Posts tonen met het label wet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wet. Alle posts tonen

dinsdag 8 oktober 2024

De wet van God

Nadat alle volken het evangelie van Jezus Christus hebben leren kennen, is het de vraag geworden welke betekenis de wet van God (of: het onderwijs van God, Zijn instructies) heeft. Daarop zijn verschillende antwoorden gekomen. Die verschillende antwoorden zijn:
  1. Het is hypocriet als je niet heel de wet van God houdt. Wij, de gelovigen uit de volken, moeten gaan leven zoals de Joden.
  2. De wet doet er niet meer toe zodra je in Jezus Christus gelooft. We zijn helemaal vrij van de wet en worden in ons leven geleid door Gods Geest Zelf.
  3. 'De wet' is een aanduiding voor verschillende dingen. Een deel moet iedereen houden, een ander deel was en is alleen voor het Joodse volk.
Een gemeenschappelijke factor van deze antwoorden is dat de wet goed is, maar niet leidt tot onze verlossing. Die verlossing is gebracht door Jezus Christus.

Toch maakt het nog best wat uit welk antwoord je geeft. Bij het eerste antwoord ligt het gevaar op de loer dat je alsnog gaat denken dat jouw leven volgens de wet het eeuwige leven verdient, en dat het offer van Jezus Christus voor de zonden maar bijzaak is. Dan heb je absoluut niet de hoofdzaak van de wet begrepen, want de hoofdzaak is dat God heilig is en dat de verzoening buiten ons ligt (zie eerdere berichten daarover). Als je op het houden van de wet je vertrouwen gaat stellen, verlies je Christus (Gal. 5:2, Kol. 2:8).

Bij het tweede antwoord is er een even groot gevaar dat je gaat denken dat wat jij ook maar verzint, direct van Gods Geest komt, terwijl het in werkelijkheid uit je eigen zondige geest ontspringt die zich nog steeds niet aan God wil onderwerpen.

Als we het onderwijs van Jezus Christus en de apostelen goed lezen, komen we op het derde antwoord uit, namelijk dat 'de wet' een aanduiding is voor verschillende bepalingen:
  1. Een ceremoniële wet, die zoals een schaduw afbeeldt wat is en wat zal komen, zoals de offer van het paaslam wees op het lijden en sterven van Christus voor onze zonden;
  2. Een civiele of burgerlijke wet die het volk Israël tot een voorbeeld stelt van alle volken;
  3. Een ethische of zedelijke wet die voor iedereen waar ook ter wereld en zowel vroeger als vandaag geldt.
De ceremoniële wet is geen voorschrift voor alle volken, maar alleen voor de Joden. Dat geldt voor de besnijdenis (Kol. 2:11, Gal. 2:12, Gal. 5:2, Hand. 15:1), de voedselwetten (Kol. 2:16, Rom. 14:17), de feestdagen (Kol. 2:16, Rom. 14:5, Gal. 4:10). Dat geldt ook voor de civiele of burgerlijke wet. De wet van geboden en bepalingen is tenietgedaan, het was een scheidsmuur die de andere volken als het ware buitensloot omdat zij deze niet konden houden (Ef. 2:15). 

De ethische of zedelijke wet geldt daarentegen nog steeds. Meteen nadat de apostel Paulus schrijft "U bent volmaakt geworden in Hem (Christus)" (Kol. 2:10), schrijft hij: "Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is. Door deze dingen komt de toorn van God over de ongehoorzamen" (Kol. 3:5-6). Meteen nadat hij schrijft "Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft" (Gal. 5:1), laat de apostel erop volgen: "Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de liefde. Want de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf" (Gal. 5:13-14). Jezus Zelf zegt dat geen komma of punt (jota of tittel) van de wet voorbij zal gaan tot de hemel en aarde voorbijgaan (Matt. 5:18), en laat met zijn uitleg die daarop volgt zien dat het over de tien geboden gaat die God gaf bij de berg Sinaï. Jezus legt keer op keer uit dat de ethische wet gaat over ons hart (Mark. 7:21, Mark. 8:15, Mark. 12:29, Mark. 12:40).

Waarom geldt de ceremoniële en civiele wet niet meer voor alle volken? Als Gods wet goed is, waarom zou deze dan niet door iedereen gehouden moeten worden? En zijn er in de ceremoniële wet niet prachtige lessen voor iedereen? Zou het houden ervan niet tot meer eenheid tussen Joden en andere volken leiden? 

Het antwoord op deze vragen is meervoudig. Allereerst is er een praktisch probleem, vooral als het gaat om het houden van de civiele wet. Dat is dat Israël een aparte staat is die zijn eigen wetten kan bepalen, maar gelovigen uit de andere volken kunnen de rechtspraak in hun land niet zomaar veranderen, omdat zij onderworpen zijn aan een eigen overheid. De Bijbel roept ons niet op tot revolutie, maar tot het onderwerpen aan de overheid, omdat alle machten door God uitgedeeld zijn - de revolutie moet in ons hart plaatsvinden (Rom. 13). Maar wat als er een christelijke overheid is, zou die dan niet de wetten van God kunnen volgen zoals ze aan Israël gegeven zijn? Ook hier is het antwoord nee. Het vrederijk van God komt er niet doordat wij Zijn goede wetten op gaan leggen aan anderen. God heeft Zelf deze wetten op Israël gelegd, maar dat betekent niet dat wij dat kunnen nadoen. Gods Koninkrijk van vrede zal zeker komen, maar doordat Hij Zelf zal ingrijpen en de wereld zal oordelen.

Ten tweede heeft God het Zelf niet gewild dat Zijn ceremoniële wet aan gelovigen uit alle volken werd opgelegd. Het doel van de ceremoniële wet is om ons te leren over Wie God is. Dat doel hebben zelfs de Joden niet altijd begrepen. Door de profeet Micha laat God zeggen: "Wat vraag ik van u, behalve recht te doen en barmhartigheid?" Door de profeten Jesaja, Jeremia en Ezechiël zegt God: "Uw offers, uw gebeden, uw feestdagen zijn voor Mij afschuwelijk". Door de profeet Zefanja zegt God: "Zoek gerechtigheid, zoek zachtmoedigheid". Dat kwam omdat Israël de ceremoniële wet wel hield, maar intussen de ethische wet overtrad. De hoofdzaak van de ceremoniële wet is dat de verlossing buiten ons ligt. Als dat verandert naar "De verlossing ligt in mijn houden van de wet", dan ontstaat er hoogmoed (zonde tegen het eerste gebod), onbarmhartigheid (zonde tegen het zesde gebod), dan wordt Gods wet naar de letter gehouden maar eraan voorbijgegaan dat we deze nooit volmaakt met ons hart kunnen houden. We zijn allen zondig, en worden alleen door het geloof gerechtvaardigd (Rom. 1-5). We moeten door dat geloof leven; niet meer in angst, maar met vrede in ons hart (Rom. 8:5). We moeten de verlossing van de zonden die we nog doen verwachten (Rom. 8:23). Dat is ook de echte betekenis van de beloften aan Israël (Rom. 9:30).

