Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen

donderdag 3 januari 2013

Vijandig of verzoend

Vandaag las ik de historische roman 'Oorlog en vrede' van de Russische schrijver Lev Tolstoj uit. De roman is een historische weergave van de oorlog van Rusland met Frankrijk onder Napoleon. Tolstoj doet daarbij echter langzaam maar zeker heel wat uitspraken over het leven.

In het begin dacht ik dat Tolstoj een realistisch schrijver wilde zijn die het leven wil beschrijven zoals het echt is, ontdaan van ideologie. Zijn verslagen van de veldslagen zijn dat zeker. Tolstoj was goed op de hoogte van de praktijk van oorlog omdat hij zelf in het Russische leger heeft gevochten in de Kaukasus. De karakters doen realistisch aan omdat ze fouten maken en herstellen en tijdens hun leven veranderen. Maar wie goed leest merkt dat de karakters in 'Oorlog en vrede' bijna allemaal stuk voor stuk eenzijdig zijn.

Zo is er de hoofdpersoon van Peter Besoekow die schranderheid en later in zekere mate wijsheid bezit. Hij mist echter zelfbeheersing en daadkracht. Het karakter van Andreas Bolkonsky heeft inzicht, maar mist vergevingsgezindheid. Het karakter van Maria Bolkonsky heeft vergevingsgezindheid en geloof, maar mist juist weer moed. Natasja Rostow: ze heeft hoop, maar mist wijsheid. Nicolaas Rostow: hij bezit dapperheid, maar geen zelfbeheersing. Zijn vader, graaf Rostow, heeft liefde voor zijn gezin maar geen inzicht. De vader van Andreas, graaf Bolkonsky, heeft kennis maar geen rechtvaardigheid en liefde.

Het is wel waar dat in het echte leven ook zwakke en sterke punten bij mensen te benoemen zijn. Maar de karakters in 'Oorlog en vrede' geven geen enkele aanwijzing dat er ook een combinatie van de genoemde deugden kan en moet zijn. De karakters van Tolstoj zijn allemaal 'onvolwassen', wat bij mij een mistroostige indruk achterlaat na het lezen. Ik vind in ieder geval dat de christelijke lezer moet bedenken dat als hij of zij zo leeft als een van de hoofdpersonen van Tolstoj, het niet het leven is dat het christelijke geloof vereist. Oorlog en vrede geven heel wat aanleiding tot filosofische bespiegelingen, maar dat moet niet in mysticisme of fatalisme eindigen maar in het eenvoudige gebed en in een praktisch rechtvaardig leven. Dat is wat Jezus Christus ons zegt:
"Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is." (evangelie van Mattheüs, 5:17-18)
En rechtvaardig voor die wet worden we alleen door het geloof, door de genade van God:
"God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij behouden worden door Zijn leven, omdat wij verzoend zijn." (brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Rome, 5:8-10)

vrijdag 12 oktober 2012

Fashion in story-telling

"There are changes of fashion in story-telling; and the ancient world, like our own, has seen times where people thought it 'modern' to say they liked disgusting stories, though the ancients never quite reached the modern fancy for tales of such very dirty little people, living dingy lives and doing mean things. Not all vulgarity is modern. But, if the fashion for such stuff appears and re-appears, it never lasts very long. Dirt and dinginess lack variety and are not really interesting. Esquemeling's stories of the pirates, for instance, are in the end dull, and they would be a great deal duller but for the seamanship that enables the pirate to scour the Caribbean, and the great fighting qualities, courage, strategy, tactics, and so on, that help him to sack the Spanish towns and capture his thousands of pieces of eight. The rest of his story is tiresome enough. It takes a lot of virtue to make vice interesting; and the great Greek poet [Homer] saw (and, as the Greeks said, he was always right) that the splendid qualities in men and women are the interesting ones." (The ancient world, T.R. Glover, p.29)

Ik las dit pas, en vond het een mooi citaat. Eerder schreef ik al zoiets over moraal en schoonheid. Overigens is het altijd al de mode om een beetje vuiligheid in verhalen te stoppen omdat men onrustig lijkt te worden als het echt over het goede gaat. De Griekse sagen hebben echter misschien wel dezelfde tekortkoming.

maandag 11 april 2011

Moraal en schoonheid

Is schoonheid verbonden met moraal? Die vraag stelde ik me nadat ik in een voorwoord van een hedendaags literatuurboek (ik ben de titel vergeten) las dat moraal en schoonheid niet direct verbonden waren, en dat daarom een schrijver vooral geen morele plicht had. Mijns inziens kon het toch onmogelijk zo zijn dat iets wat moreel onjuist is, volkomen mooi zou kunnen zijn.

Toch moet ik daarop terugkomen: bij het lezen van een hedendaags literair werk kun je ook door de adembenemende schoonheid van de beschrijving worden getroffen, ook al wijkt de moraal van de gebeurtenissen mijlenver af van de christelijke. Handelingen die volgens de christelijke moraal niet goed zijn, kunnen een perfectie hebben en met een gedetailleerdheid beschreven worden die je toch in een droom van harmonie achterlaat.

Het adembenemende boek dat ik als voorbeeld wil noemen is "Huis van de aanrakingen" van Peter Verhelst (uitgegeven in 2010). Het is een vlechtwerk van liefdesverhalen, mythen, zoeken naar de zin van het leven, en beschrijft de schoonheid van de dimensies mens en natuur tot in de kleinste details. Ja: ook in de details van menselijke handelingen komt de grootheid van de mens naar voren, en – en dat is verbazend – ook als die handelingen niet volgens de christelijke moraal zijn. Ik weet niet zeker of Peter Verhelst daar iets van bedoeld heeft als hij uit de mond van een archeologe schrijft:
"Soms praten we. [...] Gisteren zei hij dat de duivel in de details zit. Zomaar. Nu pas begrijp ik wat hij bedoelt. De details van de beelden zijn zo overweldigend dat ik me moet dwingen om naar het hele beeld te kijken, laat staan dat ik de beeldengroep kan overzien. De duivel zit in de details. 'En God dan?' vraag ik.

