Posts tonen met het label hemel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hemel. Alle posts tonen

woensdag 6 augustus 2025

Het perspectief van leven zonder God (2)

Misschien heb je mijn vorige bericht gelezen en heb je goede tegenargumenten. Ik zal er een aantal noemen die ik heb gehoord.

Allereerst, je zou kunnen antwoorden: "Je zoekt het te hoog. Er is geen groot antwoord op de zin van het leven, maar dat hoeft ook niet. De zin van het leven ligt in het genieten van het moment. Je zou zelfs kunnen zeggen dat in het moment een wereld vol zingeving zit."

Dit is een antwoord dat deels waar is. Het deel dat waar is, is dat een moment inderdaad een wereld vol zingeving en geluk kan zijn. Maar ten eerste is dat geen tegenwerping tegen het pleidooi om open te staan voor het bestaan van God. De vrede met God kan het geluk van ieder moment alleen maar groter maken, niet kleiner. Het geluk van het moment is ook geen reden om te veronderstellen dat de rest van het leven als geheel dan zinloos moet zijn. Het is juist reden om te onderzoeken of er een grotere werkelijkheid achter dat moment zit.

Een ander tegenargument kan zijn: "Ja, lekker makkelijk. Iedereen kan wel zeggen dat er eeuwig leven is na de dood. Niemand kan je tegenspreken. Dat kan een vrijbrief zijn voor het verwaarlozen van het leven hier op aarde."

Ook dit antwoord is deels waar. Het is waar dat dit een makkelijk antwoord zou kunnen zijn, en dat het geloof in leven na de dood kan leiden tot een verachting van het leven nu. Maar dat is absoluut niet waartoe ik uitnodig als ik vraag je open te stellen voor de mogelijkheid van het bestaan van God. Ik heb het over die God en Vader die Zijn eigen Zoon Jezus voor onze zonden heeft overgegeven. Wij zondigen niet goedkoop, en heel de aarde is vol van Gods glorie. Ik heb het over die God, die persoonlijk aarde en hemel heeft gemaakt en gevraagd heeft of wij zorg willen dragen voor deze aarde, de schepselen daarop en elkaar. Ik heb het over die God die oproept om je leven te verliezen in volledige overgave aan Hem, door het liefhebben van Hem boven alles en van je naaste als jezelf, en het gelovig vertrouwen op het offer van Zijn Zoon voor onze zonden.

Een laatste, heel ander tegenargument kan zijn: "Ik wil helemaal niet eeuwig leven. Dat kan helemaal niet zingevend zijn." Dit tegenargument is met succes gesuggereerd door literatuur, bijvoorbeeld misschien door het verhaal van Toon Telligen over de dag dat de boosheid verdwenen was en de dieren helemaal niet meer weten wat ze moeten voelen en lusteloos voor zicht uit gaan zitten staren en "het ergste vrezen". Of door het verhaal over 'De onsterfelijke' van Borges, een man die van 'de rivier van de onsterfelijkheid' heeft gedronken en na duizenden jaren verlangt naar de dood die hem eindelijk van de zinloosheid zou kunnen verlossen, omdat hij alles wat hij wil al gedaan heeft en niets meer waarde lijkt te hebben als het altijd binnen bereik is.

Op dit laatste argument wil ik reageren op een aantal verschillende misvattingen die erachter kunnen zitten:

  1. het idee dat het geluk zonder de schaduwzijde van het kwaad geen geluk is;
  2. het idee dat alles zich uiteindelijk herhaalt als het eeuwig duurt;
  3. het idee dat de eeuwigheid door het christelijke geloof alleen wordt bestemd voor beloning of straf, woorden die Borges aan de onsterfelijke in de mond legt.

Allereerst over het idee dat het geluk zonder de schaduwzijde of begrenzing van het kwaad geen geluk is of overgaat in verveling. Ironisch genoeg heeft de kerkvader Augustinus ook geargumenteerd dat het kwade ten beste komt van het goede, en dat God het daarom heeft toegelaten - al bedoelde Augustinus niet dat het goede (nu of in de toekomst) niet zonder het kwade zou kunnen. Het idee dat het goede niet zonder het kwade kan is echter onjuist. Adam en Eva waren gelukkig zonder het kwaad. Ze moesten verleid worden tot iets wat ze niet kenden, bedrogen worden, om tegen God te zondigen. Wij zelf kunnen levenslang gelukkig zijn, bijvoorbeeld in een huwelijk of met een kind, zonder dat we behoefte hebben aan kwaad (zoals de dood of echtscheiding). Dit idee is dus empirisch bewezen onjuist te zijn.

