zaterdag 1 november 2025

De problemen van ongeloof

Eerder beloofde ik een keer te schrijven over de vooronderstellingen van niet in God geloven. Die zijn problematischer dan soms wordt gedacht.

Wat zijn de vooronderstellingen van het niet geloven in God? Dat hangt er natuurlijk van af wat je rekent als "geloof in God", en ook van welke opvattingen er in de plaats komen van geloven in God. Onder "geloof in God" reken ik het geloof in een kracht groter dan wij die deze wereld regeert volgens Zijn goddelijke inzicht en bevel. Wat betreft welke opvattingen ervoor in de plaats komen, laat ik het even algemeen dus ga ik alleen in op de gemene deler.

Wat bedoel ik met "vooronderstellingen"? Ik bedoel daarmee: dat wat je moet veronderstellen om jezelf, de wereld om je heen en de kaders van je doen en laten (goed en kwaad, ethiek) te verklaren. Als je in God gelooft, is er op deze dingen een antwoord. Maar welk antwoord is er als je niet in God gelooft?

Als eerste wat betreft de wereld om ons heen. Als je niet gelooft in God is deze niet door een wijsheid buiten ons ontstaan, maar toevallig. Wat er ook gezegd wordt over de evolutietheorie, de kans dat alles om ons heen door toeval ontstaan is, is onmogelijk klein, ook als je miljarden jaren de tijd neemt om dobbelstenen te rollen. De kans op het ontstaan van de natuurwetten zoals de onze is klein, een uit de vele mogelijkheden. De kans op het ontstaan van één levende cel is onmogelijk klein. De kans op het ontstaan van complexe levensfuncties is onmogelijk klein. In één woord, de vooronderstelling van ontstaan door toeval is er eentje waar je ontzettend veel geloof voor nodig hebt, of liever gezegd: het is onredelijk.

Maar waarom geloven zoveel wetenschappers dan in de evolutietheorie? De reden daarvoor is nogal menselijk: geloven in iets anders wordt niet als wetenschappelijk gezien. Een andere reden is dat wetenschappers een eigen vakgebied hebben waar ze veel van weten, maar van andere vakgebieden nemen ze maar aan dat anderen erover nagedacht hebben. Ze nemen aan dat het natuurkundig, biochemisch, ecologisch, genetisch, of paleontologisch wel goed zit met de evolutietheorie, omdat het de heersende theorie is en omdat kritiek geen podium krijgt in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften. Enfin, genoeg over evolutie.

Als tweede is er de vooronderstelling over onszelf. Die vooronderstelling is dat wijzelf ook uit hetzelfde toeval zijn ontstaan. Het probleem hiermee is dat het niet alleen onmogelijk is, maar dat het ook tegenintuïtief is. Het betekent namelijk dat ons zelfbewustzijn, ons denken, onze wil er niet zo toe doen. Waarom zou je immers waarde hechten aan een product van toeval? Het ene zou niet belangrijker zijn dan het andere. Dat is in tegenspraak met onze grote belangstelling voor en waardering van wetenschap, van kunst, van vrijheid &emdash; dat alles zou maar schijn en een wassen neus zijn als er niet Iemand is die alles met wijsheid, met liefde, met wil heeft gemaakt. Tegenintuïtief dus.

Als derde de vooronderstelling over de kaders van wat wij doen en laten. Die is dat wij onze eigen kaders moeten bepalen, dat "goed" en "kwaad" niet meer is dan waarden die wij ergens aan geven om deze wereld leefbaarder (?) te maken. Meer kan het inderdaad niet zijn als er geen hogere macht is en als er geen hogere bedoeling achter het universum zit. Maar hoe kan die vooronderstelling waar zijn? Als we zelf bepalen wat goed en kwaad is, is er helemaal geen goed en kwaad. We zouden bijvooreeld voor maximale vrijheid kunnen kiezen omdat we dat willen &emdash; en als rijke, verslaafde dwazen jong sterven. Maximale vrijheid is heilloos &emdash; het is het soort vrijheid dat leidt tot een overdosis drugs of alcohol, tot verbroken relaties, tot ongeremde haat, tot geslachtsziektes en tot moord en een vroegtijdige dood. Zo'n moreel kompas is geen kompas, ook niet als je zegt: maximale vrijheid, als je maar rekening houdt met anderen. Het is heilloos.

Missschien is er een ander moreel kompas mogelijk van "het zoeken van maximale harmonie"? Maar dan bewijst de praktijk weerbarstig te zijn. Volmaakte harmonie blijkt niet mogelijk te zijn in deze gebroken wereld. Wat voor de één harmonie betekent, blijkt dan ten koste te gaan van de ander, ook onbewust. We hebben echt redding nodig. We hebben ook echt grenzen nodig die voortkomen uit het allerdiepste inzicht in wie we zelf zijn. Het lijkt er op dat we niet in staat zijn zelf te bepalen wat echt goed en kwaad is &emdash; waar de slang Eva mee verleidde.

Ten slotte is er naast deze problematische vooronderstellingen ook een problematische consequentie van niet geloven in God: dat er geen groter Iemand of Iets is waarmee je een relatie kunt hebben. Dat betekent dat we hier op onszelf zijn, en dat de "enorme leegte om ons heen" ons slechts kan "verschrikken", zoals Blaise Pascal - zelf gelovige - eens schreef. Het betekent dat er geen groter doel is, geen grotere oorzaak, geen harmonie met de wereld om ons heen behalve een schijnbare of verzonnen harmonie. Dat is opnieuw tegenintuïtief. Want als er geen God is, is er niets dat ons liefheeft.

Ik sluit af met wat er in de profetie van Jesaja genoemd staat (Jes. 40):

Weet u het niet? Hoort u het niet?
 Is het u vanaf het begin niet bekendgemaakt?
  Hebt u niet gelet op de fundamenten van de aarde?
(...) Met wie zou u Mij willen vergelijken,
 of aan wie ben Ik gelijk?
  zegt de Heilige.
Sla uw ogen op naar omhoog,
 en zie Wie deze dingen geschapen heeft;
Hij is het Die hun leger voltallig tevoorschijn brengt,
 ze alle bij name roept
door Zijn grote vermogen en Zijn sterke kracht;
 er ontbreekt er niet één.

zaterdag 4 oktober 2025

Seculiere gelijkheid tegenover Bijbelse gelijkheid en naastenliefde

In het NPO-programma Nieuwsuur ging het afgelopen week (29 en 30 september) over reformatorische en islamitische scholen en "gelijkheid". De stelling van de programmamakers en de experts die aan het woord kwamen, was dat scholen "A en niet A" onderwijzen, als ze onderwijzen dat je homoseksueel kunt zijn, maar geen homoseksuele relatie mag hebben. Dat is "slecht voor het kinderbrein" omdat het tegenstrijdig is en omdat kinderen met homoseksuele gevoelens zich dan nog steeds niet geaccepteerd voelen. Hetzelfde geldt voor onderwijzen dat man en vrouw gelijk zijn maar dat vrouwen in het gezin onderdanig moeten zijn aan hun man, of onderwijzen dat je respect moet hebben voor andersdenkenden maar dat andere godsdiensten afgoderij zijn.

Om te beginnen: ik begrijp helemaal dat dit tegenstrijdig overkomt en daarom overkomt als slecht voor kinderen. De uitzending zet heel overtuigend neer dat er dus verandering moet komen, liefst door een (grond)wetswijziging die dit onderwijs onmogelijk maakt &emdash; want zo willen we toch niet dat kinderen worden opgevoed?

Helaas helpt het Nieuwsuur niet echt voor een goede dialoog waarbij er geluisterd wordt naar elkaar. Daarom probeer ik hier een korte beschouwing te geven over het christelijke standpunt.

Laten we beschrijven welke opvattingen over deze onderwerpen uit de Bijbel naar voren komen, en dan nadenken over wat dat betekent voor het onderwijs. Wat betreft homoseksualiteit kun je het volgende uit de Bijbel afleiden:

  1. Alle mensen zijn gelijk voor God. God heeft alle mensen geschapen. Hij heeft alle mensen lief en wil dat allen tot geloof en bekering komen. Daarvoor gaf Hij Zijn eigen Zoon. Hij wil dat alle mensen in Zijn wetten worden onderwezen en volgelingen van Jezus worden. Voor God is er geen verschil tussen man of vrouw, of tussen rijk of arm, of wat dan ook.
  2. God verbiedt homoseksualiteit. God verbiedt homoseksualiteit, zowel in de Torah als in de brieven van de apostelen. Het wordt zelfs "een gruwel" voor hem genoemd.

Conclusie: wil je de woorden van God in de Bijbel serieus nemen, dan kun je wel mensen met homoseksuele gevoelens respecteren als mens en liefhebben als medemens, maar je kunt een homoseksuele relatie niet goedkeuren. Als een seculier iemand zegt: "maar dat is slecht voor het kinderbrein, want dan moeten ze hun gevoelens onderdrukken!" dan is het antwoord op grond van de Bijbel: nee, het is juist slecht voor het kind om te zeggen dat een homoseksuele relatie prima is. Juist de ideologie van seksuele vrijheid is verwoestend voor onze kinderen, als we de woorden van God geloven. Daarom gaan we mee in gelijkheid en respect voor iedereen, ongeacht seksuele gevoelens, maar niet mee met seksuele vrijheid.

Als tweede over man en vrouw. Hier zegt de Bijbel over:

  1. Alle mensen zijn gelijk voor God. Hetzelfde als hiervoor.
  2. In het huwelijk zijn man en vrouw een eenheid. De vrouw is door God geschapen als "hulp tegenover de man", dus niet "hulp onder de man", maar als eenheid met de man in het huwelijk waarbij er een prachtige verhouding van man en vrouw is. De vrouw dient de man door onderdanig te zijn, en de man de vrouw door haar lief te hebben als zichzelf en niet over haar te heersen. Als man en vrouw precies hetzelfde zouden zijn gemaakt, zou zo'n eenheid niet mogelijk zijn: dan blijft het bij twee mensen die even hard aan hetzelfde touw zouden kunnen trekken in een verschillende richting. Maar God wil dat man en vrouw een eenheid worden, geen tweeheid, dus maakte Hij hen verschillend.

Conclusie: wil je de woorden van God uit de Bijbel serieus nemen, dan zijn man en vrouw gelijkwaardig en verschillend gemaakt. Die verschillen prijzen God juist en geven dat man en vrouw elkaar aanvullen. Hoe dat verder precies vorm krijgt in de samenleving (bijv. vrouwen in de politiek of niet...) is niet voorgeschreven door de Bijbel. Regels voor de gemeente van Christus zijn er wel. Het is een mensbeeld dat invloed heeft op je keuzes, maar dat jou niet persoonlijk de weg wijst als vrouw of man over hoe jouw leven eruit zal zien. Is dit onderdrukkend voor kinderen? "Ja", zal een seculier denker zeggen, want je kunt niet zijn wat je zelf wilt. "Nee", zegt een volgeling van Jezus, want ik ben door God geliefd en ik wil niet anders dan zoeken naar hoe God mij bedoelt.

Als laatste over verschillende godsdiensten. Daarover zegt de Bijbel:

  1. Er is maar één God. Andere goden zijn afgoden.
  2. Er is maar één weg tot God. God verbied om Hem op een andere manier te dienen dan Hij bekendmaakt. Jezus is de Verlosser door God gegeven, Zijn Zoon. Wie niet in Hem gelooft, is verloren. Jezus zelf zegt: "Ik ben de Weg, de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij."
  3. God roept ons tot vrede. Het eigen volk van God, het volk dat God Zelf in het leven riep door Abraham een zoon en een nageslacht te geven, kreeg als wet om afgoderij onder hen met de dood te bestraffen. Israël moest een heilig volk van God zijn en blijven. Voor ons, volgelingen uit de andere volken, is dat niet aan de orde &emdash; het kan niet en God gebiedt het niet (gelukkig maar!). Petrus en Paulus schrijven om respect te hebben voor bijvoorbeeld de overheid, en dat in een tijd dat er een moordzuchtige Romeinse keizer aan de macht was. We zien uit naar het Vrederijk van Koning Jezus. Zijn Geest is al in ons en roept ons tot vrede, tot het liefhebben van onze naaste en zelfs van onze vijanden.

Conclusie: wil je de woorden van God uit de Bijbel serieus nemen, dan zijn andere godsdiensten niet gelijkwaardig maar zijn ze onwaar, en leef je tegelijkertijd met liefde in je hart en daden samen met andere mensen. Voor een seculier iemand is het onverteerbaar dat één godsdienst zegt dat zij de enige ware godsdienst is. Maar niet ik, maar Jezus zegt dat Hij de enige Weg is &emdash; het is ongelovig om dat tegen te spreken. He is juist onbarmhartig om te zeggen dat alle godsdiensten naar God leiden, want dat doen ze niet. Mohammed is niet voor onze zonden gestorven en hem volgen is niet God dienen. Maar dat zeg ik met liefde, en niet met de gedachte dat het verbranden van een Koran zou kunnen bijdragen aan de wereldvrede die er door Jezus komen zal. Ik zeg het ook nederig, omdat ik weet dat ik de verlossing van Christus niet uit eigen wijsheid in mijn hart ontvangen heb, maar door Gods onbegrijpelijke genade.

woensdag 6 augustus 2025

Het perspectief van leven zonder God (2)

Misschien heb je mijn vorige bericht gelezen en heb je goede tegenargumenten. Ik zal er een aantal noemen die ik heb gehoord.

