Posts tonen met het label schepping. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schepping. Alle posts tonen

maandag 30 juni 2025

Geloofsverklaring

De reden dat ik in God geloof, is niet omdat Hij zo'n goede verklaring is voor alles om me heen. Natuurijk is een almachtige en goede God een goede verklaring voor de pracht en ontzagwekkendheid van de natuur. Natuurlijk is onze zonde een goede verklaring voor de gebrokenheid en de aanwezigheid van de dood in deze natuur. Maar de reden waarom ik in God geloof is niet omdat God een goede verklaring is.

De reden dat ik geloof, is dat Gods Woord tot mijn hart spreekt. Die reden is dat ik Gods liefde voor mij en jou heb ervaren en nog elke dag ervaar.

Sommige mensen zouden in God geloofd kunnen hebben vanwege de verklaring van natuurverschijnselen om hen heen. Dat is wat Hawking (1942-2018) lijkt te veronderstellen in zijn boek "De antwoorden op de grote vragen". Erg overtuigend vind ik dit niet; ik denk eerder dat mensen een ingeboren gevoel hadden van God, en daardoor vanzelfsprekend Zijn hand in de werkelijkheid om hen heen zagen. Natuurlijk is het wel zo dat door de wetenschap van vandaag we veel natuurverschijnselen beter kunnen begrijpen dan vroeger. Vroeger werd over dezelfde natuurverschijnselen ook wel onzin geloofd en gezegd. Maar de natuur beter begrijpen betekent niet dat ik minder in God geloof - juist meer! Ik zie Zijn hand juist duidelijker als ik meer zie en inzie over de onmetelijke sterrenhemel, de storm of de nietigste plantjes hier op aarde. Als ik weet dat elk plantje uniek is doordat het DNA in het zaadje gecombineerd is door bevruchting, zou ik daarom God minder prijzen voor elke uniek plantje? Als ik weet dat de regenboog tot stand komt door de weerkaatsing van zonlicht onder een bepaalde hoek, zou ik dan God minder prijzen voor de schoonheid ervan? Zou ik Hem minder danken voor Zijn belofte van trouw, die Hij door de regenboog aan Noach gaf?

Ik kan me met die kennis afvragen waarom die regenboog voor de zondvloed niet zichtbaar was; maar het zou bizar zijn om te denken dat zo'n vraag niet past binnen het denken van een gelovige. De waarheid verdraagt alle vragen, zegt mijn hart, en ik ben nog nooit teleurgesteld. Jezus, Gods Zoon die naar deze aarde kwam, schuwde geen enkele moeilijke vraag. Hij beantwoordde ze met een duidelijkheid die je zal verbazen.

"Verklaren" en "begrijpen" van de schepping heeft ook iets beperkts. Het is een beetje zoals de praktische kijk van iemand (geen vegetariër) die "een wei vol vlees" zegt in plaats van "een wei vol schapen". Daarmee bedoel ik dat het zien van oorzaak en gevolg een manier is om naar de schepping te kijken en dat het een van de vele manieren is. Als je jezelf tot het benoemen van oorzaak en gevolg beperkt, laat je veel achterwege. De filosoof Kant zag oorzaak en gevolg als een "categorie" van het denken, waarmee we de wereld kunnen ordenen. Dat betekent niet dat we de wereld daartoe kunnen reduceren.

Ik zou mensen die denken zoals Hawking ("God is overbodig, er is geen plaats meer voor Hem omdat we een betere verklaring hebben") willen zeggen: Stel je eens open voor een bredere kijk op deze wereld. Stel jezelf eens voor dat al je wetenschap maar een manier van kijken is, niet subjectief, maar wel onmogelijk om erover te weten of het de enige juiste en de grondigste manier van kijken is. En als je die bril afgezet hebt, lees dan eens Psalm 104 of Psalm 19 die over de schepping gaan. Ik denk dat het je zal verrassen. Ik weet zeker dat als je God leert kennen, je verrast zult worden door Wie Hij is.

woensdag 24 juli 2024

Psalm 19

Zo'n zeven jaar geleden startte ik met een serie blogs over de psalmen. Het lezen van de psalmen geeft veel herkenning - van hoe je tot God kunt bidden, hoe je Hem kunt prijzen en danken, hoe je je kunt voelen en waarvan je verlost moet worden. Ik heb besloten om dat eens te benoemen om er minder over heen te lezen. Daarnaast zijn er ook verzen in de psalmen die niet zo herkenbaar zijn en zelfs wat afstand scheppen tot de psalmen omdat ze bevreemdend zijn. Om daar ook juist over na te denken en de psalmen meer in ons hart te kunnen sluiten, heb ik de berichten over de psalmen opgedeeld in een kopje "Bevreemdend" en een kopje "Herkenbaar". Ten slotte sluit ik af met een kopje "Profetisch" wat gaat over dingen die de dichter van de psalm niet wist maar wij inmiddels door Gods openbaring wel weten, en die in het verlengde liggen van wat de psalm zegt. 

Laten we stilstaan bij psalm 19.
Een psalm van David, voor de koorleider.

2. De hemel vertelt Gods eer,
het gewelf verkondigt het werk van Zijn handen.
3. Dag op dag spreekt overvloedig,
nacht op nacht geeft kennis door.
4. Geen spreken is er, geen woorden zijn er,
hun stem wordt niet gehoord.
5. Hun richtlijn gaat uit over heel de aarde,
hun boodschap tot aan het einde van de wereld.
Hij heeft daar een tent opgezet voor de zon.
6. En die is als een bruidegom, die zijn slaapkamer uit gaat;
hij Pred. 1:5is vrolijk als een held om snel het pad te lopen.
7. Aan het ene einde van de hemel is zijn opgang,
zijn omloop is tot het andere einde;
niets is verborgen voor zijn gloed.
8. De wet van de HEERE is volmaakt,
zij bekeert de ziel;
de getuigenis van de HEERE is betrouwbaar,
zij geeft de eenvoudige wijsheid.
9. De bevelen van de HEERE zijn recht,
zij verblijden het hart;
het gebod van de HEERE is zuiver,
het verlicht de ogen.
10. De vreze des HEEREN is rein,
zij houdt voor eeuwig stand;
de bepalingen van de HEERE zijn waarachtig,
met elkaar zijn zij rechtvaardig.
11. Zij zijn begerenswaardiger dan goud,
ja, dan veel zuiver goud;
en zoeter dan honing
en honingzeem uit de raat.
12. Ook wordt Uw dienaar daardoor gewaarschuwd,
in het houden ervan ligt groot loon.
13. Wie zou al zijn afdwalingen opmerken?
Reinig mij van verborgen afdwalingen.
14. Weerhoud Uw dienaar ook van hoogmoed.
Laat die over mij niet heersen;
dan zal ik oprecht zijn
en vrij van grote overtreding.
15. Laat de woorden van mijn mond en de overdenking van mijn hart
welgevallig zijn voor Uw aangezicht,
HEERE, mijn rots en mijn Verlosser!
Bevreemdend 
De woorden van psalm 19 zijn een wereld van herkenning. Een paar weken geleden stapte ik uit het vliegtuig - niet dat ik zo graag vlieg, want het is niet goed voor de schepping - en ik had de zon als een held zijn pad zien lopen en het gewelf Gods eer zien verkondigen. Je hoeft er niet voor in het vliegtuig te stappen trouwens - vanaf de aarde is het evengoed te zien hoe groot God moet zijn die hemel en aarde gemaakt heeft. 

