Posts tonen met het label gevoel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gevoel. Alle posts tonen

donderdag 23 januari 2020

Homoseksualiteit en identiteit

Vorig jaar publiceerden enkele Nederlandse christenen het een Nederlandse versie van de Nashville-verklaring, een document over seksualiteit en seksuele geaardheid beargumenteerd uit een christelijk perspectief. Over de bewoordingen waren niet alle christenen het eens.

Opvallend vond ik dat in de verklaring geen teksten uit de bijbel genoemd werden. Hoe denkt God nu echt over homoseksualiteit en transgenderisme?
  • Bij de schepping staat er in de Bijbel dat God de vrouw maakte als "tegenover" voor de man: "Ook zei de HEERE God: Het is niet goed dat de mens alleen is; Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem." (Genesis 2:18)
  • In de wetten die God tot Mozes heeft gesproken staat, naast verschillende andere seksuele zonden: "U mag niet slapen met een mannelijk persoon, zoals u met een vrouw slaapt. Dat is een gruwel." (Leviticus 18:22) Het gaat hier om de woorden van God, niet van Mozes (zoals in Deuteronomium Mozes wel iets over echtscheiding zegt). De inleiding op deze seksuele wetten is veelbetekenend, een herhaling met heel veel nadruk:
    "De HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: Ik ben de HEERE, uw God. U mag de gebruiken van het land Egypte, waarin u gewoond hebt, niet navolgen, en ook de gebruiken van het land Kanaän, waar Ik u naartoe breng, mag u niet navolgen. U mag niet in hun verordeningen gaan. Mijn bepalingen moet u houden en Mijn verordeningen moet u in acht nemen door daarnaar te wandelen. Ik ben de HEERE, uw God. Mijn verordeningen en Mijn bepalingen moet u in acht nemen. De mens die ze houdt, zal erdoor leven. Ik ben de HEERE."
    Ook het slot van het hoofdstuk laat geen ruimte voor dubbele interpretatie:
    "U mag uzelf niet verontreinigen met al die dingen, want de heidenvolken die Ik vóór u uit ga verdrijven, hebben zich met al die dingen verontreinigd, zodat het land onrein geworden is. Ik zal het zijn ongerechtigheid vergelden, zodat het land zijn bewoners zal uitspuwen. Maar ú moet Mijn verordeningen en Mijn bepalingen in acht nemen. U mag geen enkele van die gruweldaden doen, de ingezetene van het land niet, en ook de vreemdeling niet die in uw midden verblijft. (...) Ik ben de HEERE, uw God."
  • Als Jezus gevraagd wordt naar Zijn mening over scheiding, zegt Hij:
    "Vanaf het begin van de schepping heeft God hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees. Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden." (Marcus 10:6-7)
  • Paulus, een van de apostelen van Christus, schrijft over homoseksualiteit in Rome: "Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke hartstochten, want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. En evenzo hebben ook de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkaar ontbrand: mannen doen schandelijke dingen met mannen en ontvangen het gepaste loon voor hun dwaling in zichzelf." (brief aan de gemeente van Rome, hoofdstuk 1)
Kortom, God heeft de mens man en vrouw gemaakt en daar een huwelijk voor ingesteld. Na de zonde is de schepping door duisternis en pijn bedekt, ook op seksueel gebied. Een voorbeeld van deze pijn is denk ik transgenderisme. Overspel en homoseksuele relaties benoemt God als verkeerde wegen van de mens die we niet mogen inslaan.

Wat me verder opviel aan de Nashville-verklaring is dat het op z'n minst onhandig verwoord is, of misschien gewoon onjuist, op het punt van "identiteit" en "verlangens". Als je kijkt naar goede of verkeerde daden kun je iets zeggen over gevoelens, verlangens, willen en het doen zelf. Jezus heeft over Gods wet uitgelegd dat haat hetzelfde is als iemand doden, of naar een vrouw kijken in begeerte hetzelfde is als overspel. Dus het willen en het doen is dezelfde zonde. Maar valt gevoel in dezelfde categorie?

