Posts tonen met het label geluk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geluk. Alle posts tonen

woensdag 6 augustus 2025

Het perspectief van leven zonder God (2)

Misschien heb je mijn vorige bericht gelezen en heb je goede tegenargumenten. Ik zal er een aantal noemen die ik heb gehoord.

Allereerst, je zou kunnen antwoorden: "Je zoekt het te hoog. Er is geen groot antwoord op de zin van het leven, maar dat hoeft ook niet. De zin van het leven ligt in het genieten van het moment. Je zou zelfs kunnen zeggen dat in het moment een wereld vol zingeving zit."

Dit is een antwoord dat deels waar is. Het deel dat waar is, is dat een moment inderdaad een wereld vol zingeving en geluk kan zijn. Maar ten eerste is dat geen tegenwerping tegen het pleidooi om open te staan voor het bestaan van God. De vrede met God kan het geluk van ieder moment alleen maar groter maken, niet kleiner. Het geluk van het moment is ook geen reden om te veronderstellen dat de rest van het leven als geheel dan zinloos moet zijn. Het is juist reden om te onderzoeken of er een grotere werkelijkheid achter dat moment zit.

Een ander tegenargument kan zijn: "Ja, lekker makkelijk. Iedereen kan wel zeggen dat er eeuwig leven is na de dood. Niemand kan je tegenspreken. Dat kan een vrijbrief zijn voor het verwaarlozen van het leven hier op aarde."

Ook dit antwoord is deels waar. Het is waar dat dit een makkelijk antwoord zou kunnen zijn, en dat het geloof in leven na de dood kan leiden tot een verachting van het leven nu. Maar dat is absoluut niet waartoe ik uitnodig als ik vraag je open te stellen voor de mogelijkheid van het bestaan van God. Ik heb het over die God en Vader die Zijn eigen Zoon Jezus voor onze zonden heeft overgegeven. Wij zondigen niet goedkoop, en heel de aarde is vol van Gods glorie. Ik heb het over die God, die persoonlijk aarde en hemel heeft gemaakt en gevraagd heeft of wij zorg willen dragen voor deze aarde, de schepselen daarop en elkaar. Ik heb het over die God die oproept om je leven te verliezen in volledige overgave aan Hem, door het liefhebben van Hem boven alles en van je naaste als jezelf, en het gelovig vertrouwen op het offer van Zijn Zoon voor onze zonden.

Een laatste, heel ander tegenargument kan zijn: "Ik wil helemaal niet eeuwig leven. Dat kan helemaal niet zingevend zijn." Dit tegenargument is met succes gesuggereerd door literatuur, bijvoorbeeld misschien door het verhaal van Toon Telligen over de dag dat de boosheid verdwenen was en de dieren helemaal niet meer weten wat ze moeten voelen en lusteloos voor zicht uit gaan zitten staren en "het ergste vrezen". Of door het verhaal over 'De onsterfelijke' van Borges, een man die van 'de rivier van de onsterfelijkheid' heeft gedronken en na duizenden jaren verlangt naar de dood die hem eindelijk van de zinloosheid zou kunnen verlossen, omdat hij alles wat hij wil al gedaan heeft en niets meer waarde lijkt te hebben als het altijd binnen bereik is.

Op dit laatste argument wil ik reageren op een aantal verschillende misvattingen die erachter kunnen zitten:

  1. het idee dat het geluk zonder de schaduwzijde van het kwaad geen geluk is;
  2. het idee dat alles zich uiteindelijk herhaalt als het eeuwig duurt;
  3. het idee dat de eeuwigheid door het christelijke geloof alleen wordt bestemd voor beloning of straf, woorden die Borges aan de onsterfelijke in de mond legt.

