Posts tonen met het label verzoening. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verzoening. Alle posts tonen

dinsdag 16 juli 2024

God is heilig

Naar aanleiding van Leviticus 1-6a stonden we in een vorige bericht stil bij Gods rechtvaardigheid en bij de verzoening die er nodig is voor onze zonden. In de volgende hoofdstukken van Leviticus leren we er nog meer over.

In Leviticus 6b en 7 lezen we hoe de priesters de offers, genoemd in Leviticus 1-6, moeten brengen. Het voelt op het eerste gezicht niet als zo belangrijk, maar daar komen we later op terug. Leviticus 8-10 beschrijft de wijding van Aäron en zijn zonen als priesters. 

Levicus 10 beschrijft een zeer schokkende gebeurtenis. Terwijl Aäron en zijn vier zonen net gewijd zijn tot priester, waarbij zeven dagen lang brandoffers, zondoffers en dankoffers aan God werden gebracht, sterven twee van Aärons zonen, Nadab en Abihu, doordat ze niet precies de voorschriften van God volgen. Ze offeren wierook op het reukofferaltaar met vuur dat niet van het brandofferaltaar afkomstig is, maar elders is aangestoken. Als zij daarmee de tabernakel binnen gaan tot vlak voor het heilige der heiligen, waar het reukofferaltaar stond, gaat er een vuur uit van God en doodt hen.

Waarom? Waarom zou God de goede intentie van de twee zonen van Aäron, die Hem waren toegewijd en Hem offers brachten, afkeuren en hen doden op zo'n ongelukkig moment? Het lijkt wreed in onze ogen. Toch kunnen we er bij nader inzien ook iets anders in zien. Dat is dat de symboliek van het offer van zo grote betekenis is en dat het zozeer buiten ons tot stand komt, door Gods genade alleen, dat elke menselijke variatie en afwijking op dit door God geboden offersymbool allerernstigst is. Een bediening van verzoening waarbij het offer buiten ons ligt kan niet samengaan met een bediening waarin wij zelf wel uitmaken hoe God gediend wordt. Als we kijken naar de symboliek van het reukoffer, dan is de boodschap dat het vuur voor ons bidden (de wierookgeur die opstijgt tot God) niet uit onszelf, maar uit God en uit Gods offer moet komen (het vuur van het brandofferaltaar). Onze gebeden moeten niet uit onze naam maar in Jezus' Naam uitgesproken worden en door Zijn Geest aangestoken. Het gaat bij het Evangelie niet om een goedkoop evangelie (zoals Kierkegaard schrijft), maar om een duur betaald Evangelie: door het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon.

Ook andere wetten in Leviticus 6-7 herinneren ons hieraan. Het brandoffervuur moest heel de nacht en dag blijven branden, het brandoffer moest helemaal in as verteerd worden. Het bloed van het offerdier was allerheiligst en mocht absoluut niet buiten de omheining van de tabernakel komen. Zonder brandend altaar kon de dienst van God wel ophouden - zo belangrijk is het offer, dat door Jezus is gebracht, voor onze godsdienst. Ook het graanoffer wat gebracht werd voor God is allerheiligst, en wat ervan overblijft mag alleen in de voorhof gegeten worden. Nog zo'n wet die de heiligheid van het offer benadrukt: het dankoffer mag alleen gegeten worden door mensen die niet onrein zijn. Mensen die door ziekte of andere oorzaak onrein waren, zoals door het aanraken van een vies of dood dier, mochten het niet eten. Zo is het ook bij onze dank aan God van belang dat we het offer van God (de kruisdood van Jezus Christus) niet vervuilen door ons niet aan Gods andere wetten te houden.

Een kernwoord hier is 'heilig'. God is heilig en Gods offerdienst is heilig, dat wil zeggen totaal anders dan wijzelf kunnen verzinnen en doen, volmaakt in plaats van zondig, perfect in plaats van gebrekkig. God alleen kan vervullen wat wij zijn kwijtgeraakt in onze zonde tegen God. Alleen door het offer van de kruisdood van Jezus Christus kunnen wij God dienen, als we het op onze eigen manier proberen, al is het met de beste bedoelingen, dan zijn we reddeloos verloren.

dinsdag 11 juni 2024

Rechtvaardige straf

De vorige keer schreef ik over de rechtvaardigheid van God. In een vervolg daarop wil ik nadenken over wat een rechtvaardige straf precies is.

