Posts tonen met het label bidden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bidden. Alle posts tonen

zondag 12 juni 2016

Psalmen - 4

Vandaag wil ik stilstaan bij Psalm 4:
1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken?

4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.
5 Wees ontzet, maar zondig niet;
spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil.

6 Breng offers van gerechtigheid
en vertrouw op de HEERE.
7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Bevreemdend:
Enigszins bevreemdend is hoe zeker David ervan is dat hij 'Gods gunsteling' is. Dat blijkt uit de zin: "de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd; de HEERE hoort als ik tot Hem roep." Echter, heel vreemd is het niet aangezien hij door Gods profeet tot koning is gezalfd over Israël, en dat de profeten van God ook vaker tot hem gesproken hebben.

Wat ook opmerkelijk is, is hoe David zijn volksgenoten toespreekt en hoe persoonlijk zijn toon is. Hij spoort ze niet aan tot wat ze moeten doen maar tot wat hun geest moet bedenken. Dat gaat wel erg ver! Hij spoort ze aan om het lege en de leugen niet meer te zoeken, om ontzet te zijn, om niet te zondigen, om zichzelf toe te spreken op een rustig moment, en stil te zijn, en op God te vertrouwen. Je moet wel heel open zijn om zulke dingen tegen je buren en bekenden te zeggen. Overigens geldt dat voor de rest van de psalm ook: ook over zijn eigen emoties is David open, hij beschrijft hoe hij tot God bidt, hoe hij blijdschap en vrede voelt, en hoe hij in vrede zal gaan slapen. Dit is echt een aansporing van hart tot hart waarbij David niets achter de hand houdt.

Herkenbaar:
Dat God meer blijdschap en vrede in ons hart geeft dan andere dingen is herkenbaar; je kunt het zelfs in hedendaagse tijdschriften over mindfulness terugvinden. Echter, de persoonlijke gebeden die eraan voorafgaan zijn alleen herkenbaar voor ons als we ook persoonlijk gebed tot de persoonlijke God kennen.

De afwisseling van emoties in de psalm (bijvoorbeeld in het danken van God wat weer gevolgd wordt door een smeekgebed) is herkenbaar, authentiek. Het laat zien dat het geen van te voren bedachte mooie woorden zijn maar een persoonlijke uiting.

Profetisch:
Ook dat David niet op zijn gerechtigheid vertrouwt, maar op de genade van God, die hij ook de 'God van zijn gerechtigheid' noemt, is herkenbaar voor christenen die hebben geleerd dat niet hun goede daden maar het leven van Christus hun verlossing is. Daarom kun je de uitdrukking 'God van mijn gerechtigheid' profetisch noemen: David beseft dat niet hijzelf, maar God hem tot gerechtigheid brengt.

zondag 5 juni 2016

Psalm 3 - Iedere morgen geloven

Vorige week schreef ik over de inhoud van Psalm 3. Vandaag wil ik graag de vraag stellen wat we uit deze psalm kunnen leren voor ons eigen leven.

Het meest opvallende in de psalm is het geloof van David in God. Dat geloof is niet gemakkelijk in zijn omstandigheden: hij is van koning vluchteling geworden. Daarnaast krijgt hij steeds meer tegenstanders. Ook velen geloven daarom dat hij niet door God wordt gesteund: "Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God.".

Daarentegen noemt David God zijn beschutting en schild, en zijn eer, en degene die zijn hoofd omhoog heft. David bidt ver weg van de berg Sion waarop Jeruzalem gebouwd was, maar gelooft dat God hem verhoort: "Met mijn stem riep ik tot de HEERE, en Hij verhoorde mij vanaf Zijn heilige berg.". Dus ook in moeilijke omstandigheden is het mogelijk om God te dienen:
  • God beschermt in die omstandigheden;
  • David noemt God zijn eer, dus hij gelooft nog vast dat hij een kind van God is en een roeping van God heeft;
  • De geestelijke ondersteuning van God is merkbaar, God beurt ons op;
  • Het is mogelijk op elke plek en op elk moment tot God te bidden en Hij verhoort ons gebed.

Dat hij gerust kan slapen en weer wakker worden zonder gedood te zijn ziet David als daad van God (vers 6), als bewijs dat God met hem is.

Psalm 3 wordt ook wel de morgenpsalm genoemd, Psalm 4 de avondpsalm, omdat het in Psalm 3 gaat over weer wakker worden door Gods genade, en in Psalm 4 over in vrede gaan slapen. We zouden inderdaad elke dag bij ons opstaan kunnen nadenken over Gods genade. We zijn in waarschijnlijk in betere omstandigheden als David, maar hebben we ook geloof in God dat Hij ons fysiek en geestelijk wil helpen en ons gebed verhoort? Geloven we dat we door God geroepen zijn tot geloof en verlossing, zodat we God onze eer kunnen noemen? Of houden we God liever op afstand?

maandag 19 januari 2015

Is God een God van vrede?

