Posts tonen met het label geweten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geweten. Alle posts tonen

woensdag 5 juni 2024

God is rechtvaardig - wat betekent dat?

Wat betekent het eigenlijk dat God rechtvaardig is?

Wij hebben allemaal een innerlijk rechtvaardigheidsgevoel. Dat laat ons voelen of iets eerlijk is of oneerlijk. Je kunt het ook het 'geweten' noemen. Toch is dat rechtvaardigheidsgevoel niet feilloos. Je kunt er tegenin gaan en het 'onderdrukken', zelfs 'toeschroeien' (1 Tim. 4), en het raakt ook beïnvloed door de cultuur en opvattingen om ons heen. Daarom voelen we sommige dingen veel sterker aan dan andere dingen - bijvoorbeeld gelijke behandeling is voor ons westerse mensen heel belangrijk, maar in oosterse landen is iemands eer veel belangrijker. Het kan ook zomaar zijn dat ons rechtvaardigheidsgevoel tegen Gods wetten ingaat. We kunnen bijvoorbeeld gelijke behandeling allerbelangrijkst vinden en de rest van Gods wet maar onzin vinden. We kunnen ook veel toleranter worden en ons rechtvaardigheidsgevoel beperken door meer toegeeflijkheid en door genadiger te zijn: ook al is iets niet helemaal rechtvaardig, als iemand het goed bedoelt, wie zijn wij dan om er iets van te vinden, en niemand is perfect, toch? Wie zijn wij om anderen te oordelen als we zelf ontdekken dat we niet volgens die standaard kunnen leven?

Dat we als mensen niet veroordelen is heel bijbels: Jezus gebiedt het ons. We mogen en moeten het eindoordeel aan God overgeven. Maar we moeten ook luisteren naar de stem van ons geweten en anderen waarschuwen voor Gods oordeel. 

Gods oordeel wordt niet in dit leven aan ons voltrokken. Goede en slechte mensen leven samen, en God laat de zon over beiden opgaan. Er zal een laatste oordeel van alle mensen zijn - levenden en doden - waar heel duidelijk zal zijn wat rechtvaardigheid is. Jezus heeft dit uitgelegd door een gelijkenis: tarwe en onkruid groeien samen op tot de oogst. Het onkruid wordt dan verbrand, het tarwe in de schuur gebracht. Het onkruid wordt er niet eerder uitgehaald omdat dan misschien het tarwe er ook uitgetrokken wordt (Mattheüs 13:24-30). De apostel Petrus zegt het zo: God is geduldig over ons, zodat iedereen tot kennis van de waarheid kan komen (2 Petrus 3).

Kunnen we tot dat moment niet zeker weten wat Gods rechtvaardigheid is? Jawel! God heeft ons dat in Zijn Woord, de Bijbel, bekend gemaakt. We zien het terug in de wet van God die benoemt wat goed en kwaad is: de tien geboden (Exodus 20) en andere leefregels uit Gods Woord. We zien het nog meer terug in de eredienst van God die Hij zelf heeft ingesteld. Daarin werden offers gebracht tot "verzoening" van God. Het woord "verzoening" (bijv. Lev. 1:4) geeft aan dat wij tegenover God niet neutraal staan, maar schuldig - zonder schuld is er geen verzoening nodig!

In Leviticus 1-6 kunnen we lezen hoe God het volk Israël gebiedt offers te brengen. De offerdienst was een beeld van de hemel - niet een beeld van de hemel zelf waar God woont, maar een beeld over Wie God is en hoe wij verlost kunnen worden (zie ook brief aan de Hebreeën 9:23-24). We leren van deze voorbeelden het volgende (zie ook de brief aan de Hebreeën).

Als eerste leren we dat verzoening buiten ons ligt. Compensatie door onze eigen daden om het "goed te maken" is niet genoeg, anders was het niet nodig dat een offerdier voor ons stierf. Berouw over onze zonden is niet genoeg - het is zeker nodig maar niet genoeg. Ook het vragen van vergeving is niet genoeg. Wij kunnen het niet goedmaken - iets is er nodig voor ons in de plaats. Het offer was een losprijs - zo heeft Jezus ons en alle zondige mensen vrijgekocht door het enige perfecte offer. Het offerdier stierf in onze plaats en droeg onze schuld - zo droeg Jezus al onze schuld. Degene die offerde moest zijn hand op het offerdier leggen om zo als het ware de schuld over te dragen.