Ik denk van niet. We kunnen dit zien aan de verzoeking van Jezus in de woestijn. Na veertig dagen vasten heeft Jezus heel veel honger. De duivel zegt dan tegen Hem dat Hij, als Hij Gods Zoon is, van de stenen maar brood moet maken om te kunnen eten. Wat denk je, zou Jezus niet verlangd hebben naar brood? Voor God is het niet moeilijk om van stenen brood te maken, dus voor Jezus lag het binnen handbereik. Dus ja: gevoel en verlangens had Jezus. Zo niet, dan was de verzoeking geen verzoeking; want als je geen gevoel en verlangens hebt is het niet moeilijk om iets te weigeren. Jezus, Gods Zoon, was zonder zonde, maar vol gevoel en verlangen zoals wij.

Dus er ligt een duidelijke scheidslijn tussen "identiteit" en "gevoel" (dat zijn dingen die je bent, niet wat je doet) en "willen" en "doen" (dat zijn dingen die je beslist of waar je aan toegeeft). Het woord "verlangen" is een beetje ambigu want je kunt het voor beiden gebruiken, iets wat je bent of iets wat je doet. Homoseksueel gevoel of seksuele identiteit is dus geen zonde. Wat wel geldt is dat deze gevoelens en verlangens geen goede verlangens zijn, maar gevoelens en verlangens die pijnlijk tegen het goede ingaan en waartegen dus altijd gestreden moet worden. Het zijn begeerten die niet 'bevrucht' mogen worden, zoals de apostel Jakobus schrijft:
"Laat niemand zeggen, als hij verzocht wordt: Ik word door God verzocht. God immers kan niet verzocht worden met het kwade en Hijzelf verzoekt niemand. Maar ieder mens wordt verzocht, als hij door zijn eigen begeerte wordt meegesleurd en verlokt. Daarna, wanneer de begeerte bevrucht is, baart ze zonde, en wanneer de zonde volgroeid is, baart ze de dood." (Jakobus 1)
Waar ik wel wat in meevoel in het naschrift van de Nashville-verklaring is om het niet te nadrukkelijk te hebben over "homoseksuele identiteit", alsof homoseksuele gevoelens heel je identiteit bepalen. Ze bepalen er een deel van, maar zijn niet het belangrijkste gedeelte ervan, want dat is onze verhouding tot Christus. Onze identiteit ligt in Gods Zoon, onze Verlosser, die met heel Zijn hart, heel Zijn gevoel, heel Zijn verstand en al Zijn kracht God liefhad, en Zijn naaste als Zichzelf, en ons oproept om hetzelfde te doen. Dan leven we vol vreugde.

maandag 2 mei 2011

Concepten

Bij het beschrijven van iets (het vatten in concepten, in woorden) is het altijd zoeken naar de realiteit van die beschrijving. Is de beschrijving niet een ideële abstractie? En als ze dat is, is ze dan misschien toch nog nuttig?

Hoe weten we dat onze woorden of concepten staan voor reële dingen? Volgens de Duitse filosoof Kant kunnen we dat niet weten. Ik stem daarmee in in zoverre dat we dat niet met de ratio alleen kunnen weten; maar ik hecht altijd de meeste waarde aan de concepten die het meest treffen – gevoel speelt een rol! – of het meest met de praktijk verbonden zijn.

Hoe zit het met die toets van concepten in de wetenschap? Over natuurwetenschap is weinig twijfel omdat haar concepten met technische waarneming verbonden zijn. Maar de geesteswetenschappen en sociale wetenschappen zijn een andere zaak. Concepten en modellen steunen daar ook vaak op een wetenschappelijke traditie, of op analogie met andere concepten.