Allereerst, je zou kunnen antwoorden: "Je zoekt het te hoog. Er is geen groot antwoord op de zin van het leven, maar dat hoeft ook niet. De zin van het leven ligt in het genieten van het moment. Je zou zelfs kunnen zeggen dat in het moment een wereld vol zingeving zit."

Dit is een antwoord dat deels waar is. Het deel dat waar is, is dat een moment inderdaad een wereld vol zingeving en geluk kan zijn. Maar ten eerste is dat geen tegenwerping tegen het pleidooi om open te staan voor het bestaan van God. De vrede met God kan het geluk van ieder moment alleen maar groter maken, niet kleiner. Het geluk van het moment is ook geen reden om te veronderstellen dat de rest van het leven als geheel dan zinloos moet zijn. Het is juist reden om te onderzoeken of er een grotere werkelijkheid achter dat moment zit.

Een ander tegenargument kan zijn: "Ja, lekker makkelijk. Iedereen kan wel zeggen dat er eeuwig leven is na de dood. Niemand kan je tegenspreken. Dat kan een vrijbrief zijn voor het verwaarlozen van het leven hier op aarde."

Ook dit antwoord is deels waar. Het is waar dat dit een makkelijk antwoord zou kunnen zijn, en dat het geloof in leven na de dood kan leiden tot een verachting van het leven nu. Maar dat is absoluut niet waartoe ik uitnodig als ik vraag je open te stellen voor de mogelijkheid van het bestaan van God. Ik heb het over die God en Vader die Zijn eigen Zoon Jezus voor onze zonden heeft overgegeven. Wij zondigen niet goedkoop, en heel de aarde is vol van Gods glorie. Ik heb het over die God, die persoonlijk aarde en hemel heeft gemaakt en gevraagd heeft of wij zorg willen dragen voor deze aarde, de schepselen daarop en elkaar. Ik heb het over die God die oproept om je leven te verliezen in volledige overgave aan Hem, door het liefhebben van Hem boven alles en van je naaste als jezelf, en het gelovig vertrouwen op het offer van Zijn Zoon voor onze zonden.

Een laatste, heel ander tegenargument kan zijn: "Ik wil helemaal niet eeuwig leven. Dat kan helemaal niet zingevend zijn." Dit tegenargument is met succes gesuggereerd door literatuur, bijvoorbeeld misschien door het verhaal van Toon Telligen over de dag dat de boosheid verdwenen was en de dieren helemaal niet meer weten wat ze moeten voelen en lusteloos voor zicht uit gaan zitten staren en "het ergste vrezen". Of door het verhaal over 'De onsterfelijke' van Borges, een man die van 'de rivier van de onsterfelijkheid' heeft gedronken en na duizenden jaren verlangt naar de dood die hem eindelijk van de zinloosheid zou kunnen verlossen, omdat hij alles wat hij wil al gedaan heeft en niets meer waarde lijkt te hebben als het altijd binnen bereik is.

Op dit laatste argument wil ik reageren op een aantal verschillende misvattingen die erachter kunnen zitten:

  1. het idee dat het geluk zonder de schaduwzijde van het kwaad geen geluk is;
  2. het idee dat alles zich uiteindelijk herhaalt als het eeuwig duurt;
  3. het idee dat de eeuwigheid door het christelijke geloof alleen wordt bestemd voor beloning of straf, woorden die Borges aan de onsterfelijke in de mond legt.

Allereerst over het idee dat het geluk zonder de schaduwzijde of begrenzing van het kwaad geen geluk is of overgaat in verveling. Ironisch genoeg heeft de kerkvader Augustinus ook geargumenteerd dat het kwade ten beste komt van het goede, en dat God het daarom heeft toegelaten - al bedoelde Augustinus niet dat het goede (nu of in de toekomst) niet zonder het kwade zou kunnen. Het idee dat het goede niet zonder het kwade kan is echter onjuist. Adam en Eva waren gelukkig zonder het kwaad. Ze moesten verleid worden tot iets wat ze niet kenden, bedrogen worden, om tegen God te zondigen. Wij zelf kunnen levenslang gelukkig zijn, bijvoorbeeld in een huwelijk of met een kind, zonder dat we behoefte hebben aan kwaad (zoals de dood of echtscheiding). Dit idee is dus empirisch bewezen onjuist te zijn.

Als tweede het idee dat er een eeuwige cyclus is waarin alles uiteindelijk herhaling is en niets nieuws meer is. Borges begint zijn verhaal met een citaat van Francis Bacon die op zijn beurt het bijbelboek Prediker citeert dat er niets nieuws onder de zon is. Daarmee wordt over het hoofd gezien dat deze klacht van niets nieuws onder de zon er een is die ontstaat in een ellendige en zondige wereld waarin de dood een feit is. Ieder mens snelt naar de dood, iedere nieuwe generatie is aan dezelfde wetmatigheden en ellende is onderworpen. De algemene stelling dat alles zich herhaalt is een vooronderstelling waarvoor geen enkel bewijs bestaat. Precies zo bestaat er voor de algemene stelling dat op den duur alles gaat vervelen, geen reden. Hoe zit dat in ons mensenleven? Mensen zijn als ze overlijden wel uitgekeken op de ellende, maar niet op het goede en mooie in het leven. Onze eigen ervaring spreekt het tegen. Als we dit leven niet meer willen, is dat uit wanhoop en niet uit verveling. Spreuken 5:19 heeft een mooie spreuk over het blijvend genieten van je huwelijk: "Dool altijd rond in haar liefde." Zoals je in een tuin telkens opnieuw rond kunt dwalen en telkens weer ervan geniet. Niet zoals in een cyclus waarin exact dezelfde toestand als eeuwen geleden terugkomt en alles zich opnieuw herhaalt.

Als laatste, het idee dat het christelijke geloof de eeuwigheid alleen bestemt voor beloning of straf. Dat is niet wat de Bijbel erover zegt. Beloning en straf is wel onderdeel van de eeuwigheid. Maar het is veel aangrijpender: de hel is zonder God zijn, zonder Zijn licht en zegeningen zijn, in gezelschap van de duivel, de bedrieger vanaf het begin zijn, en vol zijn van beklag maar ook van voortdurende haat tegen God. Je kunt het geen leven noemen - het wordt daarom de eeuwige dood genoemd. Dat is waar de leugen van Satan ons brengt ons brengt als we niet tot Jezus vluchten. Daartegenover staat eeuwig leven. Niet "eeuwig beloond worden" maar eeuwig leven. Dat gaat niet alleen over beloning, maar veel meer: over dat God alle tranen zal afwissen van het lijden op deze aarde, dat God een nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken waarop vrede en gerechtigheid woont, dat we Gods aangezicht zullen zien, wat betekent dat we onze Schepper niet meer alleen maar kennen als via een verdonkerde spiegel, maar direct, dat er vrede zal zijn in de natuur tussen de dieren en ons, dat we onbevreesd om mogen gaan met en regeren over heel Gods schepping, waarvoor wij in de eerste plaats door God tot leven zijn geroepen toen Hij ons op deze aarde schiep. En dat alles zonder de droevige zonden van ons hart waarmee we nu nog dagelijks strijden.

God heeft ons altijd al voor het eeuwige leven bestemd. Daarom stond er in het midden van het Paradijs (ja echt, in het midden) de boom des levens. Het is door onze zonde dat we moeten sterven. Het eeuwige leven in de Bijbel is dus niet een beloning, maar een herstel van hoe het zou moeten zijn. Het is dus een meervoudige misvatting dat eeuwig leven niet zingevend zou kunnen zijn.

Het tegendeel is waar. Kijk ten slotte eens op naar de oneindige God die dit heelal geschapen heeft, en bedenk dat Hij het is die je uitnodigt om in Zijn nabijheid te wonen. Hij zal eeuwig dezelfde betrouwbare, barmhartige en genadige God blijven die ons het eeuwige leven geeft, de eeuwige Bron van al het goede die nooit opdroogt. Jezus, het Lam van God, zal ons weiden en naar verse waterbronnen leiden.

maandag 28 juli 2025

Het perspectief van leven zonder God

Het is tegenwoordig heel gewoon om niet in God te geloven. Toch is dat nogal vreemd, als je bedenkt welke vooronderstellingen je daarvoor nodig hebt en hoe weinig perspectief een leven zonder God heeft.

Wat het perspectief van een leven zonder God betreft, het is vaak een perspectief van genieten wat er te genieten valt. Van 'jezelf laten gaan', zelfs als je weet dat dit maar even is en al heel gauw weer over is. Je weet dat je eigen begeerten je bedriegen en toch volg je ze. Je belijdt dat het leven zinloos is, maar tegelijkertijd verklaar je de wetenschap en technologische vooruitgang voor heilig. Zou dat niet zijn om het gevoel van macht over het onbekende en onontkoombare die ze je geven? Zou het niet zijn omdat ze de leugen stand laten houden waarin je leeft - de leugen die ontkent dat de Eeuwige deze prachtige schepping tevoorschijn heeft geroepen en dat wij er een vloek over hebben laten komen?

Zonder God is het leven zonder doel. Het is toevallig ontstaan, we hebben geen zinvolle identiteit of bedoeling. Er is geen verlossing van de dood. Er is geen verlossing van het onrecht, het grijpen naar macht en het misbruik ervan, de corruptie en het geweld op deze aarde. Er zal nooit duurzame vrede komen, want de mens blijft slecht in zijn hart - het blijft op zichzelf gericht. Of denken we onszelf te kunnen verlossen en ons DNA aan te kunnen passen zodat het nooit meer kwaad zal willen, en we eeuwig zullen leven? Welk demon heeft ons dat ingefluisterd? En wat maakt dat we denken dat we daar wat aan zullen hebben?

In dit alles zou je misschien nog een tragische held kunnen zijn, ware het niet dat er geen goed is om voor te lijden. Schoonheid is maar bedrog, je weet dat het van de ene op de andere dag vergaat en dat jouw lijden daar geen verandering in zal brengen. Liefde is goed, maar waar halen we de motivatie voor ware zelfopofferende liefde vandaan als we niet geloven in God Die ware verlossing zal brengen van de ellende over deze mensheid? Zou het uitsterven van de mensheid dan niet een grotere barmhartigheid van onze kant zijn?

Of troosten we ons misschien met de gedachte dat we in een grote komedie leven? Vergroten we onze glimlach uit en blijven we lachen als het lachen zelf belachelijk is geworden? En lachen we nog steeds als we zelf tot spot zijn geworden van anderen en als alles wat we vrezen over ons komt als we oud zijn geworden?

Ik moet denken aan wat het bijbelboek Prediker erover zegt. Hier volgt een lang citaat uit hoofdstuk 2.

Ik zei in mijn hart: Kom toch, ik zal u op de proef stellen met blijdschap, en zie daarom het goede aan. Maar zie, ook dat was vluchtig. 2. Over het lachen zei ik: Dwaasheid, en over de blijdschap: Wat brengt die teweeg? 3. Ik onderzocht mijn hart door mijn lichaam te verkwikken met wijn (mijn hart echter behield in wijsheid de leiding) en door dwaasheid aan te grijpen, totdat ik zou zien wat het beste is voor de mensenkinderen om onder de hemel te doen tijdens het getal van hun levensdagen.

4. Ik heb voor mijzelf grootse dingen tot stand gebracht: Ik bouwde mij huizen, ik plantte mij wijngaarden. 5. Ik legde mij tuinen en boomgaarden aan en plantte daarin allerlei vruchtbomen. 6. Ik legde mij waterbekkens aan om daaruit een bos met jonge bomen te bevochtigen. 7. Ik verwierf slaven en slavinnen en de in huis geboren kinderen behoorden mij toe. Ook had ik grote kudden runderen en kleinvee, meer dan allen die vóór mij in Jeruzalem geweest zijn. 8. Ik vergaarde mij ook zilver en goud, kostbaarheden van koningen en gewesten. Ik zorgde voor zangers en zangeressen, en de genoegens van de mensenkinderen: genot in overvloed. 9. Ik werd groter en nam toe, meer dan allen die vóór mij in Jeruzalem geweest zijn. Ook bleef mijn wijsheid bij mij. 10. Al wat mijn ogen verlangden, onthield ik ze niet. Ik ontzegde mijn hart geen enkele blijdschap, want mijn hart werd verblijd vanwege al mijn zwoegen. Dat was mijn deel voor al mijn zwoegen. 11. Toen richtte ik mijn aandacht op al mijn werken, die mijn handen gemaakt hadden, en op het zwoegen waarmee ik had gezwoegd om ze tot stand te brengen. Zie, het was alles vluchtig en najagen van wind. Daarin was geen voordeel onder de zon.

12. Daarna richtte ik mijn aandacht op het bezien van wijsheid, ook van onverstand en dwaasheid. Immers, hoe zal de mens die na de koning komt, doen wat al gedaan is? 13. Toen zag ik dat de wijsheid voorkeur heeft boven de dwaasheid, evenals het licht voorkeur heeft boven de duisternis. 14. De wijze heeft ogen in zijn hoofd, maar de dwaas wandelt in de duisternis. Toen merkte ik ook dat één lot hen allen treft. 15. Toen zei ik in mijn hart: Zoals het lot van de dwaas ook mijzelf treft, waarom ben ik dan toen zo bovenmate wijs geweest? Ik sprak in mijn hart: Ook dat was vluchtig. 16. Er is immers voor eeuwig niet meer herinnering aan een wijze dan aan een dwaas. Wat er nu is, wordt in de dagen die komen, allemaal vergeten. Hoe sterft de wijze met de dwaas?