Wat bevreemdend kan zijn in deze psalm is dat David zó blij is met Gods wet. Wij hebben ontzag voor Gods wet (als we in God geloven), maar zijn we er ook zó blij mee? Het is een herinnering om van harte dankbaar te zijn dat God ons onderwijs geeft hoe we moeten leven zodat het goed is voor ons en onze naaste. Het is een herinnering dat we bevrijd zijn uit de duisternis van ons hart, dat deed wat het wilde en wat niet goed was, en zijn overgebracht in het licht van de gemeenschap met God. En voor wie alleen het boek van de schepping herkent: word wakker en lees ook het boek van Gods Woord. Het is zuiverder dan goud en zoeter dan honing.

Herkenbaar
Zoals gezegd is Davids loflied op Gods schepping heel herkenbaar. Ook herkenbaar is zijn gebed dat God zijn hart onderzoekt en hem reinigt van zijn afdwalingen, ook degene die hij niet opmerkt. Wij praten ons gedrag al gauw goed en zijn makkelijk schijnheilig en hoogmoedig. We mogen steeds weer om vergeving en om reiniging en leiding vragen. Dat hebben we dagelijks nodig.

Profetisch
De HEERE is mijn rots en mijn Verlosser - zo eindigt de psalm met een heenwijzing naar Jezus,  de Verlosser van onze zonden. Ook het gebed om reiniging van het hart is een gebed om de Heilige Geest, die God door Jezus Christus heeft uitgestort voor alle gelovigen.

donderdag 9 september 2021

Uitstoting en omarming

In de zomervakantie las ik 'Uitstoting', een boek van econome Saskia Sassen. Het boek gaat erover dat op het altaar van de welvaart en economie armere mensen en stukken levende natuur worden opgeofferd en uitgestoten. De kloof tussen arm en rijk wordt groter omdat de armen meer worden benadeeld, land wordt op grote schaal en levende natuur wordt vergiftigd door mijnbouw waardoor mensen ontheemd raken en land onbruikbaar. Het is een belangrijke wakkerschudding voor mij: welke invloed heeft het kopen van een 'wegwerpartikel' door mij voor andere mensen en de schepping? Wie wordt er indirect onrechtvaardig behandeld, en hoe ga ik om met de schepping die mijn eerbied en zorg verdient?

Moeder natuur of Vader in de hemel

Veel mensen maken zich terecht zorgen over de natuur. De bosbranden in Griekenland en overstromingen in Duitsland hebben ook Nederlandse burgers opgeschrikt. De meeste mensen voelen dat de natuur iets groots is, groter dan onszelf. Ook christenen zouden dat moeten voelen. De schepping is afkomstig van een meest creatieve, wijze, liefdevolle, almachtige en goede Schepper. 'Moeder natuur' eren zou ik niet willen: dat is voor mij als een bedankje aan het verkeerde adres. God komt de lof en eer toe! Het is maar goed dat God niet gezegd heeft: "Eer de schepping". In plaats daarvan heeft God gezegd "U zult geen andere goden voor Mij hebben." De schepping is de creatieve en oneindig mooie uiting van God Zelf. Als we God verlaten, en onze eigen zin en wil doen, breken we de scheppingsharmonie af. Als we tot God terugkeren, kan Hij ons leren hoe we voor de schepping mogen zorgen. Natuur of aarde onze 'moeder' noemen is surrogaat voor de relatie met God de Vader. Waarom keren we niet tot Hem terug, als Hij ons roept?

Genade

Hoe onrechtvaardig en zelfzuchtig wij zelf, mensen, ook zijn, God wil ons herstellen en heeft on Zijn enige Zoon gegeven. God had ons ook ongeduldig en boos kunnen verdoemen. Maar Hij koos voor de lange weg van geduld, herschepping, herstel, voor ieder die Zijn stem wil horen. We kunnen daarvan leren om geduldig, hoopvol, vergevingsgezind, zelfopofferend en moedig te zijn. Het moet ons behoeden voor een genadeloze, hypocriete kruistocht voor het klimaat. Die zou hypocriet zijn omdat we al gauw zelf evenzeer zondigen tegen het goed omgaan met Gods schepping.

Herstel

We mogen bidden voor en strijden voor herstel, maar ook geloven dat die ondanks ons er uiteindelijk zal komen door God. Als we 'geloven' in 'moeder natuur', zullen we doen wat 'goed voelt', met onrust in het hart omdat het niet vervuld wordt door Gods liefde. Als we God dienen, zullen we Zijn liefde voelen, met pijn in ons hart vanwege het besef dat we nog op definitief herstel van heel de schepping wachten. Maar dat ook afgewisseld door vreugde om de trouw en liefde van de hemelse Vader. Die liefde geeft ons vrede in ons hart die we willen delen met anderen.

zondag 6 december 2015

Een nieuwe ecologische ethiek

Naar aanleiding van een artikel over milieubeleid in het Reformatorisch Dagblad stuurde ik een ingezonden brief (20 november geplaatst) met ongeveer de volgende inhoud.

In het artikel over milieubeleid werden vooral de termen 'rentmeesterschap' en 'duurzaamheid' werden gebruikt. Het eerste woord gaat over het tijdelijk beheer van iemands bezit, en kan gebruikt worden als een vergelijking voor hoe we de aarde tijdelijk mogen bebouwen en ervoor zorg dragen. Het woord 'duurzaamheid' gaat erover hoe we ervoor zorgen dat de volgende generaties geen nadelen ondervinden van onze daden. Beide termen kunnen wat kil en 'economisch' overkomen. Het lijkt alsof we ons alleen maar zorgen maken over hoe de aarde een blijvende bron kan blijven, en dat we nauwelijks beseffen wat 'schepping' betekent en dat we zelf ook schepselen van God zijn. Is het voor ons geen tijd voor een nieuwe ecologische ethiek?

Bij het nadenken over zo'n ethiek heb ik het gebed dat Jezus Christus zijn discipelen heeft geleerd (dat begint met het aanspreken van God als 'onze Vader in de hemel') als vertrekpunt genomen:
  • 'Uw Naam worde geheiligd': we moeten voor alles belijden dat God de Schepper van deze aarde is, dat Zijn verstand in de schepping ons verstand bij het onderwerpen ervan ver te boven gaat. Bij elke daad (ook dingen die we gewend zijn) moeten we ons afvragen: heb ik wel respect, of liever vrees en ontzag voor de wijsheid in Gods schepping?
  • 'Uw Koninkrijk kome': we moeten niet op het hier-en-nu gericht zijn, en al helemaal niet onze rijkdom en macht proberen te vergroten.
  • 'Uw wil geschiedde': God heeft Israël bepaalde wetten gegeven voor het behoud van de natuur, zoals het sabbatsjaar, het verbod om te vermengen, de spijswetten. Zouden wij er niet eens over denken om die te houden? Of denken we het beter te weten dan de Schepper van hemel en aarde?
  • 'Geef ons elke dag ons dagelijks brood': ervaren we ons brood nog als gift? Of stellen we hoge eisen aan wat de aarde ons opbrengt? (Kopen we alleen komkommers die niet krom zijn en fruit waar geen plekjes op zitten?)
  • 'Vergeef ons': ons past een schuldbetoon omdat ook wij christenen de aarde hebben uitgebuit en op schandelijke wijze met Gods schepping zijn omgegaan voor onze luxe of gemak.
  • 'Leid ons niet in verzoeking': we belijden dat we nog steeds vatbaar zijn voor de verleiding van het respectloos beheersen of gebruiken van de schepping.