Als tweede het idee dat er een eeuwige cyclus is waarin alles uiteindelijk herhaling is en niets nieuws meer is. Borges begint zijn verhaal met een citaat van Francis Bacon die op zijn beurt het bijbelboek Prediker citeert dat er niets nieuws onder de zon is. Daarmee wordt over het hoofd gezien dat deze klacht van niets nieuws onder de zon er een is die ontstaat in een ellendige en zondige wereld waarin de dood een feit is. Ieder mens snelt naar de dood, iedere nieuwe generatie is aan dezelfde wetmatigheden en ellende is onderworpen. De algemene stelling dat alles zich herhaalt is een vooronderstelling waarvoor geen enkel bewijs bestaat. Precies zo bestaat er voor de algemene stelling dat op den duur alles gaat vervelen, geen reden. Hoe zit dat in ons mensenleven? Mensen zijn als ze overlijden wel uitgekeken op de ellende, maar niet op het goede en mooie in het leven. Onze eigen ervaring spreekt het tegen. Als we dit leven niet meer willen, is dat uit wanhoop en niet uit verveling. Spreuken 5:19 heeft een mooie spreuk over het blijvend genieten van je huwelijk: "Dool altijd rond in haar liefde." Zoals je in een tuin telkens opnieuw rond kunt dwalen en telkens weer ervan geniet. Niet zoals in een cyclus waarin exact dezelfde toestand als eeuwen geleden terugkomt en alles zich opnieuw herhaalt.

Als laatste, het idee dat het christelijke geloof de eeuwigheid alleen bestemt voor beloning of straf. Dat is niet wat de Bijbel erover zegt. Beloning en straf is wel onderdeel van de eeuwigheid. Maar het is veel aangrijpender: de hel is zonder God zijn, zonder Zijn licht en zegeningen zijn, in gezelschap van de duivel, de bedrieger vanaf het begin zijn, en vol zijn van beklag maar ook van voortdurende haat tegen God. Je kunt het geen leven noemen - het wordt daarom de eeuwige dood genoemd. Dat is waar de leugen van Satan ons brengt ons brengt als we niet tot Jezus vluchten. Daartegenover staat eeuwig leven. Niet "eeuwig beloond worden" maar eeuwig leven. Dat gaat niet alleen over beloning, maar veel meer: over dat God alle tranen zal afwissen van het lijden op deze aarde, dat God een nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken waarop vrede en gerechtigheid woont, dat we Gods aangezicht zullen zien, wat betekent dat we onze Schepper niet meer alleen maar kennen als via een verdonkerde spiegel, maar direct, dat er vrede zal zijn in de natuur tussen de dieren en ons, dat we onbevreesd om mogen gaan met en regeren over heel Gods schepping, waarvoor wij in de eerste plaats door God tot leven zijn geroepen toen Hij ons op deze aarde schiep. En dat alles zonder de droevige zonden van ons hart waarmee we nu nog dagelijks strijden.

God heeft ons altijd al voor het eeuwige leven bestemd. Daarom stond er in het midden van het Paradijs (ja echt, in het midden) de boom des levens. Het is door onze zonde dat we moeten sterven. Het eeuwige leven in de Bijbel is dus niet een beloning, maar een herstel van hoe het zou moeten zijn. Het is dus een meervoudige misvatting dat eeuwig leven niet zingevend zou kunnen zijn.

Het tegendeel is waar. Kijk ten slotte eens op naar de oneindige God die dit heelal geschapen heeft, en bedenk dat Hij het is die je uitnodigt om in Zijn nabijheid te wonen. Hij zal eeuwig dezelfde betrouwbare, barmhartige en genadige God blijven die ons het eeuwige leven geeft, de eeuwige Bron van al het goede die nooit opdroogt. Jezus, het Lam van God, zal ons weiden en naar verse waterbronnen leiden.

woensdag 27 april 2022

Een nieuw vergezicht

Het toekomstbeeld van christenen over hoe het komende Koninkrijk van God er uitziet, is in een grote mate nog verhuld. We weten niet precies hoe het nieuwe paradijs eruit zal gaan zien. De Bijbel hoeft er ook niet veel over te zeggen, want we weten dat God daar is, en we weten Wie God is. Hij is goed, Hij is liefdevol, Hij is rechtvaardig, Hij is betrouwbaar. Dat is genoeg om te weten. 

