figuurlijke betekenis over het hoofd zien en zich gaan voorstellen dat het gedicht iets letterlijk beschrijft. Het is zoiets als denken dat koning David echt dacht dat God een herder was en dat hijzelf een schaap was na het lezen van psalm 23, of denken dat er met het Lam van God in de Openbaring aan Johannes echt een gestalte van een lam bedoeld wordt.

Sommige beschrijvingen uit het hooglied hebben wel toelichting nodig omdat ze wat culturele context hebben. Als wij iemands schoonheid zouden beschrijven zouden we het niet meer hebben over de mooie witte tanden waarvan er niet één ontbreekt: in onze westerse wereld is dat vrij vanzelfsprekend, als er een tand afbreekt of je tanden minder wit worden nemen we meteen een behandeling bij de tandarts... Wij hebben het niet meer over mirre en wierook maar over dure parfums. Wij zouden sowieso iemands uiterlijk en schoonheid niet zo expliciet durven omschrijven, en al helemaal niet met de vergelijkingen van het hooglied! Er worden namelijk vergelijkingen van heel de schepping van God gebruikt: dieren, planten, vruchten, gesteenten, enz. Verder, als wij het over overvloed hebben hebben we het nog wel over wijn en paleizen, goud en zilver, maar niet meer over tuinen met specerijen, hoewel we ons wel iets bij een prachtige tuin kunnen voorstellen. Een merkwaardig beeld dat ook wordt gebruikt is dat Salomo veel vrouwen had, maar waarbij de bruid 'de enige' is: een door de cultuur ontstane situatie die Jezus Christus ons beslist leert niet de bedoeling van God te zijn.

Toch is het hooglied een door de Geest van God ingegeven lied dat de liefde tussen God en de gelovige zo mooi beschrijft dat er geen mooier lied is:
Vele wateren kunnen de liefde niet uitblussen
en rivieren spoelen haar niet weg.
Al gaf iemand al het bezit van zijn huis voor de liefde,
men zou hem smadelijk verachten. (Hooglied 8:7)

maandag 21 april 2014

Van elkaar houden

Eenheid in het geloof lijkt een van de zwakke punten van de christelijke gemeenten te zijn (in Nederland tenminste). Verschillen in opvatting worden zo uitvergroot dat men zegt dat de verlossing er van af hangt. Hoe zit dat? Hebben de apostelen in al hun brieven niet aangedrongen, bevolen tot liefde onderling?

Vroeger snapte ik die woorden over elkaar liefhebben niet goed. Als ik de apostelen niet als predikers van Gods woord had beschouwd, had ik de woorden over liefde als overdreven beschouwd. Ik kwam toen niet veel verder dan een theoretisch, geestelijk idee van liefde.

Maar elkaar liefhebben is heel praktisch. Het is heel makkelijk om geloof en opvattingen over het geloof te wantrouwen, heel moeilijk om elkaar ondanks verschillen lief te hebben. Daarom wil ik met hulp van God nadenken over wat praktische regels uit de woorden van de apostel Paulus in de eerste brief aan de gemeente van Korinthe (13:4-7):
  1. De liefde is geduldig, zij is vriendelijk. We treden elkaar tegemoet met een vriendelijk gezicht. We hebben geduld als dat niet meteen beantwoord wordt!
  2. De liefde is niet afgunstig, de liefde pronkt niet, zij doet niet gewichtig, zij handelt niet ongepast, zij zoekt niet haar eigen belang. We leven ons in in de ander in plaats van in het eigen straatje te denken en te denken: "Wij zijn beter dan hen".
  3. De liefde wordt niet verbitterd, ze denkt geen kwaad. In plaats van te kijken naar verschillen denken we aan overeenkomsten. Als we overeenstemmen over het feit dat de verlossing in Christus alleen is, zijn er dan nog belangrijker punten van overeenstemming dan deze? Veel onheil komt uit het denken van kwaad: als iemand helemaal met het Evangelie van God instemt, kunnen we zijn belijdenis nóg wantrouwen om het gevoel dat bij ons opkomt. Dat is het denken van kwaad! Als we over iemands belijdenis twijfelen, laten we dan erover in gesprek gaan door vragen te stellen, in plaats van te zwijgen en onze twijfels te houden.
  4. De liefde verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar ze verheugt zich in de waarheid. Ze bedekt alle dingen. Als we iemands belijdenis niet kunnen tegenspreken, zijn we verheugd als het gepaard gaat met een heilig leven. Als we kwaad denken van iemand kan dat maar al te gauw bevestigd worden als we ons verblijden in een misstap die iemand begaat, in plaats van iemand dan te helpen en die misstap te bedekken.
  5. De liefde gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen. Als iemand een belijdenis van zijn geloof doet, zijn we niet wantrouwig, maar geloven we en hopen we dat het oprecht is. We kunnen anderen natuurlijk wel vanuit dit principe nog steeds zachtmoedig proberen te onderwijzen in het geloof, maar dat is wat anders dan een afwachtende houding "We zullen wel zien of het uitkomt" of een wantrouwige houding "Ik geloof er niets van". Dat is geen eenheid in het geloof!
  6. De liefde verdraagt alle dingen. Ook als de liefde van een kant lijkt te komen en dus niet beantwoord wordt zoals het zou horen, vergeven we dat en bidden voor onze broeders en zusters.