Allereerst over het idee dat het geluk zonder de schaduwzijde of begrenzing van het kwaad geen geluk is of overgaat in verveling. Ironisch genoeg heeft de kerkvader Augustinus ook geargumenteerd dat het kwade ten beste komt van het goede, en dat God het daarom heeft toegelaten - al bedoelde Augustinus niet dat het goede (nu of in de toekomst) niet zonder het kwade zou kunnen. Het idee dat het goede niet zonder het kwade kan is echter onjuist. Adam en Eva waren gelukkig zonder het kwaad. Ze moesten verleid worden tot iets wat ze niet kenden, bedrogen worden, om tegen God te zondigen. Wij zelf kunnen levenslang gelukkig zijn, bijvoorbeeld in een huwelijk of met een kind, zonder dat we behoefte hebben aan kwaad (zoals de dood of echtscheiding). Dit idee is dus empirisch bewezen onjuist te zijn.

Als tweede het idee dat er een eeuwige cyclus is waarin alles uiteindelijk herhaling is en niets nieuws meer is. Borges begint zijn verhaal met een citaat van Francis Bacon die op zijn beurt het bijbelboek Prediker citeert dat er niets nieuws onder de zon is. Daarmee wordt over het hoofd gezien dat deze klacht van niets nieuws onder de zon er een is die ontstaat in een ellendige en zondige wereld waarin de dood een feit is. Ieder mens snelt naar de dood, iedere nieuwe generatie is aan dezelfde wetmatigheden en ellende is onderworpen. De algemene stelling dat alles zich herhaalt is een vooronderstelling waarvoor geen enkel bewijs bestaat. Precies zo bestaat er voor de algemene stelling dat op den duur alles gaat vervelen, geen reden. Hoe zit dat in ons mensenleven? Mensen zijn als ze overlijden wel uitgekeken op de ellende, maar niet op het goede en mooie in het leven. Onze eigen ervaring spreekt het tegen. Als we dit leven niet meer willen, is dat uit wanhoop en niet uit verveling. Spreuken 5:19 heeft een mooie spreuk over het blijvend genieten van je huwelijk: "Dool altijd rond in haar liefde." Zoals je in een tuin telkens opnieuw rond kunt dwalen en telkens weer ervan geniet. Niet zoals in een cyclus waarin exact dezelfde toestand als eeuwen geleden terugkomt en alles zich opnieuw herhaalt.

Als laatste, het idee dat het christelijke geloof de eeuwigheid alleen bestemt voor beloning of straf. Dat is niet wat de Bijbel erover zegt. Beloning en straf is wel onderdeel van de eeuwigheid. Maar het is veel aangrijpender: de hel is zonder God zijn, zonder Zijn licht en zegeningen zijn, in gezelschap van de duivel, de bedrieger vanaf het begin zijn, en vol zijn van beklag maar ook van voortdurende haat tegen God. Je kunt het geen leven noemen - het wordt daarom de eeuwige dood genoemd. Dat is waar de leugen van Satan ons brengt ons brengt als we niet tot Jezus vluchten. Daartegenover staat eeuwig leven. Niet "eeuwig beloond worden" maar eeuwig leven. Dat gaat niet alleen over beloning, maar veel meer: over dat God alle tranen zal afwissen van het lijden op deze aarde, dat God een nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken waarop vrede en gerechtigheid woont, dat we Gods aangezicht zullen zien, wat betekent dat we onze Schepper niet meer alleen maar kennen als via een verdonkerde spiegel, maar direct, dat er vrede zal zijn in de natuur tussen de dieren en ons, dat we onbevreesd om mogen gaan met en regeren over heel Gods schepping, waarvoor wij in de eerste plaats door God tot leven zijn geroepen toen Hij ons op deze aarde schiep. En dat alles zonder de droevige zonden van ons hart waarmee we nu nog dagelijks strijden.

God heeft ons altijd al voor het eeuwige leven bestemd. Daarom stond er in het midden van het Paradijs (ja echt, in het midden) de boom des levens. Het is door onze zonde dat we moeten sterven. Het eeuwige leven in de Bijbel is dus niet een beloning, maar een herstel van hoe het zou moeten zijn. Het is dus een meervoudige misvatting dat eeuwig leven niet zingevend zou kunnen zijn.