17. Daarom haatte ik het leven, want het werk dat plaatsvindt onder de zon, leek mij kwaad. Het is immers alles vluchtig en najagen van wind. 18. Ik haatte ook al mijn zwoegen waarmee ik zwoegde onder de zon, zwoegen dat ik zou moeten overlaten aan de mens die er na mij zijn zal. 19. Want wie weet of die wijs zal zijn of dwaas? Toch zal hij beschikken over al mijn zwoegen waarmee ik, zij het met wijsheid, heb gezwoegd onder de zon. Ook dat is vluchtig. 20. Zo kwam ik ertoe mijn hart te doen wanhopen vanwege al het zwoegen waarmee ik had gezwoegd onder de zon. 21. Want is er een mens wiens zwoegen met wijsheid, met kennis en met bekwaamheid geschiedt, hij moet die als zijn deel overgeven aan een mens die er niet voor gezwoegd heeft. Ook dat is vluchtig en een groot kwaad.

22. Ja, wat heeft de mens aan al zijn zwoegen en aan wat zijn hart najaagt, waarvoor hij zwoegt onder de zon? 23. Want al zijn dagen zijn vol leed, zijn bezigheid is verdriet. Zelfs in de nacht komt zijn hart niet tot rust. Ook dat is vluchtig.

Tot zover het perspectief van een leven zonder God. Het geluk is vluchtig, het leven zinloos. Wat is er eigenlijk aantrekkelijk aan? Waarom staan we niet open voor de gedachte dat dit wel eens een leugen zou kunnen zijn?

Een volgende keer kan ik misschien schrijven over de vooronderstellingen die nodig zijn om te leven zonder God.

maandag 30 juni 2025

Geloofsverklaring

De reden dat ik in God geloof, is niet omdat Hij zo'n goede verklaring is voor alles om me heen. Natuurijk is een almachtige en goede God een goede verklaring voor de pracht en ontzagwekkendheid van de natuur. Natuurlijk is onze zonde een goede verklaring voor de gebrokenheid en de aanwezigheid van de dood in deze natuur. Maar de reden waarom ik in God geloof is niet omdat God een goede verklaring is.

De reden dat ik geloof, is dat Gods Woord tot mijn hart spreekt. Die reden is dat ik Gods liefde voor mij en jou heb ervaren en nog elke dag ervaar.

Sommige mensen zouden in God geloofd kunnen hebben vanwege de verklaring van natuurverschijnselen om hen heen. Dat is wat Hawking (1942-2018) lijkt te veronderstellen in zijn boek "De antwoorden op de grote vragen". Erg overtuigend vind ik dit niet; ik denk eerder dat mensen een ingeboren gevoel hadden van God, en daardoor vanzelfsprekend Zijn hand in de werkelijkheid om hen heen zagen. Natuurlijk is het wel zo dat door de wetenschap van vandaag we veel natuurverschijnselen beter kunnen begrijpen dan vroeger. Vroeger werd over dezelfde natuurverschijnselen ook wel onzin geloofd en gezegd. Maar de natuur beter begrijpen betekent niet dat ik minder in God geloof - juist meer! Ik zie Zijn hand juist duidelijker als ik meer zie en inzie over de onmetelijke sterrenhemel, de storm of de nietigste plantjes hier op aarde. Als ik weet dat elk plantje uniek is doordat het DNA in het zaadje gecombineerd is door bevruchting, zou ik daarom God minder prijzen voor elke uniek plantje? Als ik weet dat de regenboog tot stand komt door de weerkaatsing van zonlicht onder een bepaalde hoek, zou ik dan God minder prijzen voor de schoonheid ervan? Zou ik Hem minder danken voor Zijn belofte van trouw, die Hij door de regenboog aan Noach gaf?

Ik kan me met die kennis afvragen waarom die regenboog voor de zondvloed niet zichtbaar was; maar het zou bizar zijn om te denken dat zo'n vraag niet past binnen het denken van een gelovige. De waarheid verdraagt alle vragen, zegt mijn hart, en ik ben nog nooit teleurgesteld. Jezus, Gods Zoon die naar deze aarde kwam, schuwde geen enkele moeilijke vraag. Hij beantwoordde ze met een duidelijkheid die je zal verbazen.

"Verklaren" en "begrijpen" van de schepping heeft ook iets beperkts. Het is een beetje zoals de praktische kijk van iemand (geen vegetariër) die "een wei vol vlees" zegt in plaats van "een wei vol schapen". Daarmee bedoel ik dat het zien van oorzaak en gevolg een manier is om naar de schepping te kijken en dat het een van de vele manieren is. Als je jezelf tot het benoemen van oorzaak en gevolg beperkt, laat je veel achterwege. De filosoof Kant zag oorzaak en gevolg als een "categorie" van het denken, waarmee we de wereld kunnen ordenen. Dat betekent niet dat we de wereld daartoe kunnen reduceren.

Ik zou mensen die denken zoals Hawking ("God is overbodig, er is geen plaats meer voor Hem omdat we een betere verklaring hebben") willen zeggen: Stel je eens open voor een bredere kijk op deze wereld. Stel jezelf eens voor dat al je wetenschap maar een manier van kijken is, niet subjectief, maar wel onmogelijk om erover te weten of het de enige juiste en de grondigste manier van kijken is. En als je die bril afgezet hebt, lees dan eens Psalm 104 of Psalm 19 die over de schepping gaan. Ik denk dat het je zal verrassen. Ik weet zeker dat als je God leert kennen, je verrast zult worden door Wie Hij is.

maandag 2 juni 2025

Kennen

Het woord wat in de Bijbel wordt gebruikt voor seksualiteit is ידע jadah, kennen. Bij goede seksualiteit tenminste - zoals wanneer Adam zijn vrouw Eva kent en zij zwanger wordt van Kaïn. Bij Lamech, een nakomeling van Kaïn, staat er een schokkende tegenstelling: "Hij nam voor zichzelf twee vrouwen", Hebreeuws לָקַח laqach, wat kan worden vertaald met grijpen of nemen (Genesis 4).

Als het gaat over het huwelijk zegt Adam over Eva: "Deze is been van mijn beenderen en vlees van mijn vlees". God had namelijk Eva uit een deel van Adam gemaakt. Daarop volgt: "Daarom zal een man ... zich aan zijn vrouw hechten (Hebreeuws דבק, dabaq, kleven of zich hechten) en zij zullen tot één vlees (Hebreeuws בשׂר, basaar, lichaam) zijn" (Genesis 2). God heeft man en vrouw voor elkaar bedoeld.

De kern van seksualiteit is dus niet ongeremde begeerte maar het echt zien en erkennen van en vertrouwen van elkaar. Daarom noemt Jezus ook het met wellust naar een vrouw kijken (Gr. προς το επιθυμησαι, "om het begeren") "overspel in het hart" (Mattheüs 5:28). Die begeerte is dus overtreding van het zevende gebod "U zult niet echtbreken" (Exodus 20).

In Leviticus 18 en 20 staat het zevende gebod verder uitgewerkt. Daar staat ook het verbod op homoseksualiteit erbij. Als de apostelen de christenen zeggen welke wetten van Mozes ze moeten houden, staat daar ook het zevende gebod (het zich onthouden van overspel) bij (Handelingen 15:29). Deze zonden worden in de brieven van de apostelen herhaald (1 Korinthe 6:10, Galaten 5:19-21, Ef. 5:5, Kol. 3:5-6, ook in Openb. 22:15). Daarbij staat dat wie deze dingen doet, het Koninkrijk van God niet zal beërven.

Maar is homoseksualiteit ook niet goed als het gaat om een homoseksuele relatie waarbij de ander even belangrijk is? Nee. God verbiedt niet alleen ontrouwe homoseksuele relaties, of alleen relaties tussen mannen en jongens, maar relaties tussen "mannen en mannen" in het algemeen (en ook vrouwen met vrouwen, Rom. 1:26).

Ik schrijf deze dingen niet om te veroordelen, maar om te leren van God Zelf. Ik weet wat Jezus zegt: "Wie zonder zonde is, moet de eerste steen werpen" (Johannes 8:7). Als ik zou veroordelen, zou ik als eerste beschaamd weg moeten lopen. Maar ik vind het belangrijk om te weten wat God Zelf zegt en daarnaar mijn leven te richten.

De kern van seksualiteit tussen man en vrouw in het huwelijk is dus goed: elkaar helemaal kennen en aan elkaar geven. God dienen heeft dus niets met een 'platonische' relatie te maken waarbij seksualiteit wordt afgedaan als iets lelijks. Maar het is makkelijk om deze goede kern weg te gooien en alleen de buitenste schil over te houden. Zelfs die buitenste schil geeft ons nog iets wat we begeren. Daarom misbruikt de satan seksualiteit om ons met mooie beloftes van Gods bedoeling weg te lokken. Daarbij blijft er echter altijd een gapende leegte over die blijft schreeuwen om vervulling.

zaterdag 19 april 2025

De wraak over Judas

Sommige delen van de Bijbel zijn moeilijk te begrijpen. Voor mij geldt dat voor veel van de psalmen. Er staan gebeden om wraak in die moeilijk te rijmen zijn met het gebod van Jezus: "Heb uw vijanden lief". Deze psalmen kunnen we dus niet als leidraad nemen voor ons eigen leven. Jezus gebiedt ons om te zegenen wie ons vervloeken, te bidden voor wie ons vervolgen.

Dit lie me nadenken over wat het betekent als we zeggen dat heel de Bijbel Gods Woord is. Zijn de psalmen misschien uitzondering op die regel? Of bevatten de psalmen persoonlijke klachten van David die God heeft getolereerd, maar die nu rechtgezet zijn door de woorden van Jezus? Betekent het dat God onvolmaaktheid in de Bijbel toelaat, en dat alleen delen ervan (zoals bijvoorbeeld de woorden van Jezus, Gods Zoon en de hoogste Profeet) de volle waarheid zijn?

Laten we een stapje terugdoen en nadenken over wat het betekent dat de Bijbel Gods Woord is. Allereerst betekent dat: het is Gods openbaring, Gods brief aan jou en mij, waardoor God ons tot Hem leidt en ons leert Wie Hij is. Het betekent dat de Bijbel betrouwbaar is. Het is geen bedenksel van mensen, maar het gezaghebbende gebod van God.

Als we beginnen bij Genesis, betekent dat dat het geen mythe is over het ontstaan van de aarde, zoals er zoveel zijn buiten de Bijbel. Het is de waarheid. Het betekent dat de straf van God voor Adam en Eva en Zijn beloften om het nageslacht van Eva te bevrijden van het nageslacht van de slang, nog steeds geldt en waar en betrouwbaar is. Wij waren er niet bij toen God de hemel en aarde maakte, maar we geloven in wat we niet gezien hebben, op Zijn Woord (Hebreeën 11). Wij geloven ook dat de beschrijving van de levens van Noach, Abraham, Izak en Jakob waarheidsgetrouw en eerlijk is, en niet verdraaid en anders gemaakt dan het was, zoals bij de meeste buitenbijbelse "historiën". We geloven dat God inderdaad tot hen gesproken heeft, en dat zij een waarheidsgetrouw voorbeeld zijn voor ons en geen onmogelijke mythe. De Bijbel geeft ons ook alle aanleiding om dat te doen, omdat ze zowel de sterke als de zwakke momenten van deze voorvaderen weergeeft - eigenlijk vooral de kracht van God door hun zwakheid. We geloven dat God de profeten de woorden in de mond gaf als ze spraken: "Dit zegt de HEERE". We geloven dat de evangeliën waarheidsgetrouwe ooggetuigenverslagen zijn van wat Jezus heeft gezegd en gedaan. We geloven dat de apostelen met de Heilige Geest zijn gezalfd om de gemeenten van Christus te onderwijzen door hun brieven.

De volgende Bijbelteksten geven ons inzicht in deze waarheid:

"Heel de Schrift is door God ingegeven" (Gr.: πασα γραφη θεοπνευστος, door God geademd) (2 Tim. 3:16)
"Dit moet u allereerst weten, dat geen enkele profetie (Gr. πασα προφητεια) van de Schrift een eigenmachtige uitleg (Gr. ιδιας επιλυσεως) toelaat. Want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar door de Heilige Geest gedreven heilige mensen van God hebben ze gesproken" (Gr. πνευματος αγιου φερομενοι, door de Heilige Geest vervoerd) (2 Petr. 1:20-21)
"Want wij zijn geen kunstig verdichte fabelen nagevolgd" (Gr. σεσοφισμενοις μυθοις, wijze mythen) (2 Petr. 1:16)

Maar hoe zit dat dan met de gebeden van wraak in de psalmen? Werden die ook door Gods Geest gedragen? Is het misschien zoals een theoloog erover schrijft:

"Het is belangrijk om te beseffen dat vóór de eerste komst van Christus de enige tastbare manier waardoor de waarheid van de Schrift aangetoond kon worden aan menselijke waarnemers was door de praktische test van ongeluk dat degenen overkwam die dwaalden, en verlossing die toebedeeld werd aan degenen die zich aan de waarheid hielden. Zolang als de kwaden bleven triomferen, leek hun voorspoed de heiligheid en soevereiniteit van de God van Israël te ontkennen. Een Joods gelovige in het Oude Testament kon alleen zuchten in diepe aanvechting van de ziel zolang die situatie voortduurde. Zichzelf volledig identificerend met Gods zaak, kon hij niet anders dan Gods vijanden als zijn eigen zien. Hij moest God bidden om Zijn eigen eer hoog te houden en Zijn eigen rechtvaardigheid te verdedigen door een vernietigende verwoesting te gebieden op degenen die of met hun gedachten of met hun daden Zijn soevereiniteit en wet ontkenden." (citaat van Gleason L. Archer in Jensen's Survey of the Old Testament)

Als dat zo is, lezen we de psalmen verkeerd als we ze lezen als ik-gerichte gebeden om wraak. Dan zijn ze gericht op Gods eer. Hoe zouden we het onderscheid kunnen zien? Natuurlijk kunnen we David (de dichter van de meeste psalmen) niet in zijn hart kijken. Maar we kunnen letten op wat David zegt.

