Posts tonen met het label identiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label identiteit. Alle posts tonen

woensdag 5 februari 2020

Vervangingstheologie

Een mooi scrabblewoord, zou je kunnen denken. Of: Nee! Theologie!

Ik zal maar gauw voor degenen die het niet herkennen uitleggen wat het betekent: Vervangingstheologie is een naam voor als christenen denken dat God het Joodse volk niet meer belangrijk vindt en het heeft vervangen door de wereldwijde kerk van gelovigen uit Joden en niet-Joden. Dus waar het in de Bijbel over het Joodse volk gaat, gaat het nu over de christelijke kerk.

Ik begrijp de pijn en woede van Joden over deze misvatting. Het is alsof een geadopteerde zoon tegen de natuurlijke zoon zegt: "Joh, jij doet er niet meer toe, mijn vader houdt alleen nog maar van mij. Het is nu mijn vader, niet meer de jouwe." Of als hij zegt: "Ik heb vanaf nu evenveel recht op de erfenis als jij, dus kom maar hier met mijn helft."

Tegelijkertijd is er ook een andere kant. Laten we in de analogie van de geadopteerde zoon blijven, want dat lijkt op wat de christelijke gemeente eigenlijk is. Het is terecht als hij zegt: "Jouw vader is nu ook onze vader en jouw vader houdt nu ook van mij." Ik heb niets met vervangingstheologie, en wil hiermee er absoluut geen advocaat van worden. Maar ik wil beide kanten van het gevoel vertolken - zodat ook de geadopteerde zoon zich niet ontheemd gaat voelen. Maar als we de natuurlijke zoon dat gevoel van ontheemd zijn ook maar enigszins bezorgen, past het ons dat we ons terugtrekken, en hem de volle aandacht en liefde van onze vader gunnen.

Vanaf een grotere afstand bekeken zijn we allebei (Jood en niet-Jood) geadopteerd, beiden van hetzelfde stof en naar hetzelfde beeld, en hebben we allen onze eigenheid en erkenning nodig. Gelukkig geeft God ons die.

donderdag 23 januari 2020

Homoseksualiteit en identiteit

Vorig jaar publiceerden enkele Nederlandse christenen het een Nederlandse versie van de Nashville-verklaring, een document over seksualiteit en seksuele geaardheid beargumenteerd uit een christelijk perspectief. Over de bewoordingen waren niet alle christenen het eens.

Opvallend vond ik dat in de verklaring geen teksten uit de bijbel genoemd werden. Hoe denkt God nu echt over homoseksualiteit en transgenderisme?
  • Bij de schepping staat er in de Bijbel dat God de vrouw maakte als "tegenover" voor de man: "Ook zei de HEERE God: Het is niet goed dat de mens alleen is; Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem." (Genesis 2:18)
  • In de wetten die God tot Mozes heeft gesproken staat, naast verschillende andere seksuele zonden: "U mag niet slapen met een mannelijk persoon, zoals u met een vrouw slaapt. Dat is een gruwel." (Leviticus 18:22) Het gaat hier om de woorden van God, niet van Mozes (zoals in Deuteronomium Mozes wel iets over echtscheiding zegt). De inleiding op deze seksuele wetten is veelbetekenend, een herhaling met heel veel nadruk:
    "De HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: Ik ben de HEERE, uw God. U mag de gebruiken van het land Egypte, waarin u gewoond hebt, niet navolgen, en ook de gebruiken van het land Kanaän, waar Ik u naartoe breng, mag u niet navolgen. U mag niet in hun verordeningen gaan. Mijn bepalingen moet u houden en Mijn verordeningen moet u in acht nemen door daarnaar te wandelen. Ik ben de HEERE, uw God. Mijn verordeningen en Mijn bepalingen moet u in acht nemen. De mens die ze houdt, zal erdoor leven. Ik ben de HEERE."
    Ook het slot van het hoofdstuk laat geen ruimte voor dubbele interpretatie:
    "U mag uzelf niet verontreinigen met al die dingen, want de heidenvolken die Ik vóór u uit ga verdrijven, hebben zich met al die dingen verontreinigd, zodat het land onrein geworden is. Ik zal het zijn ongerechtigheid vergelden, zodat het land zijn bewoners zal uitspuwen. Maar ú moet Mijn verordeningen en Mijn bepalingen in acht nemen. U mag geen enkele van die gruweldaden doen, de ingezetene van het land niet, en ook de vreemdeling niet die in uw midden verblijft. (...) Ik ben de HEERE, uw God."
  • Als Jezus gevraagd wordt naar Zijn mening over scheiding, zegt Hij:
    "Vanaf het begin van de schepping heeft God hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees. Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden." (Marcus 10:6-7)
  • Paulus, een van de apostelen van Christus, schrijft over homoseksualiteit in Rome: "Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke hartstochten, want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. En evenzo hebben ook de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkaar ontbrand: mannen doen schandelijke dingen met mannen en ontvangen het gepaste loon voor hun dwaling in zichzelf." (brief aan de gemeente van Rome, hoofdstuk 1)
Kortom, God heeft de mens man en vrouw gemaakt en daar een huwelijk voor ingesteld. Na de zonde is de schepping door duisternis en pijn bedekt, ook op seksueel gebied. Een voorbeeld van deze pijn is denk ik transgenderisme. Overspel en homoseksuele relaties benoemt God als verkeerde wegen van de mens die we niet mogen inslaan.