Het tegendeel is waar. Kijk ten slotte eens op naar de oneindige God die dit heelal geschapen heeft, en bedenk dat Hij het is die je uitnodigt om in Zijn nabijheid te wonen. Hij zal eeuwig dezelfde betrouwbare, barmhartige en genadige God blijven die ons het eeuwige leven geeft, de eeuwige Bron van al het goede die nooit opdroogt. Jezus, het Lam van God, zal ons weiden en naar verse waterbronnen leiden.

woensdag 18 mei 2016

Psalm 1 - Vreugde in de wet van God

Vorige en deze week schreef ik twee keer over Psalm 1, over de inhoud en de vergelijking met de filosofen Aristoteles en Epicurus. Deze keer wil ik de inhoud meer toepassen op het alledaagse leven.

Wat centraal staat in de psalm is het vinden van de vreugde in Gods wet:
Welzalig de man
(...) die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt.

"Gods wet" kun je hier best breed opvatten:
  • De wetten van het dienen van God: feesten, offerdienst;
  • Praktische wetten voor hygiëne, medische regels en spijswetten;
  • De ethische wet van God in de tien geboden om God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf;
  • Maar ook alle woorden die van God waren opgeschreven of door profeten worden uitgesproken.

Waar komt die vreugde vandaan? Als je de psalm heel letterlijk leest zou je bijna denken dat er staat "door het dag en nacht bestuderen van de wet van God in de Bijbel". Een 'theoretische studievreugde' sluit echter bij weinig mensen aan. In plaats van theorie willen we doen! In plaats van het zoeken van God door studie van letters willen we God persoonlijk in ons hart ervaren!

De zo letterlijke manier van lezen is ook onjuist. Het gaat hier niet om het overdenken van het theoretische "reinen Vernunft", maar juist van het "praktischen Vernunft", om eens een onderscheid van Immanuel Kant te gebruiken. Dat zie je terug in de contekst waar het staat tegenover verkeerd leven. In psalm 1 gaat het om overdenken om het doen en niet om het denken zelf.

Het gaat dus wel degelijk om doen. Gaat het ook om God in ons hart ervaren? Ik meen van wel. Maar het is niet op de manier die je bij lifestylebladen vindt: zelf doen, zelf ervaren, waarbij iedereen zijn eigen god of God ontdekt. Het verschil is dat in Gods wet God aanwijst hoe we Hem kunnen ervaren, en dat God aanwijst wat we moeten doen om gelukkig te worden.

Het ervaren staat aangewezen in de godsdienstige feesten (en stond aangewezen in de offers die op het enige offer van Jezus Christus, Gods Zoon, wezen), en wijst Jezus zelf later aan in de sacramenten van doop en avondmaal. Het doen staat in de praktische wetten aan Israël maar ook in de brieven van de apostelen. En als we die volgen, vinden we niet alleen vreugde in wat we doen en navolgen maar ook in de uitkomst ervan.
Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken,
die zijn vrucht geeft op zijn tijd,
waarvan het blad niet afvalt;
al wat hij doet, zal goed gelukken.

maandag 20 juni 2011

Zoeken naar leven

In 'Sein und Zeit' beschrijft de Duitse filosoof Martin Heidegger hoe een 'eigenlijk' 'heel-zijn' van het menselijk leven mogelijk is door de verhouding tot de dood. Laat ik een christelijke variant op Heideggers idee van de dood geven in de zoektocht naar wat leven eigenlijk betekent. Heidegger stelt terecht dat de dood oereigen, betrekkingloos (anderen kunnen het niet afnemen), onoverschrijdbaar, wel zeker, maar onbepaald wanneer is. De onoverschrijdbaarheid moet volgens Heidegger onder ogen gezien kunnen worden door alles wat in ons leven komt als mogelijkheid en niet als al in bezit te beschouwen: daardoor geeft de onoverschrijdbaarheid een eigenlijk kunnen-zijn, een 'vrij zijn voor de dood'. De onbepaaldheid wanneer wordt volgens Heidegger onder ogen gezien door de angst, waarvoor men 'de moed moet opbrengen' om het niets, de begrenzing van het bestaan, onder ogen te zien.