Toch zijn er ook genoeg dingen die we wel kunnen weten. Er zullen bijvoorbeeld geen 72 maagden op ons wachten. Jezus zegt: "Want in de opstanding nemen ze niet ten huwelijk en worden ze niet ten huwelijk gegeven, maar ze zijn als engelen van God in de hemel" (Mattheüs 22:30). Er staat ook nergens in de Bijbel dat we er eeuwig alleen maar zullen zingen. Natuurlijk, we zullen ons in God elke dag verheugen en Hem voor altijd en elke dag mogen aanbidden, maar er staat niet dat dat de enige bezigheid is in het nieuwe paradijs. Ook staat er nergens dat we vleugels krijgen als de engelen en ergens boven de wolken terechtkomen in de hemel. In de Bijbel staat dat er na het eindoordeel van God over alle mensen voor Zijn troon, er een nieuwe hemel en nieuwe aarde zal worden geschapen die we mogen beërven (Op. 20:11, 21:1). 

Die nieuwe hemel en nieuwe aarde bevat de rivier van het water van het leven (Op. 22:1) en bomen van het leven die vruchten geven om te eten (Op. 22:2). Er staat dat er geen nacht meer zal zijn, omdat God Zelf in het midden zal wonen en de Bron van het licht zal zijn (Op. 22:5). Er staat dat we de taak zullen krijgen om over de nieuwe hemel en aarde voor altijd te regeren (Op. 22:5). En geloof maar dat die nieuwe hemel en nieuwe aarde op z'n minst net zo prachtig, net zo overweldigend, net zo majestueus zullen zijn als de huidige hemel en aarde.

Ook verwachten we de verheerlijking van Israël. Dat kunnen we bijvoorbeeld lezen in Jesaja 60. Ook daar wordt vermeld dat er geen zon en maan meer zullen zijn omdat God de Bron van het licht is (Jes. 60:19). Waarom zal God Israël extra eer geven? Omdat God Zelf ervoor kiest. Hij zal Zijn heerlijkheid over hen laten opgaan (vers 2 en 9). God zal Zich over Israël ontfermen na Zijn toorn die over Israël gekomen is (10). God zal het doen om de plaats van Zijn heiligdom aanzien te geven (13). Hij zal hen tot eeuwige glorie maken (15). Wij, de volken die na Israël over God gehoord hebben en tot geloof gekomen zijn, zullen hen dienen (vers 6, 9). Onze taak nu is om voor dit herstel van Israël te bidden, en God - met eerbied gesproken - geen rust te geven, totdat het vervuld is (Jes. 62:7). Wij mogen tegen de dochter van Sion zeggen: "Zie, uw verlossing komt" (62:11). Onze taak nu is om Jeruzalem en het volk Israël - het gidsvolk van God - lief te hebben, over haar huidige verdriet te treuren, en over haar toekomst ons te verheugen (Jes. 66:10).

zondag 18 december 2016

Psalmen - 8

Psalm 8:
1 Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘De Gittith’.
2 HEERE, onze Heere, hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!
U Die Uw majesteit getoond hebt boven de hemel.
3 Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen
hebt U een sterk fundament gelegd, omwille van Uw tegenstanders,
om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden.
4 Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,
5 wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,
en het mensenkind, dat U naar hem omziet?
6 Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de engelen
en hem met eer en glorie gekroond.
7 U doet hem heersen over de werken van Uw handen,
U hebt alles onder zijn voeten gelegd:
8 schapen en runderen, die allemaal,
en ook de dieren van het veld,
9 de vogels in de lucht en de vissen in de zee,
al wat over de paden van de zeeën gaat.
10 HEERE, onze Heere,
hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!

Bevreemdend:
De uitdrukking dat de hemel "het werk van Gods vingers" is (vers 4) moeten we natuurlijk niet letterlijk opvatten. David spreekt over God als groot kunstenaar en 'Intelligent Designer', die de hemel en de aarde heeft uitgetekend.