Wat me verder opviel aan de Nashville-verklaring is dat het op z'n minst onhandig verwoord is, of misschien gewoon onjuist, op het punt van "identiteit" en "verlangens". Als je kijkt naar goede of verkeerde daden kun je iets zeggen over gevoelens, verlangens, willen en het doen zelf. Jezus heeft over Gods wet uitgelegd dat haat hetzelfde is als iemand doden, of naar een vrouw kijken in begeerte hetzelfde is als overspel. Dus het willen en het doen is dezelfde zonde. Maar valt gevoel in dezelfde categorie?

Ik denk van niet. We kunnen dit zien aan de verzoeking van Jezus in de woestijn. Na veertig dagen vasten heeft Jezus heel veel honger. De duivel zegt dan tegen Hem dat Hij, als Hij Gods Zoon is, van de stenen maar brood moet maken om te kunnen eten. Wat denk je, zou Jezus niet verlangd hebben naar brood? Voor God is het niet moeilijk om van stenen brood te maken, dus voor Jezus lag het binnen handbereik. Dus ja: gevoel en verlangens had Jezus. Zo niet, dan was de verzoeking geen verzoeking; want als je geen gevoel en verlangens hebt is het niet moeilijk om iets te weigeren. Jezus, Gods Zoon, was zonder zonde, maar vol gevoel en verlangen zoals wij.

Dus er ligt een duidelijke scheidslijn tussen "identiteit" en "gevoel" (dat zijn dingen die je bent, niet wat je doet) en "willen" en "doen" (dat zijn dingen die je beslist of waar je aan toegeeft). Het woord "verlangen" is een beetje ambigu want je kunt het voor beiden gebruiken, iets wat je bent of iets wat je doet. Homoseksueel gevoel of seksuele identiteit is dus geen zonde. Wat wel geldt is dat deze gevoelens en verlangens geen goede verlangens zijn, maar gevoelens en verlangens die pijnlijk tegen het goede ingaan en waartegen dus altijd gestreden moet worden. Het zijn begeerten die niet 'bevrucht' mogen worden, zoals de apostel Jakobus schrijft:
"Laat niemand zeggen, als hij verzocht wordt: Ik word door God verzocht. God immers kan niet verzocht worden met het kwade en Hijzelf verzoekt niemand. Maar ieder mens wordt verzocht, als hij door zijn eigen begeerte wordt meegesleurd en verlokt. Daarna, wanneer de begeerte bevrucht is, baart ze zonde, en wanneer de zonde volgroeid is, baart ze de dood." (Jakobus 1)
Waar ik wel wat in meevoel in het naschrift van de Nashville-verklaring is om het niet te nadrukkelijk te hebben over "homoseksuele identiteit", alsof homoseksuele gevoelens heel je identiteit bepalen. Ze bepalen er een deel van, maar zijn niet het belangrijkste gedeelte ervan, want dat is onze verhouding tot Christus. Onze identiteit ligt in Gods Zoon, onze Verlosser, die met heel Zijn hart, heel Zijn gevoel, heel Zijn verstand en al Zijn kracht God liefhad, en Zijn naaste als Zichzelf, en ons oproept om hetzelfde te doen. Dan leven we vol vreugde.

vrijdag 8 juli 2011

Over de wet voor gelijke behandeling

Vandaag weer een blogje over politiek, dit keer over de wet voor gelijke behandeling en de toepassing daarvan.