Ten derde moet de eenheid tussen de Joden en de andere volken bestaan uit de beloofde Messias, Jezus Christus. Jezus heeft met Zijn lijden het door God beloofde nieuwe verbond aangegaan (Mark. 14:24, Jer. 31:33). Hij maakt door Zijn verlossing Jood en andere volken vrij van de veroordeling van de wet. Hij is het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt.

woensdag 24 juli 2024

Psalm 19

Zo'n zeven jaar geleden startte ik met een serie blogs over de psalmen. Het lezen van de psalmen geeft veel herkenning - van hoe je tot God kunt bidden, hoe je Hem kunt prijzen en danken, hoe je je kunt voelen en waarvan je verlost moet worden. Ik heb besloten om dat eens te benoemen om er minder over heen te lezen. Daarnaast zijn er ook verzen in de psalmen die niet zo herkenbaar zijn en zelfs wat afstand scheppen tot de psalmen omdat ze bevreemdend zijn. Om daar ook juist over na te denken en de psalmen meer in ons hart te kunnen sluiten, heb ik de berichten over de psalmen opgedeeld in een kopje "Bevreemdend" en een kopje "Herkenbaar". Ten slotte sluit ik af met een kopje "Profetisch" wat gaat over dingen die de dichter van de psalm niet wist maar wij inmiddels door Gods openbaring wel weten, en die in het verlengde liggen van wat de psalm zegt. 

Laten we stilstaan bij psalm 19.
Een psalm van David, voor de koorleider.

2. De hemel vertelt Gods eer,
het gewelf verkondigt het werk van Zijn handen.
3. Dag op dag spreekt overvloedig,
nacht op nacht geeft kennis door.
4. Geen spreken is er, geen woorden zijn er,
hun stem wordt niet gehoord.
5. Hun richtlijn gaat uit over heel de aarde,
hun boodschap tot aan het einde van de wereld.
Hij heeft daar een tent opgezet voor de zon.
6. En die is als een bruidegom, die zijn slaapkamer uit gaat;
hij Pred. 1:5is vrolijk als een held om snel het pad te lopen.
7. Aan het ene einde van de hemel is zijn opgang,
zijn omloop is tot het andere einde;
niets is verborgen voor zijn gloed.
8. De wet van de HEERE is volmaakt,
zij bekeert de ziel;
de getuigenis van de HEERE is betrouwbaar,
zij geeft de eenvoudige wijsheid.
9. De bevelen van de HEERE zijn recht,
zij verblijden het hart;
het gebod van de HEERE is zuiver,
het verlicht de ogen.
10. De vreze des HEEREN is rein,
zij houdt voor eeuwig stand;
de bepalingen van de HEERE zijn waarachtig,
met elkaar zijn zij rechtvaardig.
11. Zij zijn begerenswaardiger dan goud,
ja, dan veel zuiver goud;
en zoeter dan honing
en honingzeem uit de raat.
12. Ook wordt Uw dienaar daardoor gewaarschuwd,
in het houden ervan ligt groot loon.
13. Wie zou al zijn afdwalingen opmerken?
Reinig mij van verborgen afdwalingen.
14. Weerhoud Uw dienaar ook van hoogmoed.
Laat die over mij niet heersen;
dan zal ik oprecht zijn
en vrij van grote overtreding.
15. Laat de woorden van mijn mond en de overdenking van mijn hart
welgevallig zijn voor Uw aangezicht,
HEERE, mijn rots en mijn Verlosser!
Bevreemdend 
De woorden van psalm 19 zijn een wereld van herkenning. Een paar weken geleden stapte ik uit het vliegtuig - niet dat ik zo graag vlieg, want het is niet goed voor de schepping - en ik had de zon als een held zijn pad zien lopen en het gewelf Gods eer zien verkondigen. Je hoeft er niet voor in het vliegtuig te stappen trouwens - vanaf de aarde is het evengoed te zien hoe groot God moet zijn die hemel en aarde gemaakt heeft. 

Wat bevreemdend kan zijn in deze psalm is dat David zó blij is met Gods wet. Wij hebben ontzag voor Gods wet (als we in God geloven), maar zijn we er ook zó blij mee? Het is een herinnering om van harte dankbaar te zijn dat God ons onderwijs geeft hoe we moeten leven zodat het goed is voor ons en onze naaste. Het is een herinnering dat we bevrijd zijn uit de duisternis van ons hart, dat deed wat het wilde en wat niet goed was, en zijn overgebracht in het licht van de gemeenschap met God. En voor wie alleen het boek van de schepping herkent: word wakker en lees ook het boek van Gods Woord. Het is zuiverder dan goud en zoeter dan honing.

Herkenbaar
Zoals gezegd is Davids loflied op Gods schepping heel herkenbaar. Ook herkenbaar is zijn gebed dat God zijn hart onderzoekt en hem reinigt van zijn afdwalingen, ook degene die hij niet opmerkt. Wij praten ons gedrag al gauw goed en zijn makkelijk schijnheilig en hoogmoedig. We mogen steeds weer om vergeving en om reiniging en leiding vragen. Dat hebben we dagelijks nodig.

Profetisch
De HEERE is mijn rots en mijn Verlosser - zo eindigt de psalm met een heenwijzing naar Jezus,  de Verlosser van onze zonden. Ook het gebed om reiniging van het hart is een gebed om de Heilige Geest, die God door Jezus Christus heeft uitgestort voor alle gelovigen.

donderdag 6 juli 2017

Psalm 15 - De positieve wet

Vorige keer schreef ik over psalm 15. In die psalm wordt een ideaalbeeld beschreven van iemand die aan Gods wet voldoet.

Over de wet van God valt veel te zeggen. Er staan veel praktisch uitgewerkte wetten in de Bijbel, maar de kern zijn de 'tien geboden' die God tot Israël sprak. Gods wet beschrijft geen ethiek die gericht is op een gevolg (consequentialistisch), maar een ethiek voortkomt uit een levende plicht (deontologisch).