In deze psalm worden de engelen heel expliciet genoemd (vers 6). Uit de beschrijving van de schepping in Genesis kunnen we niet lezen hoe en wanneer God engelen schiep. Uit deze psalm lezen we dat de mens bijna zo eervol is als de engelen van God, die Hem dienen.

God "toont zijn majesteit boven de hemel" (vers 2). Voor wat dit betekent zie mijn eerdere blog 'Waar is de hemel?'. Spreken over dat God in de hemel is betekent dat God boven deze aarde verheven is en erover regeert. Maar tegelijk is God ook heel dichtbij en omringt Hij ons.

Herkenbaar:
David verwondert zich over de eer en verantwoordelijkheid die ons als mensen is gegeven. We hebben zoveel macht. We kunnen zoveel kapotmaken. Toch blijft de heerlijkheid van God zich op aarde tonen.

Kinderen en baby's vertellen zelfs Gods eer. Herkenbaar is dat inderdaad, dat een kind of baby ons met verwondering vervult. Toch is het voor ons in Nederland confronterend om dit te moeten lezen, gezien de tientallen abortussen per dag. We weten wel dat deze kindjes prachtig zijn, maar duwen dat gevoel weg. Als je bedenkt dat veel abortussen niet uit noodsituatie ontstaan maar door economische of sociale redenen, kun je het niet anders zien dan een misdaad tegen de kindjes en de Schepper.

Profetisch:
De apostel Paulus blaast deze woorden nieuw leven in door te spreken over de heerlijkheid van de gemeente van Christus (brief aan de Hebreeën, hoofdstuk 2). Hij vult namelijk voor "HEERE" in "Jezus"! Hij spreekt erover dat de gemeente van Christus in die begintijd zoveel tekenen en wonderen zijn gegeven dat daaruit Gods heerlijkheid blijkt. Deze gemeente zal ook alle dingen uiteindelijk worden onderworpen (vgl. vers 7). Hij zegt ook dat dit nu nog niet zichtbaar is: Jezus is mens geworden (dus minder dan de engelen), en vernederd en gedood om ons te verlossen. Maar uiteindelijk zal Jezus door zijn lijden en dood veel kinderen tot heerlijkheid (vgl. vers 3) brengen.

Dat lijkt me een mooie boodschap om met Kerst mee te geven, wanneer we eraan terugdenken dat Jezus, Gods Zoon, op aarde is geboren. Alvast gezegende kerstdagen toegewenst!

zaterdag 7 mei 2016

Psalmen - 1

Het bijbelboek van de Psalmen is een bijbelboek waar geloof en gevoel extra dichtbij komen. Waar bij andere bijbelboeken de morele strekking van de geschiedenis soms niet eens genoemd wordt, wordt deze hier altijd expliciet onder woorden gebracht. Waar bij andere bijbelboeken de toepassing op je eigen leven door jezelf overwogen moet worden, is deze bij het boek van de Psalmen al direct aanwezig.

Het leek me daarom mooi om in deze blog de Psalmen dichterbij te bekijken en van filosofische kanttekeningen te voorzien. Vandaag Psalm 1.

1 Welzalig de man
die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaars,
die niet zit op de zetel van de spotters,
2 maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt.
3 Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken,
die zijn vrucht geeft op zijn tijd,
waarvan het blad niet afvalt;
al wat hij doet, zal goed gelukken.
4 Maar zo zijn de goddelozen niet:
die zijn juist als het kaf, dat de wind wegblaast.
5 Daarom blijven de goddelozen niet staande in het gericht,
de zondaars niet in de gemeenschap van de rechtvaardigen.
6 Want de HEERE kent de weg van de rechtvaardigen,
maar de weg van de goddelozen zal vergaan.

Bevreemdend:
Bevreemdend is de scherpe tegenstelling tussen goed en kwaad in mensen in deze psalm. Is het echt zo zwart-wit dat sommige mensen goed/rechtvaardig zijn en anderen door en door slecht? Als je om je heen kijkt zie je juist dat alle mensen een mengsel van goed en kwaad bevatten, en ook in de Bijbel worden de misstappen van de bijbelheiligen genoemd.