Hij zwijgt. Ten slotte zegt hij: 'God zit in ons verlangen om het geheel te zien.' Uren later zegt hij: 'God zit in ons verlangen naar een geheel.' Ik wijs naar de sterrenhemel: 'Er is geen geheel.' Hij grinnikt." (p.296-297)

Misschien spreekt de schrijver deze laatste stelling tegen doordat dit gesprek in de contekst staat van een groter geheel. Ik zal niet proberen een hermeneutiek te geven van de mening van de schrijver. Waar het om gaat is dat hieruit dezelfde tegenstelling opgemaakt zou kunnen worden: schoonheid van details hoeft nog niet te betekenen dat het geheel voldoet aan een morele schoonheid.

Perfectie van handelingen hoeft nog niet een goede handeling te betekenen. Hoe zou Aristoteles hierop gereageerd hebben? Zijn ethiek is immers dat datgene moreel goed is, wat perfect is. Misschien dat perfectie en imperfectie met elkaar vermengd zijn? Perfectie op een niveau (de details), imperfectie op een ander (het geheel). Maar dan zou een perfecte immorele handeling even goed of beter kunnen zijn dan een imperfecte morele handeling – dat is onjuist.

Hoe dan ook, ik ben er nog steeds niet mee eens dat immorele handelingen als geheel schoonheid kunnen hebben. Nadat de betovering van de perfecte details optrekt en we ons meer bewust worden van de handeling zelf, wekt die handeling als ze immoreel is afkeer. Het is mijns inziens zoals de bewustwording die volgens Hannah Arendt nodig is om het banale kwaad te voorkomen: de banaliteit van het kwaad van bijvoorbeeld het ontwerp van de holocaust door SS-functionaris Adolf Eichmann. Overigens maakt Arendt bij haar bestudering van dat kwaad wel een onderscheid tussen de mogelijkheid de morele oordelen te maken (door je te verplaatsen in het perspectief van de ander, van alle mensen) en oordelen van smaak. Zijn dit inderdaad twee oordelen, het oordeel van schoonheid, en het morele oordeel, die gescheiden zijn? Zit de duivel, het kwaad, in de details, en God, het goede, in het geheel?

Er is nog een andere dimensie hieraan: de contekst van het 'aanzien' in het leven. Er is niets saaiers dan een braaf persoon, luidt het gangbare oordeel. En een sluwe schurk is veel aantrekkelijker. Is dat niet de genadeslag voor moraliteit? Is dat ook niet wat Nietzsche met geslaagd leven bedoelt? Een geslaagd leven volgens Aristoteles is ook niet alleen een moreel juist leven, maar ook liefst een prachtig en eervol leven.

Laat ik met dat laatste beginnen. In de Bijbel staat een gelijkenis (parabel) van een rijke man en arme bedelaar met de naam Lazarus. De rijke "leefde elke dag vrolijk en prachtig". De arme bedelaar zat aan zijn poort en was bedekt met zweren. Maar, vertelt Jezus, de arme man stierf, en werd naar de hemel gedragen. De rijke man stierf ook, maar hij sloeg zijn ogen op in de hel. Wiens leven was er mooier? Dat van die arme man dus.

Maar dat gaat meer over 'aanzien' in het leven, en niet zozeer over de schoonheid die bij het kwaad nog altijd in de details kan zitten. Ik ben sowieso van mening dat de duivel niet in de details zit: ook de schoonheid van het kleine is een gift van God. Maar er is dus een goed en een slecht gebruik van die schoonheid. Het goede leven gaat niet om schoonheid, maar voor wie goed leeft is (naast de schoonheid van het moreel goed leven) ook de algemene schoonheid van perfectie in het leven een beloning. Voor wie niet goed leeft is die schoonheid niet verdiend, hoewel men die toch geniet.

Genieten van kleine dingen is een groot goed en straalt bescheidenheid uit. "Is dat niet te verkiezen boven moraal?", lijkt men zich af te kunnen vragen. Of: "Bestaat die God van het geheel wel? Meer dan dit hebben we niet nodig", lijkt men te kunnen stellen. Dat is wel een grote overmoed van een mens; een mens die voor de toekomst nog altijd door God geoordeeld zal worden voor wat hij heeft gedaan met zijn leven. Het leven is een gift, de mogelijkheden zijn oneindig, en dat is juist de ellende van de mens: dat hij zijn eigen ellende niet lijkt te voelen. Men waardeert creativiteit boven het leven volgens een geloof in een enige juiste weg. Zo voel ik deze stelling tenminste. Het best kan dat nog omschreven met de woorden van de profeten (tot Israël, het 'volk van God', dat echter even afkerig was van het zoeken naar een God) (Jeremia 4):

De HEER zegt: ‘Dwaas is mijn volk,
het is met mij niet vertrouwd.
Het zijn kinderen zonder verstand,
inzicht hebben ze niet.
Zij zijn wel wijs, maar in het kwaad;
tot het goede zijn ze niet in staat.’

Hier zegt God dus zelf: hoe lang nog? Hoeveel kan de Heer nog doen om een mens op de weg van het leven te brengen, nadat Christus op aarde heeft geleefd en is gekruisigd?