Ook gaat de wet niet over het uiterlijk, maar over het innerlijk, wat het best te zien is in de laatste van de 'tien geboden'. Dit laatste gebod begint met "U zult niet begeren...". Een begeerte is iets innerlijks, niet iets wat je in regeltjes kunt vatten. In psalm 15 is een ander voorbeeld: "(...) die met zijn hart de waarheid spreekt". Maar hetzelfde principe kunnen we toepassen op al de geboden. Jezus spreekt dat ook uit:
"U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult niet doden; en: Wie doodt, zal door de rechtbank schuldig bevonden worden. Maar Ik zeg u: (...) Als u dan uw gave op het altaar offert en u zich daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar bij het altaar achter en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder en kom dan terug en offer uw gave. (...)
U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft. (...)
U hebt gehoord dat er gezegd is: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand moet u haten. Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen; zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (...)
Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is." (evangelie van Mattheüs, 5)

Het is de neiging van mensen om voor het leven met God regeltjes te maken. Dan zien de 'tien geboden' er ongeveer zo uit:
  1. Je mag geen andere goden dienen behalve God. (Niet al te moeilijk.)
  2. Je mag geen beelden dienen. (Dat doet tegenwoordig niemand meer.)
  3. Je mag niet vloeken.
  4. Je mag op zondag niet werken.
  5. Je mag niet tegen je ouders ingaan.
  6. Je mag iemand niet haten.
  7. Je mag geen seks voor of buiten het huwelijk.
  8. Je mag niet stelen.
  9. Je mag niet liegen.
  10. Je mag niet jaloers zijn op je buurman of collega.
Het is niet raar dat het dienen van God onaantrekkelijk is als je Gods wet reduceert tot wat regeltjes. (Het is prima om te bedenken welke regels nuttig zijn, maar ze mogen niet de plaats innemen van de plicht.)

Integendeel is er achter alle geboden een positieve kant te benoemen. Jezus vatte de wet samen in het liefhebben van God boven alles en het liefhebben van je naaste (je medemens) als jezelf. Ik denk dat veel mensen het laatste (het liefhebben van je naaste) wel zouden erkennen, maar van het eerste (liefhebben van God boven alles) het nut niet echt kunnen inzien. Toch denk ik dat dat onterecht is. Juist het liefhebben van God boven alles maakt in je hart en je leven ruimte om liefde te kunnen hebben voor je naaste.

Dat wordt duidelijk als je de 'tien geboden' positief formuleert:
  1. Je moet niet alleen maar opgaan in jezelf. Je mag in alles om je heen perspectief zien, omdat God boven alles staat. Daardoor krijg je tijd om er ook voor andere mensen te zijn.
  2. Je moet je geen menselijk beeld vormen van God. Je mag beseffen dat God veel hoger is dan alles wat je ziet, en dat jouw gedachten over God waarschijnlijk onjuist zijn.
  3. Je mag Gods naam niet voor je eigen doeleinden gebruiken. God wil niet dat jij anderen jouw wil oplegt in naam van God.
  4. Je moet elke week een dag rust nemen om tot jezelf en tot God te komen. Daardoor word je niet helemaal door je werk in beslag genomen en besef je beter wat echt belangrijk is in het leven.
  5. Je moet je ouders respecteren en eer geven. Ze hebben je op de wereld gebracht en (hopelijk!) veel aandacht gegeven, en waarschijnlijk is niet alles wat jij denkt, beter.
  6. Je moet je hart niet aan haat voor mensen geven. Denk aan de liefde en het geduld van God met jou en met hen.
  7. Geef je helemaal aan de man of vrouw van wie je houdt. Besef dat je aan elkaar verbonden bent. Ontdek dat gevende liefde voor elkaar beter is dan alleen verliefd zijn.
  8. Je moet niet op een slinkse manier meer willen krijgen. Het zal je niet gelukkig maken.
  9. Je mag je naaste niet benadelen door jouw woorden. Je moet beseffen hoeveel een onwaar woord met iemands leven kan doen.
  10. Je moet niet alles voor jezelf willen hebben. Er zijn mensen die wat jij hebt even nodig of veel harder nodig hebben.

We moeten onszelf niet bedriegen met dat we deze plichten wel nakomen. Ik denk dat iedereen in zijn hart wel moet erkennen vaak, misschien wel elke dag, tekort te doen aan het leven. Daarom is er geloof in het evangelie van God nodig!

woensdag 18 mei 2016

Psalm 1 - Vreugde in de wet van God

Vorige en deze week schreef ik twee keer over Psalm 1, over de inhoud en de vergelijking met de filosofen Aristoteles en Epicurus. Deze keer wil ik de inhoud meer toepassen op het alledaagse leven.

Wat centraal staat in de psalm is het vinden van de vreugde in Gods wet:
Welzalig de man
(...) die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt.

"Gods wet" kun je hier best breed opvatten:
  • De wetten van het dienen van God: feesten, offerdienst;
  • Praktische wetten voor hygiëne, medische regels en spijswetten;
  • De ethische wet van God in de tien geboden om God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf;
  • Maar ook alle woorden die van God waren opgeschreven of door profeten worden uitgesproken.

Waar komt die vreugde vandaan? Als je de psalm heel letterlijk leest zou je bijna denken dat er staat "door het dag en nacht bestuderen van de wet van God in de Bijbel". Een 'theoretische studievreugde' sluit echter bij weinig mensen aan. In plaats van theorie willen we doen! In plaats van het zoeken van God door studie van letters willen we God persoonlijk in ons hart ervaren!

De zo letterlijke manier van lezen is ook onjuist. Het gaat hier niet om het overdenken van het theoretische "reinen Vernunft", maar juist van het "praktischen Vernunft", om eens een onderscheid van Immanuel Kant te gebruiken. Dat zie je terug in de contekst waar het staat tegenover verkeerd leven. In psalm 1 gaat het om overdenken om het doen en niet om het denken zelf.

Het gaat dus wel degelijk om doen. Gaat het ook om God in ons hart ervaren? Ik meen van wel. Maar het is niet op de manier die je bij lifestylebladen vindt: zelf doen, zelf ervaren, waarbij iedereen zijn eigen god of God ontdekt. Het verschil is dat in Gods wet God aanwijst hoe we Hem kunnen ervaren, en dat God aanwijst wat we moeten doen om gelukkig te worden.

Het ervaren staat aangewezen in de godsdienstige feesten (en stond aangewezen in de offers die op het enige offer van Jezus Christus, Gods Zoon, wezen), en wijst Jezus zelf later aan in de sacramenten van doop en avondmaal. Het doen staat in de praktische wetten aan Israël maar ook in de brieven van de apostelen. En als we die volgen, vinden we niet alleen vreugde in wat we doen en navolgen maar ook in de uitkomst ervan.
Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken,
die zijn vrucht geeft op zijn tijd,
waarvan het blad niet afvalt;
al wat hij doet, zal goed gelukken.

vrijdag 13 februari 2015

Natuurlijker is beter

Is de natuur altijd goed? Er wordt wel eens gedaan alsof een ingreep in de natuur slecht is alleen omdat het een ingreep in de natuur is. Bijvoorbeeld, kunstmatige inseminatie is slecht omdat het een ingreep is in de natuur. Bij deze bewering lijkt het juist te zijn dat er de natuur geweld wordt aangedaan. Maar ethici geven terecht aan dat er problemen zijn met het argument. Wat is namelijk natuur? In de loop van de tijd is dat wat wij als 'natuur' ervaren al vele malen door menselijk handelen aangepast. En waarom is ingrijpen in de natuur slecht? Er zijn veel voorbeelden van ingrepen in de natuur zoals het bouwen van dijken die goed zijn. En is de natuur altijd goed? Ziektes en natuurrampen komen er ook in voor. Wat is er dus foutgegaan?