Wat op het eerste gezicht bevreemdend is, is bij nadere beschouwing niet wat de psalm bedoelt. Er wordt niet gezegd dat de man die zijn vreugde vindt in Gods wet perfect is, wel dat hij gezegend is. De tegenstelling is niet tussen goede en slechte mensen, maar tussen goede en slechte daden. De woorden "rechtvaardige" en "goddeloze" moeten namelijk geen abstracte betekenis gegeven worden zoals wij dat al snel zouden doen, maar een heel concrete betekenis: rechtvaardig zijn betekent juist hebben gehandeld in een concreet geval, goddeloos of zondig betekent onjuist hebben gehandeld in een concreet geval. In de Bijbel moet er altijd een 'scope' van deze woorden gedacht worden, al wordt deze niet altijd genoemd. In de wetboeken Exodus en Deuteronomium wordt het woord 'goddeloos' alleen genoemd voor degene die bij een concrete rechtszaak aantoonbaar schuldig is, en 'rechtvaardig' voor degene die daarin aantoonbaar onschuldig is; en behalve dat wordt het woord 'rechtvaardig' alleen voor Gods wet gebruikt!

Weliswaar wordt later in de Bijbel de 'rechtvaardige' genoemd degene die volgens Gods wet leeft en de 'goddeloze' die Gods wet niet erkent. Hier maakt Gods Geest het verschil, door Wie zondige mensen wordt geleerd in Gods wet te wandelen, waardoor hun leven geheiligd wordt. Maar dat is een andere dimensie die niet aanduidt dat de daden van iemand perfect zijn, maar dat iemand door Gods Geest goede daden doet. Het woord 'zonde' (peshaw) wat verwant is met het woord voor 'goddeloze' (rashaw) gebruikt David ook als hij zijn schuld bekent na zijn overspel met Bathsheba: "Wees mij genadig, o God, overeenkomstig Uw goedertierenheid, delg mijn overtreding uit overeenkomstig Uw grote barmhartigheid. Was mij schoon van mijn ongerechtigheid, reinig mij van mijn zonde." (Psalm 51,3-4). Koning David vraagt dan ook niet zozeer of hij van deze overtreding vrijgesproken mag worden, maar of zijn hart en geest rein gemaakt mag worden om andere zonden te voorkomen!
"Schep mij een rein hart, o God,
en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht
en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg." (Psalm 51, 13-14)

Herkenbaar:
Herkenbaar is de vreugde die het doen van Gods wet (zowel de geboden voor het dienen van God als voor het juist handelen met onze naaste) kan geven als leidraad voor ons leven, en de vrucht die het leven naar Gods wet kan hebben. De samenvatting van de wet zoals Jezus, Gods Zoon, die geeft is: "U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf" (evangelie van Mattheüs, 22, 37-39).

Profetisch:
De psalm eindigt met: "Daarom blijven de goddelozen niet staande in het gericht, de zondaars niet in de gemeenschap van de rechtvaardigen. Want de HEERE kent de weg van de rechtvaardigen, maar de weg van de goddelozen zal vergaan." Deze woorden krijgen meer diepte als we ze lezen in het licht van de opstanding van de doden bij de wederkomst van Christus. Er zijn dan twee mogelijkheden: òf we zijn onderdeel van het Koninkrijk van Christus, òf buiten zijn rijk. Tegen degene die Gods verlossing in Jezus heeft veronachtzaamd en niet de goede vrucht door Gods Geest heeft voortgebracht zal God zeggen: "Ik heb u niet gekend" (evangelie van Mattheüs, 7:22)! Voor de gemeenschap van de rechtvaardigen, voor wie de rechtvaardigheid van Jezus in genade tot hun eigen rechtvaardigheid wordt gerekend door het geloof in God, is er echter de belofte van de vergeving van zonden en het rijk van God.

vrijdag 15 mei 2015

Hemelvaart - Verandering van dimensies

Voor een christen, iemand die Jezus Christus als Zoon van God en Verlosser erkent, is het leven verwarrend anders. Dat wordt niet altijd zo ervaren, maar zou eigenlijk wel moeten. Op de dag van hemelvaart (gisteren 15 mei), waarin herdacht word dat Jezus bij Zijn Vader in de hemel is opgenomen na Zijn opstanding, wordt dat meest duidelijk.

