Posts tonen met het label voorzienigheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voorzienigheid. Alle posts tonen

vrijdag 24 april 2020

Corona

Hooggeachte majesteit, geachte premier,

In deze tijd ervaren we als Nederlanders uw leiding als een oase te midden van de storm die over ons land trekt. Uw beider toespraken over deze crisis geven saamhorigheid, inzicht en duidelijke leiding aan wat we moeten doen. Juist nu is het belangrijk om te luisteren naar u als overheid en ons allen te scharen achter uw beleid.

Er is één ding dat ik mis. En dat is wat deze storm betekent voor ons, voor mij. Want als u, majesteit, noemt dat we het jaar 2020 heel ons leven zullen blijven herinneren, hoe zullen we het ons dan herinneren, en welk nieuw bewustzijn zal het ons geven? Zullen we ons klein voelen, of juist trots over hoe we deze 'crisis' het hoofd hebben geboden, of woedend over dat dit ons moest overkomen? Zullen we het zien als een periode die eigenlijk niet in ons leven thuishoort, of zullen we juist de periodes van rust en welvaart gaan ervaren als onverdiend en daar extra dankbaar voor zijn? Zullen we terugkeren tot God die we allen hebben verlaten en van wie we allemaal de genade elke dag nodig hebben, of zullen we nieuwe haat in ons hart hebben omdat we dit jaar 2020 niet konden leven zoals we zelf wilden, en omdat we God alleen willen dienen op onze eigen voorwaarden?

Vraag ik teveel als ik u smeek om iets te zeggen over wat deze tijd betekent voor ons? Ik bedoel niet dat u uw mening over wat het betekent aan ons op moet leggen. Ik begrijp ook goed dat als u dat zou doen, dat u veel mensen voor het hoofd zou stoten. Maar kunt u de naam van God niet noemen voor degenen die daar hun hoop, hun vertrouwen, hun kracht en hun vreugde uit halen? En kunt u niet benoemen dat deze crisis ons in ons wezen raakt, en ons aanmoedigt om niet te denken in wat wij kunnen maar vooral in wat wij niet kunnen? Hierbij reik ik u een voorbeeld aan wat u nog steeds kunt zeggen en waarvan ik hoopte dat u gezegd zou hebben:

"Beste Nederlanders, lieve ouderen, moedige jonge mensen, dit Coronavirus heeft ons laten zien dat we niet alles kunnen, dat we klein en kwetsbaar zijn. Zie het niet als een onderbreking van je leven, maar ervaar dat ook dit bij je leven hoort: onzekerheid, onmacht. Juist dit is een moment om omhoog te kijken en te beseffen dat niet alles om onszelf draait. Juist nu kan de ervaring dat er een God is die alles in Zijn hand houdt, je troost bieden. Dat wil niet zeggen dat we alles passief moeten laten gebeuren en geen maatregelen moeten nemen tegen verspreiding van deze ziekte, maar het zet wel alles in een ander perspectief. Laat alle maatregelen tegen het virus je niet beletten te bezinnen op wat dit voor jou betekent. Leef met het besef dat welvaart en welzijn niet vanzelfsprekend zijn, en dat je niet alles in je leven in de hand hebt. Alleen dan zal deze tijd je dichter bij jezelf brengen en bij waar het in dit leven echt om gaat. Alleen dan zul je het vol kunnen houden in deze tijd, maar ook in wat er van je leven nog voor je ligt. Praat er met elkaar over, natuurlijk wel op die anderhalve meter afstand, want alleen dan vind je jezelf en elkaar echt in deze - maar ook in elke - tijd."

donderdag 14 februari 2013

Zorg versus geloof

Het bestaan heeft altijd onzekere factoren. Er zijn drie mogelijke reacties:
  • angst,
  • voorzichtigheid en moed, of
  • onverschilligheid en overmoed.
Voorzichtigheid en moed zijn daarbij het goede tegenovergestelde van twee negatieve reacties van onverschilligheid en overmoed, en vrees.

Als meerdere onzekere factoren samenvloeien kunnen we moedig zijn in specifieke gevallen maar toch bezorgd over het geheel. Bezorgd wil zeggen dat het je belast, ook al ben je er niet bewust mee bezig.

Bezorgdheid belemmert het geluk. Jezus zegt dat we niet bezorgd moeten zijn. Geloof is de oplossing voor de vage bezorgdheid. Zorg en geloof kunnen niet samen gaan. We kunnen daarover lezen:
"En Hij zei tegen Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Wees niet bezorgd over uw leven: over wat u eten zult, of over uw lichaam: waarmee u zich kleden zult. Het leven is meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding. Let op de raven: zij zaaien niet en maaien niet, zij hebben geen voorraadkamer en geen schuur, en God voedt hen. Hoe ver gaat u de vogels te boven? Wie toch van u kan met bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen? Als u dan ook het minste niet kunt, waarom bent u over de andere dingen bezorgd? Let op de lelies, hoe zij groeien. Ze werken niet en spinnen niet, en Ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet gekleed ging als één van deze. Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, hoeveel te meer u, kleingelovigen! En u, vraag niet wat u eten of wat u drinken zult, en wees niet verontrust. Want naar al deze dingen zoeken de volken van de wereld. Uw Vader echter weet dat u deze dingen nodig hebt. Maar zoek het Koninkrijk van God en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Wees niet bevreesd, kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven. Verkoop uw bezittingen en geef de opbrengst weg als liefdegave. Maak voor uzelf beurzen die niet verslijten, een schat die niet opraakt, in de hemelen, waar de dief niet bij komt en die door de mot niet aangetast wordt. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. " (evangelie van Lukas, 12:22-34)

vrijdag 23 september 2011

Moeilijke dingen om te geloven

Omdat deze blog toch al geen onderwerpen mijdt die minder over filosofie dan over geloof gaan, heb ik besloten ook een keer specifiek over geloofszaken te schrijven — over de geloofszaken die soms niet worden begrepen.

