Bestaat kunstmatige intelligentie? Met andere woorden, zullen mensen ooit in staat zijn intelligente machines te maken? Ik denk van wel. (Lees ook mijn eerdere post over "De afschaffing van het verstand".) Maar hoe zit het met gevoelens?
Mensen hebben gevoel. Dieren hebben gevoel. Computers hebben geen gevoel. Maar laten we de betekenis van gevoel verder bekijken. Mensen hebben zelfbewustzijn, een besef van een 'ik'. Mijns inziens is dat een fundamenteel verschil met dieren. Meest intelligente dieren, zoals chimpansees, zijn wel tot uitzonderlijk intelligente handelingen in staat -- ik heb zelfs gehoord van een chimpansee die oude vrouwtjes hielp met oversteken -- maar het blijft bij intelligente gedragspatronen; zelfbewustzijn, of bewustzijn van de morele waarde van de wereld, hebben ook de meest intelligente dieren niet. Ik denk niet dat er in de ogen van de chimpansee die ouderen hielp met oversteken iets van ideologie of moreel besef te lezen was.
Maar wat is gevoel dan? Is gevoel 'slechts' een biologisch mechanisme? Ik zou willen stellen dat gevoelens inderdaad op een biologisch mechanisme berusten, maar het kenmerk van gevoelens ligt in onze waarneming. Gevoelens zijn de manier waarop wij rationeel onverklaarbaar gedrag waarnemen. En, vervolgens, gedragingen zijn de handelingen die we toeschrijven aan (wat wij waarnemen als) een individu.
Het is daarmee discutabel of computers gedrag hebben -- dat hangt ervan af of we 'de computer' als een individu zien die alles op het scherm toont, of dat we de computer slechts opvatten als fysieke printplaat die meerdere dingen met elkaar verbindt. Maar het is zeker dat computers geen gevoel hebben, want alles wat ze tonen, kunnen wij rationeel verklaren door onze kennis van de computertechniek.
Anders wordt het als in de toekomst kunstmatige intelligentie ontstaat die te veelomvattend is om eenvoudig rationeel te doorzien. Misschien ontstaat er dan wel een conflict tussen het waargenomen individu en rationeel ondoorzichtige gedrag, en de 'rationele' gedachte dat alles 'maar op techniek berust'.
Posts tonen met het label biologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label biologie. Alle posts tonen
vrijdag 6 november 2009
maandag 16 maart 2009
Subjectivisme
"Gedrag zit in de genen." Onze gedragingen worden veel bepaald door genetische aanleg. "Op de Veluwe worden maar weinig Hindoes geboren." (Minister Plasterk, 4 oktober 2008.) --- geloof heeft een nauwe band met opvoeding. (Zie ook Spreuken 4.) Geloof is ongetwijfeld zelfs te lokaliseren als hersenactiviteit. Wat deze opmerkingen zeggen: ze raken het lichamelijke om het geestelijke te verbijzonderen, te subjectiveren.
Dat is natuurlijk een drogreden. We kunnen net zo goed zeggen: "Partnerkeus zit in de genen.", "In de volksstammen van Afrika werden weinig wetenschappers geboren.", "Filosofie is te lokaliseren in het brein." --- maar dat maakt liefde, kennis en geloof niets minder universele waarden.
Van het geloof weten we: het is door het gehoor, en dat is door de prediking van het Woord (Romeinen 10:17-18) --- maar dat is geen subjectief, privé-Woord. En Paulus zegt verder van de profeten:
Dat is natuurlijk een drogreden. We kunnen net zo goed zeggen: "Partnerkeus zit in de genen.", "In de volksstammen van Afrika werden weinig wetenschappers geboren.", "Filosofie is te lokaliseren in het brein." --- maar dat maakt liefde, kennis en geloof niets minder universele waarden.
Van het geloof weten we: het is door het gehoor, en dat is door de prediking van het Woord (Romeinen 10:17-18) --- maar dat is geen subjectief, privé-Woord. En Paulus zegt verder van de profeten:
"Hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden der wereld."
Labels:
biologie,
geloof,
kennis,
Ronald Plasterk
vrijdag 20 februari 2009
Het zelf
Werkzeug deines Leibes ist auch deine kleine Vernunft, mein Bruder, die du "Geist" nennst, ein kleines Werk- und Spielzeug deiner großen Vernunft.