Als David om wraak bidt gericht op het bewijzen van Gods macht en rechtvaardigheid, verwacht je deze symptomen:

  1. Het noemen van Gods eigenschappen (Zijn macht, rechtvaardigheid, ...)
  2. Het benoemen van onrecht
  3. Gebed om openbaar herstel

Als David daarentegen op persoonlijke wraak is gericht en door haat wordt gedreven, zijn dit de tegensymptomen:

  1. God overhalen door beloften te doen
  2. Benoemen van haat en van uitsluiting ("zij horen niet bij U")
  3. Onbedwongen haatgedachten en woorden, zoals gebed om langdurige pijn, of om een verachtelijke dood

Wat zien we bij de psalmen? Laten we beginnen met psalm 109. Deze psalm is speciaal omdat er zoveel gebeden om wraak in staan, maar ook omdat er expliciet naar word verwezen in Handelingen 1:20 als het gaat over het lot van Judas, die Jezus verried. De apostel Petrus zegt letterlijk dat de Heilige Geest deze woorden sprak bij monde van David (Handelingen 1:16)!

Psalm 109

We vinden de volgende symptomen:

  • Symptoom 1: David noemt Gods eigenschappen als motief: "omwille van Uw Naam, want Uw goedertierenheid is groot". Het God overhalen door beloften te doen is afwezig, David beroept zich helemaal op Gods goedertierenheid. De enige belofte staat aan het eind: "Ik zal de HEERE met mijn mond op luide toon loven, te midden van velen zal ik Hem prijzen". Maar dat is meer een lofzang en belijdenis.
  • Symptoom 2: Benoemen van "mond van bedrog", zonder reden bestreden, voor liefde aangeklaagd (vs. 1-5), de arme vervolgd (vs. 16)
  • Symptoom 3: Gebed om openbare veroordeling, uit het ambt zetten, armoede in zijn familie, vergeten worden (vs. 6-15). David bidt nergens om pijn. De gebeden om wraak gaan wel heel ver: uitroeien van de nakomelingen van en de herinnering aan iemand is nogal wat! Bidden om geen genade voor wezen ook! Ik denk dat dit gebed gericht is op het einde van het kwaad, dat anders voortgezet zou kunnen worden. Dit is verbonden met het vaste geloof dat God de nakomelingen van de oprechten zal uitbreiden op aarde (psalm 112:2) en de rechtvaardige voor altijd in herinnering zal laten blijven (psalm 112:6).

Psalm 69 wordt ook geciteerd in Handelingen 1:20. Laten we die psalm op dezelfde manier beoordelen.

Psalm 69

  • Symptoom 1: David beroept zich op Gods goedertierenheid en trouw (vs. 14, 17), barmhartigheid (vs. 17). David belooft niets als hij om wraak bidt. Hij belijdt aan het eind zelfs dit: Dat hij God zal loven en danken, en dat dit de HEERE aangenamer is dan offergaven. Dat betekent: U hoeft niet omgekocht te worden, U wilt dat we Uw Naam eren.
  • Symptoom 2: Benoemt onrecht: zonder reden haten, willen ombrengen, om valse redenen vijand, "wat ik niet geroofd heb, moet ik toch teruggeven" (vs. 5), bespot terwijl hij treurde (vs. 11-13), gal als voedsel en zure wijn gegeven in dorst (vs. 22)
  • Symptoom 3: Gebed om verwoesting van hun woonplaats (vs. 26) en om hun val (vs. 23). Een vorm van het tegensymptoom (dus een motief van persoonlijke haat en wraak) zou kunnen zijn dat David bidt om de blind en het kreupel maken van degenen die hem onrecht doen (vs. 22-23). Maar het is goed om daarbij te beseffen dat blindheid en kreupelheid als openbare straf op de zonde werden gezien, dus juist als een openbare veroordeling bij uitstek. David bidt om de veroordeling van hun onrecht (vs. 28-29). "Voeg misdaad bij hun misdaad, laat hen niet komen tot Uw gerechtigheid" kan beter vertaald worden als "Stapel bij hen schuld op schuld, laat ze in Uw rechtvaardiging niet komen" (Naardense Bijbel). Het is ver van de bedoeling om hier bij God te pleiten om onrecht en om een scheef oordeel, maar juist om een rechtvaardig oordeel van volledig herstel.

We kunnen dus constateren dat de gebeden van David gelovig zijn in hun vorm, omdat ze uitzien naar de eer van God. Het is voor ons gemakkelijk ze te lezen als persoonlijk gemotiveerde wraak, maar de bewijzen zijn er dat dit niet zo is. In geloof mogen we dus zeggen, zonder door de feiten tegengesproken te worden: David heeft deze woorden op een heilige manier, door de Heilige Geest gesproken.

Het is bijna Pasen 2025. In het lijden van Jezus, de enige volmaakt Rechtvaardige, voor onze zonden (ook voor die van David!) worden alle aspecten van het lijden van David vervuld. Jezus' opstanding heeft gemaakt dat het lijden van de rechtvaardige niet meer de aantasting van Gods eer is, maar de uitbreiding ervan. We mogen daarom vrijmoedig getuigen dat Zijn Koninkrijk er al is, binnen in ons, en dat Hem alle macht gegeven is in de hemel en op de aarde, ook al lijden we. Als we nu lijden, zullen we ons later des te meer mogen verheugen bij de wederkomst van Jezus Christus. Daarom kunnen de gebeden om wraak nu al ophouden, omdat we vooruit mogen zien naar de tijd dat God alle dingen nieuw zal maken. Ze mogen worden ingewisseld door een verlangend bidden om de wederkomst van onze Koning, Christus Jezus, de Zoon van God, onze Verlosser. Hij zal de levenden en de doden oordelen en een eeuwig rijk van vrede brengen.

donderdag 30 januari 2025

Psalm 23

Vandaag schrijf ik over psalm 23.

Een psalm van David.

De HEERE is mijn Herder,
mij ontbreekt niets.
2. Hij doet mij neerliggen in grazige weiden,
Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren.
3. Hij verkwikt mijn ziel,
Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid,
omwille van Zijn Naam.

4. Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood,
ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij;
Uw stok en Uw staf,
die vertroosten mij.

5. U maakt voor mij de tafel gereed
voor de ogen van mijn tegenstanders;
U zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.

6. Ja, goedheid en goedertierenheid zullen mij volgen
al de dagen van mijn leven.
Ik zal in het huis van de HEERE blijven
tot in lengte van dagen.

Bevreemdend

Bijna niets uit deze psalm is bevreemdend voor mij, behalve het ene woordje "tegenstanders" in vers 5. Ik ken niet een leven van vervolging tot de dood door Saul zoals David. Het enige wat ik ervoor in de plek kan lezen is "de tegenstander", de duivel - want zijn tegenstand tegen het geloof door ontmoediging in nare gebeurtenissen, door verleiding tot zonde, kent ieder christen. Voor de ogen van deze tegenstander nodigt God mij aan Zijn tafel van overvloed.

Herkenbaar

Dat de Heere ons als een herder leidt, is heel herkenbaar. Hij geeft ons alles wat we nodig hebben, elke dag weer. Hij draagt ons als we niet meer verder kunnen. Hij beschermt ons tegen gevaar van verkeerde paden en voor gevaar van buiten ons. We mogen elke stap van ons leven naar Hem opzien en Zijn stem volgen. Hij geeft ons rust en vrede in ons hart, wat de omstandigheden ook zijn. Hij leidt ons in de eeuwige plaats van rust, waar alle tranen van de ogen afgewist zullen worden.

Hij is ook als onze gastheer (vers 5 en 6), die ons in alles verzorgt na een vermoeiende reis, die ons overvloedig voedt, zowel met dagelijks voedsel als met Zijn Woord en Geest bij het lezen van de Bijbel en overdenken van Zijn woorden. Hij geeft ons vreugde, ook in de moeilijkste omstandigheden. We mogen altijd in Zijn huis, Zijn geborgenheid blijven, elke dag van ons leven, en voor eeuwig als de nieuwe hemel en nieuwe aarde er zullen komen.

Profetisch

Jezus zegt: "Ik ben de goede Herder". Door Zijn voorbeeld is het beeld nog letterlijker op te vatten als het volgen van Jezus, Gods Zoon, onze Verlosser. Hij heeft Zijn leven gegeven voor Zijn schapen en is de Herder die ons nooit verlaat. Dat Jezus nu in de hemel is en altijd voor ons bidt, houdt de belofte in zich dat we eens voor eeuwig Gods aangezicht mogen zien.

maandag 20 januari 2025

Hoe Gods eigenschappen zichtbaar worden

Eerder schreef ik over hoe God Zichzelf noemt aan Mozes: God is barmhartig, genadig, geduldig, rijk aan goedertierenheid en trouw.

Vandaag wil ik schrijven over wat daarop volgt en waarmee God Zijn woorden afsluit (Exodus 34:7):

"Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht."

Over die laatste zin schreef ik al eerder: De zonde van de vaders wordt niet aan de kinderen aangerekend, maar het gaat er hier over dat als de kinderen en kleinkinderen ongerechtigheid blijven doen tegen Gods wet in, ze net als hun vaders geoordeeld zullen worden. In Exodus 20 staat er "aan de derde en vierde generatie die Mij haten". In Ezechiël 18 wordt nadrukkelijk en met meerdere voorbeelden gezegd:

"De mens die zondigt, díe zal sterven. De zoon zal de ongerechtigheid van de vader niet dragen, en de vader zal de ongerechtigheid van de zoon niet dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal op hemzelf zijn, en de goddeloosheid van de goddeloze zal op hemzelf zijn."

God spreekt in een zekere zin in dit vers over de consequenties van Zijn eigenschappen van barmhartigheid (liefde), genade, geduld, goedertierenheid en betrouwbaarheid. Je kunt Gods eigenschappen terugzien in:

  • Zijn blijvende bewijs van goedertierenheid aan duizenden, al zo lang de aarde bestaat. Elke dag laat God de zon opgaan over goede en slechte mensen en geeft regen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (Matt. 5:45). God laat dus zien dat Hij zelfs Zijn vijanden liefheeft. Ja, Hij heeft Zijn enige Zoon voor ons overgegeven zodat wij zouden leven, die Zijn vijanden waren door onze zonden.
  • Zijn vergeving. In het Hebreeuwse woord "vergeeft" (נשׂא, "nasa") zit ook het woord "dragen" of "wegnemen". Normaliter "draag" je je eigen zonden (bijv. Lev. 5:1, 7:18, 17:16, Num. 14:34, 18:22, ...). God stelde de offerdienst in, waarbij een bok de zonden van het volk "wegdroeg" (Lev. 16:22) of de hogepriester de zonden van het volk droeg (Ex. 28:38). Zo heeft Jezus onze zonden weggedragen aan het kruis.
  • Het is troostend dat er staat dat God "zonde, misdrijf en misslagen" vergeeft. Er worden drie verschillende woorden gebruikt. Ik denk dat dat is om de verschillende soorten zonden te benoemen: onopzettelijke zonden, maar ook misstappen die we eigenlijk wel wisten maar waar we toe verleid werden, ongeloof, maar ook hoogmoed, dingen die we verkeerd deden maar ook dingen die we nalieten te doen. God is groot van vergeving.
  • Zijn rechtvaardige oordeel. God laat de schuldige niet ongestraft. Wij mensen kunnen soms de schuldige niet straffen en staan machteloos, maar Gods eindoordeel zal iedereen aangaan, en ieder oordelen naar zijn daden. Als we dat in deze generatie niet zien, dan zullen we het in de volgende generatie zien.

Maar bevat deze tekst niet een tegenstrijdigheid? Hoe kan het namelijk dat God vergeeft en tegelijkertijd ook de schuldige niet onschuldig houdt?

God wil ons vergeven. Daartoe moeten we de oplossing buiten onszelf zoeken, toont de offerdienst aan. De vergeving ligt dus in het gaan tot God en in het vertrouwen op Zijn vergeving buiten ons. Degene die niet naar God gaat, maar op zijn eigen manier probeert rechtvaardig te zijn en Gods weg veracht, zal een vreselijk oordeel vallen, omdat ze God niet geloofd hebben.

"Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God." (Johannes 3)

donderdag 9 januari 2025

God is vol van trouw

God is barmhartig, genadig, geduldig, rijk aan goedertierenheid en trouw. Daarmee maakt God Zich bekend in Exodus 34:6. Over de eerste vier eigenschappen schreven we in vorige berichten. God is dus ook vol van trouw (of betrouwbaarheid). Daarover wil ik vandaag wat delen.