Met welke motivatie kunnen we dit doen? Hiermee:
Hieraan leerden wij de liefde kennen, dat Hij [Jezus Christus] voor ons Zijn leven heeft gegeven. Ook wij moeten voor de broeders het leven geven. (eerste brief van de apostel Johannes, 3:16)

donderdag 3 januari 2013

Vijandig of verzoend

Vandaag las ik de historische roman 'Oorlog en vrede' van de Russische schrijver Lev Tolstoj uit. De roman is een historische weergave van de oorlog van Rusland met Frankrijk onder Napoleon. Tolstoj doet daarbij echter langzaam maar zeker heel wat uitspraken over het leven.

In het begin dacht ik dat Tolstoj een realistisch schrijver wilde zijn die het leven wil beschrijven zoals het echt is, ontdaan van ideologie. Zijn verslagen van de veldslagen zijn dat zeker. Tolstoj was goed op de hoogte van de praktijk van oorlog omdat hij zelf in het Russische leger heeft gevochten in de Kaukasus. De karakters doen realistisch aan omdat ze fouten maken en herstellen en tijdens hun leven veranderen. Maar wie goed leest merkt dat de karakters in 'Oorlog en vrede' bijna allemaal stuk voor stuk eenzijdig zijn.

Zo is er de hoofdpersoon van Peter Besoekow die schranderheid en later in zekere mate wijsheid bezit. Hij mist echter zelfbeheersing en daadkracht. Het karakter van Andreas Bolkonsky heeft inzicht, maar mist vergevingsgezindheid. Het karakter van Maria Bolkonsky heeft vergevingsgezindheid en geloof, maar mist juist weer moed. Natasja Rostow: ze heeft hoop, maar mist wijsheid. Nicolaas Rostow: hij bezit dapperheid, maar geen zelfbeheersing. Zijn vader, graaf Rostow, heeft liefde voor zijn gezin maar geen inzicht. De vader van Andreas, graaf Bolkonsky, heeft kennis maar geen rechtvaardigheid en liefde.

Het is wel waar dat in het echte leven ook zwakke en sterke punten bij mensen te benoemen zijn. Maar de karakters in 'Oorlog en vrede' geven geen enkele aanwijzing dat er ook een combinatie van de genoemde deugden kan en moet zijn. De karakters van Tolstoj zijn allemaal 'onvolwassen', wat bij mij een mistroostige indruk achterlaat na het lezen. Ik vind in ieder geval dat de christelijke lezer moet bedenken dat als hij of zij zo leeft als een van de hoofdpersonen van Tolstoj, het niet het leven is dat het christelijke geloof vereist. Oorlog en vrede geven heel wat aanleiding tot filosofische bespiegelingen, maar dat moet niet in mysticisme of fatalisme eindigen maar in het eenvoudige gebed en in een praktisch rechtvaardig leven. Dat is wat Jezus Christus ons zegt:
"Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is." (evangelie van Mattheüs, 5:17-18)
En rechtvaardig voor die wet worden we alleen door het geloof, door de genade van God:
"God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij behouden worden door Zijn leven, omdat wij verzoend zijn." (brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Rome, 5:8-10)