In het hoofdstuk "Von den Verächtern des Leibes" bedient Zarathustra zich van heel wat rethoriek om tegen te spreken dat het hoofd het lichaam regeert. "Lijdt" is een 'bevel' van het lichaam aan het verstand:
Das Selbst sagt zum Ich: "hier fühle Schmerz!" Und da leidet es und denkt nach, wie es nicht mehr leide --- und dazu eben soll es denken.(Het is heel wat anders als we de communicatie van het lichaam naar het hoofd in plaats van als 'bevel', als 'signaal' beschouwen.)
Als we Zarathustra moeten geloven, is het 'zelf' groter dan het 'ik', en worden de bedoelingen van het hoofd bepaald door het lichaam. "Het lichaam ('zelf') wil scheppen."
De wereld is vervloekt om onze zonde. Zarathustra zegt het liever anders: de wereld is gemaakt door een dronken god, reinheid en gezondheid zullen we pas in onszelf vinden. Ehm, in een 'gezuiverd' zelf: een die alle gedachte aan de schepper (en aan de zondeval) heeft uitgebannen.
Wie het lichaam veracht, is arm; maar armer nog is wie de gevallen mens wil oprichten. Het is zoals de Prediker schreef: de mensen zijn zo als de beesten aan zichzelf (Prediker 3:18). Wie merkt dat de geest naar boven gaat, naar God die ons gemaakt heeft?
Labels:
biologie,
Friedrich Nietzsche,
geest,
Prediker,
zelf
zaterdag 24 januari 2009
Natuur en geest
Uitgestrekte, indrukwekkende schoonheid. Dat is de indruk van de natuur. Na de zondeval werd de natuur vervloekt om ons, en dat maakt bijna een einde aan vrede --- en rust.
Toch blijft in zoveel tekens een indruk van de Schepper. En dat is er niet een van onrust of wilde emotie --- maar een van rust. Extase -- buiten jezelf staan, een andere wereld zien -- heeft daarom een totaal andere christelijke betekenis dan de heidense. Als mensen door Gods Geest 'buiten zintuigen' en 'uit zichzelf' zijn, gaat dat niet gepaard met woeste, verscheurende emotie -- dat is van een andere geest, van de duivel.
Anderzijds, we moeten niet denken dat een doodse, of op niets of op de mens gerichte meditatie enig licht van God met zich heeft. Menselijke overtuiging is overigens een hoogst onbetrouwbare gids als het gaat om geestelijke dingen --- een blinde gids, die zelfs graag dwaalt. Daarom moet alle vertrouwen op de andere openbaring van de Schepper -- het Woord, de Bijbel -- gegrond zijn.
Toch blijft in zoveel tekens een indruk van de Schepper. En dat is er niet een van onrust of wilde emotie --- maar een van rust. Extase -- buiten jezelf staan, een andere wereld zien -- heeft daarom een totaal andere christelijke betekenis dan de heidense. Als mensen door Gods Geest 'buiten zintuigen' en 'uit zichzelf' zijn, gaat dat niet gepaard met woeste, verscheurende emotie -- dat is van een andere geest, van de duivel.
Anderzijds, we moeten niet denken dat een doodse, of op niets of op de mens gerichte meditatie enig licht van God met zich heeft. Menselijke overtuiging is overigens een hoogst onbetrouwbare gids als het gaat om geestelijke dingen --- een blinde gids, die zelfs graag dwaalt. Daarom moet alle vertrouwen op de andere openbaring van de Schepper -- het Woord, de Bijbel -- gegrond zijn.
zaterdag 3 januari 2009
Getal
Het is verbazingwekkend met hoeveel orde de schepping gemaakt is. Zonder natuurlijke soorten (die zich voortplanten en daardoor dezelfde eigenschappen delen) en stoffen zou intelligentie amper mogelijk zijn. Identificatie van een individueel voorwerp gebeurt grotendeels door te refereren aan natuurlijke soorten.
Door de identificatievermogens van de mens leert deze al vroeg omgaan met patronen in die identificatie: groepen, aantallen, spatiële en temporele ordening. Deze wiskundige abstracties zijn een ander gegeven van de natuur. John Byl noemt in zijn boek 'De ultieme uitdaging' het getal een basisonderdeel van de schepping.