Het Hebreeuwse woord voor trouw in Exodus 34:6 is אמת ("emet"). Het is afgeleid van het werkwoord אמן ("aman") waar ons woord "amen" vandaan komt (wat iets betekent als: "dat is waar, dat is zeker"). Het woord "aman" betekent letterlijk opbouwen of ondersteunen, en figuurlijk ook vertrouwen of geloven. Het woord voor "geloof" in de Bijbel is vaak "aman" (bijv. Gen. 15:6, Ex. 4:31, Ex. 14:31). "Emet" betekent "vastheid", "betrouwbaarheid", "waarheid", "zekerheid".

Andere wat minder vanzelfsprekende afgeleide betekenissen van "aman" zijn:

  • "aman" kan ook verzorg(st)er betekenen: het wordt bijvoorbeeld gebruikt voor God Die Zijn volk draagt als een baby op Zijn arm (Num. 11:12), en voor Naomi die voedster wordt van de baby Obed (Ruth 4:16), ook bijv. Jes. 49:23 van koningen
  • "omena", afgeleid van "aman", betekent pilaar (1 Kon. 18:16)

Voor mensen wordt het woord "betrouwbaar" ("emet") gebruikt voor verschillende situaties:

  • Voor Mozes die betrouwbaar is voor God (Num. 12:7)
  • Voor Samuël die een trouw priester voor God is (1 Sam. 2:35), in contrast met de zonen van Eli, die machtsmisbruik maakten
  • Voor Davids trouw aan Saul (1 Sam. 22:14), die Saul altijd diende
  • Voor de mannen die geld beheerden voor de reparatie van de tempel (2 Kon. 12:15)
  • Voor getuigen die de waarheid spreken (Spr. 12:19, 14:5), tegenover een lasteraar (Spr. 11:13)
  • Voor boodschappers die betrouwbaar zijn (Spr. 13:17, 25:13)
  • Voor het vellen van een eerlijk oordeel (Zach. 7:9, Ezech. 18:8)

God maakt dus aan ons bekend dat Hij vol van trouw, of liever vol van betrouwbaarheid is. Bij mensen zeggen we: "iemand is betrouwbaar" of "hem moet je niet vertrouwen". Er is niet zoiets als meer of minder betrouwbaar: het is betrouwbaar of niet. En ook betrouwbare mensen hebben het wel eens mis of kunnen iets te snel geoordeeld hebben. Maar God is niet alleen betrouwbaar, Hij heeft de hoogste mate van betrouwbaarheid! Zijn betrouwbaarheid raakt nooit op. Zijn trouw is, net als Zijn goedertierenheid, voor eeuwig en van generatie op generatie (bijv. Psalm 100:5, 117:2, 146:6). Zijn waarheid is hoog als de hemel (Psalm 57:10, 108:4). Hij komt al Zijn beloften na. Hij laat ons nooit in de steek. Hij maakt nooit misbruik van Zijn macht. Hij spreekt altijd de waarheid. Zijn oordelen zijn altijd eerlijk.

In het Nieuwe Testament wordt het woord πιστος ("pistos"), "betrouwbaar" en αληθινος ("alethinos"), "waarachtig" (letterlijk "onverbergend") gebruikt als vertaling van "emet". In het Grieks zijn "betrouwbaar" en "waar" twee verschillende begrippen. Soms worden deze twee begrippen zelfs in één adem genoemd als het om Jezus of Gods woorden gaat, namelijk in Openb. 3:14, 19:11, 21:5, 22:6. Jezus Christus, Gods Zoon die mens werd, is de betrouwbare getuige (Openb. 1:5) en een trouwe hogepriester (Hebr.2:17).

Van Gods betrouwbaarheid worden de volgende voorbeelden gegeven in de Bijbel:

  • Hij zal ons niet boven vermogen beproeven (1 Kor. 10:13)
  • Hij bewaart ons voor de boze (2 Thess. 3:3)
  • als wij Hem ontrouw zijn, blijft Hij betrouwbaar (2 Tim. 2:13) - Hij vergeeft onze zonden als wij die belijden (1 Joh. 1:9
  • Hij houdt Zijn beloften (Hebr. 10:23, 2 Kor. 1:18-20)
  • Hij houdt het verbond (Deut. 7:9): goedertierenheid aan hen die Hem liefhebben, vergelding aan hen die Hem haten
  • Zijn woorden zijn altijd waar (Psalm 12:6, 19:7, 119:160)
  • Zijn oordeel is betrouwbaar (Psalm 19:9)

Waar David in Psalm 12 klaagt dat er geen betrouwbare mensen meer zijn, laat hij erop volgen dat Gods woorden puur zijn, als zilver dat zevenmaal gezuiverd is in een oven. Gods betrouwbaarheid omringt Hem (Psalm 89:8). Zijn licht en Zijn waarheid zullen ons tot Hem leiden (Psalm 43:3).

donderdag 2 januari 2025

God is rijk aan goedertierenheid

In vorige berichten schreef ik over Gods barmhartigheid, genade en geduld. Dit is hoe God Zichzelf bekendmaakt aan Mozes in Exodus 34:6. Na barmhartig, genadig en geduldig volgt: rijk aan goedertierenheid en trouw (Statenvertaling: "groot van weldadigheid en waarheid"). Wat betekent dat?

Als we ons hierin verdiepen valt allereerst op dat deze combinatie van "goedertierenheid en trouw" (Hebreeuws: חסד, "chesed" en אמת, "emet") ook als combinatie voor mensen wordt genoemd. In Genesis 47:29 vraagt Israël of zijn zoon Jozef hem "goedertieren en trouw" wil zijn door hem niet in Egypte te begraven maar bij zijn voorvaderen. In Genesis 24:49 vraagt Abrahams knecht of Laban en Bethuël Abraham "goedertieren en trouw" willen zijn door in te stemmen met het huwelijk van hun dochter en zus Rachel met Izak. In Jozua 2:14 beloven de verspieders "goedertieren en trouw" te willen zijn door Rachab en haar familie in het leven te sparen als Jericho veroverd wordt. Ook in Spreuken wordt de combinatie van "goedertierenheid en trouw" voor mensen genoemd (Spr. 3:3, 16:6, 20:28) - zij geven gunst in de ogen van God en van mensen, verzoenen de misdaad en bewaren de koning. "Goedertierenheid en trouw" lijkt dus iets te betekenen van een goede band tussen mensen. Dat God "rijk aan goedertierenheid en trouw" wordt genoemd, wil zeggen dat God overvloedig is in het aangaan van deze goede band met mensen. God wil zo ver neerbuigen dat Hij ons Zijn vriendschap wil geven.

Hoe overvloedig is God hierin? Dat lezen we in het volgende vers (Exodus 34:7): "Die goedertierenheid (chesed) blijft bewijzen aan duizenden generaties". Dit is een herhaling van wat in de tien geboden al gezegd is (Exodus 20:6), en het staat tegenover de "drie of vier generaties" die God straft als zij Hem net als hun vaders haten. "Duizenden generaties" betekent dat Gods goedertierenheid nooit uitgeput is, ook in het jaar 2025 niet. De aarde bestaat nog niet lang genoeg om op één duizend generaties uit te komen (stel dat iedereen in z'n 20e jaar zijn eerste kind krijgt, dan is duizend generaties 20.000 jaar), laat staan duizenden. In de Bijbel wordt dit vaak uitgedrukt door "Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid", verder dan wij kunnen kijken (bijv. Psalm 100:5, 103:17, 106:1, 107:1, 118:1-4, 136, 138:8).

Tegenover Gods eeuwige goedertierenheid staat de vergankelijke goedertierenheid van de mens (Jesaja 40:6-8):

"Alle vlees is gras
en al zijn goedertierenheid als een bloem op het veld.
Het gras verdort, de bloem valt af,
als de Geest van de HEERE erover blaast.
Voorwaar, het volk is gras.
Het gras verdort, de bloem valt af,
maar het Woord van onze God bestaat voor eeuwig.

Wat betekent "goedertieren" (chesed) nu precies? Laten we daarvoor wat voorbeelden opnoemen van mensen:

  • Abraham vraagt Sara hem deze "goedertierenheid" (gunst) te bewijzen door hem haar broer te noemen in plaats van haar man (Gen. 19:19)
  • Abimelech geeft Abraham veel bezittingen en de toestemming om overal te gaan wonen in zijn land (Gen. 20, 21:23)
  • Laban en Bethuël stemmen in met het huwelijk van Rachel en Izak (Gen. 24:49)
  • Israël vraagt Jozef om hem bij zijn voorvaderen te begraven (Gen. 47:29)
  • Rachab vraagt de verspieders om haar en haar familie in het leven te sparen (Jozua 2:12)
  • Jonathan vraagt David hem en zijn nageslacht te laten leven als David koning wordt (1 Sam. 20:11-15)
  • de bewoners van Jabes begraven Saul nadat deze is gesneuveld (2 Sam. 2:5)

Voorbeelden waarin Gods "goedertierenheid" wordt genoemd:

  • God spaart het leven van Lot als Hij Sodom straft (Gen. 19:19)
  • God wijst Abrahams knecht de weg naar een bruid voor Izak (Gen. 24:12)
  • God geeft Jakob veel bezit, terwijl hij eerst alleen zijn staf had (Gen. 32:10)
  • God zorgt dat Jozef in de gevangenis goed behandeld wordt (Gen. 39:21)
  • God verlost Israël (bijv. Ex. 15:13, Psalm 13:5, 89:50, 98:3, 136)
  • God beschermt de koning (bijv. Psalm 61:7)
  • God verhoort het gebed (bijv. Psalm 69:14)

Zou "vol van genade en waarheid" in het evangelie van Johannes (1:14, 1:17) een vertaling zijn van "rijk aan goedertierenheid en trouw" (Ex. 34:6)? Dat wordt gezegd van Jezus:

En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid. (...) En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.

Het woord dat in Johannes 1 wordt gebruikt voor "genade" is χαρις (charis). Elders wordt "chesed" vertaald met het Griekse ελεος (eleos): "Ik wil barmhartigheid en geen offer" (Matt. 9:13 en 12:7, een vertaling van Micha 6:8) en bijv. Lukas 1:50: "barmhartigheid van geslacht tot geslacht" (wellicht ook Ef. 2:4, Jak. 3:17, 1 Petr. 1:3, Rom. 15:9 die Psalm 18:49-50 lijkt te citeren).

In psalm 136 maar ook in psalm 107 is Gods goedertierenheid het refrein dat telkens terugkomt. Hij "kroont" ons "met goedertierenheid (chesed) en barmhartigheid (channun)" (Psalm 103:4). Mozes bidt: "verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid" (Psalm 90:14). God zorgt dagelijks voor mens en dier (Psalm 145:15-17):

De ogen van allen wachten op U,
U geeft hun hun voedsel op zijn tijd.
U doet Uw hand open
en verzadigt al wat leeft, naar Uw welbehagen.
De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen,
goedertieren (chasied) in al Zijn werken.

De aarde is vol van de goedertierenheid van God (Psalm 33:5). Mensen willen graag worden gezien als goedertieren, maar liegen er vaak over (Spr. 19:22) - God is goedertieren. David en Micha klagen beiden dat de goedertieren mensen ontbreken (Psalm 12:2, Micha 7:2). Maar God is eeuwig en dagelijks goedertieren en omringt ons ermee.

Laat ik afsluiten met het eerste stukje van psalm 107:

Loof de HEERE, want Hij is goed,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
Laten zo spreken wie de HEERE verlost heeft,
die Hij verlost heeft uit de hand van de tegenstanders,
en die Hij uit de landen bijeengebracht heeft,
van het oosten en van het westen, van het noorden en van de zee.

Er waren er die dwaalden in de woestijn, op een weg door de wildernis,
een stad om te wonen vonden zij niet.
Zij waren hongerig, ja, ook dorstig,
hun ziel was in hen bezweken.

Maar toen zij in hun benauwdheid tot de HEERE riepen,
redde Hij hen uit hun angsten.
Hij leidde hen op een rechte weg,
zodat zij naar een stad konden gaan om te wonen.

Laten zij de HEERE loven om Zijn goedertierenheid
en om Zijn wonderen voor de mensenkinderen.

maandag 23 december 2024

God is geduldig

In een vervolg op eerdere afleveringen over Gods barmhartigheid en genade wil ik het nu over de derde eigenschap hebben die God over Zichzelf noemt (in Exodus 34:6): Hij is geduldig (Statenvertaling: lankmoedig).

In het Hebreeuws staat er: lang tot toorn, ארך אפים ("erech apayiem"), waarbij het tweede woord van de Hebreeuwse stam אָנַף ("anaf") komt, boos of toornig zijn. Ik vind de vertaling "traag tot toorn" zelf een mooie.

Er zijn twee dingen waar God geen last van heeft:

  1. onterechte boosheid
  2. terechte boosheid die te ver gaat

Onterechte boosheid hebben wij (tenminste ik) al snel. Irritatie op een verkeerd moment, boosheid als reactie op een moeilijke situatie, boosheid op iemand waarbij de toedracht ingewikkelder is dan we op het eerste gezicht zien. Gods toorn is nooit onterecht en nooit onrechtvaardig.