We bidden of God onze ogen wil openen voor hoe wij met Zijn kunstwerk om mogen gaan, of we nu op kantoor werken en ons eten in de supermarkt kopen of dat we zelf de aarde mogen onderwerpen.

zaterdag 14 maart 2015

Vechten tegen de pijn

Vorige blog schreef ik over wat de reden is om de natuur hoog te achten als 'heel goed' met het oog op de Schepper. Daarin noemde ik ook dat na de zonde van de mens de vloek over de natuur is gekomen, hoewel er nog veel van het beginontwerp over is. Maar deze vloek zorgt ook voor een verandering in hoe onze houding tegenover de natuur is.

De vloek die God over de natuur uitsprak staat in het bijbelboek Genesis:
Tegen de vrouw zei Hij: Ik zal uw moeite in uw zwangerschap zeer groot maken; met pijn zult u kinderen baren. Naar uw man zal uw begeerte uitgaan, maar hij zal over u heersen. En tegen Adam zei Hij: Omdat u geluisterd hebt naar de stem van uw vrouw en van die boom gegeten hebt waarvan Ik u gebood: U mag daarvan niet eten, is de aardbodem omwille van u vervloekt; met zwoegen zult u daarvan eten, al de dagen van uw leven; dorens en distels zal hij voor u laten opkomen en u zult het gewas van het veld eten. In het zweet van uw gezicht zult u brood eten, totdat u tot de aardbodem terugkeert, omdat u daaruit genomen bent; want stof bent u en u zult tot stof terugkeren. (3, 16-19)

Onvermijdelijke pijn en het vechten om levensbehoud. Dat betekent het.

Allereerst vechten om levensbehoud. De natuur doet niet meer vanzelf wat goed voor ons is, maar er is inspanning en bewerking van de natuur nodig om te kunnen eten. Dat betekent niet dat we het beginontwerp van de natuur moeten negeren maar dat we ervoor moeten vechten om het goede van het begin weer te kunnen smaken. We moeten ook niet denken dat we door inspanning een situatie kunnen bereiken die beter is dan het begin van de schepping. Maar het bewerken en bebouwen van de aarde is noodzakelijk om te kunnen overleven. En ook deze noodzakelijke strijd kan maar beter respect hebben voor, of liever verlangen naar het goede van het beginontwerp, als we nog enigszins gelukkig willen zijn met het goede dat er nog is.

De vloek betekent echter ook onvermijdelijke pijn. Hoe we ook vechten, we kunnen het lijden en de dood niet afweren. Eens moeten we onszelf dus ook de vraag stellen: moeten we hier verder vechten met middelen die meer pijn doen, of moeten we hier toegeven dat de dood onvermijdelijk is?

Maar sinds de opstanding van Christus, Gods Zoon die mens werd, uit de dood, weten we dat de dood overwonnen is door het leven. Jezus zegt: "Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde." (evangelie van Mattheüs, 28, 18). Als Christus terugkomt om allen te oordelen weten we ook dat het Koninkrijk van God, het rijk van het leven zal beginnen!

In het leven van een christen mag de hoop de pijn overwinnen. Zoals de apostel Paulus schrijft aan de gemeente van Rome:
Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wij zelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. (...) Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere. (8, 22-39)

vrijdag 13 februari 2015

Natuurlijker is beter

Is de natuur altijd goed? Er wordt wel eens gedaan alsof een ingreep in de natuur slecht is alleen omdat het een ingreep in de natuur is. Bijvoorbeeld, kunstmatige inseminatie is slecht omdat het een ingreep is in de natuur. Bij deze bewering lijkt het juist te zijn dat er de natuur geweld wordt aangedaan. Maar ethici geven terecht aan dat er problemen zijn met het argument. Wat is namelijk natuur? In de loop van de tijd is dat wat wij als 'natuur' ervaren al vele malen door menselijk handelen aangepast. En waarom is ingrijpen in de natuur slecht? Er zijn veel voorbeelden van ingrepen in de natuur zoals het bouwen van dijken die goed zijn. En is de natuur altijd goed? Ziektes en natuurrampen komen er ook in voor. Wat is er dus foutgegaan?

Laten we de vragen een voor een nagaan. Allereerst, wat is natuur? De natuur is dat wat zonder menselijk ingrijpen bestond en bestaat. Als christen belijd ik dat de natuur datgene is wat God gemaakt heeft. Er is dus een beginontwerp en een beginsituatie die 'heel goed' is, zoals in het bijbelboek Genesis staat. Weliswaar is over de natuur na de zonde van de mens de vloek gekomen, maar veel van dat beginontwerp is nog aanwezig en is nog 'heel goed'. Veel van wat we nu als natuur hebben is beïnvloed door menselijk ingrijpen, maar het beginontwerp is zelfs daardoorheen nog zichtbaar en is nog steeds 'heel goed'.

De volgende vraag is, wanneer is ingrijpen in de natuur slecht? Zoals hiervoor genoemd is niet elke ingreep in de natuur slecht. Als christen belijd ik dat God de mens zelfs opdracht gaf om de aarde te bebouwen en te bewaren. De zonen van Adam en Eva zijn er voorbeeld van: Kaïn was landbouwer, Abel schaapherder. Om landbouwer te zijn moet je de grond bewerken, als schaapherder moet je schapen houden en hen doden om van te leven. Dat ingrijpen was noodzakelijk om te overleven. Wanneer is ingrijpen in de natuur dan slecht?

Ik denk dat dit het antwoord is: bij ingrijpen in de natuur moeten we natuurbewust handelen. Je moet eerst goed weten wat de orde van de natuur is voordat je die doorbreekt. Je moet eerst gezien en begrepen hebben hoe een plant groeit voordat je er zelf een poot of oogst. Je moet eerst gezien en begrepen hebben hoe een dier natuurlijk leeft voordat je een dier zelf kunt leiden. Elke ingreep in de natuur moet weloverwogen zijn. De natuur is volgens een perfect ontwerp ontworpen, jouw ingreep in de natuur moet dit perfecte ontwerp kennen en daar een nieuw ontwerp in maken dat opnieuw goed is. Je moet je realiseren dat als je een volwassen plant oogst, je er mogelijk weer meerdere terug moet poten om over een tijdje weer een plant te kunnen oogsten. Je moet hebben ingezien dat als je iets van de natuur neemt, je dit nooit te veel en te massaal moet doen omdat je het eerste perfecte ontwerp van de natuur dan schaadt.