woensdag 17 oktober 2012

Evolutie of schepping

De wereldbeschouwing van het christendom wordt soms maar nauwelijks geaccepteerd. Daarom hier een vergelijking tussen de waarheid van het christendom en de theorieën van de evolutionist, die namelijk ook niet mis zijn. Ik bedoel dit overigens niet ter verdediging van christelijke standpunten (alsof die even slecht zouden zijn als de standpunten van het evolutionisme), maar om te laten zien dat het christelijke standpunt veel beter is dan het standpunt wat uit de evolutietheorie komt. Hopelijk heb ik de evolutietheorie consistent toegepast.

1. Doel

Het christelijke geloof: De natuur is gemaakt door God en gemaakt om goed te zijn.
Het evolutionisme: De natuur heeft geen hoger doel. Geen enkele wereldbeschouwing voegt daarom iets wezenlijks toe.

2. Man en vrouw

Het christelijke geloof: Man en vrouw zijn twee verschillende scheppingen van God. De vrouw is gemaakt om de man aan te vullen.
Het evolutionisme: Man en vrouw zijn twee rollen in de voortplanting, allebei in een aspect daarvan gespecialiseerd. Een vrouw is door de evolutie ervoor bedoeld om kinderen te baren.

3. Homoseksualiteit

Het christelijke geloof: Homoseksualiteit is een gevolg van het kwaad van de zondeval van de mens, het is niet Gods oorspronkelijke bedoeling.
Het evolutionisme: Homoseksualiteit is een variant die niet binnen het normale evolutiepatroon past. Voor de evolutie is ze schadelijk.

4. Ethiek

Het christelijke geloof: We moeten handelen volgens het principe dat we God liefhebben boven alles en onze medemens als onszelf.
Het evolutionisme: We hoeven nergens naar te handelen.

5. Doodstraf

Het christelijke geloof: We mogen elkaar niet doden. Echter, de wetten van God aan Israël bevatten ook de doodstraf door de overheid.
Het evolutionisme: Elkaar doden kan goed zijn als de beste overblijft.

6. Menselijk lijden

Het christelijke geloof: Het lijden van mensen is wezenlijk, en een gevolg van de zondeval, bedoeld om mensen terug te brengen tot God.
Het evolutionisme: Lijden is niet wezenlijk en heeft geen nut. Het is gewoon een natuurlijk proces zonder enige diepere betekenis.

7. Rechtvaardigheid

Het christelijke geloof: God is rechtvaardig en zal het kwade straffen.
Het evolutionisme: Er is geen rechtvaardigheid, tenzij dat toevallig is ontstaan door natuurlijke processen van zelfbehoud.

8. Vriendschap en liefde

Het christelijke geloof: Echte vriendschap en liefde is iets wezenlijks.
Het evolutionisme: Elke vriendschap en liefde is maar een natuurlijk proces, zonder diepere betekenis.

Volgens mij spreken de christelijke standpunten van veel meer liefde voor elkaar en voor de natuur dan de evolutionistische. (Maar ja, voor evolutionisme is liefde maar een kale emotie.) En volgens mij doen de christelijke standpunten veel meer recht aan de betekenissen van dit leven dan de evolutionistische. (Maar ja, voor evolutionisme bestaat er geen vaste betekenis.) De christen weet méér door de openbaring van God door Zijn Evangelie van Christus, anders was godsdienst in haar aard even leeg als evolutionisme. En daarom is er niet alleen kennis van God maar ook hoop op verlossing en terugkeer tot God die ons heeft gemaakt:
"Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. (...) Hij nu Die ons hiervoor heeft toegerust, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft." (tweede brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Korinthe, 5:1-5).

maandag 3 september 2012

Geen idee van God

De belijdenis van de kerk dat de oneindige en eeuwige God uit drie personen (Vader, Zoon en Heilige Geest) bestaat wordt niet door iedereen even gelovig overgenomen.