Laten we de vragen een voor een nagaan. Allereerst, wat is natuur? De natuur is dat wat zonder menselijk ingrijpen bestond en bestaat. Als christen belijd ik dat de natuur datgene is wat God gemaakt heeft. Er is dus een beginontwerp en een beginsituatie die 'heel goed' is, zoals in het bijbelboek Genesis staat. Weliswaar is over de natuur na de zonde van de mens de vloek gekomen, maar veel van dat beginontwerp is nog aanwezig en is nog 'heel goed'. Veel van wat we nu als natuur hebben is beïnvloed door menselijk ingrijpen, maar het beginontwerp is zelfs daardoorheen nog zichtbaar en is nog steeds 'heel goed'.

De volgende vraag is, wanneer is ingrijpen in de natuur slecht? Zoals hiervoor genoemd is niet elke ingreep in de natuur slecht. Als christen belijd ik dat God de mens zelfs opdracht gaf om de aarde te bebouwen en te bewaren. De zonen van Adam en Eva zijn er voorbeeld van: Kaïn was landbouwer, Abel schaapherder. Om landbouwer te zijn moet je de grond bewerken, als schaapherder moet je schapen houden en hen doden om van te leven. Dat ingrijpen was noodzakelijk om te overleven. Wanneer is ingrijpen in de natuur dan slecht?

Ik denk dat dit het antwoord is: bij ingrijpen in de natuur moeten we natuurbewust handelen. Je moet eerst goed weten wat de orde van de natuur is voordat je die doorbreekt. Je moet eerst gezien en begrepen hebben hoe een plant groeit voordat je er zelf een poot of oogst. Je moet eerst gezien en begrepen hebben hoe een dier natuurlijk leeft voordat je een dier zelf kunt leiden. Elke ingreep in de natuur moet weloverwogen zijn. De natuur is volgens een perfect ontwerp ontworpen, jouw ingreep in de natuur moet dit perfecte ontwerp kennen en daar een nieuw ontwerp in maken dat opnieuw goed is. Je moet je realiseren dat als je een volwassen plant oogst, je er mogelijk weer meerdere terug moet poten om over een tijdje weer een plant te kunnen oogsten. Je moet hebben ingezien dat als je iets van de natuur neemt, je dit nooit te veel en te massaal moet doen omdat je het eerste perfecte ontwerp van de natuur dan schaadt.

In de geschiedenis zijn niet alle christenen daar even goed mee omgegaan en dat is nog steeds niet zo. Sommigen beschouwen de aarde gewoon als bron van inkomsten en proberen alleen maar die optimaal uit te putten zonder dat die op raakt. In die visie is totaal vergeten dat de aarde volgens een perfect ontwerp gemaakt is en dat we dat eerst moeten bestuderen voordat we onze eigen kleine ontwerp maken. Sommigen verzinnen hun eigen regeltjes of wetenschap om volgens eigen inzicht de aarde te beheren in plaats van goed te kijken naar de orde die er al in ligt. Er is soms nog meer respect voor een recent pseudowetenschappelijk artikel over gezond eten dan voor de voedselwetten die God aan Israël gaf. Sommigen gebruiken ingrepen voor een goed doel zonder op de neveneffecten te letten of te zoeken, kortom, zonder veel ontzag voor de perfecte orde van God. Kortom, er valt nog veel te leren!

maandag 19 januari 2015

Is God een God van vrede?

Hiervoor schreef ik al over het gebed om praktische gerechtigheid in de psalmen. In de psalmen wordt God gebeden om de goddeloze te beschamen en wordt gezegd dat ze in de kuil zullen vallen die ze zelf hebben gegraven (Psalm 7, 57, 94, 140). Dat betekent niet dat je mag terugdoen wat je is aangedaan. Integendeel, anders zou de emotie in de psalmen geen smeekbede om hulp in onrecht, maar een bittere wraakzang zijn. Zelfs al wordt er gevraagd om de dood van de goddeloze die probeert de godvrezende te doden dan nog staat er: "Bedek hun gezicht met schande, dan zullen zij, HEERE, Uw Naam zoeken" (Psalm 83).

Wat kunnen we hier veel van leren in deze tijd waarin we de haat van IS lezen en daar afschuw voor hebben! We kunnen allereerst leren van het vertrouwen dat uit de psalmen spreekt. Ze herinneren aan de vorige wonderlijke leiding van God en Zijn macht. Laten we daarna leren van het doel dat in het gebed genoemd wordt, namelijk om de goddelozen Gods Naam te laten zoeken. Als we op dezelfde manier voor IS bidden worden we noch door angst noch door haat overmand (zie ook dit bericht van een andere blogger over 'Besmettelijke boosheid').

Jezus gebiedt onze vijanden lief te hebben:
"Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen; zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (...) Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is." (evangelie van Mattheüs, 5, 44)

Maar is God een God van vrede? Is er geen sprake van geweld in de tijd van het volk Israël in de Bijbel? Er zijn twee dingen die zeker uitleg behoeven: zowel de wet in Israël als de oorlogen van Israël.

Wat de wet in Israël, door God gegeven, betreft, is het zeker dat de makers van het blad Charlie ook op grond van Gods wet in Israël ter dood gebracht zouden hebben moeten worden. Echter niet door wetteloos geweld maar op recht van de wet. Dat is op grond van het tweede gebod: het verbod op misbruik van Gods Naam.

Wat betekent dat? Het betekent dat als u een zoon van Abraham was of verkoos tot Jood gedoopt te worden, dat u dan gedood moest worden als u de naam van God misbruikte. Als hoogste recht in de wet van Israël gold niet dat alle mensen en godsdiensten gelijk zijn, maar dat er één God is. Als grondwet gold niet vrijheid van meningsuiting maar het heiligen van de naam van de enige ware God. Er gold geen vrijheid van godsdienst, maar het verbod op het maken van eigen beelden om God te dienen.

Christenen van nu hebben dezelfde wet in hun hart geschreven. Ze hebben die wet echter niet in hun land als grondwet. Niemand zal in Nederland de doodstraf krijgen voor een andere godsdienst, voor godslastering of het op een eigen manier dienen van een god. Wat heeft de situatie zo drastisch veranderd na de wet van Israël? Dat is de komst van Jezus Christus! Jezus gebood niet om alle heidenen te doden, maar gebood het evangelie aan alle schepselen van God te prediken. Jezus gebood niet om alle niet-gelovigen te verbranden, maar om gewoon naar de volgende stad te gaan. Het is waar dat niet alle christenen deze regel in alle gevallen begrepen hebben. Het gebod van Christus is echter duidelijk; nogmaals:
"Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen; zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (...) Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is." (evangelie van Mattheüs, 5, 44)

Israël staat trouwens volledig apart in de geschiedenis. Het wordt "het volk van God" genoemd. Waarom? Omdat ze hun volledige identiteit van God hebben:
  1. Ze hebben hun naam van God: de voorvader Jakob kreeg de naam Israël, 'vorst van God'.
  2. Ze hebben hun wet van God.
  3. Ze hebben hun land van God; de voorvader Abraham ging er wonen en God beloofde het aan zijn nageslacht te geven.
  4. Ze hebben hun godsdienst van God.
  5. Ze hebben hun burgers van God; God beloofde Abraham namelijk een groot nageslacht, ontelbaar als de sterren, en gaf hem zijn zoon Izak.
  6. Ze hebben hun geschiedenis van God: God verloste ze uit slavernij in Egypte door grote wonderen en tekenen.
De punten die hier genoemd zijn, zijn de belangrijkste voor identiteit. Het moge duidelijk zijn dat deze punten op geen enkel andere staat van toepassing zijn. Ze zijn ook zeker niet meer een op een op het huidige Israël van toepassing.