In de geschiedenis zijn niet alle christenen daar even goed mee omgegaan en dat is nog steeds niet zo. Sommigen beschouwen de aarde gewoon als bron van inkomsten en proberen alleen maar die optimaal uit te putten zonder dat die op raakt. In die visie is totaal vergeten dat de aarde volgens een perfect ontwerp gemaakt is en dat we dat eerst moeten bestuderen voordat we onze eigen kleine ontwerp maken. Sommigen verzinnen hun eigen regeltjes of wetenschap om volgens eigen inzicht de aarde te beheren in plaats van goed te kijken naar de orde die er al in ligt. Er is soms nog meer respect voor een recent pseudowetenschappelijk artikel over gezond eten dan voor de voedselwetten die God aan Israël gaf. Sommigen gebruiken ingrepen voor een goed doel zonder op de neveneffecten te letten of te zoeken, kortom, zonder veel ontzag voor de perfecte orde van God. Kortom, er valt nog veel te leren!

donderdag 30 mei 2013

Afstand?

Vanaf het begin van dat God de wereld gemaakt heeft hebben we te maken met een bedrieger. De eerste mensen had God toestemming gegeven om overal van de vruchten van de bomen te eten, behalve van de boom in het midden van de hof van Eden. Deze bedrieger probeert Eva uit de tent te lokken door het verbod van God strenger te maken: "Is het niet zo dat God heeft verboden van alle vruchten van de bomen in deze hof te eten?" Eva trapt erin, want het is merkbaar dat ze het gebod van God als beperking gaat zien. De bedrieger zegt vervolgens: "U zult niet sterven, maar u zult zijn als God, als u van die boom eet." (bijbelboek Genesis, 3:1-5) Daarmee maakt de bedrieger eerst de afstand tot God groter door God een bedrieger te maken. Daarna maakt hij ook de afstand groter door te benadrukken dat God en de mens heel verschillend zijn en dat de mens is onderworpen aan God. Voorheen was God voor de mens als een vriend aanwezig in de hof. De bedrieger schildert God af als ver weg en afstandelijk.

Hetzelfde bedrog is nog steeds levend. Waarschijnlijk beeldt u zich in dat God ver weg is, als u in God gelooft. Waarschijnlijk gelooft u in het idee dat als er een God bestaat, die God zich niets aantrekt van wat hier gebeurt en van een totaal andere orde is dan de wereld. Waarschijnlijk gelooft u niet dat God een persoonlijke God kan zijn, en als u het gelooft, denkt u misschien dat God vooral beperkingen oplegt aan de mens.

Het thema 'afstand' komt ook terug bij de hemelvaart van Christus. Het evangelie vertelt hoe Gods Zoon, veertig dagen na zijn opstanding, van de aarde wegging naar zijn Vader. De hemel betekent trouwens niet dat God ver weg is. God is overal en dichtbij, maar God is niet persoonlijk dichtbij zoals in de hof van Eden en Christus is niet meer op aarde met zijn lichaam.

God heeft inderdaad afstand genomen van de aarde, maar is er nog steeds met zijn boodschappers. Als eerste gaf Christus aan zijn discipelen bevel om het evangelie in heel de wereld te vertellen. Ook heeft God vanaf het begin van de wereld zijn engelen naar mensen gestuurd ('angelos', 'engel', is het Griekse woord voor 'boodschapper'). Maar nog het meest is Gods Geest in deze wereld om ons te overtuigen dat God niet ver weg is. Dat herdenken christenen met Pinksteren, vijftig dagen na het lijden van Gods Zoon, Christus. Gods Zoon heeft zijn discipelen niet alleen gelaten, zoals Christus zegt (evangelie van Johannes, 14:16-18):
"Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom weer naar u toe."

zaterdag 23 maart 2013

Twee dingen waar we het meest bang voor zijn

In het gedachtegoed van de Duitse filosoof Heidegger neemt angst een centrale plaats in. Heidegger onderscheidt 'angst' van 'vrees': 'vrees' is bang zijn voor iets wat we kennen, 'angst' is bang zijn voor iets onbepaalds. Zo komt Heidegger uit op de gedachte dat moed om angst voor het niets uit te staan een van de meest existentiële manieren van leven is.

Eerder gaf ik al een christelijk alternatief voor de visie van Heidegger op de dood waar hoop in de plaats van angst komt. In dit bericht wil ik juist ingaan op angst om te leven.

Wat zijn de dingen waar we het meest bang voor zijn? De twee dingen waar we volgens mij het meest bang voor zijn zijn de volgende:
  1. een zinloos leven;
  2. het verliezen van onze uniekheid.

Laat ik eerst wat algemene dingen hierover zeggen en dan een visie geven vanuit een christelijke filosofie.

Wat het eerste, zinvolheid, betreft, "zin" is nog best subjectief. Als wij ons leven zinvol vinden is het al genoeg. Anderzijds zoeken we vaak objectieve bevestiging of grond voor ons gevoel van "zin". Ik zal op beiden proberen in te gaan.

Wat het tweede, uniekheid, betreft, dat gaat eigenlijk om de verhouding tussen algemene dingen en individuele dingen. (Vergelijk de universalia-strijd in de Middeleeuwse filosofie: wat is belangrijker, het algemene begrip (universalium) of het individuele ding (res)?) Verder is "uniek zijn" relatief ten opzichte van een vergelijkingspunt: wat betreft moleculaire samenstelling zijn we allemaal uniek, maar wat betreft namen niet, bijvoorbeeld: grote kans dat er iemand anders op deze wereld bestaat met dezelfde roepnaam als jij.

Voor deze twee dingen zijn we best bang. Heeft mijn leven wel zin? Los ik niet op in de massa?

Vanuit een christelijke visie is zinvolheid in eerste instantie vanuit Gods schepping vanzelfsprekend omdat God ons gemaakt heeft:
  • God heeft de mens in een betekenisvolle wereld gezet;
  • God wil voor mensen zorgen.
Maar vanuit menselijk perspectief is die zinvolheid nu niet zo vanzelfsprekend meer. In het bijbelboek Prediker is dat het hoofdthema: "alles is zinloos". Dat wordt in dat bijbelboek duidelijk door verschillende aspecten:
  • Er is niets nieuws te bedenken: alles is hiervoor al bedacht en geweest.
  • Wijsheid en kennis heeft geen zin: het brengt vooral verdriet en je kunt het niet gebruiken na je dood.
  • Alles wat je doet heeft geen zin, omdat het na je dood weer vergaat of in verkeerde handen valt.
Dus dit bijbelboek is erg pessimistisch. Maar we moeten in de gaten houden waar het pessimistisch over is: over het realiseren van menselijke projecten. Christelijk leven betekent dus dat je zin ontleent aan gelovig leven, en niet aan menselijke projecten. Gelovig leven ontleent betekenis aan elk moment omdat het een leven is dat in alles God zoekt, en niet meer dan dat. Een christen kan geluk ontlenen uit wat hij van God krijgt (en dat is heel veel), maar is verder gewoon verplicht om ethisch juist te handelen. Dat is trouwens geen leven zonder perspectief. Geloof geeft het perspectief van het afwachten van de toekomst van God. dus niet de toekomst van een eigen project, maar de toekomst van God. Dat perspectief is veel zekerder! Het is wel iets wat nog onzichtbaar is. De apostel Paulus zegt daarom ook van het geloof dat het de onzichtbare dingen ziet, en hij geeft een lange lijst van voorbeelden: Noach geloofde dat God de aarde zou bedekken met water, Abraham geloofde dat God hem in een ander land zou brengen en geloofde Gods belofte van kinderen, Izak geloofde de belofte van God toen hij zijn zonen zegende, enzovoort. Al die dingen gaan niet zozeer om het geloof in specifieke beloften maar om het geloof in de toekomst van God.

