Doorgaans heeft het nadenken over levens van anderen, of over fictieve verhalen, het volgende nadeel: dat een ander levensverhaal meestal de actualiteit en de onbeslotenheid van je eigen leven verzwijgt. Met actualiteit bedoel ik: dat je nu kunt en moet handelen. Het begrip onbeslotenheid heb ik eerder geïntroduceerd.
Ik zeg 'meestal verzwijgt', want dat hoeft natuurlijk niet altijd. Maar meestal is een fictief verhaal een 'plot', een aaneenschakeling van gebeurtenissen die één bepaald iets wil duidelijk maken. Een beschrijving van een ander leven selecteert óók meestal gericht met een bedoeling. Het zijn dan vertelde ideeën, niet onbepaald maar bepaald, niet actueel maar universeel of gewoon anders. Er zijn natuurlijk ook andere voorbeelden; het kan zijn dat een verhaal een duidelijke levenshouding laat zien die je in staat stelt de afstand tot het verhaal te overbruggen en een directe verbinding te maken met het eigen actuele en onbepaalde leven. Ik denk bijvoorbeeld aan de verhalen in de Bijbel. Maar teksten die dat doen zijn confronterend, terwijl teksten die dat niet doen een soort vluchtmogelijkheid geven, een afstand die bijvoorbeeld bewondering of afschuw van iets anders mogelijk maakt. Een zelfde afstand is mogelijk bij het bewonderen van de natuur, maar die is toch vaak minder geestelijk en meer verbonden met een fysieke en actuele verbondenheid.
Is deze 'vlucht' in of verberging van de actualiteit en onbeslotenheid verkeerd? Altijd verkeerd, of alleen verkeerd als het een totale en aanhoudende houding wordt?
Volgens mij is vanuit een christelijke levensbeschouwing het laatste in ieder geval waar. Als je eigen leven niet meer in z'n actualiteit en onbepaaldheid beleefd wordt, wordt de mogelijkheid van het einde van het leven en de toekomst van Gods Koninkrijk niet meer beleefd. Hoe kan iemand die als 'buitenstaander' of toeschouwer leeft bezorgd zijn om zijn eigen ziel en leven en zoeken naar verlossing die persoonlijk is? Vooral bij de toename van mogelijkheden om andere verhalen te lezen of te zien (door de massamedia, het internet (surfen, Facebook), enz.) is het gemakkelijk om de actualiteit en onbeslotenheid van het leven vaker en vaker te vergeten.
Maar of die 'vlucht' of verberging altijd verkeerd is, vind ik een moeilijke vraag. Opvallend is dat Gods woord, de teksten van de Bijbel, niet zomaar een vlucht toelaat of iets van het leven verbergt. Het kunnen laten liggen van de actualiteit en onbepaaldheid van het leven is in ieder geval afhankelijk van geloof in God. Want zonder verlossing en geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn (zie de brief aan de Hebreeën, hoofdstuk 11). Uiteindelijk gaat het hierom: dat men alle dingen met het zicht op God liefheeft, zoals Augustinus schrijft. Het lijkt echter dat men snel afgeleid is van het hoogste goed en gemakkelijk zich verliest in de beschouwing van wat voor ogen is. Dat lijkt me wat de Bijbel een 'verduisterd verstand' noemt: we hebben het licht van Gods Geest nodig om te kunnen zien.
Posts tonen met het label fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fictie. Alle posts tonen
vrijdag 24 juni 2011
maandag 7 februari 2011
Werkelijkheid en fictie
Wat is de verhouding tussen werkelijkheid en wat we 'mogelijke werelden' noemen, zoals in romans, films, creatieve kunst? Het antwoord lijkt me niet gemakkelijk, maar wel belangrijk voor onze omgang met de werkelijkheid. Immers, een roman kan je gemakkelijk 'van de wereld' brengen, zodat het stoppen met lezen is als het wakker worden na een droom. Is dat absent zijn van de werkelijkheid geen schade of zelfbedrog?
'Van de wereld' zijn is altijd schadelijk als het ten koste gaat van de praktische werkelijkheid. We zijn verantwoordelijk voor wat we doen of niet doen.
Maar als de werkelijkheid geen praktisch beroep op ons doet, is fantasie dan nog steeds schadelijk omdat we de werkelijkheid ontwijken? Dit is een vraag naar de verhouding tussen de werkelijkheid en wat we 'mogelijke werelden' noemen.
In het verleden is die vraag op verschillende manieren beantwoord. Voor de middeleeuwse interpretatie van Aristoteles was de wereld een noodzakelijke wereld. Voor het laat-middeleeuwse nominalisme was de wereld eerder een toevallige wereld, bepaald door de vrije wil van God. De moderne filosoof Gottfried Leibniz (1646-1716) benaderde de werkelijkheid vanuit het oogpunt van rechtvaardigheid. Leibniz noemde de werkelijkheid, het resultaat van Gods wil, de 'beste van alle mogelijke werelden'.