Het tweede punt dat uitleg behoeft over of God een God van vrede is, is de oorlogen van Israël. Toen het volk van God, Israël, op bevel van God het land Kanaän binnentrok en in bezit nam nadat God hen uit onderdrukking in Egypte verlost had, kregen ze het expliciete bevel van God om alle steden die daar waren met vuur te verbranden en elke inwoner te doden. Het is verschrikkelijk om dat voor te stellen. Een gewapend man doden die zijn stad verdedigt is al moeilijk, laat staan een vrouw, of zelfs een bejaarde of een kind. Het lijkt op het oordeel van God over Sodom en Gomorra, waar het vuur uit de hemel regende en iedereen doodde; maar daar was het de hand van God.

Dat laatste is precies wat het antwoord is op de reden van dit geweld. Het was de hand van God. Het heeft niets te maken met het feit dat er mensen waren die niet tot Israël behoorden. Het doden van deze volken in Kanaän was niet om een of andere terloopse reden, maar op expliciet en nadrukkelijk bevel van God. Wat waren de redenen van dit oordeel van God? Die redenen spreekt God meerdere keren uit in de Bijbel: seksuele perversie: incest (Leviticus 18, 6-17), bestialiteit (Leviticus 18, 23), overspel (Leviticus 18, 20); kinderoffers (Leviticus 18, 21; Deuteronomium 18, 10); homoseksualiteit (Deuteronomium 18, 10); zwarte magie (Deuteronomium 18, 10-11). Israël was ook niet zomaar een volk, maar het volk van God om deze straf van God uit te voeren.

Maar waarom deze straffen? Waarom heeft God niet vanaf het begin van de wereld het Evangelie van vrede gepredikt? Is God met de tijd veranderd? Ik heb me geprobeerd voor te stellen hoe de inwoners van Kanaän op evangeliepredikers gereageerd zouden hebben, en denk dat daarin het antwoord op de vraag ligt. De moordzuchtige koningen van Kanaän die ook elkaar graag uitmoordden, zouden niet gauw een ander volk verwelkomd hebben of ook maar geluisterd hebben naar een Evangelie van vrede. Dat zouden parels voor de zwijnen geweest zijn! Een spreekwoord dat uit deze woorden van Jezus komt: "Geef het heilige niet aan de honden, en werp uw parels niet voor de zwijnen, opdat die ze niet op enig moment met hun poten vertrappen, zich omkeren en u verscheuren." (evangelie van Mattheüs, 7, 6).

Daarom heeft Christus ook niet in het begin van de wereld geleden, maar op het moment dat God dat wilde. Daarom moeten we God niet alleen dienen met liefde, maar ook met vrees, omdat Hij niet alleen goed is, maar ook de Rechter van de aarde.

vrijdag 8 maart 2013

Geven of nemen

Een verkeerd beeld dat er van God kan bestaan is dat God een eisend God is. Dat zodra Adam en Eva op de wereld waren gezet, God perfecte gehoorzaamheid van hen eiste en dat het eigenlijk onmogelijk was dat te houden. Dat zodra jij en ik op de wereld zijn gekomen we onder Gods vloek liggen omdat God hetzelfde van ons eist terwijl we dat niet meer doen kunnen.

Dat beeld klopt niet, want het woord "eisen" komt bijna niet voor in de Bijbel. Als God Adam en Eva maakt stelt hij ze niet een eis maar geeft God een zegen: "En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!" (Genesis, 1:28). En zou God nu van een zegenend God in een eisend God veranderd zijn? Nee, want Jezus zegt:
"Laat de kinderen bij Mij komen en verhinder hen niet, want voor zulke mensen is het Koninkrijk van God" (evangelie van Markus, 10:14)
en:
"Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht" (evangelie van Mattheüs, 11:28-30)
.

God gebiedt wel dat wij de tien geboden houden, maar doet dat om ons bestwil. Wie de wet niet houdt doet in de eerste plaats zichzelf schade aan. Daarom is het een lichtere last om de wet van Jezus te houden dan om die te overtreden!

De catechismus van Heidelberg, een van de geloofsbelijdenissen (die dit jaar 450 jaar bestaat) van de kerk in Nederland, heeft het wel over "wat God van ons eist" (erfordert). Maar die geloofsbelijdenis heeft geen andere insteek. Met de vraag naar de eis van God gaat ze namelijk in tegen een al verkeerd Godsbeeld, namelijk dat we God met goede daden tevreden moeten stellen. "Wie dat denkt, komt erachter dat de wet van God nooit meer door ons gehouden zal kunnen worden zonder de grootste genade van God", zegt deze catechismus. "Wie God tevreden denkt te kunnen stellen snapt niet wat Gods rechtvaardigheid (dat wil zeggen: het hoogste goed) vereist." Dat is dus de les van het christelijke geloof: om het goede van God te krijgen, moeten we niet denken dat we dat zelf kunnen geven.

woensdag 17 oktober 2012

Evolutie of schepping

De wereldbeschouwing van het christendom wordt soms maar nauwelijks geaccepteerd. Daarom hier een vergelijking tussen de waarheid van het christendom en de theorieën van de evolutionist, die namelijk ook niet mis zijn. Ik bedoel dit overigens niet ter verdediging van christelijke standpunten (alsof die even slecht zouden zijn als de standpunten van het evolutionisme), maar om te laten zien dat het christelijke standpunt veel beter is dan het standpunt wat uit de evolutietheorie komt. Hopelijk heb ik de evolutietheorie consistent toegepast.

1. Doel

Het christelijke geloof: De natuur is gemaakt door God en gemaakt om goed te zijn.
Het evolutionisme: De natuur heeft geen hoger doel. Geen enkele wereldbeschouwing voegt daarom iets wezenlijks toe.

2. Man en vrouw

Het christelijke geloof: Man en vrouw zijn twee verschillende scheppingen van God. De vrouw is gemaakt om de man aan te vullen.
Het evolutionisme: Man en vrouw zijn twee rollen in de voortplanting, allebei in een aspect daarvan gespecialiseerd. Een vrouw is door de evolutie ervoor bedoeld om kinderen te baren.