De verhouding tussen een zondig mens en God is dus niet zoals bij een ongehoorzaam kind en zijn vader - daar is berouw wel genoeg. De verschillen zijn:

  • De zonde is veel verwoestender dan iets wat door een kind kapot wordt gemaakt of een regel die wordt overtreden. Gods geboden gaan over goed en kwaad, niet over het overtreden van bijvoorbeeld ouderlijke regels. Zulke ouderlijke regels zijn goed, maar ze zijn ook een beetje arbitrair en van omstandigheden afgeleid.
  • God heeft nog veel meer recht op mijn gehoorzaamheid dan een vader recht heeft op gehoorzaamheid van zijn kind. God bezit alles, een vader heeft alleen wat hij van God ontvangen heeft.
Als tweede kunnen we opmerken dat het bloed van dieren kan de zonde nooit voor altijd kon wegnemen. Er waren telkens nieuwe offers nodig. Zo was het niet met het offer van Jezus voor onze zonden: Hij gaf Zich als Gods Zoon, en er was maar één offer nodig voor ons allemaal.

Ten derde: het offerdier moest perfect zijn, zonder enig gebrek. Zo was alleen Jezus zonder zonde, dus alleen Hij kon de vervulling van alle offers zijn. Geen ander mens, hoe religieus ook, kan voor ons instaan, want niemand anders is zonder zonde.

Ten vierde: het gaat niet alleen om grote zonden, maar om elke zonde, tegen welk gebod van God ook. Bij de wetten voor het zondoffer staat "overtreding van enig gebod van de HEERE" (Lev. 4:2). Het gaat niet alleen om opzettelijke zonden, maar ook om zonden die we doen zonder dat we het weten, en waarbij we toch schuldig zijn. Voor "onopzettelijke overtreding" (Lev. 4:2) en voor zonden die "verborgen zijn gebleven" en later pas bekend worden (Lev. 4:13) is het zondoffer nodig. Ook ondoordacht zweren vereist een schuldoffer dat voor ons sterft (Lev. 5:4). Het gaat zelfs niet alleen om zonden die vanuit onszelf voortkomen, maar ook om zonden die hun bron in anderen hebben en waaraan wij deel krijgen, bijvoorbeeld als iemand God vervloekt en wij zwijgen (Lev. 5:1).

Ten vijfde, het gaat zelfs niet alleen om overtredingen van Gods goede geboden. Het offer is ook nodig voor waar we in tekortschieten omdat we het niet genoeg doen of niet oprecht - "zonden van nalatigheid" zou je ze kunnen noemen. Het offer is zelfs nodig wanneer we God op het oprechtst het allermeest willen dienen! Het is opvallend dat de offerwetten beginnen met het brandoffer, wat een vrijwillig offer is die uitdrukking geeft aan de toewijding van ons aan God. Blijkbaar kunnen we zelf niet volmaakt toegewijd zijn aan God en is daar zelfs voor nodig dat een offerdier sterft als teken van onze schuld! Het tweede offer dat genoemd wordt is het vrijwillige dankoffer. Ook daarbij moest degene die de dank aan God bracht zijn hand op het offerdier leggen dat in plaats van hem stierf. Ook wat dankbaarheid naar God betreft schieten we hopeloos tekort en hebben we maar een klein besef van dank en van wat God aan ons elke dag weer geeft. En dat tekortschieten van onze dank en toewijding geldt het meest als het gaat om de verlossing door Zijn Zoon, die God heeft overgegeven voor onze zonden. Jezus heeft het volmaakte brandoffer en dankoffer van liefde tot God en tot Zijn naaste gegeven in onze plaats.