Deze dingen stellen de mens in staat om te denken: een onmisbaar basisvermogen na de zondeval, tenminste om het goed en het kwaad te kennen zonder de Schepper. Natuurlijk is kennis altijd al een wezensdeel van de mens, maar kennis zoals die voor de zondeval ongerept bestond, is heel wat meer dan redeneren.
Door de identificatievermogens van de mens leert deze al vroeg omgaan met patronen in die identificatie: groepen, aantallen, spatiële en temporele ordening. Deze wiskundige abstracties zijn een ander gegeven van de natuur. John Byl noemt in zijn boek 'De ultieme uitdaging' het getal een basisonderdeel van de schepping.
Deze dingen stellen de mens in staat om te denken: een onmisbaar basisvermogen na de zondeval, tenminste om het goed en het kwaad te kennen zonder de Schepper. Natuurlijk is kennis altijd al een wezensdeel van de mens, maar kennis zoals die voor de zondeval ongerept bestond, is heel wat meer dan redeneren.
Labels:
biologie,
getal,
John Byl,
redelijkheid
woensdag 12 november 2008
Het grote perspectief van de kleine dingen
Als het om Gods voorzienigheid gaat, lijkt het soms moeilijk om het wetenschappelijke, het theologische en het alledaagse perspectief met elkaar te verenigen.
Denken in oorzaken en gevolgen is een belangrijk onderdeel van de menselijke rede. We kunnen een pijl van een oorzaak naar een gevolg tekenen. Een belangrijk concept om die relatie te begrijpen is ons concept voor kracht.
Door de natuurwetenschap weten we steeds meer van de natuur. Donder? Dat komt door een elektrische ontlading van statisch geladen wolken. Een orkaan? Dat komt door hoge- en lagedrukgebieden. Ziekte? Dat komt door virussen of bacteriën. Erfelijke aandoeningen? Zonsverduisteringen? Geboorte?
Zo schrijven we de krachten ook toe. Dat een steen valt komt door de zwaartekracht. Dat een vrachtwagen versnelt door de kracht van een verbrandingsmotor. Als men het denken in oorzaken en gevolgen consequent doorvoert, resulteert dat in een visie op de schepping als een zelfstandig systeem van wetmatigheden.
Met zo’n perspectief valt het woord `alomtegenwoordige kracht Gods’ niet op z’n plek.
We hebben het dan over het heersende natuurwetenschappelijk beeld van de wereld, een van natuurwetten en determinisme: alles is een optelsom van het vorige, met hoogstens een bovennatuurlijk ingrijpen. Let wel dat dit beeld nog goed verenigbaar is met een almachtige voorzienigheid Gods: elke samenloop van omstandigheden is door God bepaald, en wonderen van God kunnen de loop van de gebeurtenissen veranderen.
Maar als we de Bijbel lezen, komen we erachter dat die een veel rijkere beschrijving geeft van Gods schepping. Zie de laatste gedeelten van het Bijbelboek Job en Psalm 104:
Hier staat voorop dat alles wat in de schepping gebeurt, Gods hand is. Daarbij is natuurwetenschap meer een bijkomstigheid, het is minder belangrijk voor hoe we de wereld zien. De voorzienigheid is een metafysica: een "eerste filosofie".
Het is God die het gewas laat groeien, het laat regenen en de storm opwekt. Als we een geneesmiddel ontdekken, is het God die als Schepper dat middel heeft gemaakt om genezing te geven, God die geneest. Het is God die de warmte aan het vuur heeft vastgemaakt, die de sterren hun licht gegeven heeft, die de aarde door zwaartekracht samenvoegt.
Ook als we het over het eenvoudigste hebben, de simpelste interactie met de schepping, of het kleinste, de interactie van atomen, blijft het wonder van de schepping. Dat is het grote perspectief van de kleine dingen: dat alles, hoe dan ook, bestaat zoals het is: door de almachtige Schepper, Zijn alomtegenwoordige kracht, Gods hand in het kleinste wat er gebeurt.
De schepping is dus niet alleen wonderlijk gemaakt, zij is ook wonderlijk. Wij kunnen onze hand nog niet bewegen als God het niet maakt. Echt: het perspectief is heus niet zo theoretisch, het is uiterst praktisch.