Als christen geloof ik dat de gedachte "dat het bestaan door niets wordt begrensd" veranderd kan worden. In plaats van een vooruitlopen op de dood is het leven van een christen een vooruitlopen op Gods Koninkrijk; in plaats van de angst komt de hoop.

Maar dat de dood nog steeds vrees kan opwekken komt door nog andere eigenschappen.
  1. Ten eerste: de dood is onbekend (nog nooit ervaren). Het leven is ook wel min of meer onbekend, maar er zijn altijd bekende elementen. Een totaal onbekend leven zou afschuwelijker zijn dan de dood.
  2. Ten tweede: de dood laat het leven niet heel. Heidegger zegt wel dat het leven zich geen dingen moet toe-eigenen en alles als mogelijk moet laten, maar dat is simpelweg niet hoe leven is en ook niet hoe leven op z'n mooist is. Liefde is niet iets wat simpel bestaat in mogelijkheid, maar in het smeden van een band. De dood is een straf voor de mens.
Een christen kan echter troost vinden iets hogers te zien wat het leven omvat: dat het doel van ons leven voor God is, en ons persoonlijke leven er in dat licht niets meer toe doet.

Wat dat laatste betreft kunnen we dat ook als eigenschap van het leven beschrijven: de onbeslotenheid van het leven. Er is geen mooi einde, geen 'happy end' in ons leven: we moeten altijd weer verder leven. Er is geen levensdoel dat als we het bereikt hebben zegt: het is genoeg, dit is geluk, er is niets waar we 'voor kunnen leven'. Wel kunnen we gelovig vertrouwen op God dat Hij ons leven kan zegenen, en kan bepalen; en dat er gaven van God zijn om van te genieten.

Maar het 'happily ever after' van sprookjes is dus een retorische truc, want het leven is onbesloten: in werkelijkheid kan er nooit zoiets bestaan. Of liever, het is een heimwee naar geluk waarvan een christen gelooft dat we dat alleen van God kunnen ontvangen. Hoe kun je van eeuwig geluk verzekerd zijn? Als de Eeuwige God dat belooft. In de Bijbel wordt de metafoor gebruikt van een rivier met zuiver helder water dat altijd blijft stromen, en van een boom die iedere maand zijn vrucht geeft, en genezend is (Openbaringen, hoofdstuk 22).

Sommige mensen zouden kunnen denken dat een leven met hoop afbreuk doet aan het leven zelf. Tegengeworpen kan worden dat leven zonder hoop nog meer afbreuk kan doen aan het leven, en dat de christelijke hoop niet samen kan (of mag) gaan met slecht leven.

vrijdag 3 juni 2011

Geluk is het beste

Er was eens een slimme man die erachter kwam dat nadenken over het nut van het leven een ongecompliceerd geluk in de weg stond. Die man stelde toen dat het het beste was om te genieten van dat ongecompliceerde geluk. Deze man was...

Ik heb eigenlijk twee namen in gedachten: Epicurus, maar ook: Salomo, of de schrijver van het bijbelboek Prediker.