Hiervoor schreef ik al over het gebed om praktische gerechtigheid in de psalmen. In de psalmen wordt God gebeden om de goddeloze te beschamen en wordt gezegd dat ze in de kuil zullen vallen die ze zelf hebben gegraven (Psalm 7, 57, 94, 140). Dat betekent niet dat je mag terugdoen wat je is aangedaan. Integendeel, anders zou de emotie in de psalmen geen smeekbede om hulp in onrecht, maar een bittere wraakzang zijn. Zelfs al wordt er gevraagd om de dood van de goddeloze die probeert de godvrezende te doden dan nog staat er: "Bedek hun gezicht met schande, dan zullen zij, HEERE, Uw Naam zoeken" (Psalm 83).

Wat kunnen we hier veel van leren in deze tijd waarin we de haat van IS lezen en daar afschuw voor hebben! We kunnen allereerst leren van het vertrouwen dat uit de psalmen spreekt. Ze herinneren aan de vorige wonderlijke leiding van God en Zijn macht. Laten we daarna leren van het doel dat in het gebed genoemd wordt, namelijk om de goddelozen Gods Naam te laten zoeken. Als we op dezelfde manier voor IS bidden worden we noch door angst noch door haat overmand (zie ook dit bericht van een andere blogger over 'Besmettelijke boosheid').

Jezus gebiedt onze vijanden lief te hebben:
"Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen; zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (...) Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is." (evangelie van Mattheüs, 5, 44)

Maar is God een God van vrede? Is er geen sprake van geweld in de tijd van het volk Israël in de Bijbel? Er zijn twee dingen die zeker uitleg behoeven: zowel de wet in Israël als de oorlogen van Israël.

Wat de wet in Israël, door God gegeven, betreft, is het zeker dat de makers van het blad Charlie ook op grond van Gods wet in Israël ter dood gebracht zouden hebben moeten worden. Echter niet door wetteloos geweld maar op recht van de wet. Dat is op grond van het tweede gebod: het verbod op misbruik van Gods Naam.

Wat betekent dat? Het betekent dat als u een zoon van Abraham was of verkoos tot Jood gedoopt te worden, dat u dan gedood moest worden als u de naam van God misbruikte. Als hoogste recht in de wet van Israël gold niet dat alle mensen en godsdiensten gelijk zijn, maar dat er één God is. Als grondwet gold niet vrijheid van meningsuiting maar het heiligen van de naam van de enige ware God. Er gold geen vrijheid van godsdienst, maar het verbod op het maken van eigen beelden om God te dienen.

Christenen van nu hebben dezelfde wet in hun hart geschreven. Ze hebben die wet echter niet in hun land als grondwet. Niemand zal in Nederland de doodstraf krijgen voor een andere godsdienst, voor godslastering of het op een eigen manier dienen van een god. Wat heeft de situatie zo drastisch veranderd na de wet van Israël? Dat is de komst van Jezus Christus! Jezus gebood niet om alle heidenen te doden, maar gebood het evangelie aan alle schepselen van God te prediken. Jezus gebood niet om alle niet-gelovigen te verbranden, maar om gewoon naar de volgende stad te gaan. Het is waar dat niet alle christenen deze regel in alle gevallen begrepen hebben. Het gebod van Christus is echter duidelijk; nogmaals:
"Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen; zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (...) Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is." (evangelie van Mattheüs, 5, 44)

Israël staat trouwens volledig apart in de geschiedenis. Het wordt "het volk van God" genoemd. Waarom? Omdat ze hun volledige identiteit van God hebben:
  1. Ze hebben hun naam van God: de voorvader Jakob kreeg de naam Israël, 'vorst van God'.
  2. Ze hebben hun wet van God.
  3. Ze hebben hun land van God; de voorvader Abraham ging er wonen en God beloofde het aan zijn nageslacht te geven.
  4. Ze hebben hun godsdienst van God.
  5. Ze hebben hun burgers van God; God beloofde Abraham namelijk een groot nageslacht, ontelbaar als de sterren, en gaf hem zijn zoon Izak.
  6. Ze hebben hun geschiedenis van God: God verloste ze uit slavernij in Egypte door grote wonderen en tekenen.
De punten die hier genoemd zijn, zijn de belangrijkste voor identiteit. Het moge duidelijk zijn dat deze punten op geen enkel andere staat van toepassing zijn. Ze zijn ook zeker niet meer een op een op het huidige Israël van toepassing.