Vanuit een christelijke visie is uniekheid verzekerd omdat God een persoonlijke God wil zijn die iedereen afzonderlijk ("bij naam") kent. Dat is duidelijk als God zegt dat hij de God van Abraham, van Izak en van Jakob is. In het bijbelboek Openbaring wordt de nieuwe stad van God genoemd: daarin staan de twaalf namen van de stammen van Israël apart geschreven, en de namen van de twaalf apostelen. Dat beeldt uit dat God niet vergeet maar ieder persoonlijk kent. Anderzijds is het niet zo dat we belangrijker zijn dan anderen: Christus laat zien hoe we de ander moeten dienen.

Over beide aspecten van zin en uniekheid kunnen we bijvoorbeeld lezen in de profetie van Jesaja (40:26-31):
Sla uw ogen op naar omhoog,
en zie Wie deze dingen geschapen heeft;
Hij is het Die hun leger voltallig tevoorschijn brengt,
ze alle bij name roept
door Zijn grote vermogen en Zijn sterke kracht;
er ontbreekt er niet één.

Waarom zegt u dan, Jakob,
en spreekt u, Israël:
Mijn weg is voor de HEERE verborgen
en mijn recht gaat aan mijn God voorbij?
Weet u het niet?
Hebt u het niet gehoord?
De eeuwige God, de HEERE,
de Schepper van de einden der aarde,
wordt niet moe en niet afgemat.
Er is geen doorgronding van Zijn inzicht.
Hij geeft de vermoeide kracht
en Hij vermeerdert de sterkte van wie geen krachten heeft.
Jongeren zullen moe en afgemat worden,
jonge mannen zullen zeker struikelen;
maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen,
zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden,
zij zullen snel lopen en niet afgemat worden,
zij zullen lopen en niet moe worden.

vrijdag 8 maart 2013

Geven of nemen

Een verkeerd beeld dat er van God kan bestaan is dat God een eisend God is. Dat zodra Adam en Eva op de wereld waren gezet, God perfecte gehoorzaamheid van hen eiste en dat het eigenlijk onmogelijk was dat te houden. Dat zodra jij en ik op de wereld zijn gekomen we onder Gods vloek liggen omdat God hetzelfde van ons eist terwijl we dat niet meer doen kunnen.

Dat beeld klopt niet, want het woord "eisen" komt bijna niet voor in de Bijbel. Als God Adam en Eva maakt stelt hij ze niet een eis maar geeft God een zegen: "En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!" (Genesis, 1:28). En zou God nu van een zegenend God in een eisend God veranderd zijn? Nee, want Jezus zegt:
"Laat de kinderen bij Mij komen en verhinder hen niet, want voor zulke mensen is het Koninkrijk van God" (evangelie van Markus, 10:14)
en:
"Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht" (evangelie van Mattheüs, 11:28-30)
.

God gebiedt wel dat wij de tien geboden houden, maar doet dat om ons bestwil. Wie de wet niet houdt doet in de eerste plaats zichzelf schade aan. Daarom is het een lichtere last om de wet van Jezus te houden dan om die te overtreden!

De catechismus van Heidelberg, een van de geloofsbelijdenissen (die dit jaar 450 jaar bestaat) van de kerk in Nederland, heeft het wel over "wat God van ons eist" (erfordert). Maar die geloofsbelijdenis heeft geen andere insteek. Met de vraag naar de eis van God gaat ze namelijk in tegen een al verkeerd Godsbeeld, namelijk dat we God met goede daden tevreden moeten stellen. "Wie dat denkt, komt erachter dat de wet van God nooit meer door ons gehouden zal kunnen worden zonder de grootste genade van God", zegt deze catechismus. "Wie God tevreden denkt te kunnen stellen snapt niet wat Gods rechtvaardigheid (dat wil zeggen: het hoogste goed) vereist." Dat is dus de les van het christelijke geloof: om het goede van God te krijgen, moeten we niet denken dat we dat zelf kunnen geven.

woensdag 17 oktober 2012

Evolutie of schepping

De wereldbeschouwing van het christendom wordt soms maar nauwelijks geaccepteerd. Daarom hier een vergelijking tussen de waarheid van het christendom en de theorieën van de evolutionist, die namelijk ook niet mis zijn. Ik bedoel dit overigens niet ter verdediging van christelijke standpunten (alsof die even slecht zouden zijn als de standpunten van het evolutionisme), maar om te laten zien dat het christelijke standpunt veel beter is dan het standpunt wat uit de evolutietheorie komt. Hopelijk heb ik de evolutietheorie consistent toegepast.

1. Doel

Het christelijke geloof: De natuur is gemaakt door God en gemaakt om goed te zijn.
Het evolutionisme: De natuur heeft geen hoger doel. Geen enkele wereldbeschouwing voegt daarom iets wezenlijks toe.

2. Man en vrouw

Het christelijke geloof: Man en vrouw zijn twee verschillende scheppingen van God. De vrouw is gemaakt om de man aan te vullen.
Het evolutionisme: Man en vrouw zijn twee rollen in de voortplanting, allebei in een aspect daarvan gespecialiseerd. Een vrouw is door de evolutie ervoor bedoeld om kinderen te baren.

3. Homoseksualiteit

Het christelijke geloof: Homoseksualiteit is een gevolg van het kwaad van de zondeval van de mens, het is niet Gods oorspronkelijke bedoeling.
Het evolutionisme: Homoseksualiteit is een variant die niet binnen het normale evolutiepatroon past. Voor de evolutie is ze schadelijk.

4. Ethiek

Het christelijke geloof: We moeten handelen volgens het principe dat we God liefhebben boven alles en onze medemens als onszelf.
Het evolutionisme: We hoeven nergens naar te handelen.

5. Doodstraf

Het christelijke geloof: We mogen elkaar niet doden. Echter, de wetten van God aan Israël bevatten ook de doodstraf door de overheid.
Het evolutionisme: Elkaar doden kan goed zijn als de beste overblijft.

6. Menselijk lijden

Het christelijke geloof: Het lijden van mensen is wezenlijk, en een gevolg van de zondeval, bedoeld om mensen terug te brengen tot God.
Het evolutionisme: Lijden is niet wezenlijk en heeft geen nut. Het is gewoon een natuurlijk proces zonder enige diepere betekenis.

7. Rechtvaardigheid

Het christelijke geloof: God is rechtvaardig en zal het kwade straffen.
Het evolutionisme: Er is geen rechtvaardigheid, tenzij dat toevallig is ontstaan door natuurlijke processen van zelfbehoud.