Denken in oorzaken en gevolgen is een belangrijk onderdeel van de menselijke rede. We kunnen een pijl van een oorzaak naar een gevolg tekenen. Een belangrijk concept om die relatie te begrijpen is ons concept voor kracht.
Door de natuurwetenschap weten we steeds meer van de natuur. Donder? Dat komt door een elektrische ontlading van statisch geladen wolken. Een orkaan? Dat komt door hoge- en lagedrukgebieden. Ziekte? Dat komt door virussen of bacteriën. Erfelijke aandoeningen? Zonsverduisteringen? Geboorte?
Zo schrijven we de krachten ook toe. Dat een steen valt komt door de zwaartekracht. Dat een vrachtwagen versnelt door de kracht van een verbrandingsmotor. Als men het denken in oorzaken en gevolgen consequent doorvoert, resulteert dat in een visie op de schepping als een zelfstandig systeem van wetmatigheden.
Met zo’n perspectief valt het woord `alomtegenwoordige kracht Gods’ niet op z’n plek.
We hebben het dan over het heersende natuurwetenschappelijk beeld van de wereld, een van natuurwetten en determinisme: alles is een optelsom van het vorige, met hoogstens een bovennatuurlijk ingrijpen. Let wel dat dit beeld nog goed verenigbaar is met een almachtige voorzienigheid Gods: elke samenloop van omstandigheden is door God bepaald, en wonderen van God kunnen de loop van de gebeurtenissen veranderen.
Maar als we de Bijbel lezen, komen we erachter dat die een veel rijkere beschrijving geeft van Gods schepping. Zie de laatste gedeelten van het Bijbelboek Job en Psalm 104:
Zijt gij gekomen tot de schatkameren der sneeuw, en hebt gij de schatkameren des hagels gezien? Dien Ik ophoude tot den tijd der benauwdheid, tot den dag des strijds en des oorlogs! Waar is de weg, daar het licht verdeeld wordt, en de oostenwind zich verstrooit op de aarde? Wie deelt voor den stortregen een waterloop uit, en een weg voor het weerlicht der donderen? Om te regenen op het land, waar niemand is, op de woestijn, waarin geen mens is; om het woeste en het verwoeste te verzadigen, en om het uitspruitsel der grasscheutjes te doen wassen. (Job 38: 22-27)
Zij allen wachten op U, dat Gij hun hun spijze geeft te zijner tijd. Geeft Gij ze hun, zij vergaderen ze; doet Gij Uw hand open, zij worden met goed verzadigd. Verbergt Gij Uw aangezicht, zij worden verschrikt; neemt Gij hun adem weg, zij sterven, en zij keren weder tot hun stof. Zendt Gij Uw Geest uit, zo worden zij geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat des aardrijks. De heerlijkheid des HEEREN zij tot in der eeuwigheid; de HEERE verblijde Zich in Zijn werken. (Psalm 104: 27-31)
Hier staat voorop dat alles wat in de schepping gebeurt, Gods hand is. Daarbij is natuurwetenschap meer een bijkomstigheid, het is minder belangrijk voor hoe we de wereld zien. De voorzienigheid is een metafysica: een "eerste filosofie".
Het is God die het gewas laat groeien, het laat regenen en de storm opwekt. Als we een geneesmiddel ontdekken, is het God die als Schepper dat middel heeft gemaakt om genezing te geven, God die geneest. Het is God die de warmte aan het vuur heeft vastgemaakt, die de sterren hun licht gegeven heeft, die de aarde door zwaartekracht samenvoegt.
Ook als we het over het eenvoudigste hebben, de simpelste interactie met de schepping, of het kleinste, de interactie van atomen, blijft het wonder van de schepping. Dat is het grote perspectief van de kleine dingen: dat alles, hoe dan ook, bestaat zoals het is: door de almachtige Schepper, Zijn alomtegenwoordige kracht, Gods hand in het kleinste wat er gebeurt.
De schepping is dus niet alleen wonderlijk gemaakt, zij is ook wonderlijk. Wij kunnen onze hand nog niet bewegen als God het niet maakt. Echt: het perspectief is heus niet zo theoretisch, het is uiterst praktisch.
Labels:
biologie,
determinisme,
wetenschap
Abonneren op:
Posts (Atom)