Wat zegt de Bijbel er eigenlijk over? We citeren een tekst uit de eerste brief van de apostel Johannes:
"Wie anders is het die de wereld overwint dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is? Hij is het Die kwam door water en bloed: Jezus, de Christus; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest is het Die getuigt, omdat de Geest de waarheid is. Want drie zijn er die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één. En drie zijn er die getuigen op de aarde: de Geest, het water en het bloed; en deze drie zijn één." (5:5-8)
Maar hier staan er meteen tekstkritici klaar die erop wijzen dat er hier woorden (die ze dan het 'comma Johanneum' noemen) zijn ingevoegd door latere generaties christenen, omdat de meeste handschriften de woorden over de hemelse drie-eenheid missen. Omdat deze blog niet de plek is voor een tekstkritische discussie zal ik de tekst niet als bewijs maar als idee nemen.
Wat getuigt er op de aarde van God? Dat is de Geest die in ons hart getuigt ("de Geest is het, Die getuigt, dat de Geest de waarheid is") en ons leven vernieuwt, het water van de doop dat de afwassing van de zonde en dus de heiliging symboliseert, en het lijden en sterven van Jezus Christus, de Zoon van God, dat de zonde vergeeft. Zonder die drie dingen bestond er alleen maar ons onwetende, onheilige, onverzoenlijke leven buiten God.
Maar bij nader inzien zijn deze drie aardse getuigen meteen getuigen van wie God is.
  1. Allereerst over het getuigen van de Geest. Er staat "De Geest getuigt": "de Geest" is dus niet een opvatting van de mens, want wie zou de opvatting van een mens als getuige willen nemen voor het bestaan van God? Er staat over die Geest dat het "God is" die "in ons" blijft:
    "Niemand heeft ooit God gezien. Als wij elkaar liefhebben, blijft God in ons en is Zijn liefde in ons volmaakt geworden. Hieraan weten wij dat wij in Hem blijven en Hij in ons, doordat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft. En wij hebben gezien en getuigen dat de Vader de Zoon gezonden heeft als Zaligmaker van de wereld. Al wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God. En wij hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem." (4:12-16)
    Dus de Geest die God de Vader ons heeft gegeven getuigt, dat Jezus de Zoon van God is. Dezelfde apostel Johannes schrijft in zijn evangelie de woorden van Jezus: "Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb." (14:26)
  2. Wat het getuigen van de doop betreft, daarover kunnen we allereerst lezen hoe Jezus "gekomen is door water". In het evangelie staat hoe Jezus als profeet van God werd gedoopt:
    "Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, naar Johannes, om door hem gedoopt te worden. Maar Johannes wilde Hem hiervan weerhouden en zei: Ik heb het nodig door U gedoopt te worden, en komt U naar mij? Maar Jezus antwoordde hem en zei: Laat het nu gebeuren, want op deze wijze past het ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij het Hem toe. En nadat Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen op uit het water; en zie, de hemelen werden voor Hem geopend, en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Zich komen. En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!" (3:13-17)
    We zien dit ook kort herhaald in het evangelie van de apostel Johannes zelf (1:29-34). Dus Jezus is als profeet gedoopt terwijl Zijn Vader en de Geest getuigden dat Hij Gods Zoon was! En daarna kunnen we ook wijzen op de doop in de Naam van Christus: "Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen." (evangelie van Mattheüs, 28:19)
  3. Hoe getuigt het het lijden en sterven van Jezus van God? Hoe is Jezus "gekomen door het bloed"? Het lijden en sterven van de Zoon van God geeft ons de vergeving van zonden (evangelie van Mattheüs, 26:28). Daarom schrijft de apostel Johannes in deze brief: "Hierin is de liefde, niet dat wij God lief hebben gekregen, maar dat Hij ons liefhad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden." (4:10) Het geloof in Jezus Christus staat centraal: dat is het geloof dat "de wereld overwint" en wat door de Geest van God is: "Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God; maar dat is de geest van de antichrist, waarvan u gehoord hebt dat hij komt, en die nu al in de wereld is." (vers 2-3) En dat geloof maakt ons "kinderen" van God de Vader: "Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is." (vers 4)
Wie dus kritisch zegt dat vers 7 niet in de rest van de brief van de apostel Johannes past, lijkt de rest van die brief niet te hebben gelezen...