Aan deze toets van concepten denk ik dan ook altijd als ik politieke filosofie of wetenschap lees, of iets bedenk over de menselijke geest. En niet alleen: 'Is het reëel?' maar ook: 'Is het waar? Waaraan is een bewijs ontleenbaar?' Een bewijs is gebaseerd op een logische procedure die het mogelijk maakt te kiezen tussen bepaalde uitspraken in een bepaalde contekst. Als het bijvoorbeeld gaat om beschrijvingen van de menselijke geest, is introspectie ('in jezelf kijken') de enige waarneming die je hebt. Maar die waarneming is niet heel betrouwbaar: het is gemakkelijk je dingen in te beelden en jezelf te bedriegen. Hoe kan het anders dat je niet altijd doet wat je van plan was? Dat maakt een eigen psychologie moeilijk te vertrouwen. Als het gaat om politieke filosofie, geven sommige politieke filosofen van tevoren al aan dat er geen perspectief van buitenaf op het politieke mogelijk is. Wie politieke filosofie bedrijft, is altijd al beïnvloed door maatschappij waarin hij zelf leeft en zijn eigen positie daarin. Hoe revolutionair en verrassend een politieke filosofie ook kan zijn, dat draagt niets bij tot de zekerheid ervan. Het is te vergelijken met introspectie bij een psychologische beschrijving van jezelf.

Maar zoals ik al zei: gevoel speelt een rol. Als een psychologische of politieke beschrijving beroep doet op een universeel ethisch gevoel, zoals het ethisch appel van de ander (zoals bij de Frans-Joodse filosoof Levinas), dan maakt het alleen maar juiste gevoelens los. Als een psychologische of politieke conceptuele beschrijving een diepere vertaling heeft in gevoelens waarvan we zeker zijn, dan heeft die beschrijving legitimiteit voor ons, en als dezelfde vertaling door anderen gemaakt kan worden, ook voor anderen.

Het is belangrijk dat zo'n 'vertaling' laagdrempelig blijft — maar wat aanspreekt lijkt per mens te verschillen. Maar soms lijkt het dat denkers genoegen nemen met een ingewikkelde beschrijving die nauwelijks te vertalen is, maar slechts gewaardeerd kan worden om een logische consistentie.

Een verschil in de filosofie dat vaak wordt gemaakt is tussen de analytische en continentale traditie. Als we die tegen deze achtergrond beschrijven, is de analytische traditie vooral uit op meetbaarheid en doet ze weinig of geen beroep op gevoel, en is de continentale traditie vooral uit op gevoel. De continentale traditie moet oppassen dat ze geen ingewikkelde maar lege of onware beschrijvingen geeft. De analytische traditie moet in het oog houden waarnaar ze zoekt: niet naar slechts een ontrafeling van beschrijvingen, maar naar een analytische duidelijkheid in de op verschillende manieren beschreven praktische en reële zaken.

Zoals filosofie een vertaling is die beroep doet op ethische of andere gevoelens, is literatuur ook een vertaling. Beiden hebben ze echter hun eigen karakteristieken: filosofie maakt zo veel mogelijk gebruik van rationaliteit en concepten, literatuur zo min mogelijk. Welke het eerst bij de waarheid arriveert? Ik denk dat geen van beiden daarin boven de ander uitsteekt. Maar goede literatuur lijkt zeldzamer en moeilijker; filosofie heeft meer traditie en methode. Daarentegen is het resultaat bij literatuur waarschijnlijk laagdrempeliger en in dat aspect beter.

Het vinden van de waarheid, vanuit christelijk perspectief, is sowieso een wijsheid die door God gegeven wordt — aan wie dan ook. Maar ook echte wijsheid heeft geen perspectief zonder geloof in God: "Zonder het geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn; wie bij God wil komen, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij allen beloont die Hem zoeken" (Brief aan de Hebreeën, hoofdstuk 11).

donderdag 6 januari 2011

Aardse socio-economisch-ethische perspectieven

In een prachtig én lang artikel in NRC legt Bas Heijne precies uit wat het probleem is met de hoge idealen van de ethiek dat sommige ethici ertoe neigt om liever in 'realistischer' termen van eigenbelang te spreken.
"Het zijn de verlichtingsbegrippen, na de Tweede Wereldoorlog verheven tot dogma’s, die nu op een agressieve manier worden ontmaskerd als leugens, geriefelijke ontkenningen van wezenlijke behoeften. Gelijkheid, tolerantie, zachtmoedigheid, rechtvaardigheid – keer op keer worden mensen die deze abstracties hoog in het vaandel hebben staan, ontmaskerd als akelig hypocriet, als zogenaamde hoogstaande geesten die er een dubbele moraal op nahouden. Daartegenover staan bij uitstek menselijke behoeften: verwantschap, eigenheid, trots – met daaronder een groot verlangen naar een zuivere gemeenschap."
In de politiek, maakt Heijne duidelijk, heeft dat de smaak van fascisme.