8. Vriendschap en liefde

Het christelijke geloof: Echte vriendschap en liefde is iets wezenlijks.
Het evolutionisme: Elke vriendschap en liefde is maar een natuurlijk proces, zonder diepere betekenis.

Volgens mij spreken de christelijke standpunten van veel meer liefde voor elkaar en voor de natuur dan de evolutionistische. (Maar ja, voor evolutionisme is liefde maar een kale emotie.) En volgens mij doen de christelijke standpunten veel meer recht aan de betekenissen van dit leven dan de evolutionistische. (Maar ja, voor evolutionisme bestaat er geen vaste betekenis.) De christen weet méér door de openbaring van God door Zijn Evangelie van Christus, anders was godsdienst in haar aard even leeg als evolutionisme. En daarom is er niet alleen kennis van God maar ook hoop op verlossing en terugkeer tot God die ons heeft gemaakt:
"Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. (...) Hij nu Die ons hiervoor heeft toegerust, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft." (tweede brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Korinthe, 5:1-5).

maandag 15 oktober 2012

Man en vrouw

Omdat er zoveel commotie is over de politieke partij SGP omdat die in haar (of zijn?) beginselprogramma heeft opgenomen dat er geen vrouwen op de lijst kunnen staan, lijkt me het goed om hier iets over het verschil tussen man en vrouw te zeggen vanuit christelijk-filosofisch perspectief.

In het bijbelboek Genesis lezen we dat Adam eerst door God werd gemaakt, en daarna Eva. De apostel Paulus gebruikt dat als een argument om te zeggen dat de vrouw niet over haar man moet regeren (brief aan Timoteüs, 2:13). Hij noemt er een tweede reden bij: omdat de vrouw Eva in het paradijs verleid werd, en niet Adam (vers 14). Maar daar laat de apostel meteen op volgen: ze zal van die vloek verlost worden doordat ze de gave heeft gekregen om kinderen te krijgen, als ze in het geloof, de liefde, de heiligmaking, de matigheid blijft (vers 15). Adam noemde zijn vrouw, nadat hij te horen had gekregen dat hij zou sterven zoals was gezegd omdat hij Gods gebod had overtreden, Eva, omdat God bij de bestraffing van Eva noemt dat zij kinderen zou krijgen die de leugenaar (de slang) zouden verslaan (Genesis 3:20). Eva (Chawwah in het Hebreeuws) betekent letterlijk: "in haar is leven". Een betekenisvolle naam dus, die wijst op Christus die later geboren zou worden.

Zijn mannen volgens de Bijbel daarom meer dan vrouwen? Zeker niet, want dezelfde apostel Paulus geeft ons daarop het antwoord:
"Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus. Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan. Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus Jezus." (brief aan de Galaten, 3:26-28)
Niet het feit dat we Jood zijn of niet-Jood, of het feit dat we knecht zijn of directeur, of het feit dat we man zijn of vrouw bepaalt onze belangrijkste hoedanigheid, maar of we kinderen van God zijn door het geloof in Christus Jezus.

Die laatste tekst kan ons ook een hint geven voor hoe we de verschillen tussen mannen en vrouwen verder moeten duiden. Man en vrouw zijn wel verschillend; de man was er eerst, daarna de vrouw. Maar dat is te vergelijken met het verschil tussen de Joden en de niet-Joden: tot de Joden kwam het Woord van God eerst, daarna tot de niet-Joden. De Joden hebben in de openbaring van God een andere rol dan de niet-Joden. Op dezelfde manier kunnen man en vrouw in de kerk en ook in de politiek een verschillende rol hebben. Over de politiek schrijft de Bijbel niets voor, dus wat de beste plek van man en vrouw daarin is is een vraag die het bestuur van de SGP toch zelf moet onderzoeken.

dinsdag 13 december 2011

Natuurlijk goed

In de ethiek met betrekking tot technologie wordt door conservatieven wel eens een beroep gedaan op de notie 'natuur': iets wat onnatuurlijk is, kan niet goed zijn, iets wat volgens de natuur is, moet goed zijn. Om dat argument geldig te maken moet eerst duidelijk worden gemaakt wat 'natuur' precies betekent, en wat het verschil is tussen 'volgens de natuur' en 'tegen de natuur', maar ook waarom de natuur goed is. Aan die complete uiteenzetting wil ik niet beginnen, maar in plaats daarvan wil ik in wat grote lijnen beschrijven wat de natuur en het goede met elkaar te maken hebben.

God is zichtbaar in de natuur. Misschien brengt een theoloog daar meteen tegenin: "Maar er is een verschil tussen de Schepper en de schepping!" Dat is waar; maar de natuur getuigt van Gods tegenwoordigheid. Als je overtuigd wilt worden van het bestaan van God, kijk dan even niet naar de straten, maar naar de bermen; niet naar de wolkenkrabbers, maar naar de wolken; niet naar de stenen huizen maar naar de rotsen en rivieren; niet naar de straatverlichting maar naar de maan en de zon.

"Goed," zult u zeggen, "maar dan zit ik met een probleem: hoe zit het dan met natuurrampen? Hoe zit het dan met dodelijke ziektes?" Op die dringende vragen zijn wat gehaaste onjuiste antwoorden te geven die ik even opnoem:
  1. "God straft met rampen en ziektes." Dit foute antwoord gaven ook de vrienden van Job. In het bijbelboek Job laat God de Satan toe dat hij Job kwaad doet om te laten zien dat Job God niet zal vervloeken. De drie vrienden die bij Job komen om hem te troosten bij zijn ziekte en rampen zeggen tegen Job dat hij moet zien wat hij verkeerd gedaan heeft om die straf te verdienen. Dat was kortzichtig. Aan het eind van het bijbelboek wijst God ze terecht om die kortzichtigheid.
  2. "De natuur is wel gemaakt door God maar een onpersoonlijke wetmatige kracht, God staat er buiten, en grijpt hoogstens in met bovennatuurlijke wonderen." Volgens mij geloven zelfs de meeste hedendaagse christenen hierin. Toch denk ik dat het een ernstige vorm van ongeloof is. Men verklaart: "God is onzichtbaar; God is niet te kennen; we kunnen hoogstens zeggen wat God niet is." Dat God niet zichtbaar is als een mens, of als de rest van de natuur, is duidelijk — maar dat God niet te kennen is is het grootste ongeloof dat er bestaat. We zien de kunst en wetenschap van God in de natuur. We zien Gods zorg in de natuur, zelfs voor de kleinste dingen.


Hoe kunnen we dan Gods rechtvaardigheid verdedigen? Dat is heel eenvoudig. Ook de rampen in de natuur komen van God, en wij begrijpen ze niet; maar God is veel groter dan wij. Het is zo dwaas als wat om God aan te spreken op zijn daden. Daarmee denken we dat wij God iets kunnen leren: maar het is uit de natuur zo zichtbaar als wat dat dat onmogelijk is. Je hoeft maar naar je hand te kijken om te zien dat God meer weet dan jij.
In het gesprek van Job met zijn vrienden verdedigt Job dat hij niets misdaan heeft, maar hij klaagt daarna ook God aan dat die onrechtvaardig is. Daarna geeft God een antwoord aan Job. Dat antwoord is eigenlijk één lange opsomming van de pracht van de natuur. Maar ergens staat er ook: "Is het twisten met de Almachtige onderrichten? Wie God bestraft die antwoordde daarop" (zie het bijbelboek Job, einde hoofdstuk 39).