Samenvattend: God heeft ons dus vanaf het begin van de wereldgeschiedenis laten zien dat wij zondig zijn en het goede niet zoeken, dat wij de verlossing van onze zonden buiten onszelf moeten zoeken, dat ons berouw ons nooit voor altijd kan reinigen, dat niets voor ons kan instaan dan een perfect offer, wat wij door onze goede bedoelingen zelf nooit kunnen geven, dat niet alleen onze grote zonden vergeving nodig hebben, maar ook degenen die we per ongeluk deden, en dat zelfs onze beste bedoelingen en zelfs onze dank aan God zover van rechtvaardigheid af staan dat er een bloedig offer voor nodig is om ze te verzoenen. Gods rechtvaardigheid is dat Hij als Rechter van hemel en aarde blijft instaan voor wat goed en recht en eerlijk is. Als Rechter van hemel en aarde houdt Hij ons voor dat we hopeloos verloren zijn als Zijn eindoordeel moet komen en redding nodig hebben. Dat is Gods rechtvaardigheid: Hij houdt de schuldige niet voor onschuldig, al wil Hij onze zonde en al onze ongerechtigheid vergeven (Exodus 34:7). Daarom was het offer van Jezus voor onze zonden nodig om ons voor altijd te reinigen van onze zonde en ons in ons geweten voor altijd vrij te spreken.

woensdag 17 oktober 2012

Evolutie of schepping

De wereldbeschouwing van het christendom wordt soms maar nauwelijks geaccepteerd. Daarom hier een vergelijking tussen de waarheid van het christendom en de theorieën van de evolutionist, die namelijk ook niet mis zijn. Ik bedoel dit overigens niet ter verdediging van christelijke standpunten (alsof die even slecht zouden zijn als de standpunten van het evolutionisme), maar om te laten zien dat het christelijke standpunt veel beter is dan het standpunt wat uit de evolutietheorie komt. Hopelijk heb ik de evolutietheorie consistent toegepast.

1. Doel

Het christelijke geloof: De natuur is gemaakt door God en gemaakt om goed te zijn.
Het evolutionisme: De natuur heeft geen hoger doel. Geen enkele wereldbeschouwing voegt daarom iets wezenlijks toe.

2. Man en vrouw

Het christelijke geloof: Man en vrouw zijn twee verschillende scheppingen van God. De vrouw is gemaakt om de man aan te vullen.
Het evolutionisme: Man en vrouw zijn twee rollen in de voortplanting, allebei in een aspect daarvan gespecialiseerd. Een vrouw is door de evolutie ervoor bedoeld om kinderen te baren.

3. Homoseksualiteit

Het christelijke geloof: Homoseksualiteit is een gevolg van het kwaad van de zondeval van de mens, het is niet Gods oorspronkelijke bedoeling.
Het evolutionisme: Homoseksualiteit is een variant die niet binnen het normale evolutiepatroon past. Voor de evolutie is ze schadelijk.

4. Ethiek

Het christelijke geloof: We moeten handelen volgens het principe dat we God liefhebben boven alles en onze medemens als onszelf.
Het evolutionisme: We hoeven nergens naar te handelen.

5. Doodstraf

Het christelijke geloof: We mogen elkaar niet doden. Echter, de wetten van God aan Israël bevatten ook de doodstraf door de overheid.
Het evolutionisme: Elkaar doden kan goed zijn als de beste overblijft.

6. Menselijk lijden

Het christelijke geloof: Het lijden van mensen is wezenlijk, en een gevolg van de zondeval, bedoeld om mensen terug te brengen tot God.
Het evolutionisme: Lijden is niet wezenlijk en heeft geen nut. Het is gewoon een natuurlijk proces zonder enige diepere betekenis.

7. Rechtvaardigheid

Het christelijke geloof: God is rechtvaardig en zal het kwade straffen.
Het evolutionisme: Er is geen rechtvaardigheid, tenzij dat toevallig is ontstaan door natuurlijke processen van zelfbehoud.

8. Vriendschap en liefde

Het christelijke geloof: Echte vriendschap en liefde is iets wezenlijks.
Het evolutionisme: Elke vriendschap en liefde is maar een natuurlijk proces, zonder diepere betekenis.

Volgens mij spreken de christelijke standpunten van veel meer liefde voor elkaar en voor de natuur dan de evolutionistische. (Maar ja, voor evolutionisme is liefde maar een kale emotie.) En volgens mij doen de christelijke standpunten veel meer recht aan de betekenissen van dit leven dan de evolutionistische. (Maar ja, voor evolutionisme bestaat er geen vaste betekenis.) De christen weet méér door de openbaring van God door Zijn Evangelie van Christus, anders was godsdienst in haar aard even leeg als evolutionisme. En daarom is er niet alleen kennis van God maar ook hoop op verlossing en terugkeer tot God die ons heeft gemaakt:
"Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. (...) Hij nu Die ons hiervoor heeft toegerust, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft." (tweede brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Korinthe, 5:1-5).

donderdag 30 augustus 2012

Perfectie en geluk

Hoe perfect bent u eigenlijk?

