Posts tonen met het label Michel Foucault. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Michel Foucault. Alle posts tonen

maandag 21 maart 2011

Kritische maatschappijtheorie

De traditie van Marx, de Duitse filosoof die zulke uitgesproken ideeën had over filosofie en de samenleving, leeft nog steeds. Filosofen die zijn gedachtegoed hebben voortgezet zijn bijvoorbeeld de Frankfurter Schule (Horkheimer, Adorno) en Foucault. Die traditie is gebaseerd op verzet tegen de huidige samenleving, tegen vormen van macht, tegen het uitbuiten van menselijke arbeid (vergelijk Kant: het gebruiken van mensen als middel in plaats van ook als doel), tegen ongelijke verdeling van middelen, en tegen allerlei vormen van cultuur of maatschappij die impliciet een vorm van kwaad in zich hebben.

Deze traditie van filosofie confronteert met de misstanden in de samenleving. Soms denk ik dat achter een kritiek op bepaalde aangewezen denkbeelden in de samenleving diepere behoeften schuilen.

Als voorbeeld noem ik de kritiek op het neoliberalisme, een doortrekken van het idee van de vrije markt naar alle gebieden in de samenleving: het invoeren van competitie op terreinen van bijvoorbeeld educatie en zorg, het terechtkomen van bijvoorbeeld kunst en politiek in doelgerichte strategieën die de eigenlijke betekenis vergeten, en het beschouwen van de capaciteiten van het individu als te besteden middelen ['The Condition of Neoliberalism', Rudi Laermans]. Deze kritiek op de samenleving treft doel: inderdaad mist er iets aan een samenleving die zo functioneert. Mijns inziens zijn er deze diepere behoeften die spelen:
  • behoefte aan waardering van moeizaam verkregen kwaliteit (in plaats van overspoeling daarvan door de markt);
  • behoefte aan vrede (in plaats van noodzakelijke competitie);
  • behoefte aan waarheid en schoonheid (in plaats van slechts winstgerichtheid);
  • behoefte aan waardering van een individu los van zijn kwaliteiten (in plaats van het moeten vechten om de beste te zijn);
  • behoefte aan intermenselijke relaties (in plaats van het globaliserende overal-en-nergens);
  • behoefte aan geluk (in plaats van het ontbreken van de nodige middelen en het moeten opgeven van andere behoeften om te kunnen leven).


Deze diep-menselijke behoeften zijn een uitdrukking van het (soms wanhopige) verlangen naar een samenleving waarin vrede en recht, en dan in de meest uitgesproken zin van die beide woorden, is. Een verlangen naar het koninkrijk van God dus, waar Gods profeten en apostelen al zo lang geleden over hebben gesproken. Maar met begrip voor de dubbele betekenis van het koninkrijk van God: er is een toekomstig koninkrijk van God, maar ook een manifestatie van dat koninkrijk van God nu, onder ons, begonnen met de woorden en daden van Jezus Christus en voort te zetten door wie in Hem gelooft.

woensdag 16 februari 2011

De band door de tijd

Als het over klassieke filosofen gaat, word ik altijd geslingerd tussen twee dimensies: zijn andere mensen verschillend of hetzelfde? Allebei, maar in een verschillend aspect. Er zijn veel verschillen op te noemen, er zijn ook veel overeenkomsten op te noemen. Wat zwaarder weegt is wat wij het zwaarst wegen.

Voor mij weegt overeenkomst het zwaarst. Mensen zijn medemensen. Onder de o zo verschillende filosofische systemen ligt volgens mij, onder de oppervlakte, een werkelijk leven. De waarde van een filosofisch systeem inzien betekent die sporen van leven opzoeken en meebeleven — of tot leven wekken (zie mijn eerdere bericht over Joodse filosofie, en over 'belangrijke filosofen').

Betekent dat dat er geen onware filosofie bestaat, of dat elke filosofische uitspraak geldig is alleen binnen een kader van de tijd, ofwel een 'discours' (zoals de Franse filosoof Foucault (1926-1984) zou zeggen)? Allereerst: zeker bestaat er onware filosofie; volgens definitie natuurlijk altijd binnen het discours — een discours kan niet onwaar zijn, hoogstens kan het zo zijn dat binnen een discours niet genoeg of geen ware uitspraken gedaan kunnen worden, maar dat terzijde. Wat afhankelijkheid van discours betreft: er is inderdaad altijd een mate van afhankelijkheid van discours: datgene wat besproken wordt en dat wat onbesproken blijft. Onze begrippen kunnen met de tijd verfijnder worden, grover worden, of vervangen worden. Maar dat betekent niet dat alle betekenis discontinu is — ik ben er tenminste van overtuigd dat er belangrijke woorden zijn die ik hier schrijf met een realiteitswaarde die continu is, in overeenstemming met eerdere generaties christenen. Ook waarden veranderen met de tijd: in verschillende tijdperken worden verschillende begrippen meer of minder gewaardeerd; maar die verschillende waarderingen kunnen elkaar ook aanvullen in plaats van tegenspreken. Ook discontinuïteit en continuïteit van uitspraken moeten precies onderscheiden worden.

Het voorgaande bevindt zich al binnen een discours: bepaalde begrippen, bepaalde waarde aan begrippen. Maar die begrippen zijn niet allemaal arbitrair, en die waardering is zeker niet imaginair, door de continuïteit van realiteitswaarde die ik al noemde. Waarderingen die volgens mij de eeuwen verduren zijn de waardering van waarheid, de waardering van het goede en rechtvaardige, de waardering van geluk. Los van de ornamenten die de tijd deze begrippen kan geven, bezitten ze mijns inziens een realiteit die niet herleidbaar is naar andere begrippen. Waarheid is niet te herleiden tot wat praktisch werkt, of tot wat onze behoeftes serieus neemt — waarheid is wat echt zo is. Het goede is niet te herleiden tot wat wij werkelijk willen (geluk), hoewel het evenals bij Aristoteles ook in de christelijke filosofie samen op kan gaan. Geluk is niet te herleiden tot waarheid of rechtvaardigheid, hoewel dat noodzakelijke voorwaarden zijn voor geluk.

Bovenstaande is niet pretentieloos, maar heeft ook niet de pretentie om de belangrijkste waarheid, en zeker niet het grootste goed of geluk hier te willen vatten. Meta-filosofie heeft weinig waarde voor mij, tenzij het aan God als oorsprong is verbonden. Daarin waardeer ik de woorden van Augustinus:
Echt geluk is zich in u te verheugen, o God, die de Waarheid bent, u, mijn God, mijn ware Licht, naar wie ik uitzie voor verlossing. Dit is het geluk dat allen zoeken. (Belijdenissen X, §23)