Rechtvaardigheid van de straf die God, de hoogste Rechter, oplegt, is misschien nog wel het moeilijkst te begrijpen wat betreft Gods rechtvaardigheid. Voor kleine overtredingen krijgen we in Nederland een boete of een waarschuwing. Voor de grootste overtredingen krijg je 'levenslang', wat ook niet letterlijk levenslang betekent. De doodstraf is afgeschaft, wellicht om altijd de mogelijkheid van levensbetering te geven. 

Gods oordeel veroordeelt tot de eeuwige pijn. Dat betekent dat levensbetering niet meer mogelijk is. Het is onmogelijk, als je het offer van Christus afwijst en vijandig tegenover God blijft staan, om nog tot inkeer te komen. Is die straf wel rechtvaardig? 

Wanneer is een straf rechtvaardig? In 'Schuld en boete' (Dostojevski) vermoordt de hoofdpersoon een oude vrouw en steelt haar geld. Deze daad verdedigt hij met een beroep op zijn armoede. Echter, zijn geweten gaat steeds sterker spreken en kwelt hem uiteindelijk zo dat hij niet meer verder kan leven. Hij geeft zichzelf aan en gaat vrijwillig in ballingschap naar Siberië.

Vooral deze gekweldheid van een schuldig geweten komt naar voren in 'Schuld en boete'. Maar wat is de rechtvaardige straf voor een moord? Is dat wel die ballingschap naar Siberië? Is het niet eerlijker om je eigen leven te geven? Dat klinkt eerlijk. Maar is het voldoende? Als je een leven neemt, herstel je het verdriet en de pijn door zelf gedood te worden? Natuurlijk niet. Herstel is zelfs onmogelijk. Totdat degene uit de dood zal opstaan is het verdriet en de pijn er, en ook dan is het onrecht en de schuld van het nemen van iemands leven niet vergoed.

Misschien zeg je: maar moord is ook extreem. Maar wat is dan de rechtvaardige straf voor haat? Is het om zelf gehaat te worden? Kun je kwaad met kwaad vergoeden? Natuurlijk niet. Kan haat door berouw en door daden van liefde vergoed worden? Nee, het moet nog steeds vergeven worden.

Straf en boete vergoedt dus nooit wat er aan kwaad is gedaan. In het geval van diefstal of roof kun je makkelijk de financiële schade vergoeden, maar niet het kwade motief achter die diefstal of roof, niet de verkeerde beslissing om te nemen wat van een ander is.

Straf en boete is dus geen volledige vergoeding. Het kan andere doelen dienen, zoals dat degene die straf ontvangt leert hoe erg het is wat hij gedaan heeft door de pijn van de straf. Het heeft dan een leerdoel. Het kan ook gezien worden als afgedwongen respect voor wat vernield is. Het heeft dan een symbolisch doel (een gedachte die ik professor Arnold Burms in Leuven heb horen uitleggen). 

Maar of je straf nu als leerdoel of als symbolisch ziet, het is goed om te bedenken dat er dan geen absolute maatstaf is van wat een rechtvaardige straf is. Hoe weet je namelijk dat iemand echt geleerd heeft van de straf? Dat is niet te meten, tenzij we iemand door en door kennen, en dat kunnen wij mensen niet. En hoe weet je of de straf voldoende symbolische waarde heeft? Dat is subjectief: voor het ene slachtoffer is een kleine straf genoeg als symbolisch herstel, voor een ander is geen enkele straf voldoende tot herstel. Er is dus geen absolute maatstaf.

We moeten concluderen:
  1. Wij mensen weten niet hoe we het kwaad moeten herstellen. Er is vanuit ons mensen geen sluitende oplossing voor. Straf is onderdeel van recht, maar niet toereikend voor herstel. Berouw en vergeving opent de weg naar herstel, maar de weg naar vergeving moet ook geopend worden.
  2. Er is geen absolute maatstaf van wat een rechtvaardige straf is.
Daarom is het nodig dat wij mensen omhoog zien naar de Rechter van hemel en aarde om van onze zonden verlost te worden. En God heeft ons laten zien hoe we gered kunnen worden, en hoe hoog de prijs van het kwaad is, door Zelf naar deze aarde te komen en voor onze zonden te sterven. Hij heeft ons ook gewaarschuwd voor dat het kwaad uiteindelijk uitloopt op de eeuwige pijn, als we deze verlossing niet aannemen. Jezus zegt (Markus 10:45):
"Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven als losprijs voor velen."

woensdag 5 juni 2024

God is rechtvaardig - wat betekent dat?