Wie het boek Job oppervlakkig leest, denkt misschien dat God "misbruik maakt van zijn machtspositie", dat het antwoord van God aan Job autoritair is.
Maar dat is totaal onjuist. God vraagt juist aan Job: "Kun jij de hoogmoedige mensen vernederen en de goddeloze bestraffen?" (begin hoofdstuk 40). Het is immers zo duidelijk als wat dat God veel meer weet dan ons om voor de goeden te zorgen, en ook veel meer weet dan ons om de mens die hoogmoedig is en God haat te vernederen en te verslaan.
God is niet onrechtvaardig of kwaad, want dan zouden alle mensen al lang vergaan zijn (hoofdstuk 34). De Heer verdrukt niet, daarom zijn de mensen met eerbied voor hem vervuld (einde hoofdstuk 37).

Dus als er nog mensen zijn die God beschuldigen: laten ze een betere aarde maken en een betere geschiedenis schrijven. En dus ook u, filosofen: als u de hypothese dat de natuur goed is verwerpt, beschrijf dan alsjeblieft wat het goede wel is.


N.B. Een nawoord aan de waarde heer Descartes en de waarde heer Kant, die beiden God een dienst wilden doen door hem uit de natuur te halen: u hebt de mens een abstracte God gegeven omdat u de grootheid van de natuur niet genoeg hebt ingezien, of doordat u meende dat er met de natuurwetenschap niets van de oogverblindendheid van de natuur zou overblijven. Dat is verklaarbaar; het is zoiets als de restaurateur die niet durft te denken aan de faam van de schilder van het werk waaraan hij zijn hand heeft geslagen; maar om dat bij het eindwerk te blijven denken was niet goed.

vrijdag 2 september 2011

Mooie lastige beestjes

Wanneer Augustinus in 'De stad van God' naar aanleiding van de engelen spreekt over de ordening van de natuur (deel II, boek 1, hoofdstuk 16), komt ook en passant ter sprake dat er ook lastige beestjes bestaan. Waar volgens Augustinus al het levende in de orde van de natuur staat boven het levenloze, zegt hij dat we toch ook een andere waardering kunnen hebben: liever brood in huis dan muizen, liever geld dan vlooien. Ik zou hier ook het voorbeeld van muggen aan toe willen voegen. Waarom die andere waardering? Omdat we dingen ook ordenen naar het nut voor ons.

Maar hoe gaan we in de praktijk met deze twee mogelijke waarderingen om? Wat is de ethiek? Dat er iets van ethiek meespeelt is wel duidelijk. Een voorbeeld: Augustinus zegt zelf dat de menselijke natuur, die toch meer waardigheid bezit, soms lager geschat wordt dan andere dingen: een paard meer waard dan een slaaf, edelstenen meer waard dan een slavin.

Ik denk dat voor een christen respect voor de schepping (en in het bijzonder de levende schepping) het overheersende gevoel moet zijn. Overigens hoeft dat uitgangspunt van respect voor de natuur helemaal niet in strijd te zijn met een evolutionistische overtuiging.

Uit dit uitgangspunt van respect voor de schepping volgen een heel aantal overwegingen. Een van de meest onwaardige dingen is het misbruiken van de machtspositie die de mens over dieren heeft om dieren te pesten of te doden. Dat houdt niet alleen geen rekening met de scheppingsorde, maar heeft ook nog eens geen nut. Maar daarnaast moeten we ook nogal beschaamd zijn over de manier waarop het houden van vee geoptimaliseerd is als een soort productieproces, zonder weinig te bekommeren over de waardigheid van het dier. Ik zeg niet dat boeren niet van hun dieren houden, maar ze houden zeker op dat punt geen rekening met de scheppingsorde.

Mag je sowieso dieren doden? In de Bijbel staat een expliciete toestemming om dieren te doden om te eten, na de zondvloed, aan Noach (Genesis, hoofdstuk 9). Maar mag je ook dieren doden omdat ze je nut belemmeren ('schadelijk' zijn)? Mag je een mug doden omdat die je uit je slaap houdt? Ik denk dat de scheppingsorde wel een ding daarover zegt: het is duidelijk dat ten eerste een insect een heel andere waarde van leven heeft dan een mens; ten tweede: dat een mens de machtspositie heeft om dat te doen. Maar, anderzijds, het gevoel van respect voor de natuur gaat tegen het gebruiken van die mogelijkheid in. Dat kan dus: een beest of beestje bewonderen en toch moeten doden (hoewel je die dood liever zou voorkomen). De vos die alle kippen een voor een doodt en meeneemt, doden, en toch die dood betreuren. Een mug doden en toch die dood een verspilling vinden.

Omdat er dus dieren bestaan die lastig zijn voor ons, heeft een christen reden om verdrietig te zijn over de huidige toestand van de schepping. Voor een christen is dat het teken van de vloek die over de aarde kwam door eigen schuld (Genesis, einde hoofdstuk 3).

donderdag 12 mei 2011

Objectiviteit en bestaan

Ik heb lang de natuurwetenschap als de meest fundamentele beschrijving van de werkelijkheid gezien. Liever: als de werkelijkheid: met de overtuiging dat er niets daarbuiten bestaat, behalve nog een ander ontologisch bestaan van God, en ook van de identiteit en vrije wil van de mens.

Ik denk toch dat ik die visie genuanceerd kan worden. De reden waarom de natuurwetenschap, het fysische, als het meest fundamenteel kan worden gezien is, zoals ik het nu zie, doordat ze de meest breedsprakige en precieze beschrijving van de werkelijkheid geeft — echter, andere beschrijvingen van dezelfde werkelijkheid – zoals een ethische of perceptieve/esthetische – mogen minder woorden hebben voor wat ze zien, maar waarom zou dat ze ondergeschikt maken aan die meest breedsprakige beschrijving van het fysische? De reden van twijfel aan het fysische als de meest fundamentele is ook dat filosofie vrij zelfverzekerd moet zijn om te kunnen zeggen dat ze de werkelijkheid op de best mogelijke manier kent. Wie zegt dat de werkelijkheid toch niet uiteindelijk onverwacht veel rijker is dan we altijd hebben gezien? Het zou kunnen dat er nog aspecten van de werkelijkheid zijn die we nooit hebben gezien. Dat is vergelijkbaar met de gedachte van Kant dat het 'ding op zich' onkenbaar is, of dat we tenminste niet kunnen weten of we het kennen. De filosofie waarmee ik het hier in verband breng (zie ook dit eerdere bericht) is die van (de neokantiaans beïnvloede) Herman Dooyeweerd, die de werkelijkheid beschreef in 'zijnsaspecten': fysisch, biotisch, perceptief en sensitief (psychisch), spiritueel.