Gisteren betoogde prof. dr. Paul Zoontjens in het Reformatorisch Dagblad dat het oordeel van de CGB in de zaak van de christelijke basisschool die een leerkracht afwees op basis van bepaalde standpunten en leefwijze begrijpelijk was. Ik denk dat de argumentatie van de auteur daarvoor echter onjuist is.

Het is mooi mensen te beschermen tegen discriminatie op basis van levensovertuiging en levenswijze. Deze bescherming komt er op neer dat een bedrijf in onze samenleving in principe identiteitsloos is: er is geen norm waaraan alle werknemers zouden moeten voldoen naast de kwaliteiten voor hun functies. De enige uitzonderingen die er zijn, instellingen die dus wel een identiteit hebben, zijn -let op: volgens de wet uitgezonderd!- godsdienstige instellingen, politieke instellingen, en (nota bene) instellingen van het bijzonder onderwijs (zie Algemene wet gelijke behandeling, artikel 5, lid 2).

De uitzondering hier weer op is dat mensen niet afgewezen mogen worden om "het enkele feit". Instanties van "het enkele feit" die in de wet staan bij het bijzonder onderwijs zijn "politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat". Dat de identiteit van instellingen van bijzonder onderwijs zich niet mag beperken tot een ras, geslacht, nationaliteit, of hetero- of homoseksuele gerichtheid, of burgerlijke staat als gehuwd of ongehuwd vind ik nog wel acceptabel. Dat is het gelijkheidsbeginsel wat misschien zelfs ontstaan is uit de christelijke godsdienst; we zouden daar zelfs nog meer (zoals onderscheid rijk/arm) aan kunnen toevoegen: "Daarin is noch Jood noch Griek [ras of nationaliteit], daarin is noch dienstbare noch vrije, daarin is geen man en vrouw [geslacht]" (Paulus aan de Galaten, hoofdstuk 3, vers 28). Dat de identiteit van godsdienstig bijzonder onderwijs ook niet in een enkel feit van politieke identiteit ligt is ook duidelijk. Met de de wet lijkt er dus niet zoveel mis.

Wat er echter in de praktijk mis gaat is dat er in de Nederlandse maatschappij verschillende soorten van burgerlijke staat zijn bijgekomen die strijden met de christelijke identiteit die zich op de Bijbel baseert. Dat zijn het ongehuwd samenwonen en het homohuwelijk. Als het CGB dus zegt: wij accepteren niet dat men op grond van deze vormen van burgerlijke staat iemand afwijst, dan maakt het CGB in feite bijzonder onderwijs met die christelijke identiteit onmogelijk. Met andere woorden: het CGB zegt: deze christelijke identiteit (die ongehuwd samenwonen en homohuwelijk afkeurt) heeft geen bestaansrecht meer. Weet het CGB niet dat nog steeds zo'n veertig procent van Nederland min of meer die christelijke identiteit heeft? (Het Rooms-katholieke standpunt is ook tegen samenwonen, zie de toespraak van paus Benedictus XVI op 5 juni.)

Het motief van het CGB is misschien een lesje emancipatie te geven? Het kan toch onmogelijk juist zijn dat het groot aantal mensen dat ondanks nieuwe debatten en politieke veranderingen blijft vasthouden aan deze normen verplicht wordt om die identiteit op te geven.

Mijn conclusie is: het CGB moet de wet leren lezen naar z'n bedoeling. Als het dat niet doet omdat het de genoemde christelijke identiteit niet wil accepteren, hoop ik dat haar ogen ooit toch open gaan voor de wonderlijke juistheid van Gods wet.

maandag 16 mei 2011

Ethisch en persoonlijk

Ik heb ontdekt dat ik het moeilijk vond twee sociale perspectieven te verenigen: het ethische en het persoonlijke. Ik weet even niet welke filosofen hier iets over gezegd hebben; laat ik daarom maar zonder referenties of onderzoek er iets over zeggen.