Wat betekent het eigenlijk dat God rechtvaardig is?

Wij hebben allemaal een innerlijk rechtvaardigheidsgevoel. Dat laat ons voelen of iets eerlijk is of oneerlijk. Je kunt het ook het 'geweten' noemen. Toch is dat rechtvaardigheidsgevoel niet feilloos. Je kunt er tegenin gaan en het 'onderdrukken', zelfs 'toeschroeien' (1 Tim. 4), en het raakt ook beïnvloed door de cultuur en opvattingen om ons heen. Daarom voelen we sommige dingen veel sterker aan dan andere dingen - bijvoorbeeld gelijke behandeling is voor ons westerse mensen heel belangrijk, maar in oosterse landen is iemands eer veel belangrijker. Het kan ook zomaar zijn dat ons rechtvaardigheidsgevoel tegen Gods wetten ingaat. We kunnen bijvoorbeeld gelijke behandeling allerbelangrijkst vinden en de rest van Gods wet maar onzin vinden. We kunnen ook veel toleranter worden en ons rechtvaardigheidsgevoel beperken door meer toegeeflijkheid en door genadiger te zijn: ook al is iets niet helemaal rechtvaardig, als iemand het goed bedoelt, wie zijn wij dan om er iets van te vinden, en niemand is perfect, toch? Wie zijn wij om anderen te oordelen als we zelf ontdekken dat we niet volgens die standaard kunnen leven?

Dat we als mensen niet veroordelen is heel bijbels: Jezus gebiedt het ons. We mogen en moeten het eindoordeel aan God overgeven. Maar we moeten ook luisteren naar de stem van ons geweten en anderen waarschuwen voor Gods oordeel. 

Gods oordeel wordt niet in dit leven aan ons voltrokken. Goede en slechte mensen leven samen, en God laat de zon over beiden opgaan. Er zal een laatste oordeel van alle mensen zijn - levenden en doden - waar heel duidelijk zal zijn wat rechtvaardigheid is. Jezus heeft dit uitgelegd door een gelijkenis: tarwe en onkruid groeien samen op tot de oogst. Het onkruid wordt dan verbrand, het tarwe in de schuur gebracht. Het onkruid wordt er niet eerder uitgehaald omdat dan misschien het tarwe er ook uitgetrokken wordt (Mattheüs 13:24-30). De apostel Petrus zegt het zo: God is geduldig over ons, zodat iedereen tot kennis van de waarheid kan komen (2 Petrus 3).

Kunnen we tot dat moment niet zeker weten wat Gods rechtvaardigheid is? Jawel! God heeft ons dat in Zijn Woord, de Bijbel, bekend gemaakt. We zien het terug in de wet van God die benoemt wat goed en kwaad is: de tien geboden (Exodus 20) en andere leefregels uit Gods Woord. We zien het nog meer terug in de eredienst van God die Hij zelf heeft ingesteld. Daarin werden offers gebracht tot "verzoening" van God. Het woord "verzoening" (bijv. Lev. 1:4) geeft aan dat wij tegenover God niet neutraal staan, maar schuldig - zonder schuld is er geen verzoening nodig!

In Leviticus 1-6 kunnen we lezen hoe God het volk Israël gebiedt offers te brengen. De offerdienst was een beeld van de hemel - niet een beeld van de hemel zelf waar God woont, maar een beeld over Wie God is en hoe wij verlost kunnen worden (zie ook brief aan de Hebreeën 9:23-24). We leren van deze voorbeelden het volgende (zie ook de brief aan de Hebreeën).

Als eerste leren we dat verzoening buiten ons ligt. Compensatie door onze eigen daden om het "goed te maken" is niet genoeg, anders was het niet nodig dat een offerdier voor ons stierf. Berouw over onze zonden is niet genoeg - het is zeker nodig maar niet genoeg. Ook het vragen van vergeving is niet genoeg. Wij kunnen het niet goedmaken - iets is er nodig voor ons in de plaats. Het offer was een losprijs - zo heeft Jezus ons en alle zondige mensen vrijgekocht door het enige perfecte offer. Het offerdier stierf in onze plaats en droeg onze schuld - zo droeg Jezus al onze schuld. Degene die offerde moest zijn hand op het offerdier leggen om zo als het ware de schuld over te dragen.

