Er zijn dingen die de mens die 'denkt om het denken', zoals Aristoteles de filosofie beschrijft, noodzaken te erkennen dat er iets indringenders is dan dat. Rampen doen dat, zoals de ramp in Japan. Het redeneren moet daar stil van worden. Helemaal als men beseft hoe zorgeloos het eigen leven is en doorgaat.
Leibniz' wiskundige 'deze wereld is de beste van alle mogelijke werelden' faalt op zo'n moment. Maar dat maakt de spot van Voltaire nog steeds misplaatst: die lijkt erg lichtzinnig na de ramp van de aardbeving en tsunami in Lissabon. Voltaire's conclusie van de Candide dat 'men de tuin maar moet cultiveren' (geïnterpreteerd: dat wij mensen moeten zorgen dat het op aarde maar enigszins in orde komt) is geen beschrijving hoe we rampen kunnen verwerken.
Wellicht was het standpunt van Voltaire dat we rampen maar gelaten over ons heen moeten laten komen. Als christen geloof ik dat rampen ons meer te zeggen hebben. Maar dan dringt de vraag zich op: Waarom staat God rampen toe?
Een beter antwoord dan dat van Leibniz is dat rampen in de wereld een deel zijn van een menselijke conditie die catastrofisch is geworden. En die verklaring kunnen christenen vinden in het begin van de Bijbel: bij het wegsturen van Adam en Eva uit het paradijs nadat ze beiden Gods gebod overtraden. Aan de menselijke conditie was dit toegevoegd: de mens zou sterven.
Leibniz zelf noemt in zijn voorwoord van de Théodicée een bezwaar hiertegen: die overtreding van Adam en Eva moet toch ook een oorzaak hebben? En als het antwoord is: die oorzaak is de vrije wil van de mens die ook voor het kwade kon kiezen, is het bezwaar: maar waarom gaf God de mens dan een vrije wil? Leibniz formuleert meteen ook bezwaren tegen andere eigenschappen van de menselijke conditie: dat niet alle mensen die van God afgekeerd zijn verlost zijn door het Evangelie, en dat deze menselijke conditie geldt voor ieder mens terwijl men niet persoonlijk schuldig is aan de overtreding van Adam en Eva.
Het probleem is mijns inziens de wiskundige berekenendheid van deze stellingen van Leibniz. Die manier van redeneren is onmogelijk toepasbaar op catastrofes; niet op een ramp in Lissabon, maar ook niet op een catastrofale menselijke conditie. Niet dat er geen redelijke antwoorden zijn op redelijke vragen — maar die redelijke vragen en antwoorden hebben uit zichzelf al een leegte.
Posts tonen met het label wiskunde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wiskunde. Alle posts tonen
zaterdag 12 maart 2011
zaterdag 1 mei 2010
Doelen van kennis
Vorige berichten sprak ik van wat kennis is, daarna over hoe het woord 'kennis' wordt gebruikt, en ten slotte over bronnen van kennis of van gerechtvaardigde overtuigingen. Ten slotte nu over wat over doelen van kennis. Ik schrijf dit vooral om het onderscheid duidelijk te maken tussen wat kennis voor logisch-positivisme betekent: 'savoir pour prévoir pour pouvoir': weten om te voorspellen, om te beheersen / kunnen (Wikipedia over Logisch-positivisme) en wat kennis betekent voor het Christelijke wereldbeeld. Zomaar wat losse gedachten.
In mijn eigen opvatting over de kennisvermogens van de mens maak ik een onderscheid tussen weten van standen van zaken (hoe? wanneer? welke oorzaak?) en het kennis van zijn en van zin (wat?). We kunnen het eerste nog, het tweede vermogen is gehavend of verdwenen. Ons ontbreekt kennis van God -- tot Gods Geest ons zelf bekendmaakt Wie God is, uit Gods Woord. De natuurwetenschap lijkt hoogtij te vieren doordat ons existentiële kennis ontbreekt.
Logica en wiskunde zijn begrensd in zichzelf -- dat bewijst de onvolledigheidsstelling van Gödel. Ook andere wiskundige problemen hebben de indicatie gegeven dat meer dingen onbewijsbaar of relatief (axiomatisch) zijn. Het doel van kennis van de natuur is dus niet om verstand en getal te isoleren: de orde in de schepping is veelvormiger dan dat het in één logisch stelsel te vatten zou zijn, het is meervormig.
De mens is volgens het Christelijke wereldbeeld gemaakt om de Schepper te kennen --- zonder die kennis zijn we los van de diepste betekenis van het bestaan, "ongelukkig, zonder God in de wereld" (Efeze 2:12). Luther schrijft in zijn verklaring van de brief aan de Galaten dat (kennis van) de geschapen werkelijkheid is als middel tot kennis van God:
In mijn eigen opvatting over de kennisvermogens van de mens maak ik een onderscheid tussen weten van standen van zaken (hoe? wanneer? welke oorzaak?) en het kennis van zijn en van zin (wat?). We kunnen het eerste nog, het tweede vermogen is gehavend of verdwenen. Ons ontbreekt kennis van God -- tot Gods Geest ons zelf bekendmaakt Wie God is, uit Gods Woord. De natuurwetenschap lijkt hoogtij te vieren doordat ons existentiële kennis ontbreekt.
Logica en wiskunde zijn begrensd in zichzelf -- dat bewijst de onvolledigheidsstelling van Gödel. Ook andere wiskundige problemen hebben de indicatie gegeven dat meer dingen onbewijsbaar of relatief (axiomatisch) zijn. Het doel van kennis van de natuur is dus niet om verstand en getal te isoleren: de orde in de schepping is veelvormiger dan dat het in één logisch stelsel te vatten zou zijn, het is meervormig.
De mens is volgens het Christelijke wereldbeeld gemaakt om de Schepper te kennen --- zonder die kennis zijn we los van de diepste betekenis van het bestaan, "ongelukkig, zonder God in de wereld" (Efeze 2:12). Luther schrijft in zijn verklaring van de brief aan de Galaten dat (kennis van) de geschapen werkelijkheid is als middel tot kennis van God:
Dit uitwerksel of die vertoning Gods nu is het ganse schepsel. Daarenboven handelt of spreekt God niet met ons van aangezicht tot aangezicht, maar bedekt en achter het schepsel, Zijn gewrocht, vertoning, verborgen, dat is, gelijk Paulus zegt: Wij zien nu God door een spiegel in een duistere rede, maar dan zullen wij Hem zien van aangezicht tot aangezicht (1 Korinthe 13:12). Daarom kunnen wij die spiegels niet ontberen, maar er wordt voorzichtigheid geëist, om God van dat schepsel, of uitwerksel te onderscheiden.
Abonneren op:
Posts (Atom)