Maar Gods terechte toorn is daarnaast ook nog eens beperkt. God is traag tot deze terechte toorn. Hij stelt deze zo lang mogelijk uit, zeker als Hij weet dat het averechts zal werken. Hij is niet driftig of opvliegend. Als het nodig is zal God Zijn toorn wel laten blijken, maar Hij zal die ook weer afwenden als er bekering is. God kropt Zijn toorn niet op zoals wij wel doen, om daarna met een extra grote uitbarsting af te reageren. God gaat liever aan Zijn toorn voorbij en houdt deze in om Zijn liefde en genade te bewijzen. Hij is uit op onze genezing, niet om Zijn "gelijk te halen". Daarom danken Gods kinderen hun HEER voor Zijn toorn (Jesaja 12:1). Zij danken Hem dat Hij toornig is geworden, omdat het voor hun bestwil was, maar danken ook dat Hij Zijn toorn heeft afgewend en hen troost.

Wie als mens zijn toorn inhoudt, wordt een beter dan een dapper held genoemd (Spreuken 16:32). Het is dwaas om snel boos te zijn (Spreuken 14:17). Het maakt de overtredingen talrijk (Spreuken 29:22). Het is een sieraad om aan toorn voorbij te gaan (Spreuken 19:11).

Terechte toorn is wél een eigenschap van God. Hij wordt een "naijverig" God genoemd (אל קנא, "el qanaa"), Die niet toestaat dat degenen die Hem hebben leren kennen terugkeren tot de bedrieglijke afgoden. Hij is een jaloers God in de positieve zin, zoals een man of vrouw terecht niet wil dat zijn of haar echtgenoot of echtgenote vreemdgaat (Deuteronomium 4:24, 5:9, 6:15). Ook houdt God de schuldige zeker niet voor onschuldig (Exodus 34:7). Terechte toorn bestaat er dus zeker bij God. Maar Hij stelt deze dus ook zo lang mogelijk uit en bewijst liever Zijn liefde en genader als wij ons bekeren tot Hem.

Als er één bijbelboek is over Gods toorn is het wel de Klaagliederen van Jeremia. Het boek is vol van de straf van God in Zijn toorn. Maar exact in het centrum van het boek staat 3:33: "Niet van harte verdrukt Hij en bedroeft Hij mensenkinderen". God doet het niet van harte, Zijn hart vindt geen vreugde in toorn. In het boekje "Zachtmoedig en nederig van hart" left Dane Ortlund hier de vinger bij dat oordelen Gods "vreemde werk" is en niet Zijn "natuurlijke werk" (hoofdstuk 15).

We weten dat Jezus aan het kruis onze straf heeft gedragen en het schuldoffer voor ons heeft gebracht. Soms wordt dat zo geformuleerd dat Jezus "Gods toorn" heeft gedragen (Heidelbergse catechismus vraag 14, 17, 37, het avondmaalsformulier van Dordt). Ik heb het nagezocht, maar kan dit niet terugvinden. In bijvoorbeeld het bijbelboek Hebreeën, wat heel duidelijk uitlegt waarom Gods Zoon moest lijden, wordt niet gezegd dat Jezus de toorn van God droeg - wel dat Hij de straf van God voor onze zonden droeg en Zichzelf als een offer in onze plaats opofferde.

Gods uitstel van toorn gaat heel ver. In Jeremia 15:15 lijkt Jeremia zelfs bang te zijn dat Gods geduld met zijn vervolgers zijn leven zal kosten! Petrus schrijft dat God traag tot toorn is (μακροθυμέω, "makrotumeo", een vrij letterlijke vertaling van erech apayiem) en dat daarom de wereld nog niet geoordeeld is en Gods Koninkrijk nog niet gekomen. Tot op de dag van vandaag is het Gods lange geduld dat niet wil dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering komen (2 Petr. 3:9).

maandag 9 december 2024

God is genadig

Het vorige bericht schreef ik over Gods barmhartigheid of liefde. De tweede eigenschap waarmee God Zichzelf bekendmaakt is genadig.

Waar bij het woord "barmhartig" (Hebreeuws "rachum") geen sprake is van een relatie tussen een meerdere (God) en een mindere (de mens), is dat bij het woord "genadig" (Hebreeuws חנון, "chanun") juist wel. Het woord komt van het werkwoord "chanan", wat ook vertaald kan worden als "je neerbuigen voor" (zoals in 1 Kon. 8:33, Psalm 30:8 voor gebed). Het kan dus soms gebruikt worden voor mensen die zich voor God neerbuigen, maar wordt vaker gebruikt voor God die Zich tot ons neerbuigt. De hoge, almachtige God, Die heel de hemel met al haar sterrenstelsels en de aarde met al haar wonderen gemaakt heeft, buigt ons neer tot ons mensen. Hij laat ons "genade vinden in Zijn ogen". Het wordt niet alleen voor God gebruikt, maar ook voor mensen die een gunst aan andere mensen verlenen (bijv. Psalm 112:5, Ester 2:15).

In het Nieuwe Testament wordt het woord "chanun" het meest vertaald met het Griekse woord χάρις ("charis", bijv. Luk. 1:30). (In Rom. 9:15 wordt het Griekse ελεος ("eleos") gebruikt.) Elke brief in het Nieuwe Testament begint ongeveer met het toewensen van "Genade en vrede" - ik denk dat dat een vertaling is van de priesterlijke zegen in Numeri 6:24-26:

De HEERE zegene u
en behoede u!
De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten
en zij u genadig!
De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u
en geve u vrede!

Als je weet dat "genade" en "neerbuigen" met elkaar te maken hebben, weet je ook dat "charismata", de genadegaven die God ons geeft door Zijn Geest, bedoeld zijn als gaven waar de rijke en hoge God afdaalt tot ons kleine en arme hart.

Ik denk ook aan het woord "genade" bij de tekst Lukas 2:14 waar de engelen zingen over de geboorte van de Heere Jezus:

Eer zij aan God in de hoogste hemelen,
en vrede op aarde, in mensen van welbehagen.

"Mensen van welbehagen" zou je wat mij betreft ook kunnen vertalen met "mensen van genade". Wat is er immers een grotere tegenstelling dan tussen de allerhoogste God en de mensen op aarde? Misschien kun je het zelfs vertalen met: "Glorie aan de allerhoogste God, en op aarde vrede in de mensen van genade". Dat de allerhoogste God mens werd is de meest onbegrijpelijke genade. God buigt Zich neer tot de aarde, omdat Hij genadig is.

Misschien is het ten slotte mooi om te weten dat er heel veel namen van het woord "genade" zijn afgeleid, zoals Johannes (Jehova chanan, Jehova is genadig) of Hanna.

zaterdag 30 november 2024

God is barmhartig

In Exodus (34:6) spreekt God tot Mozes Zijn eigen Naam uit. Deze Naam van God wordt door heel de Bijbel herhaald. Zijn eigen Naam is:

"HEERE, HEERE, God,

barmhartig en genadig,

geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw,

Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden,

Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft,

maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht."

Gods Naam is dus:

  • HEERE: De eigennaam van God, Jehova, die betekent: "Ik zal zijn" of "Ik ben"
  • God: Jehova is de enige God en machtige
  • barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw: Dit zijn Gods belangrijkste eigenschappen die iedereen moet weten.
  • Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht.: Zo regeert God de wereld. Allereerst door goed te doen aan duizenden. Als tweede door heel veel te vergeven. Als laatste door te oordelen. (Tussen haakjes: De zonde van de vaders wordt niet aan de kinderen aangerekend, maar het gaat er hier over dat als de kinderen en kleinkinderen ongerechtigheid blijven doen tegen Gods wet in, ze net als hun vaders geoordeeld zullen worden. In Exodus 20 staat er "aan de derde en vierde generatie die Mij haten".)

In deze blog wil ik stil gaan staan bij de eigenschappen van God, om te beginnen met barmhartig.

Voor moslims moet dit trouwens ook een bekend woord zijn want het staat met twee woorden in soera 1 van de Koran: "ٱلرَّحۡمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ", "alrachmaan alracheem", twee keer een variant van dezelfde stam "racham".

Wat leren we in de Bijbel over Gods barmhartigheid? Ik wil een paar dingen delen die mij opvielen toen ik zocht op het Hebreeuwse woord voor "barmhartig" in Exodus 34:6, רחום "rachum".

  • Het woord wordt vaak gebruikt voor Gods vasthoudende liefde voor wie zich van God heeft afgekeerd of tegen Hem heeft gezondigd, maar terugkeert tot Hem. Het wordt ook vaak gebruikt in combinatie met "genadig", חנון "channun". (Een selectie van teksten: Deut. 4:31, 2 Kon. 13:23, Neh. 9:31, Ps. 51:1, Jes. 30:18, Jona 4:2, Zach. 1:12.)
  • Bij "barmhartig" denk ik aan "de barmhartige Samaritaan", dus aan iemand die iemand anders helpt. Toch gaat het woord "racham" daar niet per se over. Het woord wordt ook gebruikt voor de liefde van een moeder voor haar kind (Jesaja 49:15) en voor een vader voor zijn kinderen (Psalm 103:13), maar ook voor de liefde van Jozef voor zijn jongere broer Benjamin als hij die weer ziet na jaren (Genesis 43:30).
  • Veelzeggend is dat het Hebreeuwse woord "rechem" "baarmoeder" betekent. Ook "racham" wordt een aantal keer gebruikt om de baarmoeder aan te duiden. Dus de liefde van een moeder voor haar kind in haar heeft iets te maken met het Hebreeuwse woord wat wij met "barmhartig" vertalen.
  • Je zou denken dat er bij "barmhartigheid" sprake is van een relatie tussen een meerdere (God) en een mindere (de mens). Toch is dat niet zo, want hetzelfde woord wordt gebruikt door David voor zijn liefde voor God (Psalm 18:2). Daar is het vertaald met "Ik heb U hartelijk lief, HEERE".

Daarom denk ik dat "God is barmhartig" misschien nog wel beter vertaald zou kunnen worden met "God is liefde"! (Zo wordt het in Romeinen 9:25 ook vertaald met ἀγαπάω, liefhebben.)

God heeft niet alleen degenen lief die Hem willen gehoorzamen. In het bijbelboek Jona, wat elke Jom Kippoer (de feestdag van verzoening) nog in de synagoge gelezen wordt, staat het bijzondere voorbeeld dat God barmhartig is over Ninevé. Ninevé was de hoofdstad van Assyrië, een staat die Gods volk Israël telkens vijandig is geweest. Jona wil eerst niet naar Ninevé om te prediken dat God haar zal oordelen, want hij weet dat God barmhartig en genadig is! Hij reist een andere richting op naar Tarsis per schip. Maar God laat dat schip bijna vergaan in een storm en Jona weet dat het door hem komt. Daarom zegt hij: Gooi mij maar overboord. God beschikt een grote vis die Jona opslokt en weer op het strand uitspuwt. Als Jona dan naar Gods bevel in Ninevé predikt over Gods komende oordeel, gaan de mensen van Ninevé massaal vasten en bidden en kondigt de koning nationale rouw af. God ziet dat ze zich bekeren van hun verkeerde weg en God laat het oordeel niet komen. "En God kreeg berouw over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet."

En nu komt er iets onverwachts: Jona is boos op God, omdat Hij het oordeel niet liet komen. Hij zegt: "Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad" (Jona 4:2). Jona weet dat God barmhartig is (en ook Zijn andere eigenschappen uit Exodus 34:6), en Jona vluchtte omdat hij het wist dat God zelfs Zijn vijanden zou vergeven.

Later zal Jezus dat bevestigen: "Heb uw vijanden lief" (Mattheüs 5:44). Ook staan de barmhartigen in een van de negen zaligsprekingen: "Zalig zijn de barmhartigen, want aan hen zal barmhartigheid bewezen worden." (Mattheüs 5:7). Hier gaat het om de Griekse woordstam ελεος ("eleos") (in 1 Petrus 2:10 een vertaling van "rachum"). (Hetzelfde woord "eleos" wordt bebruikt om het woord "genadig" ("channun") en "goedertieren" ("chesed") te vertalen trouwens: bijv. Rom. 9:5, Matt. 9:13. Ook het woord οἰκτος "oiktos" wordt gebruikt als vertaling voor "rachum", Rom. 9:15.)

In de Bijbel staat ook de ontstellende boodschap dat God Zijn barmhartigheid wegneemt van Israël. In Hosea 1:6 moet de profeet Hosea zijn dochter "Lo-ruchama" noemen, wat betekent "Niet barmhartig". Welke hoop is er nog voor ons, als God Zijn barmhartigheid wegneemt? Hosea mag echter ook aan Israël beloven dat God zal terugkeren naar Zijn volk Israël en mag zijn dochter "Ruchama" noemen. Ik geloof dat wij dat in onze tijd vervuld gaan zien. (Zie ook Jeremia 16:5 en 16:14.)

Misschien denk je: ik geloof niet dat God barmhartig is. Hoe kan er anders zoveel onmenselijk lijden in de wereld zijn?

Lijden is er zeker. Maar het komt niet voort uit een onbarmhartig God. De dood is de ontstellende straf op en het gevolg van het verlaten van God. Als we in het lijden op God zien, weten we dat Hij alle tranen van onze ogen zal afwissen (Openbaring 21).

Integendeel, we kunnen zeggen dat Gods barmhartigheid elke dag weer te zien is, op zoveel momenten van die dag, en voor zoveel mensen. God laat de zon opkomen over goede en slechte mensen. God geeft ons voedsel, kleding, en zoveel meer zegeningen. Het lijden is de ontstellende uitzondering op deze regel. Gods barmhartigheid is het grote "normaal" wat wij zo vaak negeren, omdat we het gewend zijn. We kunnen daarom echt zeggen: God omringt ons, God kroont ons als het ware met barmhartigheid (Psalm 103:4). Gods barmhartigheid is over al Zijn werken (Psalm 145:9).

