Posts tonen met het label informatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label informatie. Alle posts tonen

zaterdag 7 januari 2012

Schrijven met kennis

Eerder schreef ik al over het verschil tussen informatie en kennis. Ik kom er steeds meer achter dat ondanks enige 'wetenschap' op dat gebied ik nog steeds veel lees en schrijf met de blik op informatie in plaats van op kennis. Misschien komt het omdat er zoveel verschillende meningen zijn dat ik me zoveel bezighoud met jachtige, deelbare informatie in plaats van met rustende, vertrouwelijke kennis.

Je kunt op twee manieren schrijven: als overdracht van informatie en als uitdrukking van meer nabije kennis, en mijn filosofische uiteenzettingen hier zijn voor een groot gedeelte informatieoverdracht. Dat maakt ze waardevol voor wetenschap maar minder waardevol voor kennis. Wetenschap wordt bekend en nadat onze nieuwsgierigheid is uitgeblust wordt ze onbemind. Meer nabije kennis is een verhouding: die blijft levend en heeft geen vuur van nieuwsgierigheid nodig. Die kennis wordt er niet moe van hetzelfde in andere woorden te herhalen, bekommert zich niet om de volgorde of systematiek van de uitspraken, vindt het niet erg triviale of juist onbeargumenteerde uitspraken te doen. Herhaling laat je ergens langer bij stilstaan, toch? Volgorde is er toch om te verrassen? Argumentatie is toch overbodig als je iets al kent?

Maar goed, ik zal wel vooral in de eerste manier blijven schrijven, gewoon omdat het makkelijker deelbaar is. Of omdat er nog genoeg te ontdekken is qua informatie. Of omdat ik het gewoon niet zo goed kan, omdat mijn kennis ervoor ontoereikend is (tenzij ik ze van God krijg).

woensdag 9 maart 2011

De geschiedenis van kennis tot informatie

Gisteren schreef ik een bericht over de centraliteit van het idee 'informatie' voor ons. Nu is voor elke beweerde verandering in de tijd een bewijs nodig — vaak zijn veranderingen overdreven en een projecterend onderscheid met het verleden. Daarom zal ik proberen hier een schets van een historisch bewijs te geven. Een schets gebaseerd op technische veranderingen en in het oog lopende conceptuele veranderingen. Als voetnoot bij het vorige bericht dus.

De hypothese is: het idee van kennis begon bij tastbaar vertrouwd zijn, en is uitgekomen op losgemaakt, transporteerbaar kennen: informatie. En inderdaad was kennis vroeger een privilege dat de status van iemand bepaalde. Een goede boer kende zijn vee, een smid kende de hamer en het ijzer. Meer kennis dan dat was uitzonderlijk: veel gereisd hebben maakte je een rariteit of een orakel van de gemeenschap. Verhalen kwamen, maar van mond tot mond.

Maar was er dan geen losgemaakte, niet-tastbare kennis? Als ik me dat afvraag denk ik aan de uitvinding / het gebruik van het schrift. Het schrift maakt een voorstelling van onpersoonlijke, transporteerbare kennis mogelijk. Maar: het bezit van dat schrift was niet voor iedereen: het was voor de priester, voor de vorst, een boek van voorgeschiedenis, verbondenheid met gezag en traditie.

Ik denk vervolgens ook aan de Griekse filosofie: die filosofie had immers iets van een universaliteit die haar losmaakte van de directe vertrouwdheid? Inderdaad: met de geboorte van de Griekse filosofie, in een milieu waar er tijd over was, een stad met een cultureel centrum was, kwam er de mogelijkheid van losgemaakte kennis. Maar de losmaking van de filosofie van de filosoof is heel geleidelijk gegaan. Wij lachen wel eens om de kosmoloog of ontoloog die schreef alsof hij het zelf had meegemaakt en die beweerde dat zijn kennis geprivilegeerd was, maar dat komt omdat wij in een informatie-tijd leven, waarin kennis los verkrijgbaar is. Die ontwikkeling is geleidelijk gegaan: lang bleef de filosoof bepalend voor zijn werk, bleef hij in zijn werk; pas vrij recent is die koppeling losgeraakt en wordt filosofie als informatie gepresenteerd.

De sofisten waren een nieuwe revolutie na de kosmologen of ontologen. Die toonden aan dat kennis inwisselbaar was voor andere kennis: dat er zoiets kon bestaan als manusje-van-alles op het gebied van kennis! Het was een spotten met de eerdere idee van kennis als vertrouwdheid; maar de kennisbeheersing van de sofisten bleef nog steeds een status, een persoonlijkheidseigendom.