Laten we het nu over de filosofische kant ervan hebben. Is het niet onmogelijk dat de Zoon, de Vader en de Geest één God zijn in plaats van drie goden? De geloofsbelijdenis van Nicea/Constantinopel zegt: "één in wezen met de Vader". De geloofsbelijdenis van Athanasius: "Zo is de Vader God, de Zoon God, en de Heilige Geest God. En toch zijn zij niet drie Goden, maar één God." Hoe kan dat?

Allereerst moeten we natuurlijk weten dat de Zoon niet de Vader is (want anders zou de Vader de zonden vergeven door het lijden van Zichzelf...) en dat de Geest niet de Zoon of de Vader is (anders zond de Vader Zichzelf...). Maar hoe zijn ze dan één, als ze niet hetzelfde zijn?

De bisschop Augustinus heeft een boek "Over de Drie-eenheid" geschreven waarin hij deze vraag probeert te beantwoorden. Verassend is dat hij dat doet door beelden van drie-eenheid terug te vinden in de natuur, maar in het bijzonder in de menselijke geest. "Het beeld van God moet gevonden worden (...) in de redelijke of intellectuele ziel waar het beeld van de schepper op onsterfelijke wijze in haar onsterfelijkheid ingeplant is." (Over de Drie-eenheid, uitg. Peeters, 2005, XIV.4,6, p.364) Hij noemt zo herinnering, begrip, en wil, als drie elementen van één menselijke geest, zoals God de Vader de Oorsprong, God de Zoon het Woord, en God de Heilige Geest Liefde genoemd worden. En die woorden vinden we dus ook in de Bijbel terug, zoals bijvoorbeeld wat we al genoemd hebben uit de brieven of het evangelie van de apostel Johannes, die ook over de Zoon van God zegt: "In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God" (evangelie van Johannes, 1:1).

Wie zou dus willen beweren dat het woord van iemand anders is dan die persoon zelf? En toch wordt is dat woord uit die persoon voortgekomen en niet andersom. Het Woord van God, Jezus Christus, is hetzelfde als God de Vader, en toch is Gods Zoon uit God de Vader voortgekomen. Of wie zou zeggen dat de liefde van iemand niet hetzelfde is als die persoon, of dat je de liefde en het woord van iemand kunt scheiden? De liefde, die door Gods Geest in ons is, is God, en de liefde van God is niet te scheiden van het Woord van God, Gods Zoon.

En hoe zou het ene meer kunnen zijn dan het andere als het ene het andere kenmerkt? De Zoon van God, Jezus Christus, is het kenmerk van God de Vader. De Heilige Geest van God is het kenmerk van de Vader en van de Zoon. Jezus Christus zegt wel: "Mijn Vader is meer dan Ik" (14:28) als Hij het heeft over dat Hij naar de hemelse heerlijkheid zou terugkeren, maar dat wordt over het Woord gezegd dat een lichaam heeft aangenomen (1:14): "het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond", en waarvan staat: "het Woord was God" (1:1).

Als de Zoon van God 'het Woord' wordt genoemd is dat wel een manier van spreken die niet letterlijk moet worden opgevat. Bij ons is het woord wat iemand uitspreekt van een andere substantie dan degene die spreekt: iemand die spreekt is fysiek, zijn woord is niet fysiek. Maar het Woord van God heeft hetzelfde zijn als God de Vader. Het is "God uit God, Licht uit Licht" (geloofsbelijdenis van Nicea). En op dezelfde manier is ook de Geest, waarvan gezegd wordt dat de Heilige Geest getuigt op aarde en de trooster van de volgelingen van het Woord is. God is dus niet één persoon, maar wel één zijn.

Zo zien we dus hoe de eeuwige en oneindige God drie is en toch één, en dat we deze drie Goddelijke personen als hemelse getuigen moeten erkennen als we God willen kennen. De filosofische God die abstract enkel en één is, is juist een onbedenkbare bespiegeling. Zonder het getuigen van de Vader, het Woord en de Geest in de hemel zouden we geen idee hebben wie God is.

vrijdag 19 augustus 2011

Een land ver weg

Mensen hebben de neiging om God zoveel mogelijk uit hun wereld te weren. Dat is niet pas met een 'secularisatie' het geval: het was al zo in de dagen van Noach of Lot, staat er in het evangelie van Lukas (einde van hoofdstuk 17):
En zoals het eraantoe ging in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon: ze aten, ze dronken, ze huwden, ze werden uitgehuwelijkt, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging en de vloed kwam die iedereen verzwolg. Of zoals het eraantoe ging in de dagen van Lot: ze aten, ze dronken, ze kochten, ze verkochten, ze plantten, ze bouwden; maar op de dag waarop Lot wegtrok uit Sodom, regende het vuur en zwavel uit de hemel en kwamen allen om. Zo zal het ook gaan op de dag waarop de Mensenzoon wordt geopenbaard.