Vanuit abstract ethisch perspectief is er geen verschil tussen mensen dichtbij en mensen ver weg, of tussen bekenden en onbekenden. Maar vanuit persoonlijk perspectief is dat heel anders. Vanuit ethisch perspectief kun je de bedelaar op het station benaderen alsof je zelf het was; of alsof het een broer of zus van je was die op een slecht spoor is gekomen. Vanuit ethisch perspectief wens je al het allerbeste voor mensen. Kan persoonlijke liefde daar wel iets bij doen?

Het is van belang te zien dat er twee perspectieven zijn. Het ene is het persoonlijke, dat berust op 'binding' met, persoonlijk gevormde liefde voor andere mensen (of de omgeving, etc.) (vergelijk het idee van Levinas over de factor tijd in relaties tussen mensen). Het andere is het ethische, dat berust op een universele verantwoordelijkheid ten opzichte van ieder ander mens (of de natuur, etc.). Het ethische perspectief is blij over, of rouwt over alle mensen. Het persoonlijke perspectief is blij over, of rouwt over bekenden.

Let op dat het ethische sterker is (de iure) dan het persoonlijke: we mogen fouten van bekenden of verwanten niet goedkeuren als we ze bij anderen veroordelen. Wel is het zo dat bij een keuze uit twee alternatieven met gelijke ethische waarden er kan worden gekozen voor het alternatief met de meeste persoonlijke waarde. Een voorbeeld wat ik eens tijdens een les filosofie gehoord heb was van de redding van twee drenkelingen: red je degene die je kent eerder dan de ander die je niet kent? Het kan een zeker gewetensbezwaard gevoel geven, wat alleen voortkomt uit het feit dat we denken: "Hier laat ik toch niet het persoonlijke voorgaan op het ethische? Ik handel hier toch wel volgens ethiek, en niet volgens eigen voordeel?" Er is iets heel moeilijks in de toepassing van een persoonlijk onderscheid in een situatie waarin een ethisch beroep op je wordt gedaan, hoewel het niet tegen de ethiek ingaat. Dat bevestigt volgens mij het feit dat het ethische boven het persoonlijke staat.

Anderzijds schakelt het ethische het persoonlijke niet uit. Je mag iemand die je kent wel ethisch veroordelen, maar dat betekent niet dat je hem erom zult haten. Of misschien zul je hem vanuit ethisch perspectief haten, maar vanuit persoonlijk perspectief liefhebben.

Het ethische heb ik hiervoor al universeel genoemd. Toch moet dat perspectief niet te abstract worden. Het ethische appel gaat altijd over handelingen die jij kunt stellen, over mensen die jij ontmoet — je kunt niet evenveel gericht zijn op het welzijn van alle mensen van de wereld, inclusief die ver van je verwijderd zijn, als op het welzijn van de mensen om je heen. Dit voorgaande doet niets af van het onderscheid tussen ethisch en persoonlijk perspectief; maar het nuanceert wat universaliteit vanuit het ethische perspectief betekent.

Waarmee is dit dubbele perspectief van de mens duidelijker te maken? Ik denk dat het moeilijk is een verduidelijkende vergelijking te vinden. De beide perspectieven zijn hoe dan ook diep geworteld in menszijn. Het ethische perspectief is alleen mogelijk omdat we een mens onder de anderen zijn, en het persoonlijke perspectief omdat we een bepaalde manier van kennen hebben.

In de Bijbel is er een verontrustende passage over het persoonlijke perspectief: daar waar Jezus zegt dat na de dood geen huwelijk meer zal gelden (Evangelie naar Marcus, hoofdstuk 12). Kennen we onze bekenden dan niet meer? Zijn ze niet meer even belangrijk als eerst? Of impliceert het voorbij zijn van het huwelijk nog niet dat het persoonlijke perspectief voor bij is, alleen dat het anders zal worden? Ik houd het maar op dat laatste. Want als het persoonlijke perspectief niet blijft, gaat de menselijke identiteit ook verloren, en zelfs de betekenis van mens te zijn verandert. Maar ja, wie zijn wij?