Op zich is het te verwachten dat dingen anders zijn als je gelooft en erkent dat Jezus Christus de Verlosser en Zoon van God is, van God de Vader die de Schepper van heel de aarde en jezelf is. Toch is het goed om te realiseren:
  • Tijd is anders. Voor God zijn een dag als duizend jaren en duizend jaren als een dag (tweede brief van de apostel Petrus, 3:8). Elk ogenblik omvat alles. Maar ook wat wij als lange tijd rekenen is relatief ten opzichte van de eeuwige tijd van God. Daarom is de wederkomst van Christus niet over lange tijd, maar 'morgen', en kan er elk ogenblik, elke dag, met verwachting naar worden uitgezien die niet beschaamd zal worden.
  • Plaats is anders. God is elk moment dichtbij, zoals de hemel de aarde bedekt (zie ook deze eerdere blog 'Waar is de hemel?').
  • Relaties zijn anders: voor een christen is er een band met de onzichtbare (maar wel gekende) God en Vader. Maar ook met Jezus Christus hun Heer en Koning, die ze niet hebben gezien maar van Wie ze wel de daden en woorden weten. Er is ook kennis van de Geest van God die alleen gekend kan worden uit het resultaat van Zijn werk, namelijk verandering van het leven van een mens. Van daaruit is er ook een band met de medechristenen die broeders en zusters genoemd worden als handen en voeten van één lichaam van Christus.

Deze dingen komen terug in de laatste woorden van Jezus aan zijn discipelen:
"Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld." (evangelie van Mattheüs, 28, 18-20)
Amen!

maandag 27 januari 2014

Waar is de hemel?

Al vanaf het eerste bijbelboek wordt God genoemd als in de hemel wonend, in tegenstelling tot de aarde (Genesis, 21:17; ook in het eerste boek Koningen, 8:27). Hoe moeten we dat ons voorstellen?

Het is in ieder geval niet zo alsof God boven de wolken fysiek aanwezig is. Het is waar dat God met fysische tekenen aanwezig kan zijn, maar dat beperkt zich niet tot de lucht en de hemel. Sowieso is God niet fysisch: God is de Schepper van de hemel en van de aarde, het fysische is dus Zijn schepping. Waarom zou Zijn aanwezigheid zich beperken tot maar een fysieke plek? In zekere zin is God in heel veel schoonheid van de natuur, zowel het ontzagwekkende als het kwetsbare, dichter bij of verder weg voor ons aanwezig. Want God is ontzagwekkend:
"Uw, o HEERE, is de grootheid, en de macht, en de heerlijkheid, en de overwinning, en de majesteit; want alles, wat in den hemel en op aarde is, is van u: Van u, o HEERE, is het Koninkrijk, en u hebt u verhoogd tot een hoofd boven alles." (eerste boek Kronieken, 29:11)

Wat betekent het dan? Is de hemel soms ergens anders? Een andere wereld zoals C.S. Lewis het land Narnia beschreef, dat door een deur bereikbaar is en waar alles anders is? Of is de hemel ergens oneindig ver weg in de ruimte, in een ander sterrenstelsel? De gedachte van C.S. Lewis in het boek 'Out of the silent planet' is dan nog vruchtbaarder. Daarin beschrijft hij hoe de ruimte tussen de planeten en de sterren onzichtbaar door engelen en door God zelf wordt bewoond. Die gedachte noem ik vruchtbaarder omdat dan God niet alleen verheven is maar ook dichtbij is, en dat is precies zoals het christelijke geloof belijdt.

Een andere manier om te spreken over de hemel als de woonplaats van God is dat we inzien dat het verschil tussen hemel en aarde juist belangrijk is. Mensen zijn aards, letterlijk uit het stof van de aarde gemaakt; God is niet van die categorie, maar is erboven verheven. Omdat God alles heeft gemaakt is God oneindig groter dan de schepping. Wat dat betreft zouden we het beste God als oneindig ver weg kunnen voorstellen en de engelen als de sterren van de hemel. Maar natuurlijk is het niet zo dat God oneindig ver weg is: Hij is ook altijd dichtbij! Het is dus een manier van spreken.