Een voetnoot over het Nederlandse woord "barmhartig". Het komt van hetzelfde woord als "ontfermen". Je zou het niet zeggen misschien, maar "bi + arm + hartig" maakt "barmhartig" en "af + armen" maakt "ontfermen". Dus "barmhartig" is hetzelfde als "een ontfermend hart" (vergelijk ook het woord "erbarmen").

vrijdag 1 november 2024

Psalm 22

In deze blog wil ik stilstaan bij psalm 22.

Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘De hinde van de dageraad’.

2. Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten,
bent U ver van mijn verlossing, van de woorden van mijn jammerklacht?
3. Mijn God, ik roep overdag, maar U antwoordt niet,
en 's nachts, maar ik vind geen stilte.

4. Maar U bent heilig,
U troont op de lofzangen van Israël.
5. Op U hebben onze vaderen vertrouwd,
zij hebben vertrouwd en U hebt hen bevrijd.
6. Tot U hebben zij geroepen en zij zijn gered,
op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd.

7. Maar ik ben een worm en geen man,
een smaad van mensen en veracht door het volk.
8. Allen die mij zien, bespotten mij;
zij trekken de lippen op, zij schudden het hoofd en zeggen:
9. Hij heeft zijn zaak op de HEERE gewenteld – laat Die hem bevrijden!
Laat Die hem redden, als Hij hem genegen is.

10. U bent het toch Die mij uit de buik hebt getrokken,
Die mij vertrouwen gaf, toen ik aan mijn moeders borst lag.
11. Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af,
vanaf de moederschoot bent U mijn God.
12. Blijf dan niet ver van mij, want de nood is nabij;
er is immers geen helper.

13. Vele stieren hebben mij omringd,
sterke stieren van Basan hebben mij omsingeld.
14. Zij hebben hun muil tegen mij opengesperd
als een verscheurende en brullende leeuw.

15. Als water ben ik uitgestort,
ontwricht zijn al mijn beenderen;
mijn hart is als was,
het is gesmolten diep in mijn binnenste.
16. Mijn kracht is verdroogd als een potscherf,
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte;
U legt mij in het stof van de dood.

17. Want honden hebben mij omsingeld,
een horde kwaaddoeners heeft mij omgeven;
zij hebben mijn handen en mijn voeten doorboord.
18. Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen;
en zij, zij zien het aan, zij kijken naar mij.
19. Zij verdelen mijn kleding onder elkaar
en werpen het lot om mijn gewaad.

20. Maar U, HEERE, blijf niet ver weg;
mijn sterkte, kom mij spoedig te hulp.
21. Red mijn ziel van het zwaard,
mijn eenzame ziel van het geweld van de hond.
22. Verlos mij uit de muil van de leeuw
en van de hoorns van de wilde ossen.
Ja, U hebt mij verhoord.

23. Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen,
in het midden van de gemeente zal ik U loven.
24. U die de HEERE vreest, loof Hem;
alle nakomelingen van Jakob, vereer Hem;
wees bevreesd voor Hem, alle nakomelingen van Israël.

25. Want Hij heeft de ellendige in zijn ellende
niet veracht en niet verafschuwd;
Hij heeft Zijn aangezicht niet voor hem verborgen,
maar Hij heeft gehoord, toen hij tot Hem riep.

26. Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente,
/> mijn geloften zal ik nakomen in bijzijn van wie Hem vrezen.
27. De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden;
wie de HEERE zoeken, zullen Hem loven.
Uw hart zal voor eeuwig leven.

28. Alle einden der aarde
zullen eraan denken en zich tot de HEERE bekeren:
alle geslachten van de heidenvolken
zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen.
29. Want het koningschap is van de HEERE,
Hij heerst over de heidenvolken.

30. Alle groten der aarde
zullen eten en zich neerbuigen.
Allen die in het stof neerdalen
en hun ziel niet in het leven kunnen behouden,
zullen voor Zijn aangezicht neerbukken.

31. Het nageslacht zal Hem dienen,
en aan de Heere toegeschreven worden tot in generaties.
32. Zij zullen komen en Zijn gerechtigheid verkondigen
aan het volk dat geboren zal worden,
want Hij heeft het gedaan.

Bevreemdend

Deze psalm gaat over de vertwijfeling en het roepen tot God in onze ellende. Ik denk dat iedereen dat kan herkennen. Wat wel vreemd aandoet zijn de poëtische beelden die in de psalm gebruikt worden. "Verdroogd als een potscherf" is een beeldspraak die wij niet meer zouden gebruiken, en "ontwrichte beenderen" vinden wij wat overdreven als poëtische omschrijving voor vermoeidheid of zwakte. Ook zullen we vijandschap van mensen om ons heen niet snel omschrijven als een kudde stieren of een troep honden. In Nederland kun je wel tegenover één stier of één hond komen te staan die je liever niet tegenkomt, maar meerdere zal niet zo snel gebeuren. Wellicht dat onze uitdrukking "een hongerige meute wolven" of "een zwerm horzels" er nog het meest in de buurt komt.

Herkenbaar

Als we door ellende getroffen worden in dit leven, bijvoorbeeld een ziekte, ernstig ongeluk of het verlies van een geliefde, kunnen we ons weleens afvragen: Waar is God? Waarom gebeurt dit? Waarom staat God toe dat dit gebeurt? In moeilijke omstandigheden gaan we bidden, ook als we dat anders nooit doen, en roepen we God om hulp of ter verantwoording. En het lijkt dan soms dat alles hetzelfde blijft, dat er geen antwoord komt. We kunnen boos worden en God de schuld geven - maar dat doet David in deze psalm niet. Zijn vertrouwen op God blijft bestaan ondanks dat hij het niet begrijpt. Zijn liefde tot God blijft, wat blijkt uit hoe hij tot God blijft bidden. Daarin kunnen wij van hem leren: wie in geloof, in vertrouwen op God blijft, zal niet beschaamd worden. Als we daarentegen in het lijden ons geloof in God overboord gooiden, zullen we dat geloof als we het goed hebben niet meer denken nodig te hebben en zullen we blijven volhouden dat God er niet is.

Als we al niet boos op God worden, vergeten we vaak om met hart en ziel op Hem te vertrouwen. Dat vergt overgave van alles van ons en het geloof in wat niet zichtbaar is (Hebreeën 10).

En als God ons op ons gebed heel veel kracht geeft en ons wonderlijk helpt, dan vergeten we soms God ervoor te danken en Hem ervan de eer te geven. Dan hebben we soms te weinig geloof om onze verlossing aan God toe te schrijven, denken we "ik heb het gewoon wat overdreven" en schamen we ons misschien zelfs dat we God gebeden hebben in onze nood. In psalm 22 is dit niet zo: David geeft God uitbundig dank voor alles wat Hij heeft gedaan.

Profetisch

De eerste zin van deze psalm werd door Jezus, Gods Zoon, geciteerd toen Hij voor onze zonden aan het kruis hing: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?" In elk lijden is de Heere Jezus daarom met ons, want deze lijdenspsalm is zoals zoveel andere lijdenspsalmen in Hem vervuld.

Aan het einde van deze psalm is er de vooruitblik op het eeuwige Vrederijk wat zal komen. "Alle einden van de aarde zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen." Zoals in veel andere psalmen is de boodschap van verlossing voor alle volken, en dat is zeker vervuld: over heel de wereld is het Evangelie verkondigd.

dinsdag 8 oktober 2024

De wet van God

Nadat alle volken het evangelie van Jezus Christus hebben leren kennen, is het de vraag geworden welke betekenis de wet van God (of: het onderwijs van God, Zijn instructies) heeft. Daarop zijn verschillende antwoorden gekomen. Die verschillende antwoorden zijn:
  1. Het is hypocriet als je niet heel de wet van God houdt. Wij, de gelovigen uit de volken, moeten gaan leven zoals de Joden.
  2. De wet doet er niet meer toe zodra je in Jezus Christus gelooft. We zijn helemaal vrij van de wet en worden in ons leven geleid door Gods Geest Zelf.
  3. 'De wet' is een aanduiding voor verschillende dingen. Een deel moet iedereen houden, een ander deel was en is alleen voor het Joodse volk.
Een gemeenschappelijke factor van deze antwoorden is dat de wet goed is, maar niet leidt tot onze verlossing. Die verlossing is gebracht door Jezus Christus.

Toch maakt het nog best wat uit welk antwoord je geeft. Bij het eerste antwoord ligt het gevaar op de loer dat je alsnog gaat denken dat jouw leven volgens de wet het eeuwige leven verdient, en dat het offer van Jezus Christus voor de zonden maar bijzaak is. Dan heb je absoluut niet de hoofdzaak van de wet begrepen, want de hoofdzaak is dat God heilig is en dat de verzoening buiten ons ligt (zie eerdere berichten daarover). Als je op het houden van de wet je vertrouwen gaat stellen, verlies je Christus (Gal. 5:2, Kol. 2:8).

Bij het tweede antwoord is er een even groot gevaar dat je gaat denken dat wat jij ook maar verzint, direct van Gods Geest komt, terwijl het in werkelijkheid uit je eigen zondige geest ontspringt die zich nog steeds niet aan God wil onderwerpen.

Als we het onderwijs van Jezus Christus en de apostelen goed lezen, komen we op het derde antwoord uit, namelijk dat 'de wet' een aanduiding is voor verschillende bepalingen:
  1. Een ceremoniële wet, die zoals een schaduw afbeeldt wat is en wat zal komen, zoals de offer van het paaslam wees op het lijden en sterven van Christus voor onze zonden;
  2. Een civiele of burgerlijke wet die het volk Israël tot een voorbeeld stelt van alle volken;
  3. Een ethische of zedelijke wet die voor iedereen waar ook ter wereld en zowel vroeger als vandaag geldt.
De ceremoniële wet is geen voorschrift voor alle volken, maar alleen voor de Joden. Dat geldt voor de besnijdenis (Kol. 2:11, Gal. 2:12, Gal. 5:2, Hand. 15:1), de voedselwetten (Kol. 2:16, Rom. 14:17), de feestdagen (Kol. 2:16, Rom. 14:5, Gal. 4:10). Dat geldt ook voor de civiele of burgerlijke wet. De wet van geboden en bepalingen is tenietgedaan, het was een scheidsmuur die de andere volken als het ware buitensloot omdat zij deze niet konden houden (Ef. 2:15). 

De ethische of zedelijke wet geldt daarentegen nog steeds. Meteen nadat de apostel Paulus schrijft "U bent volmaakt geworden in Hem (Christus)" (Kol. 2:10), schrijft hij: "Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is. Door deze dingen komt de toorn van God over de ongehoorzamen" (Kol. 3:5-6). Meteen nadat hij schrijft "Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft" (Gal. 5:1), laat de apostel erop volgen: "Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de liefde. Want de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf" (Gal. 5:13-14). Jezus Zelf zegt dat geen komma of punt (jota of tittel) van de wet voorbij zal gaan tot de hemel en aarde voorbijgaan (Matt. 5:18), en laat met zijn uitleg die daarop volgt zien dat het over de tien geboden gaat die God gaf bij de berg Sinaï. Jezus legt keer op keer uit dat de ethische wet gaat over ons hart (Mark. 7:21, Mark. 8:15, Mark. 12:29, Mark. 12:40).

Waarom geldt de ceremoniële en civiele wet niet meer voor alle volken? Als Gods wet goed is, waarom zou deze dan niet door iedereen gehouden moeten worden? En zijn er in de ceremoniële wet niet prachtige lessen voor iedereen? Zou het houden ervan niet tot meer eenheid tussen Joden en andere volken leiden? 

Het antwoord op deze vragen is meervoudig. Allereerst is er een praktisch probleem, vooral als het gaat om het houden van de civiele wet. Dat is dat Israël een aparte staat is die zijn eigen wetten kan bepalen, maar gelovigen uit de andere volken kunnen de rechtspraak in hun land niet zomaar veranderen, omdat zij onderworpen zijn aan een eigen overheid. De Bijbel roept ons niet op tot revolutie, maar tot het onderwerpen aan de overheid, omdat alle machten door God uitgedeeld zijn - de revolutie moet in ons hart plaatsvinden (Rom. 13). Maar wat als er een christelijke overheid is, zou die dan niet de wetten van God kunnen volgen zoals ze aan Israël gegeven zijn? Ook hier is het antwoord nee. Het vrederijk van God komt er niet doordat wij Zijn goede wetten op gaan leggen aan anderen. God heeft Zelf deze wetten op Israël gelegd, maar dat betekent niet dat wij dat kunnen nadoen. Gods Koninkrijk van vrede zal zeker komen, maar doordat Hij Zelf zal ingrijpen en de wereld zal oordelen.