De verhouding tussen een zondig mens en God is dus niet zoals bij een ongehoorzaam kind en zijn vader - daar is berouw wel genoeg. De verschillen zijn:

  • De zonde is veel verwoestender dan iets wat door een kind kapot wordt gemaakt of een regel die wordt overtreden. Gods geboden gaan over goed en kwaad, niet over het overtreden van bijvoorbeeld ouderlijke regels. Zulke ouderlijke regels zijn goed, maar ze zijn ook een beetje arbitrair en van omstandigheden afgeleid.
  • God heeft nog veel meer recht op mijn gehoorzaamheid dan een vader recht heeft op gehoorzaamheid van zijn kind. God bezit alles, een vader heeft alleen wat hij van God ontvangen heeft.
Als tweede kunnen we opmerken dat het bloed van dieren kan de zonde nooit voor altijd kon wegnemen. Er waren telkens nieuwe offers nodig. Zo was het niet met het offer van Jezus voor onze zonden: Hij gaf Zich als Gods Zoon, en er was maar één offer nodig voor ons allemaal.

Ten derde: het offerdier moest perfect zijn, zonder enig gebrek. Zo was alleen Jezus zonder zonde, dus alleen Hij kon de vervulling van alle offers zijn. Geen ander mens, hoe religieus ook, kan voor ons instaan, want niemand anders is zonder zonde.

Ten vierde: het gaat niet alleen om grote zonden, maar om elke zonde, tegen welk gebod van God ook. Bij de wetten voor het zondoffer staat "overtreding van enig gebod van de HEERE" (Lev. 4:2). Het gaat niet alleen om opzettelijke zonden, maar ook om zonden die we doen zonder dat we het weten, en waarbij we toch schuldig zijn. Voor "onopzettelijke overtreding" (Lev. 4:2) en voor zonden die "verborgen zijn gebleven" en later pas bekend worden (Lev. 4:13) is het zondoffer nodig. Ook ondoordacht zweren vereist een schuldoffer dat voor ons sterft (Lev. 5:4). Het gaat zelfs niet alleen om zonden die vanuit onszelf voortkomen, maar ook om zonden die hun bron in anderen hebben en waaraan wij deel krijgen, bijvoorbeeld als iemand God vervloekt en wij zwijgen (Lev. 5:1).

Ten vijfde, het gaat zelfs niet alleen om overtredingen van Gods goede geboden. Het offer is ook nodig voor waar we in tekortschieten omdat we het niet genoeg doen of niet oprecht - "zonden van nalatigheid" zou je ze kunnen noemen. Het offer is zelfs nodig wanneer we God op het oprechtst het allermeest willen dienen! Het is opvallend dat de offerwetten beginnen met het brandoffer, wat een vrijwillig offer is die uitdrukking geeft aan de toewijding van ons aan God. Blijkbaar kunnen we zelf niet volmaakt toegewijd zijn aan God en is daar zelfs voor nodig dat een offerdier sterft als teken van onze schuld! Het tweede offer dat genoemd wordt is het vrijwillige dankoffer. Ook daarbij moest degene die de dank aan God bracht zijn hand op het offerdier leggen dat in plaats van hem stierf. Ook wat dankbaarheid naar God betreft schieten we hopeloos tekort en hebben we maar een klein besef van dank en van wat God aan ons elke dag weer geeft. En dat tekortschieten van onze dank en toewijding geldt het meest als het gaat om de verlossing door Zijn Zoon, die God heeft overgegeven voor onze zonden. Jezus heeft het volmaakte brandoffer en dankoffer van liefde tot God en tot Zijn naaste gegeven in onze plaats.