Dat Jezus Christus die de Heer van heel de aarde is, is opgenomen in de hemel, wil niet zeggen dat hij boven de wolken of ergens anders fysiek is. Net als de troon van God boven de aarde geen fysieke troon is, is het zitten van Christus aan de rechterhand van God de Vader in de hemel (evangelie van Markus, 16:19) niet fysiek, maar geestelijk. In die zin is de hemel niet ergens, maar is de hemel overal. Ze is wat ons omringt. Dat wil zeggen dat de heerlijkheid van God ons omringt en ons regeert! De engelen, die geesten zijn en voor de troon van God staan, zijn trouwens niet overal zoals God overal is. Ze worden wel de machten in de lucht genoemd (in de brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Efeze, 6:12).

Maar Christus zal ook terugkomen op de aarde, zoals tegen de discipelen werd gezegd: "zoals u Hem in de hemel hebt zien ingaan" (Handelingen van de apostelen, 1:11). De opstanding van de doden zal niet in de hemel zijn maar op de aarde, en: "Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waarin gerechtigheid woont." (tweede brief van de apostel Petrus, 3:13). Maar intussen zijn we niet verlaten. Jezus zegt:
"Ik ben met u alle dagen tot het einde van de wereld" (evangelie van Mattheüs, 28:20).

donderdag 30 mei 2013

Afstand?

Vanaf het begin van dat God de wereld gemaakt heeft hebben we te maken met een bedrieger. De eerste mensen had God toestemming gegeven om overal van de vruchten van de bomen te eten, behalve van de boom in het midden van de hof van Eden. Deze bedrieger probeert Eva uit de tent te lokken door het verbod van God strenger te maken: "Is het niet zo dat God heeft verboden van alle vruchten van de bomen in deze hof te eten?" Eva trapt erin, want het is merkbaar dat ze het gebod van God als beperking gaat zien. De bedrieger zegt vervolgens: "U zult niet sterven, maar u zult zijn als God, als u van die boom eet." (bijbelboek Genesis, 3:1-5) Daarmee maakt de bedrieger eerst de afstand tot God groter door God een bedrieger te maken. Daarna maakt hij ook de afstand groter door te benadrukken dat God en de mens heel verschillend zijn en dat de mens is onderworpen aan God. Voorheen was God voor de mens als een vriend aanwezig in de hof. De bedrieger schildert God af als ver weg en afstandelijk.

Hetzelfde bedrog is nog steeds levend. Waarschijnlijk beeldt u zich in dat God ver weg is, als u in God gelooft. Waarschijnlijk gelooft u in het idee dat als er een God bestaat, die God zich niets aantrekt van wat hier gebeurt en van een totaal andere orde is dan de wereld. Waarschijnlijk gelooft u niet dat God een persoonlijke God kan zijn, en als u het gelooft, denkt u misschien dat God vooral beperkingen oplegt aan de mens.

Het thema 'afstand' komt ook terug bij de hemelvaart van Christus. Het evangelie vertelt hoe Gods Zoon, veertig dagen na zijn opstanding, van de aarde wegging naar zijn Vader. De hemel betekent trouwens niet dat God ver weg is. God is overal en dichtbij, maar God is niet persoonlijk dichtbij zoals in de hof van Eden en Christus is niet meer op aarde met zijn lichaam.

God heeft inderdaad afstand genomen van de aarde, maar is er nog steeds met zijn boodschappers. Als eerste gaf Christus aan zijn discipelen bevel om het evangelie in heel de wereld te vertellen. Ook heeft God vanaf het begin van de wereld zijn engelen naar mensen gestuurd ('angelos', 'engel', is het Griekse woord voor 'boodschapper'). Maar nog het meest is Gods Geest in deze wereld om ons te overtuigen dat God niet ver weg is. Dat herdenken christenen met Pinksteren, vijftig dagen na het lijden van Gods Zoon, Christus. Gods Zoon heeft zijn discipelen niet alleen gelaten, zoals Christus zegt (evangelie van Johannes, 14:16-18):
"Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom weer naar u toe."

woensdag 18 januari 2012

Zwartwitdenken

Een van de mogelijke tegenwerpingen tegen het christelijke geloof in God is dat het simplistisch, zwart-wit, fundamentalistisch, en daarom onvolwassen is. Dat is trouwens een tegenwerping die je op alle mogelijke standpunten kunt maken, en dan bedoel ik echt alle: van elk standpunt kun je nog zeggen "er is nog te weinig onderscheid gemaakt". Natuurlijk gaat het er dan om uit te leggen welk onderscheid te weinig is gemaakt. (Dat simplistisch of zwart-wit hoort bij onvolwassenheid is trouwens een typisch psychoanalytische opmerking; we kunnen ze (wellicht in een minder simplistische vorm) terugvinden in de uitwerking van het gedachtegoed van Sigmund Freud door Melanie Klein (1882-1960).)