Ten tweede heeft God het Zelf niet gewild dat Zijn ceremoniële wet aan gelovigen uit alle volken werd opgelegd. Het doel van de ceremoniële wet is om ons te leren over Wie God is. Dat doel hebben zelfs de Joden niet altijd begrepen. Door de profeet Micha laat God zeggen: "Wat vraag ik van u, behalve recht te doen en barmhartigheid?" Door de profeten Jesaja, Jeremia en Ezechiël zegt God: "Uw offers, uw gebeden, uw feestdagen zijn voor Mij afschuwelijk". Door de profeet Zefanja zegt God: "Zoek gerechtigheid, zoek zachtmoedigheid". Dat kwam omdat Israël de ceremoniële wet wel hield, maar intussen de ethische wet overtrad. De hoofdzaak van de ceremoniële wet is dat de verlossing buiten ons ligt. Als dat verandert naar "De verlossing ligt in mijn houden van de wet", dan ontstaat er hoogmoed (zonde tegen het eerste gebod), onbarmhartigheid (zonde tegen het zesde gebod), dan wordt Gods wet naar de letter gehouden maar eraan voorbijgegaan dat we deze nooit volmaakt met ons hart kunnen houden. We zijn allen zondig, en worden alleen door het geloof gerechtvaardigd (Rom. 1-5). We moeten door dat geloof leven; niet meer in angst, maar met vrede in ons hart (Rom. 8:5). We moeten de verlossing van de zonden die we nog doen verwachten (Rom. 8:23). Dat is ook de echte betekenis van de beloften aan Israël (Rom. 9:30).

Ten derde moet de eenheid tussen de Joden en de andere volken bestaan uit de beloofde Messias, Jezus Christus. Jezus heeft met Zijn lijden het door God beloofde nieuwe verbond aangegaan (Mark. 14:24, Jer. 31:33). Hij maakt door Zijn verlossing Jood en andere volken vrij van de veroordeling van de wet. Hij is het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt.

donderdag 26 september 2024

Psalm 21

Vandaag lezen we psalm 21:

Een psalm van David, voor de koorleider.

2. HEERE, de koning verblijdt zich over Uw macht.
Hoezeer is hij verheugd over Uw heil!
3. De wens van zijn hart hebt U hem gegeven;
het verzoek van zijn lippen hebt U hem niet onthouden. Sela

4. Want U komt hem tegemoet met rijke zegeningen;
op zijn hoofd zet U een kroon van zuiver goud.
5. Leven heeft hij van U verlangd en U hebt het hem gegeven,
lengte van dagen, eeuwig en altijd.
6. Groot is zijn eer dankzij Uw heil,
met majesteit en glorie hebt U hem bekleed.
7. Want U stelt hem voor eeuwig tot grote zegen,
U verheugt hem met blijdschap, met Uw aangezicht.

8. Want de koning vertrouwt op de HEERE;
door de goedertierenheid van de Allerhoogste wankelt hij niet.
9. Uw hand zal al Uw vijanden vinden,
Uw rechterhand zal hen die U haten, vinden.
10. U zult hen als een vurige oven maken,
ten tijde dat U Uw aangezicht laat zien.
De HEERE zal hen in Zijn toorn verslinden,
het vuur zal hen verteren.
11. U zult hun vrucht wegdoen van de aarde,
hun nageslacht onder de mensenkinderen.

12. Want zij hebben kwaad tegen U beraamd;
zij hebben een listig plan bedacht,
maar zijn tot niets in staat.
13. Want U zult hen tot een doelwit maken,
met Uw boog zult U op hun gezicht richten.
14. Verhef U, HEERE, in Uw macht;
dan zullen wij zingen en Uw macht met psalmen loven.

Bevreemdend

Het eerste gedeelte van de psalm is een herkenbaar danklied. Als je in plaats van "de koning" je eigen naam invult is het heel herkenbaar.

Maar vanaf vers 9 gaat het over Gods vijanden. Let op: er staat Gods vijanden, niet mijn vijanden. Het gaat dus niet om een persoonlijke vete maar om mensen die God tegenstaan. Je zou kunnen zeggen dat we daar in Nederland behoorlijk veel van hebben, niet alleen atheïsten en mensen die andere goden dienen, maar ook mensen die zich christen noemen maar niet naar Zijn Woord leven. Ook wij waren Gods vijanden, maar zijn met Hem verzoend door het bloed van Zijn Zoon. Gods vrienden zijn niet beter, maar zijn bevrijd van de gevangenschap en tegenstand tegen God.

Met Gods vijanden zal het niet goed aflopen, tenzij ze tot inkeer komen. De vreugde van degene die God dient, staat in schril contrast met de onbezorgdheid van degenen die zonder God leven. Aan zulke onbezorgdheid komt een onverwacht einde.

Herkenbaar

De vreugde die er is in het dienen van de levende God is groot. Wij mogen Zijn macht, liefde en genade elke dag zien in de schepping om ons heen, in ons eigen leven, in de rijke zegeningen die Hij ons geeft. Meer nog weten wij van Zijn liefde in het geven van Zijn Zoon om ons van onze zonden te verlossen.

Wij weten ten slotte ook dat God deze wereld zal oordelen. We weten dat Zijn Vrederijk zal komen, waar geen pijn of verdriet meer is. God zal opkomen voor degenen die gedood, verdrukt, mishandeld zijn. We weten dat alle vijanden van God verslagen zullen worden, als ze niet voor Zijn genade zullen leren buigen.

Profetisch

Met deze psalm mogen we uitzien naar het komende Koninkrijk van God, waarin ook wij die door genade Gods kinderen zijn, als koningen mogen regeren. We mogen ons ook verheugen over Davids Zoon, Jezus Christus, die ons als Koning van God gegeven is, die Zijn vijanden zal overwinnen en die eeuwig zal regeren.

dinsdag 13 augustus 2024

God is heilig: hoger dan onze gedachten

In eerdere berichten schreef ik over de dienst van verzoening en over Gods rechtvaardigheid en heiligheid in het bijbelboek Leviticus. Dit is een vervolg naar aanleiding van de daarop volgende hoofdstukken van Leviticus (vanaf hoofdstuk elf).

Leviticus 11 gaat over "reine" en "onreine" dieren. De reine dieren mochten gegeten worden, de onreine niet gegeten en hun kadavers niet aangeraakt. Leviticus 12 gaat over onreinheid bij kraamvrouwen, Leviticus 13-14 over onreinheid bij de ziekte van melaatsheid en Leviticus 15 over onreinheid bij andere ziekten of omstandigheden. De kernwoorden zijn dus "rein" en "onrein".

Wat is "rein" en "onrein" eigenlijk, en wat leren deze wetten ons over God? Ik vind het opmerkelijk dat de apostel Paulus de wetten in Leviticus 11 bijvoorbeeld rekent tot symbolische wetten ("schaduwen") in de brief aan de gemeente in Kolosse (hoofdstuk 2, vers 17). De symboliek is me niet meteen duidelijk - ze klinken vooral als erg praktische wetten op gebied van hygiëne en gezond eten, waarin de Bijbel zijn tijd ver vooruit was (zie ook het boek 'Moderne wetenschap in de Bijbel'). 

Maar dat is hoe ik met mijn moderne bril, met de inzichten van nu, naar deze wetten kijk, besef ik me door de woorden van Paulus. De wetten van Leviticus waren in hun tijd onbegrijpelijk en onverklaarbaar anders: er was geen wetenschappelijke verklaring waarom juist dat ene dier gegeten mocht worden, geen verklaring waarom je op die manier met melaatsen om moest gaan (bacteriën waren nog niet zichtbaar in die tijd), geen verklaring voor de andere wetten over onreinheid. De wetten van God waren hoger dan de gedachten van mensen, heel anders dan de gewoonten van de tijd, onverklaarbaar anders. En dat is precies wat we ervan over God leren: Gd is hoger dan onze gedachten, Hij weet wat goed voor ons is ook als wij het niet begrijpen. Hij is onze Schepper die ons en Zijn schepping door en door kent. Wij worden onrein op manieren die wet niet eens weten en God reinigt ons op manieren die wij niet konden bedenken. God is totaal anders dan wij, hoger dan wij, volkomen heilig en rein, en wij zijn telkens weer onrein en moeten telkens weer gereinigd worden.

Voor onreinheid was ook een offer nodig - zelfs bij bijvoorbeeld onreinheid van kraamvrouwen na de geboorte van het kindje. Dat is onverwacht, want er is toch geen sprake van "schuld" of "zonde". Toch moest er een brandoffer en zondoffer worden gebracht. Dit benadrukt - denk ik - dat God heilig is, zo heilig dat ook onopzettelijke onreinheid van ons een offer kost om verzoend te worden met God.

Zo leert Leviticus 11-15 dus over Gods heiligheid en onze beperktheid, en over de herhaalde verzoening die ervoor nodig is tussen ons en God.

vrijdag 9 augustus 2024

Psalm 20

Laten we nadenken over de volgende psalm:

Een psalm van David, voor de koorleider.

2. Moge de HEERE u verhoren in de dag van benauwdheid,
de Naam van de God van Jakob u in een veilige vesting zetten.
3. Moge Hij u hulp zenden uit het heiligdom
en u ondersteunen uit Sion.
4. Moge Hij aan al uw graanoffers denken
en uw brandoffer tot as verteren. Sela
5. Moge Hij u overeenkomstig de wens van uw hart geven
en al uw voornemens in vervulling doen gaan.
6. Wij zullen juichen over uw heil
en de vaandels opheffen in de Naam van onze God.
Moge de HEERE al uw verlangens vervullen.
7. Nu weet ik dat de HEERE Zijn gezalfde verlost!
Hij zal hem verhoren uit Zijn heilige hemel,
met machtige daden van heil door Zijn rechterhand.
8. Dezen vertrouwen op strijdwagens en die op paarden,
maar wíj zullen de Naam van de HEERE, onze God in herinnering roepen.
9. Zíj kromden zich en vielen,
maar wíj zijn opgestaan en staande gebleven.
10. HEERE, verlos;
moge die Koning ons verhoren op de dag dat wij roepen.
Bevreemdend
Waar wij gewend zijn aan een "scheiding van kerk en staat", of liever: een seculiere staat, waarbij de koning weinig godsdienst toont om voor iedereen koning te zijn, gaat psalm 20 over een gebed van de gemeente voor een godsdienstige koning. Trouwens, ik ben niet tegen een scheiding van kerk en staat, want God Zelf maakte die scheiding al tussen koningen en priesters. Dat voorkomt machtsmisbruik van de koning in de kerk en machtsmisbruik van de priesters in de staat, iets wat inderdaad kwalijk is. Maar die scheiding tussen een godsdienstige koning en de kerk is wel wat anders dan een seculiere staat, waarin mensen in de regering niet meer worden geacht het geloof in God te belijden. Psalm 20 vormt hier een contrast mee.

Waar wij inschattingen maken van de sterkte van onze defensie door middel van het aantal gevechtsvliegtuigen en tanks en marineboten, spreekt psalm 20 van vertrouwen op de Naam van God alleen. In Nederland kan dat ook nog steeds, maar de Naam van God is niet zo sterk verbonden met Nederland dat we onwrikbaar kunnen geloven dat God ons zal verlossen als er oorlog komt. Integendeel: in Nederland gebeurt er heel veel wat lijnrecht tegen Gods goede geboden in gaat, en een aanklacht is naar de hemel.

Zelfs al zouden we een door-en-door godsdienstige natie zijn met een godvrezende koning, dan nog zijn de zegenbeden van psalm 20 niet meteen herkenbaar. Er is wat afstand in ons om een zegenbede zomaar uit te spreken. Zou dat er mee te maken hebben dat we eeuwen van scheiding tussen geestelijkheid en het volk hebben, waarin het volk geen zegen hoorde uit te spreken? Of met welvaart-gevoed individualisme, waarin ieder voor zichzelf kan zorgen? Of is het dat we het verleerd zijn om over God te spreken in ons dagelijks leven? Of voelen we ons, ondanks het gebrachte offer van Christus tot onze vrijkoping, te onwaardig om een zegenwens in Zijn Naam uit te spreken? Er is in elk geval nogal wat nodig voordat ik deze psalm kan inleven. Toch denk ik dat dergelijke barrières doorbroken mogen worden en we naar elkaar zegenwensen mogen uitspreken en zingen.

Daarom is het extra leerzaam om deze psalm te lezen en ervan te leren. Laten we bedenken wat voor ons bevreemdend is en deze psalm weer leren zingen voor iedereen die met God wil leven.

Ten slotte, graanoffers en brandoffers (vers 4) worden al eeuwen lang niet meer gebracht, sinds de tempel in het jaar 70 werd verwoest. Als we het snel lezen zouden we het kunnen interpreteren als "mag God waarderen wat u aan Hem geeft". Alsof God offers nodig heeft! Nee, we moeten het zien in de contekst van de symboliek van het offer, zoals ik in een eerder bericht beschreef: het offer is nodig omdat wij tekortschieten en zelfs in onze ijver tot God onvolmaakt zijn. Als God onze offers niet accepteert, is er geen enkel verwijt naar Hem te maken - het zou zelfs terecht zijn. Ook het accepteren van onze offers is Genade van God.

Herkenbaar
Bijzonder is dat in één en dezelfde psalm de zegenbeden staan, en ook meteen het vaste vertrouwen dat God deze zal vervullen: "Nu weet ik dat de HEERE Zijn gezalfde verlost! Hij zal hem verhoren uit Zijn heilige hemel."

Zoals gezegd - veel herkenbaars is er niet in deze psalm, behalve het geloof dat God de bron van alle goeds is. Dat maakt deze psalm extra leerzaam.

Profetisch
"Wij zijn opgestaan en staande gebleven" - deze psalm spreekt een vast vertrouwen uit in de toekomst. Dat vaste vertrouwen zal vervuld worden in het komende Koninkrijk van God. Jezus zegt al (Matt. 28):
"Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld."

Amen.