Ik schreef al eerder: soms nemen bepaalde thema's ons leven als een verhaal in bezit. Maar daarbij gebeurt nog iets ergers: de gedachte aan God wordt als de gedachte aan een land dat ver weg is. We zien in onze dagelijkse handelingen onze afhankelijkheid van God niet meer, of zien in het lijden van de natuur de afstand tot God niet meer, of denken niet meer aan onze Schepper bij het zien van de overgebleven schoonheid van de natuur. Of als we dat al doen, hebben we nog grote moeite met het denken aan de hogere dingen: we zien geen verband meer tussen de duizenden sterren en de duizenden engelen in de hemel die God dienen, we denken niet meer aan de plaats en tijd die Jezus Christus op aarde als mens had, we zien in de grote gebeurtenissen op aarde geen tekenen meer van de toekomst van het rijk van God. We oogsten niet dankbaar vruchten meer van de aarde maar we besteden onze inkomsten uit aan mensen, die mensen weer aan de technische middelen: de aarde is hoogstens nog een weerbarstig instrument. We zien onszelf als heersers, het idee van het bestaan van God als een lastige inbreuk op toegeëigende grond: voor het erkennen van een almachtige God is geloof nodig. We zien de tien geboden van Gods wet meer als ideaal dan als absolute leefregel en gebod: we geven niet alleen weinig om het dienen van God, het niet ijdel gebruiken van Gods naam, het herdenken van de rust na de schepping (en van de opstanding van Christus) op de zevende dag; maar we geven daarmee ook weinig om onze medemens.

Omdat Jezus de wet in deze twee dingen samenvatte: het liefhebben van God met heel het hart en alle inspanning, en het liefhebben van onze naaste als onszelf, is het ook duidelijk waar het aan ontbreekt als al deze dingen soms verflauwen: aan liefde tot God en tot de ander. Gelukkig is er een evangelie van verlossing.

donderdag 6 januari 2011

Aardse socio-economisch-ethische perspectieven

In een prachtig én lang artikel in NRC legt Bas Heijne precies uit wat het probleem is met de hoge idealen van de ethiek dat sommige ethici ertoe neigt om liever in 'realistischer' termen van eigenbelang te spreken.
"Het zijn de verlichtingsbegrippen, na de Tweede Wereldoorlog verheven tot dogma’s, die nu op een agressieve manier worden ontmaskerd als leugens, geriefelijke ontkenningen van wezenlijke behoeften. Gelijkheid, tolerantie, zachtmoedigheid, rechtvaardigheid – keer op keer worden mensen die deze abstracties hoog in het vaandel hebben staan, ontmaskerd als akelig hypocriet, als zogenaamde hoogstaande geesten die er een dubbele moraal op nahouden. Daartegenover staan bij uitstek menselijke behoeften: verwantschap, eigenheid, trots – met daaronder een groot verlangen naar een zuivere gemeenschap."
In de politiek, maakt Heijne duidelijk, heeft dat de smaak van fascisme.

Is het probleem met de Verlichtingsidealen hun abstractie? Het lijkt van wel. Heijne stelt: "Het "durf te denken!" van Immanuel Kant is ingeruild voor een spannender adagium: durf te voelen."
"Ieder abstract principe wordt dan gezien als een hypocriete, hinderlijke leugen. Wat telt is niet de wereld, maar alleen nog je eigen belevingswereld. Daarbinnen kun je jezelf het middelpunt van alles wanen – en hoef je jezelf geen rekenschap te geven van de rest van de wereld. Het doorgeschoten relativisme van een progressieve generatie wordt nu als excuus gebruikt om iedere vorm van zelfrelativering uit de weg te gaan. Dat is geen correctie op het verlichtingsdenken, dat is verraad aan het verlichtingsdenken. Omdat men aanvoelt dat de menselijke natuur op een hypocriete manier wordt onderdrukt, wordt het ideaal nu door steeds meer mensen overbodig verklaard. Eindelijk mogen we elkaar weer haten."