Allereerst over de hel. Daarover is het eigenlijk te verschrikkelijk om te spreken. Alle levenden zullen er met afgrijzen van zijn vervuld, zegt de profeet Jesaja (hoofdstuk 66, laatste vers). De Heer heeft gezegd dat het een plaats van pijn en haat zal zijn. Als de hel wordt vergeleken met een vuur, betekent dat de hevigheid, de onblusbaarheid, en de onhoudbaarheid van die pijn en die haat. Hoe kan het dat God zo wil straffen? God wil zo niet straffen: want het is niet Gods wil dat we sterven, maar dat we leven. Het Evangelie is voor allen. Waarom is die straf dan zo groot? Dat de hel is zoals ze is, is niet een gevolg van dat God gezocht heeft naar de zwaarste straf. Het is het gevolg van de onmogelijkheid van het samengaan van het rijk van God en een schepsel dat een vijandige wil daartegen heeft en zal blijven hebben; want in de hel is geen bekering meer mogelijk.

Over bekering. Bekering is de verandering van de wil van de mens van vijandig tegen God naar instemmend met Gods wil. Waarom is niet iedereen die goed leeft bekeerd? Niemand leeft er goed (zie brief aan de Romeinen, hoofdstuk 3). Heel het leven van een mens die Gods Geest niet verandert is gericht tegen God, en daarmee direct of indirect op de vernieling van de medemens en de wereld. Zo verschrikkelijk is de christelijke boodschap, als ik het Evangelie verzwijg.

Over uitverkiezing. Hoe komt een mens tot bekering, zodat hij door Gods Geest veranderd wordt? Ik zal mijn antwoord op deze vraag eerst breder formuleren en dan verduidelijken. Misschien is het zo dat sommige mensen tot bekering komen doordat ze zich aan God en de Godsdienst onderwerpen; en dat de rest van de mensen die zich niet onderwerpt slechts door Gods genade ingrijpend uit hun oude leven kunnen worden gehaald. De schuld van degenen die zich niet aan God onderwerpen staat dan vast: ze hebben niet gewild. Het getuigenis van christenen van wie God het leven heeft veranderd is echter altijd dat ze onder de tweede categorie van mensen vallen: dat het niet hun wil was die hen bekeerde. Dat maakt God genade alleen maar groter. Maar omdat dat ook betekent dat de schuld van wie bekeerd is even groot was als degenen die niet bekeerd worden, betekent het ook dat God hen onverdiend heeft uitgekozen. Abraham was niet beter dan anderen, Izak was niet beter dan anderen, Jakob was niet beter dan anderen. Maar als dat zo is, waarom redt God dan niet iedereen? Wie God met ernst zoekt, zal behouden worden (zie bijvoorbeeld de profeet Jesaja, hoofdstuk 55). Wie kan God dan nog verwijten dat hij nalatig is geweest met zijn verlossing? Als God degenen die Hem niet zoeken straft, toont dat zijn rechtvaardigheid.

Over voorzienigheid. Voorzienigheid wil eigenlijk zeggen: de zorg die God heeft voor de wereld, bijvoorbeeld voor alle mensen (ook voor wie niet bekeerd is!), of voor de aarde. Maar theologen hebben er een veel complexere dogmatiek aan vastgemaakt, omdat ze vonden dat het een gebrek zou zijn als God de hele toekomst niet zou kennen ('voorzien'), of dat het een gebrek zou zijn als een van Gods voornemens ooit zou wijzigen, of dat het een gebrek zou zijn als God niet zelfs de wil van de mens zou kunnen bepalen. Laat ik hier voorzichtig over zijn: het zou kunnen dat God de toekomst voorziet, en dat daarom niet een van Gods voornemens ooit wijzigt; maar zo'n eeuwigheidsperspectief is voor ons niet makkelijk te begrijpen. Wat we wel geloven met betrekking tot de voorzienigheid is dat God almachtig is, dat God daarom de toekomst bepaalt en weet, en dat God niet aan de natuurwetten gebonden is, en zelfs de besluiten van mensen kan sturen (wat niet betekent dat hij de wil van de mens op het kwade zou richten; wat het richten van de wil op het goede betreft, zie bekering), en dat God doet wat hij beloofd heeft. Maar komen rampen ook van God? Ja. Ze zijn een gevolg van de vervloeking van de aarde na de zondeval. Maar dat God ook boven die rampen staat kan niet anders dan een troost zijn voor degenen die in God geloven; voor anderen kan het een middel zijn om de verschrikkelijke waarheid van het leven in te zien en zich te bekeren tot God.

Over God. "Nog nooit heeft iemand God gezien, maar de enige Zoon, zelf God, die rust aan het hart van de Vader, heeft hem doen kennen" (Evangelie van Johannes, hoofdstuk 1). Van wie tot God bekeerd is en gelooft, is het hart gericht op de openbaring en verlossing van Jezus Christus, Gods Zoon, de verlosser. Wie meer over hem wil weten, moet de Bijbel lezen: wij geloven dat van het begin (direct na de zondeval) tot het eind naar deze verlossing wordt verwezen. Daarom: neem en lees!