Is het probleem met de Verlichtingsidealen hun abstractie? Het lijkt van wel. Heijne stelt: "Het "durf te denken!" van Immanuel Kant is ingeruild voor een spannender adagium: durf te voelen."
"Ieder abstract principe wordt dan gezien als een hypocriete, hinderlijke leugen. Wat telt is niet de wereld, maar alleen nog je eigen belevingswereld. Daarbinnen kun je jezelf het middelpunt van alles wanen – en hoef je jezelf geen rekenschap te geven van de rest van de wereld. Het doorgeschoten relativisme van een progressieve generatie wordt nu als excuus gebruikt om iedere vorm van zelfrelativering uit de weg te gaan. Dat is geen correctie op het verlichtingsdenken, dat is verraad aan het verlichtingsdenken. Omdat men aanvoelt dat de menselijke natuur op een hypocriete manier wordt onderdrukt, wordt het ideaal nu door steeds meer mensen overbodig verklaard. Eindelijk mogen we elkaar weer haten."


Hoe is deze reflex van opstand tegen elke opgelegde moraal te keren? Heijne heeft de volgende oplossing: laten we realist zijn over onze gevoelens, dat zal ons in staat stellen de humanitaire wet desondanks te gehoorzamen. Het idealisme geeft Heijne de schuld:
"Waar is het fout gegaan? In de neiging om de Verlichting op te vatten als een geloofsleer, in plaats van een levenshouding, een loffelijk streven om onze al te menselijke aanvechtingen in goede banen te leiden. In handen van het progressieve establishment werden ze tot dogma’s waaraan een gevoel van superioriteit werd ontleend; omdat je aan de goede kant stond, was je vanzelf ook goed. Men verzuimde die dogma’s in tijden van globalisering en immigratie opnieuw te toetsen aan de werkelijkheid."
En ten slotte sluit hij af met:
"Misschien hoeven we niet van elkaar te houden. Misschien hoeven we elkaar niet eens aardig te vinden. De ware humanist laat zich geen knollen voor citroenen verkopen, die weet waarmee hij te maken heeft: de mens. De menselijke natuur ontkennen, weet hij, is even gevaarlijk als erin zwelgen. Tussen die twee smadelijke uitersten moet hij nu zijn eigen positie innemen."


Deze 'balans tussen uitersten' (het ontkennen van het rationalisme en het zwelgen van het romanticisme) klinkt Aristotelisch, en is altijd goed. Maar toch lijkt me met het gevoel meer aan de hand. Het lijkt me ook van belang dat mensen van binnenuit, niet door verstand maar juist primair door gevoel gemotiveerd zijn. Het verstand heeft een succesfactor, maar soms moet het het afleggen tegen het onderdrukte gevoel. Freud zou zeggen: het super-ego moet het soms afleggen tegen het id. Het is misschien zaak om eerst eens het gevoel op orde te krijgen in plaats van het verstand daar primair de taak voor te geven. Zoals voor de christelijke wet de liefde op de eerste plaats staat, liefde tot God en liefde voor de medemens. (Zie ook mijn eerdere bericht over ethiek.)

Of blijft het niet 'realistisch' om te hopen op een innerlijke orde op zaken? "Niet alle mensen zijn heiligen", zeggen sommigen, en dat is een voldoende argument om een zo hoge ethiek af te doen als irreëel? Neem als voorbeeld het perspectief van de Engelse filosoof Thomas Hobbes (1588-1679) die de samenleving een "oorlog van allen tegen allen" noemde. Of het principe van eigenbelang in de vrije markt, het liberalisme van Adam Smith (zie ook dit eerdere bericht daarover). Of de opvatting van Bernard Williams (1929-2003) die stelde dat morele verplichting verenigbaar moest zijn met eigenbelang.