Het tweede punt dat uitleg behoeft over of God een God van vrede is, is de oorlogen van Israël. Toen het volk van God, Israël, op bevel van God het land Kanaän binnentrok en in bezit nam nadat God hen uit onderdrukking in Egypte verlost had, kregen ze het expliciete bevel van God om alle steden die daar waren met vuur te verbranden en elke inwoner te doden. Het is verschrikkelijk om dat voor te stellen. Een gewapend man doden die zijn stad verdedigt is al moeilijk, laat staan een vrouw, of zelfs een bejaarde of een kind. Het lijkt op het oordeel van God over Sodom en Gomorra, waar het vuur uit de hemel regende en iedereen doodde; maar daar was het de hand van God.

Dat laatste is precies wat het antwoord is op de reden van dit geweld. Het was de hand van God. Het heeft niets te maken met het feit dat er mensen waren die niet tot Israël behoorden. Het doden van deze volken in Kanaän was niet om een of andere terloopse reden, maar op expliciet en nadrukkelijk bevel van God. Wat waren de redenen van dit oordeel van God? Die redenen spreekt God meerdere keren uit in de Bijbel: seksuele perversie: incest (Leviticus 18, 6-17), bestialiteit (Leviticus 18, 23), overspel (Leviticus 18, 20); kinderoffers (Leviticus 18, 21; Deuteronomium 18, 10); homoseksualiteit (Deuteronomium 18, 10); zwarte magie (Deuteronomium 18, 10-11). Israël was ook niet zomaar een volk, maar het volk van God om deze straf van God uit te voeren.

Maar waarom deze straffen? Waarom heeft God niet vanaf het begin van de wereld het Evangelie van vrede gepredikt? Is God met de tijd veranderd? Ik heb me geprobeerd voor te stellen hoe de inwoners van Kanaän op evangeliepredikers gereageerd zouden hebben, en denk dat daarin het antwoord op de vraag ligt. De moordzuchtige koningen van Kanaän die ook elkaar graag uitmoordden, zouden niet gauw een ander volk verwelkomd hebben of ook maar geluisterd hebben naar een Evangelie van vrede. Dat zouden parels voor de zwijnen geweest zijn! Een spreekwoord dat uit deze woorden van Jezus komt: "Geef het heilige niet aan de honden, en werp uw parels niet voor de zwijnen, opdat die ze niet op enig moment met hun poten vertrappen, zich omkeren en u verscheuren." (evangelie van Mattheüs, 7, 6).

Daarom heeft Christus ook niet in het begin van de wereld geleden, maar op het moment dat God dat wilde. Daarom moeten we God niet alleen dienen met liefde, maar ook met vrees, omdat Hij niet alleen goed is, maar ook de Rechter van de aarde.

woensdag 16 januari 2013

Morgen en avond

Van het bijbelboek Prediker kunnen we iets leren over het leven ten opzichte van God. Er staat bijvoorbeeld:
"Zaai uw zaad in de morgen en trek uw hand in de avond niet terug. U weet immers niet of dit zal slagen of dat, of dat het allebei goed zal zijn." (11:6)
Waarom staat er niet: "Bid tot God wat de beste tijd is" of "Kijk welke manier God het meest wil zegenen"? Blijkbaar moet een gelovige geen paden uitwerken volgens speciale wil van God, maar de normale middelen gebruiken om een zegen van God te krijgen.

Hetzelfde zien we in het gebed dat Christus leerde (evangelie van Mattheüs, 6:5-15). Er staat niet "Leer me hoe ik kan bijdragen aan uw Koninkrijk" maar "Uw Koninkrijk kome" en "Uw wil geschiede". Er staat niet "Leer me wat hoe ik het best mijn brood kan verdienen het komende jaar" maar "Geef ons vandaag ons dagelijks brood". Dus geen uitgestippelde paden of kant-en-klaaroplossingen.

Maar leeft een gelovige dan hetzelfde als een ongelovige? Nee: een gelovige leeft in afhankelijkheid van God. Dat betekent: erkennen dat al het goede van God komt, en ook al het kwade; dat God de aarde en jezelf heeft gemaakt, de geschiedenis en jouw leven bestuurt, dat de Bijbel het Woord en de Wet van God is.

Als je om iets speciaals bidt, moet je niet denken dat bidden altijd "werkt". Bidden "werkt" alleen als het uit het geloof is dat wat God doet goed is, en als God ook goed vindt wat je vraagt. "Goed" betekent hier niet "ethisch goed", maar omvat veel meer. In het bijbelboek Prediker (of het bijbelboek Job) is goed te zien dat het leven niet langs simpele lijnen loopt.

De Prediker gebruikt een beeld om te laten zien dat we niet moeten denken dat we kunnen begrijpen wat Gods speciale wil in ons leven is. Voor de voorbeelden die hij geeft hebben we wel natuurwetenschappen, maar voor de wil van God niet:
"Evenmin als u weet wat de richting van de wind is, of hoe het gaat met de beenderen in de buik van een zwangere vrouw, evenmin kent u het werk van God, Die alles maakt." (11:5)