Aan de status van de werkelijkheid vanuit 'extern' oogpunt hoeft nog niet een zelfde status vanuit 'intern' oogpunt verbonden te zijn. Als de wereld 'vanuit het oogpunt van de eeuwigheid' (Spinoza) de beste is, kunnen er vanuit het oogpunt van de mens nog onvervulbare wensen zijn, die ook niet negatief beoordeeld hoeven te worden. Bovendien kunnen gedachten aan mogelijke werelden buiten het wensen om ook nog altijd positief zijn.
Maar goed, ik zou naar aanleiding hiervan behoedzaam de volgende overwegingen willen noemen:
Ik hoop dat ik met deze overwegingen een evenwichtige beschouwing heb kunnen geven. In een wereld waarin fictie steeds overtuigender (audiovisueel) en talrijker wordt, wordt een bepaling van de houding ten opzichte daarvan van levensbelang — denk ik. Oh ja, zie ook mijn oudere berichten met het label 'fictie'.
'Van de wereld' zijn is altijd schadelijk als het ten koste gaat van de praktische werkelijkheid. We zijn verantwoordelijk voor wat we doen of niet doen.
Maar als de werkelijkheid geen praktisch beroep op ons doet, is fantasie dan nog steeds schadelijk omdat we de werkelijkheid ontwijken? Dit is een vraag naar de verhouding tussen de werkelijkheid en wat we 'mogelijke werelden' noemen.
In het verleden is die vraag op verschillende manieren beantwoord. Voor de middeleeuwse interpretatie van Aristoteles was de wereld een noodzakelijke wereld. Voor het laat-middeleeuwse nominalisme was de wereld eerder een toevallige wereld, bepaald door de vrije wil van God. De moderne filosoof Gottfried Leibniz (1646-1716) benaderde de werkelijkheid vanuit het oogpunt van rechtvaardigheid. Leibniz noemde de werkelijkheid, het resultaat van Gods wil, de 'beste van alle mogelijke werelden'.
Aan de status van de werkelijkheid vanuit 'extern' oogpunt hoeft nog niet een zelfde status vanuit 'intern' oogpunt verbonden te zijn. Als de wereld 'vanuit het oogpunt van de eeuwigheid' (Spinoza) de beste is, kunnen er vanuit het oogpunt van de mens nog onvervulbare wensen zijn, die ook niet negatief beoordeeld hoeven te worden. Bovendien kunnen gedachten aan mogelijke werelden buiten het wensen om ook nog altijd positief zijn.
Maar goed, ik zou naar aanleiding hiervan behoedzaam de volgende overwegingen willen noemen:
- Veel van onze gedachten aan mogelijke werelden zijn vergeven van bedrog. Bijvoorbeeld, bedrog over wie wij zijn, bedrog over wie de ander is, bedrog over hoe de wereld is. En bedrog is altijd schadelijk.
- Maar mogelijke werelden kunnen ook door analogie waar zijn. Ik denk dan vooral aan het voorbeeld van een fabel: niets in het verhaal is waar, behalve de les van het hele verhaal.
- Veel van onze gedachten aan mogelijke werelden gaan samen op met het wensen ervan (maar: dat is in principe niet negatief). Het is praktisch onmogelijk om 'neutraal' te zijn, ook ten opzichte van 'mogelijke werelden'.
- Vervolgens, onvervulbare wensen zijn dwaas tenzij ze toch een zekere mate van vervulbaarheid dragen. Het is dwaas om iets te wensen wat nooit kan, hoewel het niet helemaal dwaas is om iets te wensen wat met een zeer kleine kans kan of iets wat in de toekomst kan. Immers, het eerste ontkent de menselijke conditie, het tweede niet.
- Maar: het is niet gemakkelijk om onderscheid te maken tussen mogelijkheid en onmogelijkheid. Volgens Descartes bezaten alle creatieve voorstellingen van de mens gebaseerd op heldere en onderscheiden ideeën toch een zekere waarheidswaarde, omdat God deze voorstellingen toch waar kon maken. Creativiteit is voor iemand die in God als Schepper gelooft op deze manier niet gauw dwaas.
- Echter, veel van onze wensen voor mogelijke werelden gaan buiten God om, en als er iets volgens christelijke filosofie dwaas is, is dat het. God is immers de bron van het leven en van de toekomst.