3. Homoseksualiteit

Het christelijke geloof: Homoseksualiteit is een gevolg van het kwaad van de zondeval van de mens, het is niet Gods oorspronkelijke bedoeling.
Het evolutionisme: Homoseksualiteit is een variant die niet binnen het normale evolutiepatroon past. Voor de evolutie is ze schadelijk.

4. Ethiek

Het christelijke geloof: We moeten handelen volgens het principe dat we God liefhebben boven alles en onze medemens als onszelf.
Het evolutionisme: We hoeven nergens naar te handelen.

5. Doodstraf

Het christelijke geloof: We mogen elkaar niet doden. Echter, de wetten van God aan Israël bevatten ook de doodstraf door de overheid.
Het evolutionisme: Elkaar doden kan goed zijn als de beste overblijft.

6. Menselijk lijden

Het christelijke geloof: Het lijden van mensen is wezenlijk, en een gevolg van de zondeval, bedoeld om mensen terug te brengen tot God.
Het evolutionisme: Lijden is niet wezenlijk en heeft geen nut. Het is gewoon een natuurlijk proces zonder enige diepere betekenis.

7. Rechtvaardigheid

Het christelijke geloof: God is rechtvaardig en zal het kwade straffen.
Het evolutionisme: Er is geen rechtvaardigheid, tenzij dat toevallig is ontstaan door natuurlijke processen van zelfbehoud.

8. Vriendschap en liefde

Het christelijke geloof: Echte vriendschap en liefde is iets wezenlijks.
Het evolutionisme: Elke vriendschap en liefde is maar een natuurlijk proces, zonder diepere betekenis.

Volgens mij spreken de christelijke standpunten van veel meer liefde voor elkaar en voor de natuur dan de evolutionistische. (Maar ja, voor evolutionisme is liefde maar een kale emotie.) En volgens mij doen de christelijke standpunten veel meer recht aan de betekenissen van dit leven dan de evolutionistische. (Maar ja, voor evolutionisme bestaat er geen vaste betekenis.) De christen weet méér door de openbaring van God door Zijn Evangelie van Christus, anders was godsdienst in haar aard even leeg als evolutionisme. En daarom is er niet alleen kennis van God maar ook hoop op verlossing en terugkeer tot God die ons heeft gemaakt:
"Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. (...) Hij nu Die ons hiervoor heeft toegerust, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft." (tweede brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Korinthe, 5:1-5).

donderdag 30 augustus 2012

Perfectie en geluk

Hoe perfect bent u eigenlijk?

Op perfectietest.nl heb ik een test ontwikkeld die een overzicht van Gods geboden geeft en test hoe goed je erop scoort. Op de site zelf staat al een verantwoording, maar hier nog wat uitgebreider hoe ik te werk ben gegaan:
  1. Ik ben begonnen bij de samenvatting van Jezus van de wet in het evangelie van Mattheüs, 22:35-40: "... een wetgeleerde, vroeg om Hem te verzoeken: Meester, wat is het grote gebod in de wet? Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten."
  2. Daaronder heb ik de eerste vier en de laatste zes van de tien geboden gezet, die de basis vormen voor de hele wet in Exodus, Leviticus en Deuteronomium.
  3. Daarna heb ik in Leviticus 19 en wat andere hoofdstukken van Leviticus wat verdere uitwerkingen van deze wetten gevonden. Het bijbelboek Deuteronomium voegt daar niet echt wat aan toe, het is meer een uitgebreide herhaling van deze wet.
  4. Verder heb ik in het evangelie van Mattheüs, hoofdstuk 5, gelezen hoe Jezus uitlegt hoe de wet bedoeld wordt.
  5. Verder heb ik een aantal specifieke testvragen toegevoegd zoals: "Rijdt u wel eens te hard?" die natuurlijk niet in de Bijbel te vinden zijn, maar wel horen bij het gebod dat we onszelf en anderen niet in gevaar mogen brengen, een wetregel die bij het gebod "U zult niet doden" te plaatsen is.

Is dat een subjectieve selectie? Veel mensen ergeren zich in de wetboeken (zoals Leviticus en Deuteronomium) aan de strenge straffen die God aan Zijn staat Israël gebiedt te hanteren. Zoals: de doodstraf voor het dienen van andere goden, de doodstraf voor onverbeterlijke ongehoorzaamheid aan ouders, de doodstraf voor overspel, het afhakken van een hand voor diefstal. Die straffen waren ingesteld voor de staat Israël, en laten niet de bedoeling maar de praktische uitvoering van de wet in Israël zien. Daarom is het niet raar dat de straffen zoals in de staat Israël niet toepasbaar zijn bij een staat die niet speciaal door God is opgericht, zoals Nederland.

Anderen ergeren zich aan regelgeving die niet in hun wereldbeeld past zoals de regel dat een man die een vrouw verkracht heeft met haar moet trouwen en een bruidsschat moet betalen, of de regel dat de niet-opzettelijke dood van een niet-Joodse slaaf of slavin minder streng bestraft wordt dan de niet-opzettelijke dood van een Joodse man of vrouw. Die regels horen ook bij de praktische uitvoering. Als deze regels niet bij ons wereldbeeld passen, en we daarom de bijbelse ethiek verachten, zijn we nogal intolerant. De ethiek voor het omgaan met slaven en seksualiteit is echter al heel duidelijk uit de rest van de wet: de Bijbel zegt nog steeds: "Zorg goed voor je knecht" (bijv. geef hem op de sabbat vrij) en "Ga je niet te buiten en wees trouw aan je echtgenoot".

Perfectietest.nl bewijst dat de bedoeling van de wet zoals die aan Israël werd gegeven nog springlevend is. Is het raar om bewondering te hebben voor de wet van Israël als die nog heel actueel is? Ik vind van niet. En dat is heel christelijk, want Jezus zegt:
Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is. (evangelie van Mattheüs, 5:18)

De perfectietest is eigenlijk een heenwijzing naar Gods Koninkrijk. Want Jezus spoort degenen die Hem volgen aan om perfect te zijn, nadat hij een omschrijving heeft gegeven van wat het geloof en het volgen van Hem eigenlijk allemaal inhoudt:
Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig zijn de barmhartigen, want aan hen zal barmhartigheid bewezen worden.
Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.
Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden.
Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn.

Jezus zegt dus niet: "Gelukkig zijn de perfecten", maar Hij zegt: "Gelukkig ben je als je de bron van het leven in Mij vindt. En wees dan perfect!"

maandag 12 september 2011

Het proces

Van mijn broer kreeg ik het Verzameld werk van Franz Kafka (Joods-Duits schrijver, 1883-1924) cadeau (uitgeverij Querido, 1983). Het boek 'Het proces' dat na de dood van Franz Kafka is uitgegeven, is een van de bekendste; omdat de thema's van het boek me intrigeerden schrijf ik er nu wat over. Hierbij neem ik de stelregel van Joodse filosofie in de hand dat een interpretatie een synthese mag zijn tussen de bedoelingen van de auteur (van Franz Kafka) en van de lezer (van mij).

