Posts tonen met het label vergeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vergeving. Alle posts tonen

maandag 20 januari 2025

Hoe Gods eigenschappen zichtbaar worden

Eerder schreef ik over hoe God Zichzelf noemt aan Mozes: God is barmhartig, genadig, geduldig, rijk aan goedertierenheid en trouw.

Vandaag wil ik schrijven over wat daarop volgt en waarmee God Zijn woorden afsluit (Exodus 34:7):

"Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht."

Over die laatste zin schreef ik al eerder: De zonde van de vaders wordt niet aan de kinderen aangerekend, maar het gaat er hier over dat als de kinderen en kleinkinderen ongerechtigheid blijven doen tegen Gods wet in, ze net als hun vaders geoordeeld zullen worden. In Exodus 20 staat er "aan de derde en vierde generatie die Mij haten". In Ezechiël 18 wordt nadrukkelijk en met meerdere voorbeelden gezegd:

"De mens die zondigt, díe zal sterven. De zoon zal de ongerechtigheid van de vader niet dragen, en de vader zal de ongerechtigheid van de zoon niet dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal op hemzelf zijn, en de goddeloosheid van de goddeloze zal op hemzelf zijn."

God spreekt in een zekere zin in dit vers over de consequenties van Zijn eigenschappen van barmhartigheid (liefde), genade, geduld, goedertierenheid en betrouwbaarheid. Je kunt Gods eigenschappen terugzien in:

  • Zijn blijvende bewijs van goedertierenheid aan duizenden, al zo lang de aarde bestaat. Elke dag laat God de zon opgaan over goede en slechte mensen en geeft regen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (Matt. 5:45). God laat dus zien dat Hij zelfs Zijn vijanden liefheeft. Ja, Hij heeft Zijn enige Zoon voor ons overgegeven zodat wij zouden leven, die Zijn vijanden waren door onze zonden.
  • Zijn vergeving. In het Hebreeuwse woord "vergeeft" (נשׂא, "nasa") zit ook het woord "dragen" of "wegnemen". Normaliter "draag" je je eigen zonden (bijv. Lev. 5:1, 7:18, 17:16, Num. 14:34, 18:22, ...). God stelde de offerdienst in, waarbij een bok de zonden van het volk "wegdroeg" (Lev. 16:22) of de hogepriester de zonden van het volk droeg (Ex. 28:38). Zo heeft Jezus onze zonden weggedragen aan het kruis.
  • Het is troostend dat er staat dat God "zonde, misdrijf en misslagen" vergeeft. Er worden drie verschillende woorden gebruikt. Ik denk dat dat is om de verschillende soorten zonden te benoemen: onopzettelijke zonden, maar ook misstappen die we eigenlijk wel wisten maar waar we toe verleid werden, ongeloof, maar ook hoogmoed, dingen die we verkeerd deden maar ook dingen die we nalieten te doen. God is groot van vergeving.
  • Zijn rechtvaardige oordeel. God laat de schuldige niet ongestraft. Wij mensen kunnen soms de schuldige niet straffen en staan machteloos, maar Gods eindoordeel zal iedereen aangaan, en ieder oordelen naar zijn daden. Als we dat in deze generatie niet zien, dan zullen we het in de volgende generatie zien.

Maar bevat deze tekst niet een tegenstrijdigheid? Hoe kan het namelijk dat God vergeeft en tegelijkertijd ook de schuldige niet onschuldig houdt?

God wil ons vergeven. Daartoe moeten we de oplossing buiten onszelf zoeken, toont de offerdienst aan. De vergeving ligt dus in het gaan tot God en in het vertrouwen op Zijn vergeving buiten ons. Degene die niet naar God gaat, maar op zijn eigen manier probeert rechtvaardig te zijn en Gods weg veracht, zal een vreselijk oordeel vallen, omdat ze God niet geloofd hebben.

"Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God." (Johannes 3)

zaterdag 5 maart 2016

De God van wraak of de God van vergeving

Ten tijde van Socrates waren er zogenaamde 'sofisten' die zich beschikbaar stelden om een zaak te bepleiten. Ze waren er goed in om beide kanten van een zaak te verdedigen en waren daar trots op. Je ziet hetzelfde soms terug in opinieartikelen in de krant: het artikel vóór klinkt al even overtuigend als het artikel tégen.

Hoe komt dat? Mijns inziens omdat de 'scope' of reikwijdte van de argumenten vóór en tegen verschillend is: het ene argument vertrekt vanuit een ander perspectief als het andere, of het ene argument betreft een deel en het andere argument betreft een ander deel van het geheel.