Daartegenover staan de woorden van Jezus (Mattheüs 5):
U hebt gehoord dat er gezegd is: Heb uw naaste lief en haat uw vijand. Maar ik zeg u: heb uw vijanden lief en bid voor wie u vervolgen. Dan zult u kinderen zijn van uw Vader in de hemel. Want God laat zijn zon opgaan over slechte en goede mensen en hij laat het regenen voor rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Hoe kunt u verwachten dat God u zal belonen, als u alleen uw vrienden liefhebt?


Of is hier toch sprake van eigenbelang, omdat God zal belonen na dit leven? Ja, maar dat is dan wel een gezond eigenbelang! Eigenbelang dat liefde tot God boven (hoogmoedige) eigenliefde stelt, en liefde tot de medemens daaraan gelijk (in plaats van gierigheid en haat), is een christelijk eigenbelang. "Laten we dus eens echt realistisch worden", zouden christenen kunnen zeggen (alle goede en respectabele aardse socio-economisch-ethische perspectieven ten spijt), "en eens kijken waarom mensen zich niet om het bestaan van God en van het leven na de dood bekommeren." Dàt is de ellende van de mens.

dinsdag 16 november 2010

Goed denken

In mijn vorige bericht heb ik eerst als introductie de indeling van de faculteiten van het menselijke bewustzijn door René Descartes vermeld en daarna een uiteenzetting gemaakt van hoe denken en gevoel op de dag van vandaag worden gescheiden, en welke resultaten dat heeft voor ons mensbeeld. Het perspectief over denken en gevoel dat ik daar heb ontwikkeld was een reactie op het perspectief dat zich sinds de ontwikkeling van de wetenschap over het menselijke brein heeft opgedaan: het gevoel als ondergeschikte impuls, het denken als redelijk. Het perspectief van de moderne filosofen zoals René Descartes (1596-1650) en Blaise Pascal (1623-1662) was echter anders.

Waar Descartes en Pascal verstand van gevoel scheidden, gold het verstand juist als de enige faculteit waarmee zekerheid verkregen kon worden, en het gevoel als iets wat altijd nog in het duister had getast. De zekerheden die verworven konden worden moesten zich niet laten leiden door het gevoel, maar door eerste inzichten (intuïtie genoemd) en door deugdelijke afleiding (deductie genoemd). Pascal noemde de bron van de eerste inzichten het hart, en de faculteit van afleidingen de rede.

Waar Descartes de wiskunde en geometrie als uitgangspunten zag voor alle kennis (Regulae, II), onderscheidde Pascal naast een esprit de géométrie ook een esprit de finesse, waarbij de laatste zich meer opdeed vanuit het dagelijks leven, terwijl de eerste juist op niet-alledaagse waarheid uit was. Maar beiden hadden hun eerste principes en deugdelijke afleidingen tot bron voor kennis die niet hoefde te dwalen.

De nadruk lag voor zowel Descartes als Pascal op zekerheid. Natuurlijk wilde deze nadruk op zekerheid niet zeggen dat gevoel afgeschaft moest worden en denken alleen genoeg zou zijn: de mens is een mens van vlees en bloed, de eenheid van lichaam en geest (die weliswaar gevoel en denken vermengt) is nodig om te leven. Descartes en Pascal waren zich hier beiden van bewust. Maar men moet zich niet door domheid laten leiden in het leven, maar door een juiste geest de dwaling ontwijken en op ware kennis gericht zijn.

Overigens laat de breedte van wat door de moderne filosofen 'kennis' werd genoemd al zien dat intuïtie en deductie niet puur cerebraal, geloceerd in de hersenen, moeten worden gezien: Pascal noemde het al expliciet het hart en de rede; maar sowieso ligt het verstaan in de geest van de mens, zoals lichaam en geest door Descartes dualistisch wordt opgevat. Het is dus niet dezelfde scheiding van gevoel en weten die wij vandaag de dag zouden kunnen maken.