Epicurus schrijft kalm en weldoordacht over geluk in zijn brief aan Menoikeus. Op een bezadigde manier ruimt hij de obstakels voor geluk uit de weg. De goden kunnen niet anders zijn dan onverstoorde genieters van een eeuwige rust, en staan het geluk van een mens dus niet in de weg. De dood, waar ieder mens voor vreest, is een einde van het geluk maar tegelijk een einde van de mogelijkheid van ongeluk omdat we er gewoon niet meer zijn: "wanneer wij er zijn, is de dood er niet, en wanneer de dood er is, zijn wij er niet meer". Epicurus is er ook van overtuigd dat er niets meer is dan atomen (in een oneindig lege ruimte) en noodzaak die slechts door toeval wordt onderbroken. De kanten van zijn hedonisme die als minder positief kunnen worden geïnterpreteerd sla ik even over.

In het bijbelboek Prediker vinden we andere observaties (zie ook een vorig bericht daarover). Daar is er geen universum van noodzaak en toeval, maar van mogelijkheid en Godsbestuur. Toch is er geen sluitend antwoord op de vraag naar het praktische nut van het leven vanuit het menselijke perspectief:
"Ik zocht met heel mijn hart naar wijsheid. Alles wat de mens op aarde onderneemt, wilde ik doorgronden. Nooit geeft hij zijn ogen rust, dag noch nacht, maar bij alles wat God doet onder de zon, zo heb ik ingezien, doet hij wat hij doet. De mens is niet in staat de zin ervan te vinden. Hij tobt zich af en zoekt ernaar, maar hij vindt hem niet, en al zegt de wijze dat hij inzicht heeft, ook hij is niet in staat de zin ervan te vinden." (hoofdstuk 8)

Salomo verwijst dan naar het ongecompliceerde geluk als de zin van het leven:
"Ga uw weg, eet uw brood met blijdschap, drink uw wijn met een vrolijk hart, want God schept al behagen in uw werken. Laat uw kleding te allen tijde wit zijn en laat op uw hoofd geen olie ontbreken. Geniet van het leven met de vrouw die u liefhebt, al de dagen van uw vluchtige leven die Hij u gegeven heeft onder de zon, al uw vluchtige dagen. Want dit is uw deel in het leven en bij uw zwoegen waarmee u zwoegt onder de zon. Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen, want er is geen werk, geen overleg, geen kennis of wijsheid in het graf, waar u naartoe gaat." (hoofdstuk 9)

Bijzonder is dat het boek Prediker eindigt juist met de heenwijzing naar het komende verval van het lichaam en de dood. "Gedenk daarom je schepper in de dagen van je jeugd – voordat de slechte dagen komen en de jaren naderen waarvan je zegt: In deze jaren vind ik weinig vreugde meer." Het boek wordt zelfs beëindigd met deze toevoeging: "Alles wat je hebt gehoord komt hierop neer: heb ontzag voor God en leef zijn geboden na. Dat geldt voor ieder mens, want God oordeelt over elke daad, ook over de verborgen daden, zowel over de goede als de slechte." Het ongecompliceerde geluk wordt ingekaderd door het einde van het aardse leven en de verhouding tot God. Het is de voorwaarde voor de mogelijkheid van geluk.

Voor een christen moet de filosofie van Epicurus altijd iets hebben van een schijnrust. Zoals ik in het vorige bericht schreef, ben ik ervan overtuigd dat er een verlangen is voor een christen dat niet genoeg kan hebben aan het huidige leven maar vooruit ziet en wacht. En ik geloof niet dat welke mens ook (christen of niet) een substituut voor die verwachting kan vinden dat totale vrede geeft in het leven. Er is dus een punt van overeenkomst tussen Salomo en Epicurus, maar de uitwerking en context is verschillend.

woensdag 16 februari 2011

De band door de tijd

Als het over klassieke filosofen gaat, word ik altijd geslingerd tussen twee dimensies: zijn andere mensen verschillend of hetzelfde? Allebei, maar in een verschillend aspect. Er zijn veel verschillen op te noemen, er zijn ook veel overeenkomsten op te noemen. Wat zwaarder weegt is wat wij het zwaarst wegen.