De toepassing van deze tegenwerping tegen het christelijk geloof gaat om zwartwitdenken in de categorie goed-kwaad. God is dan mogelijk een onvolwassen personificatie van het goede, de duivel in ieder geval een onvolwassen personificatie van het kwaad. En verder: de verworpenen zijn het absolute kwaad, bestemd voor de hel, en de uitverkorenen zijn het absolute goed, bestemd voor de hemel.

Deze omschrijving van de tegenstellingen is echt een onterechte karikatuur van het christelijke geloof, want de Bijbel toont juist aan dat ook de rechtvaardigen onder de zonde zijn begrepen. Abraham, Jakob, David, Salomo: van hen allen staan ook de overtredingen tegen God. En daarom zegt Paulus ook terecht dat de verlossing alleen genade is, niet om iets wat een mens zelf heeft gedaan, maar uit genade van God.

Nog een tegenwerping tegen deze bewering dat het christelijke geloof zwart-wit denkt over goed en kwaad kunnen we vinden in de antropologie van René Girard (1923). Girard stelt dat alle religies behalve de christelijke een ideologie van de zondebok hebben: een deel dat het kwaad veroorzaakt (de zondebok) moet gedood worden om de vrede voor het geheel te herstellen. De christelijke religie geeft juist het tegenbeeld: Christus herstelde de vrede, maar hij belichaamde juist niet het kwaad.

Maar met deze inleiding wil ik de aandacht vestigen op de opmerkelijke uitleg van het christelijke gedachtegoed door de Duitse theoloog Karl Barth (1886-1968). In diens commentaar op de Romeinenbrief stelt hij dat er geen echt onderscheid bestaat tussen gelovigen en ongelovigen, maar dat de tegenstelling in de mens zelf bestaat en blijft. Die stelling is aantrekkelijk voor christenen om wat ik al genoemd heb: het christelijke geloof erkent het kwade in zich, ook als ze tot de kerk van Christus behoren. Mensen zijn dus niet zwart-wit, maar grijs. Daartegenover stelt Barth dat God radicaal anders is dan de mensen, en het goede alleen verkiest. Dat is ook een stelling die ieder christen gelovig zal erkennen. Maar zijn uitleg wijkt van het algemene geloof af als hij stelt dat er helemaal geen scheiding tussen gelovigen en ongelovigen is (of dat die maar tijdelijk zichtbaar is), dat het maar twee kanten van een penning zijn, en dat hel en hemel door mensen beide bezocht worden.

Voor een tijdje is dat perspectief, wat het grijs goed uit doet komen en niet neigt naar simplificatie in wit of zwart, best aantrekkelijk. Maar wat is er problematisch aan deze gedachten? Juist dat dat aantrekkelijke grijze perspectief het niet lang volhoudt. Wat mist in de theologie van Barth is verlossing: dat we van dat uiteindelijk verschrikkelijke grijs over kunnen gaan naar wit, van bevlekte kleren naar een onbevlekt kleed. De apostel Paulus merkt juist op: "Als we alleen in dit leven op Christus hopen, dan zijn we de ellendigste van alle mensen." (1 Korinthe 15). Wat nog meer mist in deze theologie is het verschrikkelijke van het kwaad: bij het wit steekt alle grijs uiteindelijk als zwart af. Zou iemand nog enig licht kunnen zien in de daden van de duivel die tegen God opstaat? Of, wat erger is, in de daden van een mens die nooit in Christus geheiligd zal worden, en altijd vijand van God zal zijn? Als mensen zijn we als opgesloten in een grot, waarin er maar één lichtende uitweg is: Christus. Wie anders zal ons uit dat donker naar de dag brengen?