Op perfectietest.nl heb ik een test ontwikkeld die een overzicht van Gods geboden geeft en test hoe goed je erop scoort. Op de site zelf staat al een verantwoording, maar hier nog wat uitgebreider hoe ik te werk ben gegaan:
  1. Ik ben begonnen bij de samenvatting van Jezus van de wet in het evangelie van Mattheüs, 22:35-40: "... een wetgeleerde, vroeg om Hem te verzoeken: Meester, wat is het grote gebod in de wet? Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten."
  2. Daaronder heb ik de eerste vier en de laatste zes van de tien geboden gezet, die de basis vormen voor de hele wet in Exodus, Leviticus en Deuteronomium.
  3. Daarna heb ik in Leviticus 19 en wat andere hoofdstukken van Leviticus wat verdere uitwerkingen van deze wetten gevonden. Het bijbelboek Deuteronomium voegt daar niet echt wat aan toe, het is meer een uitgebreide herhaling van deze wet.
  4. Verder heb ik in het evangelie van Mattheüs, hoofdstuk 5, gelezen hoe Jezus uitlegt hoe de wet bedoeld wordt.
  5. Verder heb ik een aantal specifieke testvragen toegevoegd zoals: "Rijdt u wel eens te hard?" die natuurlijk niet in de Bijbel te vinden zijn, maar wel horen bij het gebod dat we onszelf en anderen niet in gevaar mogen brengen, een wetregel die bij het gebod "U zult niet doden" te plaatsen is.

Is dat een subjectieve selectie? Veel mensen ergeren zich in de wetboeken (zoals Leviticus en Deuteronomium) aan de strenge straffen die God aan Zijn staat Israël gebiedt te hanteren. Zoals: de doodstraf voor het dienen van andere goden, de doodstraf voor onverbeterlijke ongehoorzaamheid aan ouders, de doodstraf voor overspel, het afhakken van een hand voor diefstal. Die straffen waren ingesteld voor de staat Israël, en laten niet de bedoeling maar de praktische uitvoering van de wet in Israël zien. Daarom is het niet raar dat de straffen zoals in de staat Israël niet toepasbaar zijn bij een staat die niet speciaal door God is opgericht, zoals Nederland.

Anderen ergeren zich aan regelgeving die niet in hun wereldbeeld past zoals de regel dat een man die een vrouw verkracht heeft met haar moet trouwen en een bruidsschat moet betalen, of de regel dat de niet-opzettelijke dood van een niet-Joodse slaaf of slavin minder streng bestraft wordt dan de niet-opzettelijke dood van een Joodse man of vrouw. Die regels horen ook bij de praktische uitvoering. Als deze regels niet bij ons wereldbeeld passen, en we daarom de bijbelse ethiek verachten, zijn we nogal intolerant. De ethiek voor het omgaan met slaven en seksualiteit is echter al heel duidelijk uit de rest van de wet: de Bijbel zegt nog steeds: "Zorg goed voor je knecht" (bijv. geef hem op de sabbat vrij) en "Ga je niet te buiten en wees trouw aan je echtgenoot".

Perfectietest.nl bewijst dat de bedoeling van de wet zoals die aan Israël werd gegeven nog springlevend is. Is het raar om bewondering te hebben voor de wet van Israël als die nog heel actueel is? Ik vind van niet. En dat is heel christelijk, want Jezus zegt:
Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is. (evangelie van Mattheüs, 5:18)

De perfectietest is eigenlijk een heenwijzing naar Gods Koninkrijk. Want Jezus spoort degenen die Hem volgen aan om perfect te zijn, nadat hij een omschrijving heeft gegeven van wat het geloof en het volgen van Hem eigenlijk allemaal inhoudt:
Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig zijn de barmhartigen, want aan hen zal barmhartigheid bewezen worden.
Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.
Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden.
Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn.