- Wensen van 'mogelijke werelden' hoort bij de menselijke conditie, maar het omgaan met de werkelijkheid behoort er evenveel toe: dus onze gedachten of wensen moeten de opgave van de werkelijkheid niet verduisteren of vervreemden. Voor iemand die in een almachtige God van hemel en aarde gelooft is de werkelijkheid inderdaad een opgave: misschien niet de 'beste van alle mogelijke werelden' vanuit ons perspectief, maar toch een door God gegeven wereld voor ons perspectief.
Ik hoop dat ik met deze overwegingen een evenwichtige beschouwing heb kunnen geven. In een wereld waarin fictie steeds overtuigender (audiovisueel) en talrijker wordt, wordt een bepaling van de houding ten opzichte daarvan van levensbelang — denk ik. Oh ja, zie ook mijn oudere berichten met het label 'fictie'.
maandag 23 maart 2009
Sprookjes
Wat voor aantrekkingskracht heeft magie? Enerzijds is er de aantrekkingskracht van onbegrensde macht over de schepping: de macht om met een toverspreuk de wereld te veranderen. Anderzijds schept de mens er behagen in vreemde goden te dienen: allerwijsste tovenaars, de overwinning van het goed over het kwaad, heldenfiguren. We 'begrijpen' de wijsheid en de heerschappij van de ware God niet (lees: willen het niet begrijpen), bepalen liever zelf wat goed en kwaad is (de zondeval!), we zijn het rijk van Satan toegevallen, waar heldenrollen en geweld zegevieren.
Met dat al is het een boze droom, en God zal er over oordelen.
Om de gevallen mens te redden heeft Christus, Gods Zoon, mens willen worden, en nog verder: vernederd mens. Hij heeft onder de wereldse rechter geleden en is gekruisigd --- om vijanden met God te verzoenen. Wie in Hem gelooft, die heeft het eeuwige leven. Die wordt in Hem een nieuw schepsel, een kind van God genoemd.
God is een God van recht en liefde. Het lijden van Christus is geen heldendaad, maar een daad van liefde (niet een daad met het doel door mensen als held (Superster) afgebeeld te worden).
God is meer dan alle andere goden: Hij is de enige God. Zo kon de profeet Jona ook zeggen tegen de heidense scheepslui: ik vrees de HEERE, de God van de hemel, die de zee en het droge gemaakt heeft. Daarom moet er een uitzien zijn naar Zijn heerlijkheid, een verbondenheid aan Zijn Koninkrijk.
Met dat al is het een boze droom, en God zal er over oordelen.
Om de gevallen mens te redden heeft Christus, Gods Zoon, mens willen worden, en nog verder: vernederd mens. Hij heeft onder de wereldse rechter geleden en is gekruisigd --- om vijanden met God te verzoenen. Wie in Hem gelooft, die heeft het eeuwige leven. Die wordt in Hem een nieuw schepsel, een kind van God genoemd.
God is een God van recht en liefde. Het lijden van Christus is geen heldendaad, maar een daad van liefde (niet een daad met het doel door mensen als held (Superster) afgebeeld te worden).
God is meer dan alle andere goden: Hij is de enige God. Zo kon de profeet Jona ook zeggen tegen de heidense scheepslui: ik vrees de HEERE, de God van de hemel, die de zee en het droge gemaakt heeft. Daarom moet er een uitzien zijn naar Zijn heerlijkheid, een verbondenheid aan Zijn Koninkrijk.
maandag 13 oktober 2008
Verbeelding
Kun je mensen zomaar afbeelden? Een foto kan wel een gezichtsuitdrukking registreren, maar het laat ook iets wezenlijks weg: de interactie die er tussen mensen is. Hoe werkelijk is een beeld? Hoe waarderen we het?
'Verbeelding' is een woord dat associaties heeft met menselijke fantasie. Menselijke creativiteit: het haalt haar bouwstenen uit de schepping, maar creëert zelf een gebouw. Fictie kan ons meeslepen, ons ontroeren, laten lachen (komedie) en huilen (tragedie). Kunnen we beeld nog wel van werkelijkheid onderscheiden? De echte wereld kan ons koud laten, ons als onecht voorkomen. Er is geen band die ons aan de werkelijkheid bindt.
Het meeste in het leven is als een "vreemde wereld"; de ellende ('uitlandigheid') van de geestelijke dood.
'Verbeelding' is een woord dat associaties heeft met menselijke fantasie. Menselijke creativiteit: het haalt haar bouwstenen uit de schepping, maar creëert zelf een gebouw. Fictie kan ons meeslepen, ons ontroeren, laten lachen (komedie) en huilen (tragedie). Kunnen we beeld nog wel van werkelijkheid onderscheiden? De echte wereld kan ons koud laten, ons als onecht voorkomen. Er is geen band die ons aan de werkelijkheid bindt.
Het meeste in het leven is als een "vreemde wereld"; de ellende ('uitlandigheid') van de geestelijke dood.
Abonneren op:
Posts (Atom)