Ergens bij het begin van de moderne tijd werd kennis op steeds grotere schaal reproduceerbaar; met als belangrijk moment de uitvinding van de boekdrukkunst. Opeens was het afgelopen met de privilege van kennis: wie een boek kon kopen en lezen, had kennis, en dat waren steeds meer mensen, in plaats van alleen de eenzame geleerde. Scholen werden groter en dus onpersoonlijker. Wat scheidt deze opvatting van kennis nog met onze opvatting van informatie? Hierin: deze kennis was nog steeds met strengen verbonden aan haar onderwerp.

Als Descartes een universele methode voor de wetenschap ontwerpt, worden die strengen doorgeknipt, maar blijft nog iets anders: de directe verbondenheid van die kennis met de geest van wie helder en onderscheiden kent.

De modernste tijd. Er komt een einde aan de grote verhalen. Het kennen van de Verlichting wordt kennen zonder voorbehoud, zonder engagement — of liever, engagement wordt een romantische keuze, een emotioneel extra dat als predicaat aan een tele-kennis verbonden is.

Dat is een schets van de geschiedenis van het idee 'informatie'. We kunnen kennis onpersoonlijk, transporteerbaar voorstellen door het schrift, universeel door de wetenschap, inwisselbaar door de sofisten, voor ieder beschikbaar door de boekdrukkunst en de grote scholen (en het internet), methodisch door Descartes, voorbehoudsloos door de modernste tijd. En door de ontwikkeling van de wetenschappen ook overal toepasbaar. De tastbare kennis is folklore, een soort van 'inzicht' dat een entiteit 'veronderstelt' die helemaal 'niet nodig' is voor 'ons informatietijdperk' en 'het leven' alleen maar nodeloos 'ingewikkeld' maakt. Waarbij ik aanteken dat al die aanhalingstekens uitdrukking zijn van kennis die gebaseerd is op dat idee 'informatie'.

Ik bedoel hiermee niet dat wij totaal vervreemd zijn van de eerste betekenis van kennis; wel dat we moeten oppassen dat we dat niet worden, of zelfs blijven. Dat wil dus zeggen: niet gewoon doorleven voor kennis in de laatste betekenis. Want: "Wie op de beloning gesteld is, moet de strijd niet afwijzen" (Augustinus, Over de zaligsprekingen).

dinsdag 8 maart 2011

Ter informatie

Het is een beetje een buzz-word: 'informatiemaatschappij'. Toch dacht ik vandaag dat dat woord best veelzeggend is. Waarschijnlijk is in de loop van de tijd kennis in de zin van informatie een steeds belangrijker woord geworden. Die ontwikkeling is ook redelijk recent, want het woord kennis speelde bijvoorbeeld tijdens de Verlichting en natuurlijk daarvoor ook al een rol, maar in een andere zin: in die van directere (tastbare) vertrouwdheid, of direct ideaal inzicht. Nu denken we met dat woord altijd een soort tele-kennis: een kennis die getransporteerd kan worden, informatie dus.

Alles wordt informatie. Bij zaken die er in ons leven fout gaan wijten we het aan gebrek aan informatieve kennis. We zeggen dan: "Vanaf nu weet ik beter.", terwijl we van te voren al even goed op de hoogte waren (waardoor we er dus weinig van leren — en dan bedoel ik leren in de dichtbij-zin, niet informatief of tele-leren). We zien vervolgens het slagen van ons leven, onze levensdoelen, als het completeren van informatie, het perfect beheersen van informatie. Zelfs op het terrein van geloof is dat zo. Informatieve kennis van de dogma's wordt essentieel voor geloof; directe kennis wordt (bijna) bijzaak. Kennis van God wordt informatieve kennis, kennis die (bijna) in woorden te vatten is.

En als die informatie ons even te veel wordt, als we de constante stroom van informatie (die we zelf van de werkelijkheid maken) even niet meer aankunnen, dan wijten we dat aan een gebrek aan inzicht, aan beheersing, gebrek aan evenwicht op het koord waarvan we denken dat het de informatie bij elkaar houdt. Ik bedoel niet dat alles van ons leven informatie en niets meer tastbare vertrouwdheid en levenservaring is, maar wel dat het eerste de overhand heeft.

Trouwens, een indirect gevolg is dat we alles op de toekomst projecteren: in de toekomst zullen we meer, zullen we beter weten. Het nu is een voorbereiding op de toekomst, een moment dat we moeten besteden om tot perfectie van inzicht, informatie te komen.

Maar wat kunnen we eraan doen? Misschien dit: eens ernstig aanvoelen hoezeer het idee van informatie, van inzicht en kennis in de hiervoor geschetste zin, ons leven beheerst. En: proberen te zoeken naar de directere manier van kennis van de zaken waarvan we voelen dat ze van belang zijn — niet alleen voor de toekomst, maar ook voor het daaraan gespiegelde, en urgente nu.