Samenvattend: God heeft ons dus vanaf het begin van de wereldgeschiedenis laten zien dat wij zondig zijn en het goede niet zoeken, dat wij de verlossing van onze zonden buiten onszelf moeten zoeken, dat ons berouw ons nooit voor altijd kan reinigen, dat niets voor ons kan instaan dan een perfect offer, wat wij door onze goede bedoelingen zelf nooit kunnen geven, dat niet alleen onze grote zonden vergeving nodig hebben, maar ook degenen die we per ongeluk deden, en dat zelfs onze beste bedoelingen en zelfs onze dank aan God zover van rechtvaardigheid af staan dat er een bloedig offer voor nodig is om ze te verzoenen. Gods rechtvaardigheid is dat Hij als Rechter van hemel en aarde blijft instaan voor wat goed en recht en eerlijk is. Als Rechter van hemel en aarde houdt Hij ons voor dat we hopeloos verloren zijn als Zijn eindoordeel moet komen en redding nodig hebben. Dat is Gods rechtvaardigheid: Hij houdt de schuldige niet voor onschuldig, al wil Hij onze zonde en al onze ongerechtigheid vergeven (Exodus 34:7). Daarom was het offer van Jezus voor onze zonden nodig om ons voor altijd te reinigen van onze zonde en ons in ons geweten voor altijd vrij te spreken.

donderdag 6 april 2023

Waarom moest God mens worden?

Tien jaar geleden, op Goede Vrijdag, schreef ik over het lijden en sterven van Jezus. Vandaag wil ik opnieuw stilstaan bij de vraag waarom Jezus, Gods Zoon, mens werd en moest lijden en sterven. Waarom zou de eeuwige God mens worden? En waarom moest Gods Zoon als mens vernedering ondergaan en zelfs sterven? Kon God niet een ander middel gebruiken, omdat Hij almachtig is? Als je erbij stilstaat is het inderdaad verbijsterend dat Gods Zoon de menselijke natuur heeft aangenomen en voor ons is gestorven. Maar waarom geloven we het dan toch?

De Bijbel geeft heel duidelijke aanwijzingen voor waarom Jezus, Gods Zoon, mens werd en stierf aan het kruis. Allereerst heeft Jezus, Gods Zoon, plaatsvervangend geleden voor onze zonden. Met Zijn offer nam Hij de openstaande schuld weg en reinigt Hij ons geweten. Niets kan ons geweten voor altijd reinigen van onze zonden en van de herinneringen aan onze zonden, dan het ene offer van Gods Zoon dat Hij Zelf wilde geven voor onze zonden. Het geeft ons de volle zekerheid van het geloof dat we verlost zijn van onze zonden. (Hebr. 1:1, 9:14, 10:22, Matt. 1:21, 3:15, 20:28)

Niet alleen bevrijdt Hij ons van de schuld, ook maakt Hij ons gebrekkige leven uit het geloof, dat nog steeds met zondige gedachten gepaard gaat, voor God goed. Niemand van de heiligen is zelfs na geloof in dit leven heilig in eigen gedachten en werken - dat weten we allemaal als we eerlijk zijn. Zijn heilige leven, Zijn onschuld staat voor Gods ogen als Hij naar ons kijkt die door Hem zijn verlost. Daarom alleen worden we heiligen genoemd: door het heilige leven van Jezus voor God. De wet heeft nog nooit iemand tot volmaaktheid gebracht. Het lijden en sterven van Jezus Christus, onze Heere, voor onze zonden, brengt ons nader tot God omdat het een betere hoop op God geeft. (Hebr. 5:7-9, 7:19, 10:1-4, 13:21)

Ook heeft Jezus door Zijn dood degene overwonnen die ons inde greep van het oordeel van de dood hield, de duivel. Hij bevrijdde ons van de aanspraak die de duivel op ons kon maken doordat we de duivel geloofden en niet God, en de wil van de duivel deden in plaats van Gods wil. (Hebr. 2:14)

Door mens te worden gaf Jezus, Gods Zoon, het perfecte voorbeeld voor hoe wij moeten leven en hoe wij door veel lijden in Gods Koninkrijk zullen komen. Geen enkel mens, geen enkele profeet was zonder zonden. We weten dat uit ons eigen leven wel dat we onszelf heel mooi voor kunnen doen maar altijd zondig blijven in ons hart, nog afgezien van dat we door onze daden in zonden kunnen vallen. Mozes werd woedend en overtrad Gods gebod. David pleegde overspel en moord. Elia werd moedeloos en wilde liever sterven. Maar Jezus heeft geen enkele zonde begaan, want Hij was Gods Zoon en was gehoorzaam aan Zijn Vader. Zijn leven elke dag te bestuderen geeft ons kracht. Hij is de Leidsman en Voleinder van het geloof. (Hebr. 1:10, 12:2, Matt. 5:10-12, 17:5, 23:7)