Ik denk dat er in het boek nogal wat thema's voorkomen die gerelateerd zijn aan onderwerpen uit de Bijbel (de Thora of ook uit het Nieuwe Testament).

  • Centraal in het boek staat 'de wet'. De hoofdpersoon Josef K. wordt op een dag gearresteerd zonder zich ergens van bewust te zijn, en zonder dat hem verteld wordt waaraan hij schuldig staat. Ik denk dat 'de wet' staat voor de boodschap van de Bijbel: er bestaat een God, er is een moraal die je verantwoordelijk maakt. Nu is de gedachte aan God en aan het bestaan van een moraal ons niet vreemd, maar ze breekt wel in ons gekoesterd ideaal van een autonome leefwereld.
  • Daarom kan de baan van Josef K. als 'bankbediende' symbool staan voor dat ideaal van een autonome leefwereld. Het is een wereldje vol eigenbelang, concurrentie met anderen, en handelingen die wat lijken te zijn maar uiteindelijk niets voorstellen. De gedachte aan de wet breekt daarop in: ze verwoest het geregelde leventje van K.
  • Tussen de wet en Josef K. zijn tal van medewerkers bij de 'kanselarijen': de personen die hem arresteren, degenen die hem het verhoor afnemen, de advocaat, ... Zij staan voor mensen die op een of andere manier een band met religie hebben of zeggen te hebben. Het is voor K. niet moeilijk een scène te maken in de kanselarijen (het is niet moeilijk fouten aan te wijzen binnen de christelijke traditie), maar het verandert helaas niet veel (met het verzet tegen een traditie is de kern van de zaak, de wet, niet verdwenen). In de beschrijving van de advocaat is het mogelijk een portret te zien van een bevaderende kerk, een hulpvaardige man die rapporten van het leven wil hebben (de biecht), en latijnse verzoekschriften (gebeden) schrijft, en er zelf ook nog eens van overtuigd lijkt te zijn dat hij het beste voor heeft maar ondertussen mensen aan zich knecht (zoals de figuur van koopman Block in 'Het proces'). Al deze mensen brengen K. niets dichter bij, maar eerder verder af.
  • De verschillende relaties met vrouwen van K. gedurende zijn proces zijn minderwaardig, hartstochtelijk, en leiden hem altijd af van zijn proces. Ze staan voor het volgen van hartstochten die niet in overeenstemming zijn met de levensovertuiging en die dus altijd verliezen zijn. Zoals het christelijk geloof hebben en tegelijk je niet aan de christelijke ethiek houden. De apostel Johannes zegt ervan in zijn eerste brief dat we liegen als we zeggen dat we niet zondigen, maar tegelijk dat we niet in het duister maar in het licht moeten wandelen. De enige die K. eerlijk behandelde, de kalme geestelijke in de kerk, schreeuwt hierover zelfs plotseling tegen K.: "Kun je dan geen twee stappen ver zien?" (p.165)

Er zijn nog tal van thema's die ik niet genoemd heb, maar die het verhaal wel compleet maken als beschrijving van de verhouding van een mens tot de wet en zijn mogelijke onderhandeling daarmee.

Een verschil met de christelijke traditie is mijns inziens dat Kafka in de toegang tot de wet vooral een rol toeschrijft voor de relatie tot de medemens. De figuur van de 'wachter' voor de wet, de mogelijke belemmering maar ook de onvermijdelijke maar niet per se negatieve confrontatie op de weg naar de wet, kan worden uitgelegd als de medemens, de 'ander' — zie Luc Anckaert en Roger Burggraeve, 'De rode huid van Adam', 2008. Hetzelfde met de verhouding van de procedure van de lagere rechtbank tot het vonnis:
"'Heb jij ook een vooroordeel tegen mij?' vroeg K. 'Ik heb geen vooroordeel tegen je,' zei de geestelijke. 'Het vonnis komt niet plotseling, de procedure gaat langzaam over in het vonnis.' 'Zo is het dus,' zei K. en boog het hoofd." (p.164)
In de beschrijving van de verhouding tot de wet lijkt geen verwijzing te zijn naar Christus als toegang tot de wet, of het moest zijn in de verwijzing naar de 'grote advocaten' (p.140) waarnaar K. helemaal van afgeleid wordt verder te zoeken door de omstandigheden.

Maar omdat 'Het proces' een dringende oproep blijft om zich niet af te laten leiden door de omstandigheden van het zoeken naar de wet, blijft het een ingrijpend boek.

zaterdag 25 juni 2011

Veelkleurige politiek

Ik schreef pas tegen een christelijk nationalisme. Laat ik het nu aanvullen met een uiteenzetting over hoe een land dan wel gedeelde wetten kan vormen.

De problematiek is duidelijk. Als culturen niet overeenstemmen over wat geweld is (denk aan bloedwraak), kan daar geen gedeelde wet over zijn. Als culturen niet overeenstemmen over wat seksueel toegestaan is (denk aan pedofilie), kan daar geen gedeelde wet over zijn. Enzovoort.

Het is geen optie om zomaar met een democratische meerderheid een wet vast te stellen waar iedereen zich dan aan moet houden. Zo werkt cultuur niet: er moet altijd rekening worden gehouden met het geheel van overtuigingen van de cultuur van de ander. Dat is wat de rechtsvorming ook altijd doet, hoewel het daar de ene keer minder in slaagt dan andere keren.

De vaststelling van wetten in een multiculturele samenleving hangt af van morele oordelen. Die morele oordelen lijken in veel gevallen overeen te komen, bijvoorbeeld met een verbod op stelen, een verbod op geweld, en morele taboes; maar er zijn toch soms speciale oordelen voor uitgezonderde situaties. Theoretisch zou men zelfs niets van dat alles hoeven te delen. Hoe is het mogelijk een beroep te doen op het gedeelde morele oordeel en zo gedeelde wetten te krijgen?
  1. Ten eerste, door immanente kritiek op de opvattingen van mensen. Dat wil zeggen: kijken of de cultuur z'n eigen beloften wel nakomt (vergelijk de maatschappijkritiek van Horkheimer). Mensen kunnen heel gemakkelijk inconsistent met waarden omgaan, en morele waarden negeren om een bepaalde situatie. Kritiek in een multiculturele samenleving kan in eerste instantie niet van een vast punt komen (want wat is dan het vaste punt?) maar moet culturen herinneren aan hun eigen waarden en de consistente toepassing daarvan. Men kan ook wijzen op de contingentie van bepaalde culturele waarden: op mogelijk alternatieve normen die nog steeds binnen de cultuur passen.
  2. Ten tweede, door culturen te weren die opeens willen afwijken van de tot nu toe gedeelde norm: door conservatisme. Dat wil dus zeggen: behouden wat we al delen. Er kan een beroep worden gedaan op de leeftijd van een traditie: een club mensen die graag een norm overboord wil werpen en dat daarom een 'culturele waarde' noemt, heeft geen recht van spreken. Let op: dit is dus geen conservatisme dat uit een puurheidsideaal van nationalisme komt, maar uit een bewaking van gedeelde waarden voor de mogelijkheid van samenleving. [Noot: ik bepleit hier een heel gematigd conservatisme, zie mijn nieuwe bericht daarover.]
  3. Ten derde, door wederzijds respect: jij moet rekening houden met wat de ander belangrijk vindt, de ander moet rekening houden met wat in jouw belang is. Een voorbeeld is het maken van afspraken over het aantal religieuze feestdagen. Maar, kan iemand tegenwerpen, kan een gelovige iemand met een andere godsdienst respecteren, als hij die godsdienst als slecht beschouwt? Is respect bijvoorbeeld een christelijke waarde? Toch wel. Respect wil zeggen: de ander ontzien, hem de nood van verdediging onthouden.