Er zijn zeker bruggen te slaan tussen verschillende beschrijvingen van de werkelijkheid, zoals tussen het fysische en het perceptieve/esthetische. Maar is de mogelijke beschrijving in het fysische het enige objectieve aan bijvoorbeeld het perceptieve/esthetische, en is wat niet fysisch uit te drukken is allemaal subjectief? Daar valt aan te twijfelen: het is toch goed mogelijk dat er nog een andere objectiviteit bestaat in bijvoorbeeld het perceptieve/esthetische waardoor alle mensen delen in wat mooi is of wat ervaren wordt?

Voor een gelovige is het gemakkelijker een rijkdom in de werkelijkheid (zoals meerdere 'zijnsaspecten') te erkennen dan voor wie niet in God gelooft; tenminste, ik kan me voorstellen dat iemand die bijvoorbeeld evolutionisme als uitgangspunt neemt het idee van meerdere zijnsaspecten nogal fantastisch en onmogelijk vindt. Dat kan ook niet anders: evolutionisme gaat al uit van de vooronderstelling dat het fysische het meest fundamentele is. Voordat een filosofische kritiek daarvan mogelijk is, moet er eerst ruimte zijn voor twijfel aan het evolutionisme – en dat is niet makkelijk als alleen schepping het alternatief is. Maar misschien onderschat ik wel de mogelijkheden van andere ontstaanstheorieën waarmee een metafysica altijd verbonden is: ook neoplatonisme, aristotelianisme, spinozisme hebben een theorie over het ontstaan van al wat is. Niet dat ik, die in God geloof, dat als alternatieven zie.

maandag 4 april 2011

Het echte leven

De 'maand van de filosofie' (april) heeft als thema 'het echte leven'. Dat 'echt' staat voor 'authentiek'. Om te beoordelen of iets 'authentiek' is heb je een vergelijkingspunt nodig.

Van prof. Burms heb ik bij het vak algemene moraalfilosofie geleerd dat men op zoek is naar een vast punt in het leven. Bij ernstige ziekte of vrees voor de dood zien mensen het leven vaak anders – een fundamenteler perspectief, of misschien juist een verduisterd perspectief. We zoeken naar een vast punt dat gelijk blijft in wisselende omstandigheden, een standpunt dat niet ontgoocheld of begoocheld kan worden. Aan dat vaste punt verbinden we de fundamenten van moraal, van het goede leven, aldus prof. Burms. Een voorbeeld van zo'n vast punt is religie.

Waar vinden mensen anders nog vastheid? Wetenschap zou zo'n voorbeeld kunnen zijn. Evolutionisme biedt voor veel mensen voeten voor het wereldbeeld. Als we het niet in wetenschap vinden en niet in religie, waar dan wel? In mezelf misschien: een postmoderne autonomie? Volgens prof. Burms was dat laatste idee naïef: in jezelf vind je nooit een vast punt. Immers, als je al een vast standpunt meent te hebben, waaraan ontleent dat dan z'n vastheid behalve aan jezelf? Je kunt je toch ook niet aan je eigen armen zelf een moeras uit trekken?

Misschien zeggen we: zo'n vast punt is niet nodig? Misschien beschouwen we religie al als minderwaardig alleen al omdat ze een vast punt geeft. Maar dat is dwaas; en, zoals gezegd, evolutionisme valt onder hetzelfde oordeel.

Kunnen we inderdaad zonder vast punt? We kunnen zeggen: "We moeten ons laten meevoeren door de stemming van het moment; authenticiteit is dus: op elk moment meest intens zijn wie je op dat moment kunt zijn". Authenticiteit is dan dus niet gebaseerd op een vast punt, maar op een vaste eigenschap. Of misschien kunnen we zelfs zeggen: "We moeten het ideaal van 'echt leven' maar helemaal loslaten; er is niets anders dan onvoorspelbare stromen in ons leven". Misschien is authenticiteit wel "een modieus en overspannen ideaal", staat er bij de tekst over het thema van de 'maand van de filosofie'. Met een cynische opmerking zou de laatste opvatting zelfs kunnen stellen: "Verlangen naar authenticiteit is de sleur waarvan we bevrijd moeten worden".

Maar 'echt leven' blijft ook altijd tegenover 'in een waan leven' staan; bijvoorbeeld in de sleur van een kapitalistisch werkschema, of in de waan van een onbekend bedrog. Of is zelfs bedrog en sleur geen probleem? Wie dat zegt omarmt het nihilisme: niets heeft waarde.

Ik weet niet goed hoe ik op deze perspectieven moet antwoorden. Levensperspectieven gaan vaak samen met een sterke 'blijf van mijn lijf'-strategie: "Dit is hoe ik er over denk, ik heb er recht op, het leven is van mij".

Maar misschien is dat precies waar het christelijke levensbeschouwing een ander perspectief kan bieden: het leven is niet van ons. Het is er niet zomaar gekomen; het komt uit de handen van God. We vinden ons vaste punt in waar we vandaan komen. "In het begin schiep God de hemel en de aarde."

vrijdag 14 januari 2011

Joodse filosofie

Zojuist een examen Joodse filosofie afgelegd. Eigenlijk, zo schreef mijn docent Prof. Dr. Luc Anckaert in de cursustekst, is Joodse filosofie een ontmoeting van het uitgangspunt van de joodse religie en het uitgangspunt van de filosofie. Waar de filosofie bestaat in begrippen, in denken, in het formuleren van abstracte, tijdloze waarheden, bestaat de joodse (of ook christelijke) religie in ervaringen, in traditie, in het luisteren naar dingen die op de man af (particulier) zijn. Wat gebeurt er eigenlijk als religieuze uitgangspunten worden vertaald naar filosofie? Worden ze niet uit hun betekeniscontekst gerukt? Desondanks zijn er Joodse filosofen.

Maar sommige dingen zijn nu eenmaal niet redelijk te begrijpen. In de joodse filosofie is een voorbeeld de Shoah. De ervaring van catastrofe maakt filosofie onmachtig. En ook andere dingen blijken onbegrijpelijk.

Dat maakt dat sommige dingen beter in verhalen (betekenisvol spreken) te vatten zijn dan in begrippen. En betekenis van dat spreken is dan niet het vatten in begrippen, maar het persoonlijk ervaren ervan. Een mooi voorbeeld zijn de commentaren van Emmanuel Levinas (1906-1995) op de Talmoedcommentaren (de Talmoed is in de joodse traditie de mondelinge overlevering van de Torah). Bij zijn interpretatie van de Talmoedcommentaren gaat het niet om kijken en herhalen, maar om luisteren en uit jezelf spreken. De eigen interpretatie wekt de tekst tot leven.

Zo wordt Levinas' commentaar op de Berakhot met de titel 'Et Dieu créa la femme' een rijke bespreking van de thema's van de menselijke conditie: animaliteit versus rationaliteit, geweten (Gods opdracht) versus vrijheid (en neigingen), de onbedektheid voor God en het dragen van de ander (ethiek). Die bespreking gaat dan onweerstaanbaar verder over de schepping van man en vrouw. Het seksuele is niet primair en bepalend voor het zijn, stelt Levinas, maar het mens-zijn is voor zowel de man als de vrouw bepalend. Voor beiden geldt het appèl van de naaste (de 'ander'). Centraal staat ook het thema van de zoon, wat staat voor de toekomst, in het bijzonder de toekomst van de Messias -- tegenover de catastrofe van het bestaan.