Het is wel interessant om na te gaan welke verschillende perspectieven er kunnen gelden en hoe die tot verwarring kunnen leiden. Deze blog wil ik dat doen voor de ethiek. De ethiek, dus de wetenschap van goed en kwaad, kent meerdere perspectieven. In de christelijke ethiek zijn dat de volgende:
  1. Het handhaven van recht (rechtvaardigheid), dat wil zeggen dat iets correspondeert met de orde en manier waarop het bedoeld is;
  2. Daartegenover het geduld (lankmoedigheid) tegenover degene die het recht nog niet (volledig) nakomt;
  3. De vergelding (retributie of wraak) van onrecht, dus van de verstoring van de orde en bedoeling;
  4. Daartegenover de vergeving van onrecht.
Een interessant boekje die deze ethische perspectieven belicht zowel in het spreken van de Bijbel over God als in het spreken over de mens is het boekje 'Wie is als Gij?' van dr. H.G.L. Peels.

Een voorbeeld is de wet rondom de 'bloedwreker', beschreven in de eerste bijbelboeken (o.a. Numeri, 35). Als iemand zijn naaste had gedood, en het was niet zeker of er opzet in het spel was, dan trad deze wet in werking. (Bij opzettelijk doden volgde daarentegen meteen de doodstraf.) De dichtstbijzijnde bloedverwant van degene die gedood was (met of zonder opzet) had het recht om de dader te achtervolgen en te doden. Daarom kon deze dader vluchten naar één van de zes vrijsteden in het land om aan de dood te ontkomen. Daar was hij veilig. Daarnaast was er mogelijkheid tot terugkeer, namelijk bij de dood van de hogepriester: dan mocht de dader de vrijstad weer verlaten en naar zijn bezittingen terugkeren.

We zien in dit voorbeeld twee perspectieven terugkomen:
  • De vergelding of wraak is aan de orde om de dood van de verwante, die tegen de orde van de natuur en bedoeling van het mensenleven ingaat, te wreken. Op symbolische wijze staat de dood van de dader tegenover de onterechte dood van de ander. Er was bloed gevloeid en dat moet gewroken (rechtgezet) worden (vandaar de naam 'bloedwreker').
  • Daartegenover staat de vergeving die moet gelden als de dader de vrijstad bereikt, of daaruit terugkeert na de dood van de hogepriester.

In de oudtestamentische wet komt het perspectief van recht en vergelding voluit aan de orde (zoals ook van een wet praktisch verwacht mag worden). De mogelijkheid tot geduld en vergeven zal op individueel niveau misschien wel aan de orde geweest zijn, maar is niet uitgebreid beschreven. Wel is er geen plaats voor handelen uit woede; vergelding moet het recht herstellen, niet de woede bevredigen.

Wat wel uitgebreid beschreven is is het geduld van God met ons en de vergeving van God van ons. Er is dus meer dan alleen de wet die de overheid kan handhaven; boven de wet staat de Geest van God die het hart oordeelt.

Een radicale verandering vindt plaats in de woorden van Jezus, wanneer hij de wet meteen doortrekt naar het hart. Alle geboden hebben ook een geestelijke component (evangelie van Mattheüs, 5, 21-35). Maar het blijft niet bij het benoemen van de geestelijke component van de geboden; heel het principe van de wet wordt in een veel groter geestelijk perspectief gezet:
U hebt gehoord dat er gezegd is: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand moet u haten. Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen; zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want als u hen liefhebt die u liefhebben, wat voor loon hebt u dan? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? En als u alleen uw broeders groet, wat doet u meer dan anderen? Doen ook de tollenaars niet zo? Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is. (evangelie van Mattheüs, 5, 43-48)

Nadat dus in de oudtestamentische wet duidelijk werd gemaakt wat het recht was door de wet en de overheid, wordt in het evangelie het recht maar ook geduld en vergeving duidelijk gemaakt door God Zelf en Zijn Zoon. Het gebod in het evangelie is het gebod van de liefde, niet van het handhaven van het recht. Het meest duidelijk is dit in het lijden en de dood van Jezus Christus, die niet het recht liet gelden om zijn vijanden te straffen, maar zich liet binden en wegvoeren terwijl hij voor zijn vijanden bad. Het bloed van Jezus roept niet om wraak, maar getuigt van Gods vergeving!