Voor mij weegt overeenkomst het zwaarst. Mensen zijn medemensen. Onder de o zo verschillende filosofische systemen ligt volgens mij, onder de oppervlakte, een werkelijk leven. De waarde van een filosofisch systeem inzien betekent die sporen van leven opzoeken en meebeleven — of tot leven wekken (zie mijn eerdere bericht over Joodse filosofie, en over 'belangrijke filosofen').

Betekent dat dat er geen onware filosofie bestaat, of dat elke filosofische uitspraak geldig is alleen binnen een kader van de tijd, ofwel een 'discours' (zoals de Franse filosoof Foucault (1926-1984) zou zeggen)? Allereerst: zeker bestaat er onware filosofie; volgens definitie natuurlijk altijd binnen het discours — een discours kan niet onwaar zijn, hoogstens kan het zo zijn dat binnen een discours niet genoeg of geen ware uitspraken gedaan kunnen worden, maar dat terzijde. Wat afhankelijkheid van discours betreft: er is inderdaad altijd een mate van afhankelijkheid van discours: datgene wat besproken wordt en dat wat onbesproken blijft. Onze begrippen kunnen met de tijd verfijnder worden, grover worden, of vervangen worden. Maar dat betekent niet dat alle betekenis discontinu is — ik ben er tenminste van overtuigd dat er belangrijke woorden zijn die ik hier schrijf met een realiteitswaarde die continu is, in overeenstemming met eerdere generaties christenen. Ook waarden veranderen met de tijd: in verschillende tijdperken worden verschillende begrippen meer of minder gewaardeerd; maar die verschillende waarderingen kunnen elkaar ook aanvullen in plaats van tegenspreken. Ook discontinuïteit en continuïteit van uitspraken moeten precies onderscheiden worden.

Het voorgaande bevindt zich al binnen een discours: bepaalde begrippen, bepaalde waarde aan begrippen. Maar die begrippen zijn niet allemaal arbitrair, en die waardering is zeker niet imaginair, door de continuïteit van realiteitswaarde die ik al noemde. Waarderingen die volgens mij de eeuwen verduren zijn de waardering van waarheid, de waardering van het goede en rechtvaardige, de waardering van geluk. Los van de ornamenten die de tijd deze begrippen kan geven, bezitten ze mijns inziens een realiteit die niet herleidbaar is naar andere begrippen. Waarheid is niet te herleiden tot wat praktisch werkt, of tot wat onze behoeftes serieus neemt — waarheid is wat echt zo is. Het goede is niet te herleiden tot wat wij werkelijk willen (geluk), hoewel het evenals bij Aristoteles ook in de christelijke filosofie samen op kan gaan. Geluk is niet te herleiden tot waarheid of rechtvaardigheid, hoewel dat noodzakelijke voorwaarden zijn voor geluk.

Bovenstaande is niet pretentieloos, maar heeft ook niet de pretentie om de belangrijkste waarheid, en zeker niet het grootste goed of geluk hier te willen vatten. Meta-filosofie heeft weinig waarde voor mij, tenzij het aan God als oorsprong is verbonden. Daarin waardeer ik de woorden van Augustinus:
Echt geluk is zich in u te verheugen, o God, die de Waarheid bent, u, mijn God, mijn ware Licht, naar wie ik uitzie voor verlossing. Dit is het geluk dat allen zoeken. (Belijdenissen X, §23)

donderdag 21 oktober 2010

Telos

Dat goed handelen ook geluk met zich meebrengt, is dat alleen maar wensend denken? Zo van: goed handelen moet beloond worden, dus moet ieder die goed handelt met geluk worden beloond? Niet helemaal. Het gaat er van uit dat de mens mogelijkheid heeft om zijn leven op een manier in te delen die hem van het ongelukkig-zijn weerhoudt. Voorbeelden zijn de Stoa en de Epicurii, en de recentere filosoof André Comte-Sponville, die stelt dat geluk het genieten van het aanwezige is. Het gaat bij deze voorbeelden trouwens niet alleen om geluk, maar ook in het kunnen incasseren van ongeluk in het lot. Maar het gelukkig leven staat dus centraal.