De Heere Jezus is ons voorgegaan naar Zijn Vader in de hemel. Hij heeft de weg gebaand voor ons. Wij zijn in Gods Koninkrijk welkom, omdat we door Hem gekocht zijn en Hij voor ons instaat. (Hebr. 6:19-20, 10:20)

Jezus Christus wil als God en tegelijk mens voor ons als bemiddelaar voor God zijn. Hij staat tussen de zondige mens en de heilige God in als de enige heilige Mens die ooit op aarde leefde. Wij weten dat Hij ons kent. Hij reinigt onze gebeden als die zwak zijn of met verkeerde, egoïstische of hoogmoedige gedachten bevlekt zijn. Hij bidt voor ons dat ons geloof niet ophoudt in verzoekingen. Hij bad voor Petrus toen die Hem verloochende. (Hebr. 7:22, 7:25, 9:15)

Door Jezus' leven kunnen we de genade en barmhartigheid van God duidelijker zien dan ooit tevoren. Dat is beiden in Zijn daden en in Zijn prediking. We zien hoe Hij melaatsen aanraakte en genas, hoe Hij bij zondaars at en ze zich bekeerden. We zien hoe Hij blinden het gezicht gaf (en wij die blind zijn voor God, het gezicht geeft op God). We zien hoe Hij doden levend maakte (en hoe dood zijn wij, totdat Gods Geest ons levend maakt om Hem te dienen). We zien hoe Hij onze zwakheid kent en weet, en wil vergeven. Hij is gekomen als de Goede Herder die zijn verloren schapen opzoekt. (Hebr. 2:17, 3:1, 4:14-16, 13:20, Matt. 8:17, 13:37, 28:19)

Deze verlossing was door God al vanaf het begin van de wereld bekendgemaakt aan de heiligen voordat Jezus geboren werd. Jezus kwam om alle beloften van God te vervullen. Hij is de Gezalfde, de Koning van de vrede, die een eeuwig Koninkrijk van vrede zal brengen. Hij is de vervulling van de belofte van eeuwig leven door Zijn opstanding uit de dood. Hij vervult op een betere manier de bloedoffers die aan God gebracht moesten worden als een symbool van het hemelse. (Hebr. 8:5, 9:23, Matt. 2:15, 2:23, 8:17, 13:17 enz.)

Laten we oppassen dat we niet doen alsof we dit niet begrijpen. Laten we deze grote verlossing van God niet voorbij laten gaan! We worden daarvoor gewaarschuwd (Hebr. 2):
"Want als het woord dat door engelen gesproken werd, al bindend was en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontving, hoe zullen wij dan ontvluchten, als wij zo'n grote zaligheid veronachtzamen, die in het begin door de Heere is verkondigd, en die aan ons is bevestigd door hen die Hem gehoord hebben? God heeft er bovendien mede getuigenis aan gegeven door tekenen, wonderen en allerlei krachten, en gaven van de Heilige Geest, overeenkomstig Zijn wil."
Laten we ons hart niet verharden voor dit evangelie (Hebr. 3):
"Daarom, zoals de Heilige Geest zegt: Heden, indien u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet, zoals bij de verbittering, op de dag van de verzoeking in de woestijn. Daar hebben uw vaderen Mij verzocht; zij hebben Mij op de proef gesteld en Mijn werken gezien, veertig jaar lang. Daarom ben Ik toornig geworden op dat geslacht en heb gesproken: Altijd dwalen zij met hun hart, en zij hebben Mijn wegen niet gekend. Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: Mijn rust zullen zij niet binnengaan!
Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God."

Laten we daarom met Pasen geloven in Zijn verlossing en God daarvoor loven!

Als we de Bijbel lezen zien we dus heel veel verschillende redenen voor de menswording van Gods Zoon. Waarom werd God mens? Anselmus van Canterbury (1033-1109) schreef een boek met die titel. Zijn antwoord was: Gods ontnomen eer moest door het offer van Christus betaald worden, zodat aan Gods rechtvaardigheid voldaan werd. Er zijn zoals ik hierboven heb aangetoond hiernaast nog veel meer redenen aan te dragen vanuit de Bijbel. Met al deze redenen wordt onze verwondering voor Gods genade niet kleiner, maar groter, en mogen we God een lofoffer brengen door er tijdens dit Paasfeest over te spreken.