Hoe is deze reflex van opstand tegen elke opgelegde moraal te keren? Heijne heeft de volgende oplossing: laten we realist zijn over onze gevoelens, dat zal ons in staat stellen de humanitaire wet desondanks te gehoorzamen. Het idealisme geeft Heijne de schuld:
"Waar is het fout gegaan? In de neiging om de Verlichting op te vatten als een geloofsleer, in plaats van een levenshouding, een loffelijk streven om onze al te menselijke aanvechtingen in goede banen te leiden. In handen van het progressieve establishment werden ze tot dogma’s waaraan een gevoel van superioriteit werd ontleend; omdat je aan de goede kant stond, was je vanzelf ook goed. Men verzuimde die dogma’s in tijden van globalisering en immigratie opnieuw te toetsen aan de werkelijkheid."
En ten slotte sluit hij af met:
"Misschien hoeven we niet van elkaar te houden. Misschien hoeven we elkaar niet eens aardig te vinden. De ware humanist laat zich geen knollen voor citroenen verkopen, die weet waarmee hij te maken heeft: de mens. De menselijke natuur ontkennen, weet hij, is even gevaarlijk als erin zwelgen. Tussen die twee smadelijke uitersten moet hij nu zijn eigen positie innemen."


Deze 'balans tussen uitersten' (het ontkennen van het rationalisme en het zwelgen van het romanticisme) klinkt Aristotelisch, en is altijd goed. Maar toch lijkt me met het gevoel meer aan de hand. Het lijkt me ook van belang dat mensen van binnenuit, niet door verstand maar juist primair door gevoel gemotiveerd zijn. Het verstand heeft een succesfactor, maar soms moet het het afleggen tegen het onderdrukte gevoel. Freud zou zeggen: het super-ego moet het soms afleggen tegen het id. Het is misschien zaak om eerst eens het gevoel op orde te krijgen in plaats van het verstand daar primair de taak voor te geven. Zoals voor de christelijke wet de liefde op de eerste plaats staat, liefde tot God en liefde voor de medemens. (Zie ook mijn eerdere bericht over ethiek.)

Of blijft het niet 'realistisch' om te hopen op een innerlijke orde op zaken? "Niet alle mensen zijn heiligen", zeggen sommigen, en dat is een voldoende argument om een zo hoge ethiek af te doen als irreëel? Neem als voorbeeld het perspectief van de Engelse filosoof Thomas Hobbes (1588-1679) die de samenleving een "oorlog van allen tegen allen" noemde. Of het principe van eigenbelang in de vrije markt, het liberalisme van Adam Smith (zie ook dit eerdere bericht daarover). Of de opvatting van Bernard Williams (1929-2003) die stelde dat morele verplichting verenigbaar moest zijn met eigenbelang.

Daartegenover staan de woorden van Jezus (Mattheüs 5):
U hebt gehoord dat er gezegd is: Heb uw naaste lief en haat uw vijand. Maar ik zeg u: heb uw vijanden lief en bid voor wie u vervolgen. Dan zult u kinderen zijn van uw Vader in de hemel. Want God laat zijn zon opgaan over slechte en goede mensen en hij laat het regenen voor rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Hoe kunt u verwachten dat God u zal belonen, als u alleen uw vrienden liefhebt?


Of is hier toch sprake van eigenbelang, omdat God zal belonen na dit leven? Ja, maar dat is dan wel een gezond eigenbelang! Eigenbelang dat liefde tot God boven (hoogmoedige) eigenliefde stelt, en liefde tot de medemens daaraan gelijk (in plaats van gierigheid en haat), is een christelijk eigenbelang. "Laten we dus eens echt realistisch worden", zouden christenen kunnen zeggen (alle goede en respectabele aardse socio-economisch-ethische perspectieven ten spijt), "en eens kijken waarom mensen zich niet om het bestaan van God en van het leven na de dood bekommeren." Dàt is de ellende van de mens.