Nog iets over de laatste notie van ontzien voor een christen. De cultuur is de achtergrond van een mens, en als het een niet-christelijke cultuur is, is er niets minder dan Gods Geest nodig om daaruit te bevrijden en te brengen tot Christus. Vergelijk de woorden van de apostel Paulus aan de Romeinen (hoofdstuk 11, waar het over de Joden gaat): "Zoals u God eens ongehoorzaam was [...], zo zijn zij nu ongehoorzaam om door de barmhartigheid die u ondervonden hebt, ook zelf barmhartigheid te ondervinden. Want God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid, opdat hij voor ieder mens barmhartig kan zijn". Als God anders-gelovigen barmhartig is, zouden wij dat dan niet zijn? Zelfs al zouden anderen geen respect opbrengen voor christenen (wat in onze maatschappij gelukkig grotendeels niet het geval is), dan nog is het een plicht voor een christen om dat respect wel te geven en geen geweld te beantwoorden met geweld.

Deze drie punten, immanente kritiek, conservatisme en wederzijds respect spelen precies in op drie eigenschappen van cultuur en moraal: de gedeeltelijke contingentie (d.w.z. sommige normen zijn niet noodzakelijk), de historiciteit (d.w.z. het kan variëren in tijd), en de niet-universaliteit (d.w.z. er zijn mensen met andere overtuigingen). Ze zijn bedoeld om terug te keren naar wat gedeeld is in morele waarden, en om de juiste houding tot de medemens te leren.

donderdag 21 oktober 2010

Telos

Dat goed handelen ook geluk met zich meebrengt, is dat alleen maar wensend denken? Zo van: goed handelen moet beloond worden, dus moet ieder die goed handelt met geluk worden beloond? Niet helemaal. Het gaat er van uit dat de mens mogelijkheid heeft om zijn leven op een manier in te delen die hem van het ongelukkig-zijn weerhoudt. Voorbeelden zijn de Stoa en de Epicurii, en de recentere filosoof André Comte-Sponville, die stelt dat geluk het genieten van het aanwezige is. Het gaat bij deze voorbeelden trouwens niet alleen om geluk, maar ook in het kunnen incasseren van ongeluk in het lot. Maar het gelukkig leven staat dus centraal.

Het is natuurlijk een wens dat die mogelijkheid om het leven zo (gericht op het geluk) in te delen samenvalt met het goed doen. Of dat ook zo is? Het maakt het leven misschien gelukkiger om te denken van wel. Ertegenin te brengen is het voorbeeld van de tevreden slaaf: is de slaaf subjectief (volgens zichzelf) gelukkig, maar objectief (volgens anderen) ongelukkig? Meer algemeen: is degene met een gelukkige illusie gelukkig? [Vgl. Antoon Vandevelde, 'Een wetenschap van het geluk?'; ook Robert Nozick, 'The Experience Machine']

Er zijn veel ethische theorieën die de vraag stellen: wat is dat 'goed doen' dan wel, als het niet samenvalt met het geluk?

Een mogelijk modern antwoord is: het gaat niet alleen om mijn geluk, maar ook hoe anderen mijn leven beoordelen en waarderen. Het gaat om hoe mijn nageslacht en de toekomstige generaties over mij denken. Dat lijkt een redelijk antwoord. Maar: dit antwoord lost de paradox van de tevreden slaaf of gelukkige illusie, zoals hierboven genoemd, niet op. Stel dat iemand gelukkig wordt beoordeeld door zijn omgeving en door zijn landgenoten en door de volgende generaties van zijn landgenoten. Zo iemand is binnen zijn land objectief gelukkig te noemen. Maar stel nu dat het land in een achtergestelde positie is waardoor mensen in alle andere landen de inwoner van dat land objectief ongelukkig zouden noemen. Op die manier zou het veronderstelde geluk toch geen geluk zijn. Hoe groot moeten we de kring van beoordelaars maken? Alle mensen? Alle mensen die gelijktijdig met, na, of voor iemand hebben geleefd? Misschien leven alle mensen wel in een gelukkige illusie, vanuit een objectief standpunt bezien. Afgezien van deze logische objectie is de menselijke maat ook een heel onzekere (kan door ontwikkelingen in de toekomst veranderen), en tegenstrijdige maat (mensen van verschillende tijden en plaatsen spreken elkaar tegen).

Een ander mogelijk modern antwoord op wat 'goed doen' is, kan zijn: we moeten leven voor iets. Bijvoorbeeld, leven voor: de natuur; of voor: een perfect lichaam; of voor: een geliefde; of voor: wetenschap of filosofie. Het gaat dan om het vinden van een doel wat het leven 'waard is'. Maar: moet dat doel objectief zijn? Het lijkt van wel. Maar dan: hoe bepaal ik dat doel?

Het postmodernisme trekt zich hier misschien niets van aan, en zegt: elk subjectief doel (dat wat ik mezelf stel en waar ik 'voor ga') is goed. Maar toch strijdt die opvatting met wat gevoeld werd bij de paradox van de tevreden slaaf. Stel dat iemand heeft geleefd met als doel in harmonie samen te leven met zijn geliefde; maar stel dat zijn geliefde hem heel zijn leven bedroog door in het geheim een verhouding met iemand anders te hebben? Het leven in harmonie en dus dienst van het doel was er; maar het doel blijkt het niet waard te zijn. Dus weer: hoe bepalen we wat iets waard is? Als we niet zeker kunnen weten of leven voor een geliefde alles waard is, kunnen we dan wel zeker weten dat leven voor bijvoorbeeld een perfect lichaam alles waard is? Natuurlijk kan de natuur ons niet zo bedriegen, maar wij kunnen onszelf bedriegen.

Dat maakt dat we zeker moeten zijn van ons doel. Want wat als iemand anders kan zeggen: je leven was het niet waard, en dat kan aantonen door de echte waarde aan te wijzen?

We zijn niet alleen waarheidszoekers, we zijn ook doelzoekers.