Om die reden laat ik op deze blog graag beide perspectieven naast elkaar staan: dat van denken met gevoel en dat van ware kennis, waarin de grootheid van de mens die verder maar nietig is ligt, zoals Pascal verwoordt:
De mens is maar een riet, het zwakste in de natuur, maar hij is een denkend riet. Om hem te verpletteren hoeft niet het hele universum naar de wapens te grijpen: wat damp of een waterdruppel is voldoende om hem te doden. Maar al zou het hele universum hem verpletteren, dan zou hij altijd nog edeler zijn dan dat wat hem doodt, omdat hij weet dat hij sterft en dat het heelal hem de baas is. Het heelal weet niets daarvan.

Onze hele waardigheid ligt dus in het denken. Daarvan moeten we uitgaan om ons weer te verheffen, en niet van ruimte en de tijd, die we niet kunnen vullen. Laten we er dus naar streven goed te denken; dat is het grondbeginsel van de moraal. (Gedachten, 200)


Troost u! Niet van uzelf moet u het verwachten. Integendeel, u moet het verwachten door niets van uzelf te verwachten. (Gedachten, 202)

zaterdag 13 november 2010

Denken met gevoel

Hoe zit ons bewustzijn in elkaar? Als we het zelf zouden beschrijven zouden we beginnen met waarneming, met herinnering; beiden verbonden met verbeelding: immers onze herinneringen en waarnemingen zijn soms vermengd met andere herinneringen of ideeën, en daardoor niet feilloos. We zouden ook het denken noemen, dat actief ideeën combineert of afleidt (die het (passief) onttrekt uit zowel waarneming als herinnering). Wat er daarnaast voor het bewustzijn nog overblijft, noemen we ten eerste gevoel (passief) en ten tweede wil en liefde (actief).

Descartes kwam tot precies dezelfde indeling in zijn Regulae ad directionem ingenii (1701), in Regel XII. Voor hem staat de faculteit van het denken centraal, en hij zoekt hoe we die feilloos kunnen aanwenden om tot zekerheid te komen. De verbeelding is de oorzaak van veel bedrog. Over gevoel en wil spreekt hij in de Regulae vooreerst nog niet.

De scheiding tussen gevoel en denken maakt dat het denken als neutraal, onbewogen instrument zal worden gezien, en het gevoel als redeloze bijkomstigheid. Deze voorstelling is heel verleidelijk, omdat we de 'vermogens' van de mens op deze manier adequaat kunnen indelen; maar is ze ook juist? Zeker is dat het denken een activiteit is die een 'logische' component heeft om waarheden af te leiden. Maar is die activiteit niet misschien iets aan de oppervlakte van een veel groter geheel van 'gevoel' of ervaring? Zeker is dat de waarneming het denken veel benoembare feiten geeft. Maar is er naast die benoembare feiten ook niet nog een andere 'gevoelskwaliteit' in de waarneming? Wat is dan gevoel? We kunnen het wel benoemen, maar dat is gewoon het denken inschakelen om erover te kunnen redeneren: het zal er nauwelijks iets over kunnen zeggen. Wat erover wordt gezegd door psychoanalytische theorieën zoals van Freud geeft eerder een 'begrip' (wat evengoed een vertekening kan zijn) dan iets dat de mens verrast. En gevoel is toch iets wat de mens blijft verrassen --- tenzij we aan de faculteit van het denken zoveel waarde zijn gaan hechten dat we bijna slechts over het gevoel kunnen denken, en dan bedenken dat het strikt gescheiden en ondergeschikt moet zijn aan het denken.

Er zijn ook natuurwetenschappelijke verklaringen van het gevoel, die emoties eerst benoemen, en vervolgens met het oog van het denken beschouwen hoe die emoties samenhangen met in de natuur meetbare fenomenen in de hersenen of elders in het lichaam. Die emoties blijken voorspelbaar te zijn, blijken misschien meetbaar te zijn aan hersenactiviteit. Maar dat kan laten zien dat gevoel iets is wat gedeeld is door mensen in karakteristieke situaties en benoemd kan worden, echter, het blijft altijd afhankelijk van beschrijvingen van gevoel: onbenoembare aspecten kunnen niet bedacht worden, al worden ze gevoeld. Hetzelfde is het probleem met de wil: redenen lopen slechts over de oppervlakte van de wil en passen namen op de wil toe, maar hoeveel verder verklaart al die redelijke moeite de wil? Nooit helemaal? Weinig? Of niets?