Jezus zegt dus niet: "Gelukkig zijn de perfecten", maar Hij zegt: "Gelukkig ben je als je de bron van het leven in Mij vindt. En wees dan perfect!"

zaterdag 25 september 2010

De verloren zoon

Las vandaag een mooi citaat over vrijheid (zie over dat onderwerp ook mijn eerdere bericht) in het boek 'Het geweten' van dr. W.J. Aalders (1870-1945), hoogleraar ethiek en wijsbegeerte van de godsdienst:
"Vrijheid, in de zin van zelfbeschikkingsrecht en onafhankelijkheid van alles wat buiten het zelf valt, is als laatste gegeven van het mens-zijn een onmogelijkheid, omdat de mens nu eenmaal zich zelf niet genoeg is. Heroïsme is iets hoogs, maar het eindigt in ondergang. De verloren zoon, van wie gezegd wordt, dat hij komt tot zich zelf, d.i. tot zijn geweten, laat onmiddellijk daarop volgen: "Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan." (Lukas 15:18). Hij heeft aan zich zelf niet genoeg.

Een opmerking tussendoor. 'De mens heeft aan zichzelf niet genoeg': dat is ook een perspectief wat bij Aurelius Augustinus aan de orde komt, wanneer hij stelt dat kwaad niets anders is dan afgewend zijn van het goede. Augustinus stelt: God is het hoogste goede.

Om het citaat van Aalders te vervolgen (wat regelrecht tegen Nietzsches woorden over het geweten en het zelf ingaat):
(...) Daarom acht ik de definitie, die Calvijn van het geweten geeft, zo voorzichtig en juist, dat "het iets is, dat midden tussen God en mens in is". Scheler (Max Scheler, Vom Ewigen im Menschen, Ir B. 1923, S. 50) drukt het in wijsgerige bewoordingen zó uit, dat "sich uns in den Regungen des Gewissens eine unsichtbare Ordnung unsrer Seele und unsres Verhältnisses zu ihrem obersten Haupt und Schöpfer ganz von selbst - ohne Deutung unserseits - präsentiere" en ook het berouw "nimmt erst dann ihren vollen Sinn an und gewinnt erst dann ihre volle Sprache, wenn sie eingefügt erlebt ist in einem metaphysisch-religiösen Weltzusammenhang".

donderdag 5 februari 2009

Het geweten

In zijn boek "Also sprach Zarathustra" bedient Nietzsche zich van sprekende beelden, om de psychologie van de geest te schetsen.

De mens die zich aan eerbied onderwerpt is volgens hem als een kameel: hij draagt graag zwaar, om zich in zijn kracht te verheugen; hij lijdt graag: "Oder ist es das: krank sein und die Tröster heimschicken und mit Tauben Freundschaft schließen, die niemals hören, was du willst?" De heelmeester is de bovenmens, de dove is God; de Christen wiens geweten nog aanwijst dat zijn natuur zondig is, en dat God de almachtige is, heeft de wijsheid van deze wereld niet begrepen.

Wie tegen God opstaat is daarom als een leeuw. Nietzsche vergelijkt God met een draak die "Gij zult" heet:
"Du-sollst" liegt ihm an Wege, goldfunkelnd, ein Schuppentier, und auf jeder Schuppe glänzt golden "Du sollst!" Tausendjährige Werte glänzen an diesen Schuppen, und also spricht der mächtigste aller Drachen: "aller Wert der Dinge -- der glänzt an mir."

En als de mens eindelijk niet alleen zijn geweten durft te bevechten, maar zijn geweten overwonnen heeft, is men als een kind -- blanco, om spelenderwijs goddeloos te kunnen zijn.

Het blijft verschrikkelijk om God kleiner voor te stellen, zodat de mens niet meer aan Hem onderworpen wil zijn --- terwijl we maar in de spiegel van ons leven hoeven te kijken om te zien dat we alle kennis over God en van onszelf kwijt zijn.

Zo kleineert Nietzsche het geweten. "Mensen houden zich wakker, om beter te kunnen slapen" --- ziedaar de karakterschets van wie zich laat beangstigen door het geweten. "Een zeer aanstekelijke slaap", spot hij verder. Voor de mens die voelt dat het doen van de wet hem rust in zijn geweten brengt, is dit een hard gelag.

Gelukkig hebben we niet alleen de woorden van Nietzsche. Gods gaf ons ook Zijn Woord.

Psalm 1

Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters; maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.

Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.

Alzo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf, dat de wind henendrijft. Daarom zullen de goddelozen niet bestaan in het gericht, noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen.

Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.