Het is natuurlijk een wens dat die mogelijkheid om het leven zo (gericht op het geluk) in te delen samenvalt met het goed doen. Of dat ook zo is? Het maakt het leven misschien gelukkiger om te denken van wel. Ertegenin te brengen is het voorbeeld van de tevreden slaaf: is de slaaf subjectief (volgens zichzelf) gelukkig, maar objectief (volgens anderen) ongelukkig? Meer algemeen: is degene met een gelukkige illusie gelukkig? [Vgl. Antoon Vandevelde, 'Een wetenschap van het geluk?'; ook Robert Nozick, 'The Experience Machine']

Er zijn veel ethische theorieën die de vraag stellen: wat is dat 'goed doen' dan wel, als het niet samenvalt met het geluk?

Een mogelijk modern antwoord is: het gaat niet alleen om mijn geluk, maar ook hoe anderen mijn leven beoordelen en waarderen. Het gaat om hoe mijn nageslacht en de toekomstige generaties over mij denken. Dat lijkt een redelijk antwoord. Maar: dit antwoord lost de paradox van de tevreden slaaf of gelukkige illusie, zoals hierboven genoemd, niet op. Stel dat iemand gelukkig wordt beoordeeld door zijn omgeving en door zijn landgenoten en door de volgende generaties van zijn landgenoten. Zo iemand is binnen zijn land objectief gelukkig te noemen. Maar stel nu dat het land in een achtergestelde positie is waardoor mensen in alle andere landen de inwoner van dat land objectief ongelukkig zouden noemen. Op die manier zou het veronderstelde geluk toch geen geluk zijn. Hoe groot moeten we de kring van beoordelaars maken? Alle mensen? Alle mensen die gelijktijdig met, na, of voor iemand hebben geleefd? Misschien leven alle mensen wel in een gelukkige illusie, vanuit een objectief standpunt bezien. Afgezien van deze logische objectie is de menselijke maat ook een heel onzekere (kan door ontwikkelingen in de toekomst veranderen), en tegenstrijdige maat (mensen van verschillende tijden en plaatsen spreken elkaar tegen).

Een ander mogelijk modern antwoord op wat 'goed doen' is, kan zijn: we moeten leven voor iets. Bijvoorbeeld, leven voor: de natuur; of voor: een perfect lichaam; of voor: een geliefde; of voor: wetenschap of filosofie. Het gaat dan om het vinden van een doel wat het leven 'waard is'. Maar: moet dat doel objectief zijn? Het lijkt van wel. Maar dan: hoe bepaal ik dat doel?

Het postmodernisme trekt zich hier misschien niets van aan, en zegt: elk subjectief doel (dat wat ik mezelf stel en waar ik 'voor ga') is goed. Maar toch strijdt die opvatting met wat gevoeld werd bij de paradox van de tevreden slaaf. Stel dat iemand heeft geleefd met als doel in harmonie samen te leven met zijn geliefde; maar stel dat zijn geliefde hem heel zijn leven bedroog door in het geheim een verhouding met iemand anders te hebben? Het leven in harmonie en dus dienst van het doel was er; maar het doel blijkt het niet waard te zijn. Dus weer: hoe bepalen we wat iets waard is? Als we niet zeker kunnen weten of leven voor een geliefde alles waard is, kunnen we dan wel zeker weten dat leven voor bijvoorbeeld een perfect lichaam alles waard is? Natuurlijk kan de natuur ons niet zo bedriegen, maar wij kunnen onszelf bedriegen.

Dat maakt dat we zeker moeten zijn van ons doel. Want wat als iemand anders kan zeggen: je leven was het niet waard, en dat kan aantonen door de echte waarde aan te wijzen?

We zijn niet alleen waarheidszoekers, we zijn ook doelzoekers.