Als we gevoel 'gevoel' noemen, en wil 'wil', of kwalitatieve ervaringen 'kwalitatieve ervaringen', gebruiken we al namen voor dingen die deze ervaringen te bedenken maken. Maar zolang we het bedenken laten we ons nauwelijks verrassen.

Misschien denkt u aan het einde van dit bericht wel: toch is gevoel maar gevoel. Het blijven maar kwalitatieve ervaringen. Maar daarmee hebt u eigenlijk niets meer gezegd --- dingen bedenken blijft bedenken. Ik zeg niet dat we ons meer door gevoel moeten laten leiden in plaats van door denken --- denken is zeker wel nuttig, praktisch. Maar misschien moeten we wat meer denken met gevoel in plaats van proberen te voelen met het denken.

Oh ja, ik heb dit niet gezegd met een verborgen agenda om wat we 'religie' noemen irrationeel te legitimeren. (Zeker niet: christelijke filosofie maakt juist gebruik van het denken.) De relevantie voor christelijke filosofie is niet anders dan voor alle filosofie: om te weten die we zijn, moeten we ons niet teveel laten leiden door een bedenkelijk (ik bedoel te denken) onderscheid tussen denken en voelen. Christelijke filosofie loopt hier evenveel gevaar als andere filosofie in het beantwoorden van levensvragen.

Dus nogmaals: misschien moeten we wat meer denken met gevoel in plaats van proberen te voelen met het denken.

vrijdag 6 november 2009

Gevoelens

Bestaat kunstmatige intelligentie? Met andere woorden, zullen mensen ooit in staat zijn intelligente machines te maken? Ik denk van wel. (Lees ook mijn eerdere post over "De afschaffing van het verstand".) Maar hoe zit het met gevoelens?

Mensen hebben gevoel. Dieren hebben gevoel. Computers hebben geen gevoel. Maar laten we de betekenis van gevoel verder bekijken. Mensen hebben zelfbewustzijn, een besef van een 'ik'. Mijns inziens is dat een fundamenteel verschil met dieren. Meest intelligente dieren, zoals chimpansees, zijn wel tot uitzonderlijk intelligente handelingen in staat -- ik heb zelfs gehoord van een chimpansee die oude vrouwtjes hielp met oversteken -- maar het blijft bij intelligente gedragspatronen; zelfbewustzijn, of bewustzijn van de morele waarde van de wereld, hebben ook de meest intelligente dieren niet. Ik denk niet dat er in de ogen van de chimpansee die ouderen hielp met oversteken iets van ideologie of moreel besef te lezen was.

Maar wat is gevoel dan? Is gevoel 'slechts' een biologisch mechanisme? Ik zou willen stellen dat gevoelens inderdaad op een biologisch mechanisme berusten, maar het kenmerk van gevoelens ligt in onze waarneming. Gevoelens zijn de manier waarop wij rationeel onverklaarbaar gedrag waarnemen. En, vervolgens, gedragingen zijn de handelingen die we toeschrijven aan (wat wij waarnemen als) een individu.

Het is daarmee discutabel of computers gedrag hebben -- dat hangt ervan af of we 'de computer' als een individu zien die alles op het scherm toont, of dat we de computer slechts opvatten als fysieke printplaat die meerdere dingen met elkaar verbindt. Maar het is zeker dat computers geen gevoel hebben, want alles wat ze tonen, kunnen wij rationeel verklaren door onze kennis van de computertechniek.

Anders wordt het als in de toekomst kunstmatige intelligentie ontstaat die te veelomvattend is om eenvoudig rationeel te doorzien. Misschien ontstaat er dan wel een conflict tussen het waargenomen individu en rationeel ondoorzichtige gedrag, en de 'rationele' gedachte dat alles 'maar op techniek berust'.